Bevolking van Fransch Guiana.
Na zoo veele noodlottige omstandigheden, en de verachting, waar
toe Fransch Guiana vervallen is, is het niet te verwonderen, dat de
bevolking van dit Land zeer zwak is.
De inwooners bestaan uit Europeanen, Mulatten, Negers en Indianen. De
eerstgemelden of blanken, bedragen slechts een getal van agt of negen
honderd, zoo in de hoofdplaats Cayenne, als door het overige gedeelte
van het Land verspreid. Verscheiden van hun zyn ongelukkig en arm. Zy,
die meer op hun gemak leven, bestaan van ampten, jaargelden en soldyen,
ten kosten van de algemeene schatkist. Het vertier van levensmiddelen,
het welk de bezetting en het verblyf der geenen, die zig aldaar
van 's Lands wegen bevonden, noodzakelyk maakt, doet het grootste
getal der inwooners aan den kost geraken. Men zoude moeite hebben,
om vyf-en-zeventig eigenaars van Plantagiën op te tellen, die van
den opbrengst van hun land bestaan. Verscheiden woonen op eenen zeer
verren afstand van de hoofdplaats. Het getal der Mulatten is vier of
vyf honderd, en dat der Negers negen duizend.
De Mulatten, die overal onderdrukt worden, hebben dit misschien meer
in Guiana, dan ergens anders, ondervonden.
"Schoon de Creolen, van een blanken en eene zwarte voortgeteeld,
zegt de Burger LESCAILLIER in zyn te meermalen aangehaald Exposé des
moyens &c., over 't algemeen veele lichamelyke voorrechten hebben,
vlugheid, eene onbedwongene en bevallige houding, een zeer geregeld
gestel en voorkomen, worden zy zeldzaam voor goede voorwerpen gehouden,
wanneer men hen in den rang der slaven plaatste, uitgenomen de geenen,
welken men tot huisselyke diensten gebruikte. De reden daar van is
gemakkelyk naar te gaan; daar zy uit de gemeenschap van eenen blanken,
die tot de Plantagie niet behoorde, ten gevolge van eene ongeoorloofde
verbintenis, waren voortgesproten, verbeterde de opvoeding het
gebrekkige van hunne geboorte niet. Zy verachtten de Negers, en
werden door dezelven wederkeerig veracht. Zeldzaam gelukte het hun,
wanneer zy, onder de zwarten vermengd, op de Plantagiën arbeidden.
De algemeene laagheid, waar in men dit zoort van menschen in de
Volkplantingen hield, en die alle nayver in hun uitdoofde, had te
Cayenne hun tot eene zwervende en ongebondene hoop volks gemaakt;
byna geen enkele onder hun was of tot den landbouw, of tot eenig
handwerk geschikt.
"De middelen, die men wel eer te werk stelde, met oogmerk om hen
nuttig te maken, hebben het kwaad nog verërgerd. De Gouverneurs
hebben gemeend de vrygelatenen te moeten beschouwen als lieden,
die verpligt waren op het eerste bevel op te trekken. Dienvolgende
waren alle de manspersoonen boven de veertien jaaren, getrouwd en
ongetrouwd, landbouwers, werklieden, of andere, zonder onderscheid,
begrepen onder eene zoogenaamde Compagnie Jagers, zonder soldy,
staande onder bevel van een zeker zoort van Officiers, maar die ook
geen soldy trokken, nog eenigen rang hadden. Deeze ongelukkigen,
verpligt om op het eerste gegeven sein op te trekken, hebben zig,
uit dien hoofde, nimmer op eenen vasten voet kunnen nederzetten,
trouwen, zig tot eenig vast handwerk begeven, en nog minder zig op
den landbouw toeleggen. Den dienst, die hun bevolen werd, zeer slecht
uitvoerende, alleenlyk betaald wordende voor de dagen, dat zy werkelyk
dienst deeden, hadden zy, by hunne te rug komst, geen eerlyk en zeker
middel van bestaan, het geen hen dikwils noodzaakte om door wandaaden
en strooperyen den kost te zoeken.
"'Er was ook nog een ander zoort van Creolen, van een vrye vader en
moeder geboren. Zy oeffenden handwerken of den landbouw, en leefden
daar van met hunne huisgezinnen. Derzelver getal is in Fransch Guiana
oneindig klein."
De blanken, die geene eigendommen bezaten, het zy werklieden, het
zy anderen, maakten het aanzienlykst gedeelte der bevolking van
hun zoort uit: zy hebben een getal van dertien honderd bedragen,
van allerleyen ouderdom en kunne, zonder de bezetting daar onder te
rekenen; maar men verzekert, dat zy thans tot een getal van zeven of
agt honderd versmolten zyn.
Onder dit aantal van persoonen vindt men byna twee derde van het
mannelyk geslacht, om reden, dat het getal der genen, die zig buiten
's Lands begeven, ten aanzien der mannen altyd veel aanmerkelyker
is. Indien men van dit aantal manspersoonen de zieken, oude lieden en
kinderen aftrekt, bleven 'er ten hoogsten vier honderd mannen overig,
die in staat waren om de wapenen te voeren.
