Kakkerlakken.--Ziekten, die aan de luchtstreek van Guiana
byzonder eigen zyn.--Papegaijen, genaamt Macaws.--Nieuwlings
aangebragte Negers, om als slaven verkogt te worden.
--Aanmerkingen over de behandeling der Negers.--Hunne reize
van Africa naar America.--Manier van het verkoopen der
slaaven te Surinamen.--Beschryving eener Catoen-Plantagie.
Den 19den September, bevond ik my in een vertrek, van zeer zindelyk
huisraad voorzien, en ik gevoelde my door de hoop, welke myn Geneesheer
my gaf, opgewekt. Ik wierd door myne vrienden omringd, en myne geliefde
JOANNA besteedde alle haare zorgen aan my.
De Capitain BRASCH, die by afwezigheid van den Colonel het bevel
voerde, zond my daags na myne aankomst myne goederen. Tot meerder
zekerheid, gelyk ik reeds gezegd heb, had men alles verzegeld; maar
toen ik myne koffers open deed, vond ik myn linnen, myne boeken,
enz. door een zoort van insecten, genaamt Kakkerlakken, doorknaagt;
myne schoenen zelfs waaren niet gespaart; ik had meer dan twaalf
paaren uit Europa medegebragt, om dat ik wist, dat ze in dit Land
slecht en zeer duur zyn.
De Kakkerlak is een zoort van Kever, een duim en zomtyds twee duimen
lang; derzelver gedaante is eirond en plat, en de kleur hoog rood:
hy kruipt door het gat van 't slot der koffers en valiesen, en
legt aldaar niet alleen zyne eijeren, maar hy doorknaagt ook het
linnen, stoffen, zyde, en alles wat hy vind; hy dringt ook in eet-
en drinkbaare waaren van allerleije zoort; het geen dezelve zeer
walgelyk maakt, want hy laat aldaar eene leelyke reuk agter, vry
veel gelykende naar die der wandluizen. Dewyl de meeste Oost-Indische
Schepen, vooral die met suiker geladen zyn, altoos met deeze insecten
besmet zyn, zal ik alleenlyk melden, dat men ze zelden ziet vliegen,
maar dat ze zeer schielyk loopen. Het beste, en, zoo ik geloof,
het eenige middel, om de koffers of kassen daar voor te beveiligen,
bestaat hier in, dat men dezelve op vier groote wel schoon gemaakte
glaase flessen plaatst, op dat derzelver gladheid aan deeze insecten
de gelegenheid beneeme, om op te klauteren en daar binnen te komen,
het zy door het gat van 't slot, het zy door de kleinste spleet:
men had deeze voorzorge ten aanzien van myne goederen vergeten. Ik
vond echter voor het tegenwoordig oogenblik linnen genoeg; en door de
zorge van JOANNA had ik wel dra een nieuwen voorraad van kleederen. Men
kan zig geen denkbeeld vormen van het genoegen, dat ik ondervond met
goed linnen en schoone kleederen aan het lyf te hebben. De onrust,
waar in myn geest gedompeld was geweest, bedaarde langzamerhand,
en ik dankte toen den Hemel dat hy my eene goede lichaamsgesteldheid
geschonken had. De arme MACDONALD genoot dit zelfde voorrecht niet;
hy bevond zig steeds zeer ongesteld. Hy had zyn intrek by den heer
KENNEDY, die de beleefdheid gehad had, om hem by zyne te rug komst
van Devil's Harwar eene verblyfplaats te verleenen.
Korte dagen na myne aankomst, deed ik onderzoek naar het gedrag van den
Sergeant FOWLER. Ik vernam, dat hy zig waarlyk dronken had gedronken,
zoo als men my gezegt had; en dat hy, op flessen gevallen zynde, zig
het aangezicht had gekwetst; maar dat hy nimmer getracht had het minste
geweld aan JOANNA te plegen: wel verre van dien, was zyn gedrag geheel
het tegen over gestelde geweest van het geen men my had opgegeven. Over
de ontneeming myner goederen, en, de kwade behandelingen, die men my in
alles aandeed, ter neder geslagen zynde, had hy zig, ten gevolge van
zyn hartzeer, aan eene oogenblikkelyke dronkenschap overgegeven. Ik
had een innerlyk berouw over de behandeling, die ik hem had doen
ondervinden, en ik nam my voor altyd zyn vriend te zullen zyn:
ik ben dit voornemen naargekomen. Myne koorts was op dit oogenblik
veel minder; maar ik was onderhevig aan eene ziekte, welke aan deeze
luchtstreek byzonder eigen, en van dien aart is, dat ik vreeze dezelve
slechts onvolkomentlyk te zullen beschryven. Het is een zoort van
schurftächtige uitslag: men heeft 'er ten minsten in Surinamen dien
naam aan gegeven. Het lichaam, vooral aan de onderste deelen, word met
onregelmatige en scharlaken-kleurige vlakken bedekt, welke van dag tot
dag vermeerderen, ten minsten zoo men 'er geene gepaste geneesmiddelen
tegen gebruikt. Een zoort van eelt-achtigheid omringt deeze vlakken,
die uit hoofde van eene ontsteeking, omtrent van gelyken aart, als
die door het steken der groote muggen veroorzaakt word, zeer pynlyk
zyn. Deeze ziekte is bovendien besmettelyk; en zoo men zig plaatst
op een stoel, waar op iemand, door deeze ziekte aangetast, gezeten
heeft, is men byna zeker van dezelve oogenblikkelyk te krygen:
niet dan met moeite gelukt het zig daar van te ontheffen; en het
beste middel is zig te wryven met een zoort van pomade, bestaande
uit gezuiverde salpeter, benzoen, bloem van zwavel, en witte kwik,
in versche boter of reuzel gemengd. Het getal der kwaalen, waar aan
de inwoonders deezer luchtstreek onderworpen zyn, is ontelbaar.
