VII

Doch deze historische herinneringen, welke wij niet mochten

voorbijgaan, daar zij ons de verklaring geven van de treurige

transformatie der roemruchtige republiek, moeten ons evenwel niet

doen vergeten, dat nog verschillende monumenten op de beide oevers

van den Arno onze aandacht vragen. Hervatten wij dus onze wandeling.

De meeste andere kerken op den rechteroever hebben dezelfde bouworde

als de kathedraal; het is hetzelfde stelsel van bogen en blinde bogen,

dat daar met zoo schitterend gevolg was toegepast; en ook dezelfde

afwisseling van wit en zwart marmer. Tot deze kategorie behooren

San-Paolo all' Orto, San-Pierino, Santa-Maria in Borgo en nog anderen.

In de kerk van Sinte-Catharina (dertiende eeuw), waarvan de monnik

Fra Guglielmo als bouwmeester wordt genoemd, paart zich de pisaansche

traditie met de vormen der gothiek. De voorgevel van wit marmer, als

naar gewoonte, met eenige lagen van zwart marmer, geeft ons in het

benedenste gedeelte de gewone bekende rondbogen te aanschouwen; de

eerste verdieping bestaat uit klavervormige bogen op zuilen rustende,

waarvan de kapiteelen met de onvermijdelijke marmeren koppen zijn

getooid. De bovenste, spits toeloopende verdieping heeft hetzelfde

stelsel van bogen.

Het inwendige, hoewel zeer eenvoudig--het bestaat uit een enkel

schip, zonder kapellen en met open bekapping--en in de zestiende

en de zeventiende eeuw sterk veranderd en verhaspeld, bevat enkele

belangwekkende kunstwerken. In de eerste plaats de graftombe van den

aartsbisschop Santarelli (gestorven in 1342), van de hand van Nino

Pisano, den zoon van Andrea Pisano. Het monument getuigt van veel

smaak; behalve de zoo bevallige gedraaide zuiltjes, vinden wij ook hier

het grootsche, indrukwekkende motief der engelen, die het voorhangsel

oplichten, waarachter het lijk van den prelaat rust.--Twee gekleurde

beelden op een der altaren, de Madonna en de aartsengel Gabriël,

beiden zeer goed van stijl, verraden de hand van denzelfden meester.

Veel meer bekend en beroemd is de schilderij van Francesco Traini

(omstreeks 1340), in de nabijheid van den preekstoel, waarop, naar men

zegt, de heilige Thomas van Aquino het evangelie heeft verkondigd. Deze

schilderij verbeeldt de _Overwinning van Sint-Thomas van Aquino_. In

het midden, op eene zwevende wolk, zit de heilige, levensgroot;

op hem dalen lichtstralen, deels rechtstreeks van Christus zelven,

die hoog boven hem in heerlijkheid troont, deels van Mozes, Paulus

en de vier Evangelisten, die, eenigszins lager geplaatst, het licht

dat zij van den Heiland ontvangen weder op hem uitstralen; maar ook

van ter zijde ontvangt hij licht uit de geopende boeken die Plato

en Aristoteles hem voorhouden. Sint-Thomas zelf zendt op zijne beurt

uit zijn geopend boek weêr stralen uit op zijne jongeren; een dezer

stralen treft met vernielend vuur het boek dat Averroës, die in het

midden der jongeren verwonnen op den grond ligt, in de hand houdt. De

beroemdste denker en wijsgeer der katholieke middeleeuwen is dus hier

voorgesteld als het vereenigingspunt en de middelaar van goddelijke

en menschelijke wijsheid, die de dwaling en de leugen overwint.

De Piazza dei Cavalieri, wel te verstaan van de ridders der

Sint-Stefanusorde, is het eenige plein in deze eeuwenoude stad,

hetwelk aan de Renaissance herinnert, en wel aan de Renaissance in den

tijd van haar verval. Ondanks haar eenvoud, maakt de façade van het

voormalige paleis der orde, de Carovana--tusschen 1561 en 1564 door

Vasari gebouwd--een monumentalen indruk, met haar vooruitspringend

dak, haar wapenborden aan de hoeken, haar nissen met de borstbeelden

van de eerste zes grootmeesters, haar _sgraffiti_ eindelijk, die zoo

bij uitnemendheid bevallige dekoratieve schilderingen, waarvan nog

slechts flauw herkenbare sporen zijn overgebleven. In de aangrenzende

kerk ziet men eenige tropheeën, door de ridders van Sint-Stefanus op

de Turken veroverd.

