_Mijn Landstormlichting komt op..._
De Koningin doet roeren
in 't land de landstormtrom,
en duizend jonge krijgers
verschijnen van alom...
Vaarwel, mijn dier'bre boeken,
mijn kamers en mijn hond,
mijn vrienden en vriendinnen...
Ik staar nog ééns in 't rond,
en streel mijn armen Setter,
en 't liefelijk whisky-stel...
Ge zult mij niet vergeten
of hoonen, is het wel?
De zoete schijn der lampen,
de glimmers in mijn haard,
mijn pijpje en mijn huisjas,
en 't geen er was vergaard
aan wetenschap en schoonheid
in d'eiken boekenschrijn...
het zal m'in twee, drie dagen
zoo vèr en dierbaar zijn.
Mijn prima tennis-racket,
mijn hagelnieuwe fiets,
zal 'k u nog ééns beroeren,
belooft ge mij nog iets?...
[Illustratie]
(_Vertroosting aan Melis Stoke van George van Raemdonck_)
Ik ga een brits beslapen,
met òndergoed aan 't lijf,
en bruine boonen eten...
...ik ril terwijl 'k dit schrijf!
* * *
Ach, ware er bloed te plengen
voor Vaderland en Vorst,
dat ware altans sportiever,
dan kwatta, kool en worst.
Ach, waren er nog andere
gevaren in het spel,
dan vlooien, of dan zuchten
in een bedompte cel...
Dàn zoude ik vroolijk juichen,
en 'k had' mijn bajonet
aan den meest blanken slijpsteen
eens extra-scherp gewet...[A]
Helaas, het geldt niet vechten,
doch loopen in de pas
met een belachelijk mutsje
en in een grijzen jas...
* * *
De koningin doet roeren
in 't land de landstorm-trom...
'k Ben lichting 1912
en weerbaar... dus ik kom!
[A] Als Melis Stoke maar eerst eens afgeëxerceerd is, zal hij begrijpen,
dat hij nooit met een slijpsteen aan zijn bajonet mag komen! [Corr.]