Den 26sten, storte ik met myne ziekte weder in, en ik wierd dien dag
tweemaal adergelaaten. Ik ontfing een bezoek van den heer KENEMAN, een
jong vrywilliger, van wien ik nog niet gesproken heb. Hy was eenigzints
aamborstig, en men had hem te Paramaribo gelaten, om zig te herstellen.
Den 2den October, bevond ik my een weinig beter. Ik nam dien zelfden
dag het tydelyk bevel op my over het weinige krygsvolk, dat my was
overig gebleeven, vermits de Capitain BRASCH bevel ontfangen had,
om zig naar de Commewyne by den Colonel te begeven. Toen wierden de
vaandels en Regiments-kas naar myne woonplaats overgebragt, alwaar
men voor de deur een schildwacht plaatste. De eerste daad, die ik uit
kragte van myn gezag deed, bestond in het verruilen van den zuuren wyn,
dien men, zoo voor de zieke Officiers als voor de soldaaten, gekogt
had, en uit het geld van de kas nam ik daar voor andere wyn, die zeer
goed was. Maar het deed my wel leed het zelfde niet te kunnen doen
met opzigt tot het gezouten ossen- en varkens-vleesch, en de erweten,
die men, in plaats van verschen voorraad, in 't Hospitaal gelaten had:
de Bevelhebber had dit uitdrukkelyk verboden. Hy had ook de boter,
de kaas, en de tabak doen wegnemen; en om de soldaaten schadeloos
te stellen, liet hy hun een vierde deel oly voor tien mannen: het
rantsoen brood was daarënboven voor elk van hun op twee ponden in
de week bepaald. Wat de Officiers betrof, zy moesten voor hun eigen
onderhoud zorgen, of het zelfde rantsoen ontfangen: niettemin betaalden
zy by aanhoudenheid hun aandeel in de kosten van eene gemeene tafel,
die tans niet meer in weezen was.
Den 3den, ging ik, door den heer KENEMAN vergezelt, voor de eerste
keer eens lucht scheppen met te paard te ryden. Wy leiden een weg
af van omtrent drie mylen buiten de Stad, op een zoort van zandpad,
het welk gemeenschap heeft niet de Saraméca, waar van ik reeds
gesproken heb, als van den eenigen weg, die in de Volkplanting
gangbaar is. Geduurende deezen kleinen tocht, dien wy uit hoofde van
het saisoen, (dat der droogte,) om zes uuren des morgens begonnen,
zagen wy een aantal van die groote en fraaije vogelen, bekend onder
den naam van Macaws-Papegaijen, (of Macao,) maar die men in Surinamen
gewoon is Ravens of Kraaijen te noemen, uit hoofde der gelykheid,
die de Papegaijen daar mede hebben, en welke men als de Kraaijen van
den zonne-keerkring kan beschouwen.
'Er zyn verschillende zoorten van Macaws, maar ik zal 'er alleenlyk
twee van beschryven. Ik wil niets verhaalen, dan op voldoende gezag,
en geenzints verscheiden schryvers naarvolgen, onder welken men egter
menschen van verstand vind, en die zeer wel onderricht zyn. Zommigen
van hun hebben, zoo ik meen, door onkunde misgetast, of zyn door
valsche berichten bedrogen, maar ik vreeze zeer, dat 'er verscheiden
gevonden worden, die het algemeen, dat veel te lichtgeloovig is,
misleid hebben, alleenlyk om aan hunne verwaandheid te voldoen.
De geele en blaauwe Macaw is zoo groot als een Kapoen; hy heeft
korte pooten, een donkere kleur, met vier zwarte klaauwen, twee van
vooren en twee van agteren. Zyn bek is krom als die van een gewoone
Papegaay, dezelve is insgelyks zwart, en het bovenste kakenbeen is
alleen beweegbaar. Zyne staart bestaat in eenige lange rechte en
puntig toeloopende vederen. De kruin van den kop van deezen vogel is
zee-groen, en het overige van het bovenste gedeelte van het lyf, te
weten zyn rug, en zyne geheele staart zyn van de schoonste hemelsblauwe
kleur; en het onderste gedeelte, of de buik is bleek orange. Zyne
oogen zyn rondom van een fraaije witte kleur, met zwarte ringen daar
tusschen, uit zeer kleine vederen bestaande.