De militaire orde van Sint-Stefanus (paus en martelaar) werd in

1516 door Cosmo I ingesteld, om de kusten van Toskane te verdedigen

tegen de invallen en strooptochten der zeeroovers. Als in bijna

alle dergelijke orden, bestonden de leden voor het meerendeel uit

adellijke personen; hoewel de orde ook een geestelijk karakter droeg,

was het celibaat echter niet verplicht. Hare geschiedenis is zeker

vrij wat minder rijk aan schitterende daden dan die der beroemde,

doorluchtige orde van Malta, maar toch onderhield zij nog tot

omstreeks het midden der vorige eeuw twee gewapende fregatten. Deze

jongst geborene onder de geestelijke orden onderscheidde zich al

spoedig door haar rijkdom;--toen de fransche regeering in 1809 de

orde ophief, bedroeg de waarde harer bezittingen omstreeks tien

millioen gulden. In het midden der vorige eeuw bestond de orde

of _religione_ van Sint-Stefanus, behalve uit den grootmeester,

uit een groot-connetable, een groot-prior, een groot-kanselier, een

groot-conservator en een groot-tresorier. Om de drie jaren werd een

algemeen-kapittel gehouden. Meer dan achttienhonderd personen, zoowel

in Italië als elders, droegen toen den titel en het kruis der orde;

het plechtgewaad der ridders bestond uit een zwarten rok met een groot

achtpuntig kruis van roode kleur bestikt, uit een geëmailleerd gouden

kruis, in het midden versierd met het borstbeeld van Sint-Stefanus,

en uit een rood lint.--De orde, die in 1809 was opgeheven, werd in

1817 hersteld, om in 1859 nogmaals te verdwijnen.

Voor de Carovana staat het standbeeld van Cosmo I, den stichter

der orde, in volle wapenrusting, blootshoofds, met een mantel over

de schouders, den rechtervoet gesteund op een dolfijn. Zeker ten

onrechte, heeft men in dit monument het werk willen zien van Jan van

Boulogne.--Op hetzelfde plein, ter plaatse waar nu het zonderlinge

paleis _dell' Orologio_ staat, verrees vroeger de beruchte _Torre

della Fame_, de Hongertoren, de toren waar Ugolino della Gherardesca

met zijne zonen den hongerdood stierf. Deze toren werd reeds in 1568

afgebroken, om plaats te maken voor de gebouwen der Sint-Stefanusorde;

maar de herinnering aan de vreeselijke gebeurtenis is vereeuwigd door

het aangrijpende verhaal van Dante.

De Universiteit is, in de Via San-Frediano, gevestigd in een ruim,

maar onaanzienlijk gebouw. Door het voorportaal komt men op een

kloosterhof uit den tijd der Renaissance, omgeven door eene dubbele

galerij, waarvan de eerste verdieping met zuilen is versierd, op

welke onmiddellijk het dak rust. Aan drie zijden ziet men het wapen

der Medici; aan de vierde is een opschrift, dat den roem vermeldt

van Victor Emanuel.

De Universiteit of de _Sapienza_ is de voornaamste inrichting van

dien aard in Toskane. In de twaalfde eeuw gesticht, in 1343 door Paus

Clemens VI gereorganiseerd, in 1472 door Lorenzo il Magnifico hersteld,

moest de _Sapienza_, overeenkomstig de eigenlijke gedachte der Medici

en hunner opvolgers, de intellektueele werkzaamheid der burgers

van Pisa opwekken en aanvuren, en hun, in ruil voor de vrijheid,

wetenschap en poëzie bieden.

In onze dagen bekleedt meer dan één der professoren een hoogen rang

in de wetenschappelijke wereld. Eén naam vooral trof mij, die van den

heer Enea Piccolomini, een lid der doorluchtige familie uit Siëna en

waardige handhaver en erfgenaam der traditiën van dien Æneas Sylvius

Piccolomini, die, na zich een wijd vermaarden naam te hebben verworven

onder de humanisten van zijn tijd, als Pius II, van 1458 tot 1464

den pauselijken stoel bekleedde en als opperpriester zich niet minder

beroemd maakte. De heer Enea Piccolomini, die in Duitschland gestudeerd

heeft, houdt college in het grieksch. Ook de heer Michele Amari,

de eerwaarde deken der italiaansche oriëntalisten, woonde te Pisa.

