VI

Wanneer men de edele meesterwerken, op het Domplein naast elkaar

geschaard, heeft bestudeerd, kost het eenige moeite om ook aan de

andere bezienswaardigheden van Pisa, een twintigtal kerken, voor

het meerendeel van hooge oudheid, een half dozijn paleizen, vooral

belangrijk door hunne historische herinneringen, de noodige aandacht

te wijden. Maar als nauwgezette _cicerone_ rust op mij de taak,

om monumenten te beschrijven, die trouwens in eene andere stad eene

eervolle plaats zouden bekleeden. Doch laat ons vooraf een blik werpen

op de stad zelve, die sedert vijf-en-twintig of dertig eeuwen het

tooneel is geweest van zoo vele worstelingen en groote ondernemingen,

van zoo schitterende glorie en zoo diepe vernedering.

Pisa heeft niet alleen sedert de oudheid, maar ook sedert de

middeleeuwen eene ingrijpende verandering ondergaan. Overal zijn de

oude wallen, met welker aanleg in 1152 een aanvang werd gemaakt,

gesloopt en vervangen door gemetselde muren, ongeveer acht meter

hoog, zonder grachten of glacis, soms zelfs door trottoirs omzoomd;

slechts de kanteelen--natuurlijk parade-kanteelen--geven aan die

muren nog eenigermate zeker karakter. Geen oneffenheden van terrein;

geene rijzing of daling; slechts nu en dan een vervallen bolwerk. Van

de twintig poorten der oude stad zijn er nog maar zes over, die

veeleer den naam van barrières verdienen.--Slechts in een of twee

wijken, waaronder de Via del Borgo met de aangrenzende straten, kan

men zich nog eene voorstelling maken, hoe de stad er vroeger moet

hebben uitgezien. Eenige bogen op zware steenen pijlers rustende, een

weinig kleur, een weinigje leven, een echo, eene flauwe afschaduwing

van de fiere middeleeuwsche republiek:--is dat niet voldoende om

de belangstelling op te wekken van den reiziger, wien het nog om

iets meer te te doen is dan hetgeen de aandacht trekt onzer moderne

toeristen? Eene andere straat, die op de markt uitkomt en evenzeer

door arkaden is omzoomd, geeft ons een echt zuidelijk schouwspel te

genieten: daar zien wij eene bonte mengeling van kreupele wagentjes

en karren, van magere kippen, van donkere sombere krotten, uitkomende

op een plein, stralende in zonnegloed; voorts prachtige groenten met

haar rijk kleurenmozaïek; bewonderenswaardige koppen en krachtvolle

typen, zeer vaak gehuld in onbeschrijfelijke en toch meestal pittoreske

lompen. Rechts en links straatjes, die voor de donkerste, smalste en

bochtigste steegjes van Genua, Venetië en Napels niet onder behoeven

te doen.

Maar dit gezicht duurt niet lang: op een gegeven oogenblik verandert

de Via del Borgo in eene breede, fatsoenlijke, moderne straat, zonder

kleur of karakter.

Doch de hedendaagsche stedenbedervers mogen doen wat zij willen: hier,

evenals te Rome, dat ook sedert de laatste jaren niet alleen ontwijd,

maar op de schandelijkste, onverantwoordelijkste wijze geschonden

en bedorven wordt;--ook hier, op dezen klassieken grond, komt toch

de oude tijd telkens weêr te voorschijn om de moderne knoeiers te

beschamen. In de Via del Monte ziet men aan de benedenverdieping van

een gewoon huis twee granieten zuilen, getuigen van het verleden,

met prachtig gebeeldhouwde kapiteelen: het eene versierd met eene

Flora ter halver lijve en twee Victoria's; het andere met een Jupiter,

insgelijks ter halver lijve, en ook met twee Victoria's. Te Rome zou de

stelling van deze zuilen, waarvan de kapiteelen hoogstens anderhalve

el boven den beganen grond verheven zijn, het bewijs leveren, dat

de bodem verhoogd is; hier, in de nabijheid van den Arno, zou eene

dergelijke onderstelling gewaagd zijn.

Voor het overige bestaat de stad uit vrij breede straten, voor het

meerendeel zonder trottoirs, en naar toskaansche wijze met zerken

geplaveid. De zware plompe huizen zijn doorgaans geel gepleisterd,

met groene blinden; zij hebben iets slaperigs in hun voorkomen; er is

niets wat een bepaalden blijvenden indruk maakt en de herinnering aan

bepaalde huizen in de gedachte prent, noch opschriften, noch datums,

noch wapenschilden. Er zijn weinige winkels, en die weinigen maken

nog eene vrij armoedige vertooning; het aantal voorbijgangers is zeer

gering; het gras tiert dan ook welig in de straten, waarvan sommigen

tot weide zouden kunnen dienen, en onder dat opzicht op die rivieren

van Toskane gelijken, waarvan de droge bedding in den zomer en den

herfst geheel begroeid is.

Die stilte, die droomerige rust, dat plechtig zwijgen, moge eene

aanbeveling te meer zijn in de schatting der vele kranken, die in

Pisa, behalve de zegeningen van een zacht en aangenaam klimaat, ook

rust en verkwikking komen zoeken; voor de gewone reizigers heeft deze

doodsche stilte al spoedig iets verschrikkelijks, en het duurt niet

lang of zij beginnen zich in deze als uitgestorven stad schromelijk

te vervelen. Het is inderdaad niet zonder beteekenis, dat Pisa op

een kerkhof, als op haar schoonste monument, roem draagt. Zij zelve

is eene stad der dooden!