De andere word in Surinamen genoemd de Amazoonsche Macaw. Hy is
minder groot dan de eerste. Zyne staart, zyne pooten en zyn bek,
van een vuile witte kleur, hebben dezelfde gedaante; de hals en keel
van deezen vogel zyn van de schitterendste scharlaken kleur; de kop
insgelyks, uitgenomen den omtrek der oogen, welke wit is, met zwarte
ringen. Men kan zeggen, dat de vlerken in vier gekleurde streepen
verdeeld zyn, eerst scharlaken van boven, dan groen, vervolgens geel,
en eindelyk blaauw. Zy schitteren in de zon op zulk eene treffende
wyze, dat geene konst in staat is zulks na te bootsen. De Macaws
vliegen koppels-gewyze; zy maaken een scherp, onaangenaam geschreeuw,
en byten vinnig. Hun bek, die zeer hard en scherpsnydend, maar stomp
is, is hun van een groot nut om te klauteren. Men kan hen gemakkelyk
temmen, en men leert hen praaten, even als alle andere Papegaaijen. De
Indianen brengen ze dikwils op Paramaribo, en voor een fles rhum,
of eenige vishaaken doen zy dezelve weder over.
Des avonds van denzelfden 3den October, kwam de Colonel TEXIER,
Bevelhebber van het krygsvolk der Compagnie, ziek zynde, uit het
Quartier-Generaal, het welk op de Plantagie Crawassibo, aan den
oever van de Commewyne, geplaatst was. Deeze Officier was voorneemens
geweest, om, gezamentlyk met den Colonel FOURGEOUD, tot het vervolgen
der muitelingen door de bosschen heen te trekken; maar zyn zwak gestel
liet hem niet toe, om de levensmanier van onzen Opper-Bevelhebber
te kunnen verdragen, en alleen van gezouten kost te leven. Wel dra
ondervond hy daar van de gevolgen, en wierd in eenen elendigen staat
naar Paramaribo gezonden.
Den 6den October had de koorts my verlaaten, en dat zoort van roodvonk,
of schurftachtige uitslag, waar van ik gesproken heb, begon te genezen;
maar de elende en vermoeienis, die ik had doorgestaan, waaren nog op
myn gestel van invloed: zeer groote bloedzweeren vertoonden zig op
myn linker heup, en beletteden my volstrektelyk om te kunnen gaan. Myn
Geneesheer raadde my echter, om alle dagen lucht te scheppen; en myn
vriend, de heer KENNEDY, my zyn rytuig geleend hebbende, ging ik zyne
Excellentie, den Gouverneur der Colonie, een bezoek geven. Naar huis
te rug keerende, deed ik het rytuig aan de waterkant stil houden,
om een hoop menschelyke wezens, die myne aandacht zeer tot zig
hadden getrokken, te beschouwen. Ik zal trachten ze te beschryven:
dezelve bestond uit Negers, mans- en vrouws-persoonen, en eenige
kinderen, die kortlings van de Kust van Guinée waaren aangebragt, om
als slaaven verkocht te worden, en op dit zelfde oogenblik uit het
Schip gingen. Zy waaren niets meer dan houten beelden, vertoonende
beenderen met een huid overdekt. Zy bragten my het laatste oordeel in
de gedachten. Men zoude gezegd hebben, dat zy uit het graf kwamen,
of onder het mes van eenen Heelmeester geweest waaren: kortom zy
waaren wandelende geraamten.
Deeze ongelukkigen, die een getal van zestig haalen konden, wierden
door een matroos voorafgegaan en gevolgt; de een diende tot hunnen
geleider, en de ander, met een bambous-riet gewapend, belette hen
om af te dwalen, of hunnen tocht te vertragen. De billykheid echter
noodzaakt my te verklaaren, dat in plaats van dat verdrietig gelaat,
dat voorkomen van smart en wanhoop, het welk men in boekjes en
nieuws-papieren, aan de Negers by deeze gelegenheid toekent, ik niet
een enkele onder hen zag, wiens aanschyn de minste neerslagtigheid
vertoonde. Ik moet 'er ook byvoegen, dat de matroos, die agter aan
ging, niet dan met veel gematigdheid zig van zyn stok bediende.