Onder de laatstgemelden waren niet meer, dan honderd-en-vyftig
eigenaars van middelmatige en kleine Plantagiën, die, hoe zeer
grootendeels van geen belang tot bevordering van 's Lands voorspoed,
en den uitvoer der koopwaaren, echter tot onderhoud van derzelver
bezitters als voldoende beschouwd konden worden, 'Er bleven derhalven
tweehonderd vyftig mannen (blanken) overig, die in dit Land hun
bestaan vonden, behalven door den landbouw; de één door posten en
ampten tot het bestuur, of tot den krygsdienst betrekkelyk; de anderen,
als werklieden, daglooners, of bedienden van allerleije zoort, hunne
soldyen uit de algemeene schatkist, en hunne wedden van de Regeering
ontfangende.
Indien nu de dienst zoo van het Land, als van byzondere persoonen,
slechts honderd en vyftig van deeze menschen bezig hield, zoo bleven
'er dus honderd overig, wier bestaan zeer wisselvallig was. Het was
van aanbelang zig bezig te houden met dit klein getal persoonen,
die van middelen ontbloot waren.
Men vergrootte eenige bezittingen, men ondernam nieuwen arbeid,
men deelde eenige landeryen uit, en bezorgde daar by tevens
gereedschappen en vee. De arbeiders en bouwlieden vonden bezigheid,
en de laatstgemelden begonnen voordeel te doen.
Eene bevolking van zes honderd mannen (blanken) tegen drie honderd
vrouwen, had geene evenredigheid tot vermeerdering der bewoners, noch
tot bevordering der goede orde, in een Land, alwaar men de vermenging
met Zwarten en Mulatten aan de hand gaf, en alwaar by gevolg de wet
zelve tot hoerereije en overspel scheen uit te noodigen. Zulk een
staat is schadelyk voor de maatschappy. Het was dus van een dringend
aanbelang daar in te voorzien.
Men had eene Volkplanting te Iracoubo begonnen, bestaande uit dertig
mannen, uit een zeker getal afgedankte soldaten uitgekozen. Men moest
ontwyffelbaar aan deeze mannen bezorgen verstandige, arbeidzaame en
bekwame vrouwen. Om dit oogmerk te bereiken, verzogten de Bestuurders
van Guiana aan de Regeering, en wel tot eene eerste proeve, een
getal van vyf-en-twintig of dertig weesmeisjens, die met weinige
kosten hadden kunnen overkomen. In geval deeze poging gelukt was,
zoude men van dit zelfde middel wederom hebben gebruik gemaakt, en
nieuwe bezitingen in deeze uitgebreide Volkplanting hebben kunnen
aanleggen: men sloeg geen acht op dit belangryk voorstel, noch op
veele anderen, die tot bevordering en verbetering des Lands zouden
hebben kunnen medewerken.
Het is waarschynlyk, dat deeze bezittingen verlaten zyn geworden,
en dat de meeste blanken, die 'er hun bestaan uit moesten vinden,
uit de Volkplanting vertrokken zyn.
De Negers bedroegen in Fransch Guiana een getal van negen duizend. De
Burger LESCAILLIER meldt ons, dat men, in 't jaar 1788, hem over
de mogelykheid van de afschaffing der slavernye raadpleegde. Deeze
Bestuurder verklaarde van begrip te zyn, dat men in de Volkplantingen
de akeligste gebeurtenissen te duchten had, indien men niet
langzamerhand den weg tot deeze gelukkige omwenteling baande. Drie
jaaren lang deedt hy alle moeite, om de mogelykheid van dusdanige
verandering zeker te stellen: hy toonde het voorbeeld van eene betere
bestuuring, ten aanzien van de Negers van den Staat: hij bezorgde
hun een gezonder en vaster voedzel: hy liet hen kleeden en in hunne
ziekten oppassen. Op zynen raad en volgens zyn voorbeeld, heeft men
de zwangere en zogende vrouwen ontzien: men droeg zorge voor kinderen
en jonge lieden: men betoonde ontzag voor oude lieden en zieken: men
moedigde het aangaan van huwelyken aan: men arbeidde, om goede zeden,
vlyt en bedaardheid in de Negers aan te wakkeren: juiste belooningen
vervulden de plaats van harde en willekeurige kastydingen.
Zulk eene handelwyze heeft de gelukkigste uitwerkingen gehad. Het
werk werd met yver en arbeidzaamheid verrigt, en het gelukte door dit
middel, om aan de Negers hunnen staat van slavernye te doen vergeten.
Men dagt niet meer aan wegloopen: vyf of zes schuilplaatsen der
weggeloopen Negers, van alle gemeenschap verwyderd, in ontoegangelyke
Landen en ondoordringbaare bosschen verzonken, zyn van tyd tot tyd
vernield, of door de vredelievende middelen van onderhandeling,
tot de stem der menschelykheid, die tot in deeze verblyfplaatsen was
doorgedrongen, te rug gebragt.