Het akademisch onderwijs draagt overigens tegenwoordig een sterk

professioneel karakter en ook te Pisa dreigt de vroegere universitaire

vorming op den achtergrond te wijken voor de technische opleiding tot

een of ander vak. Hier moeten wijsbegeerte en hoogere wetenschap zeer

zeker onderdoen voor de veel lager gestelde praktische eischen van den

modernen tijd; daar zijn afzonderlijke leerstoelen voor de opleiding

tot notaris, voor ingenieurs, voor wetenschappelijken landbouw,

voor veeartsenijkunde. Op een totaal van vijfhonderd-zes-en-negentig

studenten, vond men er in 1882 dan ook maar zeven-en-twintig, die

zich aan wijsbegeerte en letteren wijdden. In de rechten studeerden er

niet minder dan tweehonderd-negen-en-twintig; en wanneer men bedenkt,

dat ook in Italië, evenals elders, de wetgevende vergaderingen voor

een zeer groot deel uit advokaten zijn saamgesteld, is het dan te

verwonderen, dat er heden ten dage zoo slecht geregeerd wordt en de

parlementen op niets zoozeer gelijken als op debatteerende politieke

clubs?

De door Napoleon I gestichte _Academia delle belle arti_ ziet er al

even weinig monumentaal uit als de Universiteit. Ook hier zeer kleine

vertrekken--ik tel er acht--met gesloten luiken. De schilderijen zijn

niet genommerd, en het geheele voorkomen der collectie getuigt niet van

de belangstelling der pisaansche overheid in kunstaangelegenheden:

trouwens met de verzameling in het Campo-Santo is dit evenzeer

het geval. Doch dat daargelaten: wij hebben in de eerste plaats

met de collectie zelve te doen. Het aantal schilderijen op gouden

grond--_campi dorati_--is zeer groot: afbeeldingen van Christus, de

Madonna, heiligen uit de byzantijnsche school, uit die van Cimabue

en Giotto. De belangrijkste stukken zijn wel de fragmenten van een

altaarstuk van Simone di Martino (1320) en de heilige Dominicus van

Traini (1345). Benozzo Gozzoli en Domenico Ghirlandajo zijn door

enkele echte maar onbeduidende schilderijen vertegenwoordigd: over

het algemeen is de verzameling schier beneden het middelmatige.

De linkeroever, die veel minder bevolkt is dan de rechter, is ook

armer aan monumenten, aan herinneringen. Toch is het juist aan

deze zijde, dat de stad zich schijnt te willen uitbreiden; ik vind

hier een zeker aantal nieuwe huizen, ongetwijfeld bestemd voor de

vreemdelingen, wier aantal steeds te Pisa klimt; in de vorige eeuw

waren het de Russen, thans zijn het voornamelijk de Engelschen, die,

trouw aan hunne eerbiedwaardige gewoonte, niet hebben verzuimd eene

anglikaansche kapel te bouwen.

De Ponte di Mezzo, de middelste brug, waarop wij de Arno overgaan,

is geheel van marmer en werd in 1660 onder de regeering van den

groothertog Ferdinand II herbouwd. Een der eerste monumenten, die

wij aan de overzijde der rivier vinden, is het Palazzo del Comune,

op het Lungarno Gambacorti (naam van eene beroemde pisaansche familie

uit de middeleeuwen); het gemeentepaleis bevat het Municipio (de

bureaux der stedelijke regeering) en het Reale-Archivio di Stato

(het koninklijk staats-archief). Dit laatste is geborgen in een

tiental gewelfde zalen, die met veel talent naar antieken smaak zijn

gedecoreerd. De verzameling bevat zeventienduizend perkamenten en

dertigduizend kartons of _filze_. Niet alleen de geschiedenis van

Pisa of van Italië, maar die van geheel Europa gedurende de eerste

helft der middeleeuwen, is ten deele in deze bestoven, eerwaardige

dokumenten beschreven, die de namen dragen van Richard Leeuwenhart,

Frederik Barbarossa en een aantal andere beroemde vorsten.