Na met verbaazing deezen droevigen hoop van menschelyke schepzels
gezien te hebben, keerde ik naar myne woonplaats te rug, over zulk een
schouwspel verontwaardigt en ontsteldt. Ik onderrigtte my vervolgens
op het naauwkeurigst, zoo by blanken als zwarten, omtrent het lot van
deeze ongelukkigen, van het oogenblik dat zy in Africa hunne vryheid
verliezen, tot op het tydstip van hunne slavernyë in America. Ik zal
het zelve aan myne lezers mededeelen, maar vooraf zal ik hun eenige
aanmerkingen, betrekkelyk de behandeling der Negers voorstellen,
eene zaak, waar op de aandacht van het algemeen zedert eenigen tyd
gevestigd is; ik zal daar by alle onpartydigheid in acht nemen,
die ieder eerlyk man verlangen kan.
Men heeft gezegt: wel hoe! wilt gy voor het genoegen om rhum te
drinken, en suiker by uwe koffy te gebruiken, zulk eenen wreeden en
schandelyken handel laaten voortduuren? En het antwoord was: Geef wel
acht, dat gy, door den geestdrift van menschlievenheid verleid, de
aanzienlyke voordeelen, die gy van uwe slaaven trekt, niet verliest
ten voordeele van uwe nabuuren, en zonder het minste nut voor hun,
die wy met u als onze natuurgenooten beschouwen?
Na zoo veele boekdeelen, die men zedert eenige jaaren, over dit
onderwerp geschreven heeft, zal men my misschien van waanwysheid
beschuldigen, dat ik hier myn gevoelen opgeeve: maar ik heb my tot
een regel voorgeschreven, om my uit te laaten over het geen ik met
eigen oogen gezien heb, en het geen weinigen myner landgenooten,
zoo ik meen, gelegenheid gehad hebben waar te nemen, of met zoo veel
zorgvuldigheid waargenomen hebben. Ik heb de ysselykste folteringen
zien aandoen aan ongelukkige Negerinnen, die of zig onttrokken,
of voldaan hadden aan de lusten van eenen ongebonden meester of
echtgenoot, en nog veel meer aan dezulke, die de liefkozingen van
eenen schelmschen Opzichter hadden afgewezen. De onschuldigste zyn
dikwils de slachtöffers van de ongegronde jaloersheid eener gehuwde
meesteresse. Ik heb ook Neger-slaven door hunne meesters in Engeland
als de geliefdste dienstboden zien behandelen. Ik heb ook aan den
anderen kant matroozen, soldaaten, leerlingen, op de wreedäartigste
wyze zien behandelen, wanneer zy onder het gezag stonden van menschen
van een heerschzugtigen inborst; en dienvolgende verklaare ik ronduit,
dat hunne staat door de Negers niet behoeft benyd te worden. Indien
derhalven het lot der laatstgemelden zoo merkelyk afhangt van den
inborst van hun, die een voortduurend of tydelyk gezag over hun
uitoeffenen, moet men alles wel wikken en wegen, uit vreeze van door
onbedachtzaamheid geene verkeerde uitspraak te doen.
Men zegt hier tegen wel, dat men dikwils groote wreedheden in
onze Volkplantingen pleegt; maar dewyl zy aldaar niet zoo zeer,
als in andere Landen, tegen de natuur schynen aan te druisschen,
wat zouden wy, in plaats van eene overylde vrylaating, anders
doen, dan de slaaven, die ons ten deel vallen, aan wreeder meesters
overleveren? Daarenboven zyn de Negers, in Africa geboren, alleen in
staat om den arbeid te verduuren, welken de landbouw, en het maaken
van suiker, in zulk eene brandende landstreek vorderen.
Ik heb het volks-caracter der Negers waargenomen op die plaatsen,
alwaar zy uit eigen beweging, en zoo vry als in Africa, kunnen te
werk gaan, en ik heb bevonden, dat het volmaakt wild is! De twintig
duizend Oucas- en Saraméca-Negers, hebben zedert lang in eene volmaakte
onafhangelykheid van de Europeaanen geleeft, en echter heb ik by
hen de minste blyk van beschaafdheid, het minste teeken van orde
en regeering niet bemerkt: integendeel heb ik aldaar meenigvuldige
voorbeelden gezien van eenen ontembaaren geest, van gevoelloosheid
en ongebonden zeden.
Ik houde veel van de Negers, en ik heb by verscheidene gelegenheden
getoond, hoe veel mededogen ik met hun lot had. Welke verkeerde
uitlegging men ook geven moge aan het geen ik in dit opzigt gezegd
heb; ik wensche uit den, grond myns harten, dat de achtenswaardige
Vergadering van het Engelsch Parlement, een gevoelen, het welk op
de ondervinding gebouwd is, in aanschouw neeme, en zig dienvolgende
wel wagte, om den Slaavenhandel voor het jaar 1800, of in het begin
der volgende eeuw, af te schaffen. Indien men zulk een maatregel
onbedagtzaam te werk stelde, blyf ik borg, dat een verschrikkelyk
getal zwarten en blanken 'er de slagtöffers van zouden zyn, en dat
het berouw wel dra het kwaad, het geen echter onmogelyk te herstellen
zoude zyn, zoude agtervolgen.