Hoe is het gekomen, dat eene vroeger en gedurende vele eeuwen zoo

energieke, zoo ondernemende, vurige, steeds tot krachtig handelen

vaardige, naar roem en glorie dorstende stad aldus haar karakter heeft

kunnen verloochenen en in dommelende sluimering wegzinken? Op het

eerste gezicht zou men geneigd zijn, dit raadselachtige verschijnsel

toe te schrijven aan de overmacht van het uit zijn aard weinig

rumoerige, aan den rustigen sleur gewende administratieve en

bureaukratische element. En inderdaad, in spijt van eene voor eene

italiaansche stad vrij talrijke joodsche kolonie--reeds in de vorige

eeuw telde men te Pisa zes- à zevenhonderd Joden,--treden handel

en nijverheid geheel op den achtergrond voor het zeer talrijke

ambtenaarspersoneel, dat in deze hoofdstad van eene prefectuur

eene hoofdrol speelt.--Vooreerst heeft men de prefectuur met al

wat daaraan verbonden is; dan de burgerlijke rechtbank met negen

rechters, een kanselier en vier leden van het parket; voorts het hof

van assises en de pretuur, met den onmisbaren nasleep van advokaten,

ten getale van drie-en-zestig, waarvan sommigen echter te Volterra of

in de omstreken wonen; van procureurs (_procuratori_), ten getale van

vier-en-zestig; van _causidici_ (zes) en van notarissen (vijftien). Een

tweede groep bestaat uit de ambtenaren der domeinen, der registratie,

der hypotheken, van het kadaster, van de belastingen.--Dan komt

in aanmerking de Universiteit, met haar zestig hoogleeraren en

een twintigtal ambtenaren van verschillenden rang; vervolgens het

personeel van het lyceum, van de normaalschool, van het seminarie,

van het weeshuis, van de gasthuizen en andere liefdadige gestichten

en inrichtingen. Het aantal leden der reguliere en wereldlijke

geestelijkheid bedraagt ruim vijfhonderd:--in 1852 telde men

vijfhonderd een-en-dertig geestelijke broeders en zusters, en na

de opheffing der kloosters is--zoo als zich liet verwachten--dit

aantal aanmerkelijk geklommen.--Ondanks de spreekwoordelijke

gezondheid van het klimaat, vindt men in Pisa omstreeks honderd

personen, die de verschillende takken der geneeskunst uitoefenen:

negen-en-veertig dokters en chirurgijns, twee oogartsen, veertien

apothekers, vijftien veeartsen en vier-en-twintig vroedvrouwen. Voeg

daarbij het militaire element, en ge zult moeten toegeven, dat het

aantal niet handeldrijvende, niet produceerende personen--zooals de

technische term luidt--bij uitnemendheid groot is. Kon men nu nog

maar zeggen, dat de intellektueele werkzaamheid het gemis van handel

en industrie vergoedde, dan zou er grond zijn om van winst te gewagen

en met blijdschap te roemen: maar ook dit kan niet geacht worden het

geval te zijn; in deze akademiestad zijn er maar vier boekhandelaars;

ook worden er geen jaarboeken of archieven uitgegeven, zooals in vele

andere italiaansche steden; de lokale monografiën zelfs zijn zeldzaam:

men teert nog altijd op de oude werken van Morrona en Grassi. Ook

op geestelijk gebied is de oogst van goede tarwe jammerlijk schraal;

het onkruid wordt vertegenwoordigd door zes dagbladen, of eigenlijk

door vijf, want het zesde, de _Araldico_, is een genealogisch en

heraldiek tijdschrift, waarvan nu en dan eene aflevering verschijnt.

De oorzaken van dit treurig verval liggen dieper en dagteekenen

van vroeger. Pisa is, wij wezen er reeds vroeger op, het lot

wedervaren, dat ook anderen handelsrepublieken van vroeger en later

tijd wedervaren is: de buitengewone machtsontwikkeling, waaraan de

natuurlijke grondslag van evenredig grondgebied en bevolking ontbrak,

dwong tot bovenmatige inspanning, tot overspanning van alle beschikbare

krachten. Dit duurde een tijd, een vrij langen tijd zelfs, maar op die

overspanning moest noodzakelijk uitputting volgen; en na de laatste

wanhopige worsteling met Florence, was de kracht van Pisa niet slechts

gebroken, maar vernietigd. Sismondi, de bekende geschiedschrijver van

de italiaansche republieken, heeft zeer treffend gezegd: "Ondanks

haar verval was Pisa eene veel volkrijker, veel aanzienlijker stad

dan Urbino, dan Rimini, dan Pesaro; maar eenmaal aan de Florentijnen

onderworpen, heeft Pisa geen enkelen man meer voortgebracht,

die in de litteratuur of de politiek van beteekenis is geweest;

terwijl elk der kleine hoven van Frederik van Montefeltro te Urbino,

van Sigismond Malatesta te Rimini, van Alexander Sforza te Pesaro,

een vereenigingspunt was van wijsgeeren, geleerden en letterkundigen."

Pisa De Aarde en haar Volken, 1887 · 第 5 / 6 题