Als wij op het Lungarno komen zien wij al spoedig het bevalligste

van alle monumenten van Pisa, de kerk Santa-Maria della Spina of

Santa-Maria del Pontenovo; eene kerk in miniatuur, bijna eene kapel,

ik zou haast zeggen een heiligen, schrijn, vlak tegen de borstwering

der rivier aangebouwd. Eenige jaren geleden heeft men de kerk steen

voor steen afgebroken en vervolgens boven de bedding van den Arno

weder opgebouwd. Dit juweel, omstreeks 1325 gemaakt, en bestemd om een

doorn uit de kroon des Zaligmakers te herbergen, is in den zuiversten

gothischen stijl ontworpen, en maakt daardoor in deze omgeving een

zeer verrassenden indruk. De harmonische evenmaat, de rijke tooi van

wit en zwart marmer, de torentjes, de pinnakels, de standbeelden,

doen u de kleinheid van het gebouwtje vergeten. De buitengevel, aan

de zijde der kaai, prijkt met de standbeelden der twaalf apostelen;

van binnen komt aan de beeldhouwkunst de eereplaats toe. Men vindt

hier vier beelden van de hand van Nino, den zoon van Andrea Pisano:

twee Madonna's, Sint-Jan de Dooper en Sint-Petrus. Als ware hij zich

zijner tekortkomingen als beeldhouwer bewust, heeft Nino de kleur te

hulp geroepen; trouwens de polychromie is veel langer in zwang gebleven

dan men doorgaans meent; de grootste meesters der vijftiende eeuw,

te beginnen met Donatello, kleurden steeds hunne beelden.

Meer aandacht verdienen hier de zes bas-reliefs met de zinnebeeldige

voorstelling van de zeven hoofddeugden (de Hoop en het Geloof zijn

in hetzelfde vak vereenigd). Met uitzondering van de vrij plompe

engelenbeeldjes, die de omlijsting vormen, onderscheiden deze

beeldwerken zich door vastheid en breedheid van behandeling, door

prachtige draperieën en treffende juistheid van uitdrukking. Zij

dagteekenen uit de dertiende eeuw en zijn van de hand van den

Florentijn Andrea, vermoedelijk Andrea Ferucci van Fiesole, die in

1526 overleed.

Onze wandeling vervolgende, komen wij aan eene indrukwekkende basiliek,

in de nabijheid van den stadsmuur, op een plein waar het gras welig

groeit. Dat is de kerk van San-Paolo a Ripa d'Arno. De voorgevel is

geheel in denzelfden stijl, dien wij reeds leerden kennen als eigen aan

de school van Pisa en komt volkomen overeen met dien van de kathedraal,

maar op eenigszins kleiner schaal. Het is dan ook onnoodig van die

façade eene nadere beschrijving te geven. Vermelden wij slechts,

aan den hoofdingang, een bas-relief met de Madonna, nog geheel in

byzantijnschen stijl: het hoofd met den mantel bedekt en de handen

opgeheven. Het inwendige, hoog en smal, bestaat uit drie schepen

en een transept met spitsbogen bovenzuilen. Overal afwisseling van

zwart en wit marmer, monolithzuilen en grijnzende maskers op de

kapiteelen. Eene zeldzaamheid te Pisa is, op een der zuilen, een

fresko uit de veertiende eeuw, voorstellende een apostel; misschien

een overblijfsel der freskoos van Buffalmacco of Simone Martini,

die vroeger deze kerk versierden.

En hiermede neem ik afscheid van Pisa. Mij ontbreekt de moed om de

omstreken te bezoeken; de beroemde hoeve en het bosch van San-Rosore

met de in Italië inheemsch geworden dromedarissen; de basiliek van

San-Pietro in Grado; de Certosa, de Baden. Vermoeid en gedrukt door

de grootsche herinneringen van het verleden en het doodsch verval van

heden; bewogen door medelijden met zoo diepe vernedering, en tevens

vervuld van dankbaarheid voor de groote en schitterende diensten,

weleer aan de zaak der beschaving bewezen, toen het overige Europa nog

in barbaarschheid verzonken lag; bovenal vervuld met de herinneringen

aan het Campo-Santo, gevoelde ik behoefte aan ontspanning in andere

omgeving, minder ernstig en grootsch, maar vroolijker en vooral meer

tintelend van leven.

Pisa De Aarde en haar Volken, 1887 · 第 6 / 6 题