Volgens alle myne onderzoekingen en bekomene berigten is het byna
zeker, dat een groot getal Negers, op de kusten van Africa ter
verkoop aangebragt, in gevechten krygsgevangen gemaakt zyn. Men
heeft 'er zommigen van schandelyk weggevoert: anderen zyn om misdaden
gebannen. Ik zal by vervolg eenige voorbeelden van deeze onderscheidene
gevallen opgeven.
De Negers, die tot den invoer bestemd zyn, trekken uit de
binnenste gedeelten der landen, en by troepen, naar de comptoiren,
die verscheidene Europeesche volken op de kust van Africa hebben
opgericht. Aldaar worden zy verkogt of liever verruilt, even gelyk de
andere koopwaaren van hun Land, als goud, olyphantstanden, enz. tegen
staven van yzer, schietgeweeren, timmermans gereedschappen, koffers,
linnens, hoeden, messen, glaswerk, tabak, geestryke dranken,
enz. Vervolgens worden zy ingescheept; en geduurende hunnen
overtocht, kunnen zy vryelyk bot vieren aan al de smart, welke
bittere nagedachten, of hunne tegenwoordige elende, in hun verwekken
moeten. Aan hun vaderland, en aan hunne geliefdste nabestaanden
ontrukt zynde, smyt men hen by honderden op malkanderen in een donker
en stinkend ruim van 't schip, echter zorge dragende, dit de mans van
de vrouwen afgescheiden blyven; en worden de eerstgemelden geketend,
om allen opstand van hunnent wegen voor te komen. Zy worden op die
manier over onstuimige Zeeën gevoerd; en tot levens-onderhoud, geeft
men hun niets, dan groote boonen, met een weinig oly 'er over. Zomtyds
geven Kooplieden, die minder onmenschelyk zyn, hun een beter voedzel:
als dan, wel verre dat 'er verscheiden, of zelfs een enkele, op reize
van sterven zoude, komen zy allen in goede gezondheid in de West-Indiën
aan. Men heeft my verzekerd, dat de Capitain, de Stuurman, en de meeste
matroozen van een schip, op de reize omgekomen zynde, terwyl zy,
die overig waaren, tot het scheepswerk zig niet in staat bevonden,
de Negers, die wel behandeld waaren, zig daar toe met yver lieten
gebruiken, en het schip in behouden haven hielpen brengen: zy redden
dus het leven van verscheiden lieden, en lieten zig vervolgens, wel
te vreden en genoeglyk, verkoopen aan de geenen, die hen koopen wilden.
Een schip, van de Kust van Guinée te rug komende, is zoo dra niet
aangeland, of de Negers worden op het dek gebragt: men doet hun een
zuiverder lucht inademen; men wascht hen; men verfrischt hen met
plantgewassen, bananen, orange-appelen, enz. Zy teekenen elkander
verscheiden beeldtenissen op het hoofd, als zonnen, halve maanen,
zonder behulp van een scheermes, zelfs zonder zeep, en alleenlyk met
een stuk glas. Na dat zulks is afgeloopen, doet men een zeker getal
aan land gaan, om te koop gesteld te worden. Hunne kleeding bestaat
alleenlyk in een kleine lap catoen, tot het zelfde einde, waar toe
de vygebladeren aan den eersten vader van het menschdom dienden:
de vrouwen dragen ringen en koraalen, hals-cieradiën, enz. Die aan
boord blyven, brengen aldaar den tyd door met lachen, met springen,
met schreeuwen, en in de handen te klappen.
Ik heb hunne gedaante na de ontscheeping voldoende beschreven. Laat de
lezer zig dan nu verbeelden, dat hy de straaten doorwandelende ziet,
dat elke Planter de geenen, die hem aanstaan, beschouwt, en met den
Capitain koop maakt: de prys van een goeden Neger loopt doorgaans op
vyftig of honderd ponden sterling. Indien eene Negerin zwanger is,
word zy duurder verkogt. Ik heb een Hollandsch Capitain gekend, die
zig bediend had van de zwangerheid van eene Negerin, door hem voor een
tyd tot minnares genomen, om 'er een hooger prys voor te vragen, dus
zelf met zyn eigen bloed handel dryvende. Zyne landgenooten keurden
dit echter ten hoogsten af.