De optochten met krygs-geweld waren tegen deeze arme schepzels byna
onuitvoerlyk: zy kostten aan zommigen van hun het leven, en maakten de
anderen altyd nog afkeeriger. Men moest dus tot eenig ander middel
zyn toevlucht nemen. Een zendeling, met een kruis in de hand, en
onder het geleide van een getrouwen Neger, ging hun de woorden van
vrede brengen, hun kwytschelding beloven, en allen kwamen zy, met
hun volkomen genoegen, hunne yzere kluisters hernemen. Een deezer
verblyfplaatsen onder anderen, verscheiden dagreizens van alle
woningen afgelegen, was, zedert verscheiden jaaren, eene veilige
wykplaats voor een groot getal van weggeloopene Negers. Men had
slechts eene oppervlakkige kennis wegens het bestaan van deeze
wykplaats. Een Priester begaf zig te voet derwaarts, vergezeld van
eenige ongewapende Mulatten, en bragt van deeze plaats, op ééne keer,
drie-en-veertig persoonen mede, waar onder verscheiden kinderen waren,
in de bosschen geboren, en die nooit een blanken gezien hadden. Het
gebeurde werd van wederzyden vergeten. De eigenaars leerden 'er door,
om nuttige voorwerpen, die hun ontloopen konden, zonder mogelykheid
van ze wederom te krygen, met meerder geschiktheid te behandelen,
en de Negers hernamen met onderwerping hunnen gewoonen arbeid.
Men heeft voorgegeven, dat de Negers in Guiana beter behandeld werden,
dan in de andere Volkplantingen. Dit voorgeven wordt door geen bewys
gewettigd. 'Er zyn in deeze landstreek weinig groote Plantagiën
en gegoede Planters; en deeze laatstgemelde behandelden, over 't
algemeen gezegd, hunne slaven het best, het zy om dat zy meerder
middelen bezaten, het zy om dat ze meerder doorzicht hadden.
Zeer geringe Planters, van alle toevoorzicht verre verwyderd,
oordeelden beter hun fortuin voort te zetten, door van drie of vier
Negers, welken zy in het geheel bezaten, eenen onmatigen arbeid te
vorderen. Zy lieten hun zelfs den Saturdag niet, welken men anders
gewoon was aan hun tot bebouwing van hunnen eigenen tuin toe te
staan, en zomtyds ontnamen zy hun zelfs den Zondag: zy bekreunden
zig over hun in 't geheel niet, noch by ziekte, noch by gezondheid:
zy bezorgden hun geen behoorlyk voedzel noch kleeding, en nimmer heeft
men ten deezen opzigte in Guiana kunnen verwerven de uitvoering van
het geen by de wetten, le Code noir genoemd, bepaald was.
Op de Plantagiën, waar men rykelyker bemiddeld was, doch welker
getal ongelukkig zeer klein is, werd dit gebrek verbeterd door de
zorge der eigenaars, door overvloed van groenten tot levensmiddelen,
door het visschen en jagen in zekere landstreken, en door de kleine
geld-sommetjes, die de Negers zig bezorgden, door het overschot van
hun gevogelte en levens-middelen op de markt te verkoopen.
Zommige eigenaars der Plantagiën maakten in geschrifte menschlievende
en verstandige Reglementen, die aan de Negers werden bekend gemaakt. De
ondervinding heeft bewezen, dat, wanneer de slaven beter behandeld
werden, zy met meerder yver tot bevordering van de belangen hunner
meesters medewerkten. Eén deezer Planters had aan elke Negerin, die
zes kinderen behoorlyk zoude opvoeden, de vryheid beloofd. Wanneer
die voorwaarde eenmaal vervuld was, werd de belofte met veel statie
ter uitvoer gebragt.
Brave en verstandige Planters, volgden natuurlyker wyze de beginzels
van menschlievendheid en de goede voorbeelden. Redeneeringen onder
allen, en blyken van misnoegen, aan wreede meesters te kennen
gegeven door den verstandigen, bestuurder, den Burger LESCAILLIER,
van wien wy deeze byzonderheden ontleend hebben, hebben langzamerhand
op het bestaan der Negers in deeze Volkplanting, en op den staat van
derzelver bebouwing, invloed gehad. Maar naderhand is de al te groote
zorgloosheid der Regeering oorzaak geweest, dat het getal der Negers
niet aanmerkelyk is aangegroeid, gelyk had moeten gebeuren, zoo uit
hoofde van de gemakkelykheid van het bekomen van levens-onderhoud in
dit Gewest, als van den zeer aanzienlyken invoer van slaven.
Misschien is het aan eenige van de hier boven opgegevene voorzorgen toe
te schryven, dat de afschaffing der slavernye in Fransch Guiana zulke
akelige gevolgen niet veröorzaakt heeft, als te St. Domingo. Deeze
omwenteling werd op eene rustige wyze bewerkt, en men verhaalt, dat
men verscheiden Negers gezien heeft, die de gehechtheid aan hunnen
ouden meester aan den dag leiden, door op zyne Plantagie te blyven, en
denzelfden arbeid te verrigten, als of de wet 'er hun toe noodzaakte.