Alvoorens de koop te sluiten, doet men den Neger, die te koop geveilt
is, altyd op een tafel of op een vat klimmen, om door een Heelmeester
onderzogt te worden, die hem verscheidene houdingen doet aanneemen, en
armen en beenen op verschillende wyze beweegen, om over zyne krachten
en gezondheid te oordeelen. Indien de kooper voldaan is, en wegens
den prys overeenkoomt, betaald hy hem dadelyk. Elke Neger, die men
koopt, word, op de borst of schouder, met een heet zilver brandmerk,
bevattende de eerste letters van des meesters naam, gemerkt. Dit merk,
het welk de grootte van een stuk geld van zes stuivers heeft, is zoo
pynlyk niet, als men wel denkt: men smeert de gebrande plaats dadelyk
met versche boter; en na verloop van twee of drie dagen is zulks
geneezen. Dit gedaan zynde, geeft men aan den Slaaf een nieuwen naam:
men vertrouwt hem vervolgens aan eenen anderen van zyne kunne, die hem
op de Plantagie brengt; men houd hem aldaar zindelyk; men onderwyst
hem daar, en geeft hem goed voedzel, zonder te werken, geduurende
den tyd van zes weken. Zulk eene levensregeling is zoo heilzaam, dat
men, na verloop van dien tyd, in plaats van een wandelend geraamte,
een vet mensch vind, wiens huid gevult is, en zagt geworden, tot dat
dezelve door geesselslagen, die hem een wreede eigenaar, of liever
zyn schelmsche Opzigter, laat toedienen, op eene onmenschelyke wyze
word van één gereten.
Alvoorens dit onderwerp voor eenigen tyd te laaten vaaren, en myn
verhaal te vervolgen, moet ik opmerken, dat de Negers in onderscheide
volken of stammen bestaan, als daar zyn die van
Abo. Gango. Nago.
Conia. Kouare. Papa.
Blitay. Riemba. Pombo.
Coromantin. Loango. Wanway.
Congo. N. Zoko. enz. enz.
Ik heb aan alle dezelve kennis; en ik zal 'er by vervolg breedvoeriger
van spreeken.
My den 10den een weinig beter bevindende, ging ik naar de verkooping
der Slaaven. De lezer zal zig een volmaakt denkbeeld van myne
verwondering en ontsteltenis kunnen vormen, toen ik, midden onder
dezelve, myne waardige JOANNA vernam. De Plantagie Fauconberg, waar
toe zy behoorde, wierd ten voordeele der schuldeisschers van Mevrouw
D. B. verkogt, die, zoo als ik reeds gezegt heb, de vlucht genomen had.
Ik gevoelde toen de ysselykste folteringen. Ik vervloekte duizende
maalen mynen staat, welke my niet toeliet, om zelf eigenaar van
dit beminnelyk meisjen te worden. Onophoudelyk dagt ik aan haaren
verschrikkelyken staat voor het toekomende. Ik verbeelde haar te
zien beschimpen, haar onder het gewicht haarer ketenen verscheuren
gekromd te zien, met luider stemme, maar vruchteloos, my ter haarer
hulpe roepende. Ik was, om zoo te zeggen, van alle myne denkvermogens
beroofd, tot op het oogenblik, dat myn vriend, de heer LOLKENS, my
wederom gerust stelde. Gelukkiglyk bleef hy bestuurder der Plantagie,
geduurende de afwezigheid der nieuwe eigenaars, de heeren PASSALAIGE,
vader en zoon, te Amsterdam, die dezelve, met al haar toebehooren,
voor den matigen prys van vier duizend ponden sterling gekocht hadden.
Deeze onwaardeerbaare en waare vriend, had zoo dra niet het bestuur
van Fauconberg aanvaard, of hy liet JOANNA in myne tegenwoordigheid
komen: hy verzekerde my, dat hy niets ontzien zoude, om ons beiden
dienst te doen, en dat hy tans meer dan ooit daar toe het vermogen
had. Ik verzogt hem zyne belofte gedachtig te zyn, welke hy naderhand
op de edelmoedigste wyze steeds is naargekomen.
Vernomen hebbende, dat de Colonel FOURGEOUD de Plantagie Crawassibo
verlaten had, en in de bosschen, boven de Plantagie Klarenbeek, was
ingedrongen, om zig naar de Wana-kreek te begeeven, met oogmerk om
de muitelingen te ontmoeten, verzogt ik hem by een brief my toe te
staan, om my by hem te vervoegen, zoo dra myne gezondheid hersteld
zoude zyn. Ik liet onze Heelmeesters, die te Paramaribo gebleeven
waaren, met de noodige geneesmiddelen, naar de laatstgemelde Plantagie
vertrekken. Ik gelastte vervolgens, op myn eigen gezag, en ten kosten
van onze krygsbende, den heer GREBER, Heelmeester van 's Compagnies
krygsvolk, om de zieke Officiers en Soldaaten, die zonder geld en
onderstand in de stad bleven, van het noodige te voorzien. Te gelyker
tyd kogt ik voor hun twee vaten goeden wyn. Ik wilde op deeze wyze
myn gezag, het welk stond te eindigen, tot nut doen strekken.
Den zelfden dag, den 10den, scheepte myn vriend, de heer DELAMARRE,
zig op de Rivier Surinamen met vyf-en-twintig vrye mulatten in. Hy was
Capitain van het krygsvolk, het welk eene vry betere bende uitmaakte,
dan een by één geraapte hoop Europeaanen.
De herstelling myner gezondheid ging spoedig voort, en wel dra vond
ik my in staat, om alle morgen te paard te ryden. 'Er gebeurde my
op zekeren tyd een vry aartig voorval op den weg, die naar Wanica
leidt. De heer VAN DE VELDE, die met my was, zig beroemende een best
paard te hebben, stelde my voor met hem uit ryden te gaan.
Ik nam het aan, en liet hem twintig schreden voor uit ryden. Hy had
van dit voordeel geen lang genot; want, daar ik op een Engelsch paard
gezeten was, reed ik hem wel dra met eene verbaazende gezwindheid
voorby; en zyn arme paard, in eene dikke hegge van limoenboomen verward
geraakt zynde, deed den armen VAN DE VELDE, even als ABSOLOM, aan de
hairen blyven hangen.
De paarden zyn, in Surinamen, van een weinig meerder waarde, en
een weinig grooter, dan ezels. Men moet hier van echter uitzonderen
de paarden, die uit het Noorden van America, of uit Holland komen:
de laatsten gebruikt men doorgaans tot koetspaarden. De paarden van
dit Land zyn echter zeer dienstig in de Suiker-molens, alwaar men
ook een groot getal muil-ezels gebruikt, die uit Barbaryen komen,
en welken men zomtyds tot vyftig guinies toe verkoopt. Geen van deeze
dieren is oorsprongelyk uit Guiana herkomstig. Hun ras, zoo wel als
dat van veele anderen, is derwaarts overgebragt, en verduurt 'er het
luchtsgestel. Om eene lastige herhaaling te vermyden, zal ik hier
den naam der viervoetige dieren opgeeven, die geene oorsprongelyke
gedierten van het nieuwe vaste Land zyn.
De Oliphant. De Tyger.
't Zeepaard. De Panter.
De Rhinoceros. 't Paard.
't Kameel-paard. De Ezel.
De Kameel. De wilde Ezel.
De Dromedaris. De Os.
De Leeuw. De Buffel
't Schaap. 't Konyn.
't Varken. 't Kleine Guineesche Hart.
De Geit. De Fret.
De Hond. De Rot.
De Bunsem. De Muis.
De Wezel. De vette Eekhoorn.
De Spaansche Kat. De tuin Eekhoorn.
De Hermelyn. De Marmot.
De Hyëen. De Ichneumon of Egiptische Rot.
De Avondwolf.
De Civetkat. De Bergmuis.
De Kat. De Maki, en verscheiden
De Das. andere zoorten van Aapen
De Steenbok.
De wilde Geit.
Zy die hier van meerdere onderrigting begeeren, kunnen de Natuurlyke
Geschiedenis van den beroemden Graaf DE BUFFON raadpleegen.
Den 8sten, kwam de Vaandrig MATTHIEU, één der Officiers van de
krygsbende, die my was komen aflossen, van Devil's Harwar aan. Den
zelfden dag wierd hy gevolgd door zynen Bevelhebber en vriend, den
Luitenant Colonel WESTERLOO, welke by zyne ontscheeping door twee
soldaaten gedragen wierd. Deeze heeren hadden met my den spot gedreven,
toen ik my beklaagde, na verscheiden weken in een vaartuig opgesloten
te zyn geweest, terwyl zy, schoon sleeds op 't land gebleven zynde,
het op hunnen post niet hadden kunnen houden. De laatstgemelde had
den Colonel FOURGEOUD naar de Wana-kreek willen vergezellen. Hy had
zig op den post van la Rochelle, aan de Patamaca, met hem vereenigd;
maar het was hem zelfs onmogelyk om in de bosschen te gaan. Ik was by
den heer DAY ten eeten, toen ik hem zag voorby komen, het geen een
droevig schouwspel vertoonde. Ik vergat, hoe weinig reden ik had,
om over zyne behandeling te vreden te zyn, en stond oogenblikkelyk
van tafel op, om hem een koets te bezorgen, waar in ik hem tot aan
zyne woonplaats vergezelde. Om de meenigte van volk te verwyderen,
deed ik een wacht voor zyne deur plaatsen, en ik liet dadelyk twee
Geneesheeren haalen, de Doctoren VAN DAM en KISSAM, welke laatstgemelde
een Americaan was. Ik verbood tevens, om iemand binnen te laten komen,
uitgenomen zyn bediende, eene oude Negerin, en een jongen Neger. Op
die wyze bragt ik, zoo ik meen, veel tot behoud van zyn leven toe.
Den 20sten, kwamen de Lieutenant Graaf VAN RANDWYK, en de Vaandrig
KOENE, beiden in een zeer elendigen staat aan. Myn arme gewezen
Stuurman HAMER, die vier maanden lang op Devil's Harwar had
doorgebragt, eindelyk door ziekte overmandt zynde, kreeg insgelyks
verlof, om zig naar Paramaribo te laaten vervoeren.
Den 22sten, zond my de Gouverneur een tak van een Katoenboom, welke ik
afteekende. Ik zal thans de gelegenheid waarneemen om eene beschryving
te geven van deeze plant, die eerst in 't jaar 1737 in Surinamen,
en met weinig goed gevolg tot in 't jaar 1750 of 1772 is aangekweekt
geworden. 'Er zyn verscheiden zoorten van Katoenboomen; maar ik zal
alleenlyk spreken van die, welke de gemeenste en nuttigste in deeze
Volkplanting is. De gemeene Katoenboom is een heestergewas, het welk
tot de hoogte van zes tot agt voeten opgroeit; hy draagt vrucht binnen
't jaar, en levert twee gewassen op; elke voet geeft ten naasten by
twintig oncen catoen. Zyne bladen, vry gelykende naar die van den
wyngaard, zyn van een schitterend groen, en derzelver vezels trekken
naar de kaneel-kleur. De vrucht, die zomtyds zoo groot is, als een
klein hoender-ey, is in drie vakken verdeelt. Dezelve groeit aan een
zeer lange steel, in een bast of schil, die door een geelachtige bloem
word voortgebracht. Wanneer die in staat van rypheid is, gaat ze van
zelve open, en geeft bolletjes, die zoo wit zyn als sneeuwvlokken,
in het midden van welke kleine zwarte korrels besloten zyn, byna van
gelyke gedaante, als die men in de druiven vind. De Katoenboom tiert
in alle heete luchtstreeken. Hy is zeer vruchtdragend, mits niet te
veel regenbuien zyne wol vernielen. Men kweekt hem zonder moeite, en
met weinige kosten aan. 'Er is niet meer noodig, dan elke zaadkorrel op
eenigen afstand van elkander te plaatsen; en, zoo als ik reeds gezegd
heb, hy brengt het eerste jaar, dat hy in den grond gezet is, vruchten
voort. De afscheiding van het zaad van het dons, waar van het katoen
gemaakt word, is het werk van één mensch alleen, door middel van een
werktuig of molen, daar toe gemaakt. Wanneer alle de verrichtingen
tot de bereiding van het katoen verëischt wordende, zyn afgeloopen,
pakt men het in baalen van drie of vier honderd ponden. Dezelve moeten
wel nat gemaakt zyn, want zonder dat zou het katoen, het welk men
'er bovendien niet een yzer instampt, oogenblikkelyk opzwellen. 's
Jaars voor myne komst in Surinamen, had men drie duizend baalen
alleenlyk naar Amsterdam en Rotterdam uitgevoerd, het geen omtrent
veertig duizend ponden sterling had opgebragt.
De beste Plantagiën geeven jaarlyks meer dan vyf-en-twintig duizend
ponden. De prys van het katoen verschilt van agt tot twee-en-twintig
stuivers het pond. De ruwe stof word in de West-Indiën op een wiel en
klos gesponnen. Men brengt het alzoo tot een hoogen graad van fynte;
en dan breijen de Negerinnen 'er koussen van, die men zomtyds tot voor
twee guinies verkoopt. De Indianen, of inboorlingen van Guiana maaken
ook zeer fraaije hangmatten van katoen, die zy tegen verschillende
koopwaaren te Paramaribo, verruilen. Op de teekening, die ik 'er van
gemaakt heb, vindt men de bast of schil in haar geheel; de gesloten
bast; de opene bast met het katoen, en eindelyk het zaad. Ik moet egter
met opzigt tot het laatste aanmerken, dat het op myne afteekening een
weinig kleiner is, dan in den natuurlyken staat. Ik zal ook in dit
werk eene beschryving geven van de Koffy Plantagiën, de cacao, het
suiker-riet, en de indigo; maar dit zal ik op een andere plaats doen.
Ik heb my tot een regel voorgestelt, om van geene zaaken te spreeken,
dan naar maate ze my voorkomen. Deeze manier is my veel gemakkelyker,
en geeft eene meer aangenaame verscheidenheid aan myn verhaal.
My eindelyk volmaakt hersteld ziende, besloot ik my naar den Colonel
FOURGEOUD aan de Wana-kreek te begeeven, zonder zyn bevel af te wagten,
en hem in zyne tochten door de bosschen te vergezellen. Dienvolgende
liet ik my het hair snyden, een kapzel, het welk ik veel geschikter
vond, om door de bosschen te loopen, en vooral veel zindelyker,
dan eenig ander; ik voorzag my ook van zoodanige kleeding, als deeze
tocht vorderde. Gereed zynde te vertrekken, ging ik den Gouverneur
opwachten, om zyne beveelen mede te neemen. Hy ontfing my met zeer veel
beleefdheid, en zeide my, dat ik tans meer stond te lyden, dan ik nog
gedaan had. Ik bleef des niettemin by myn besluit, en verzogt aan de
Regeering een vaartuig en Negers, om 'er my te brengen. Deeze heeren
my zulks tegen daags daar aan volgende hebbende toegezegd, stelde ik
het bevel, de vaandels en de kasse in handen van den Lieutenant MEYER,
de eenige die niet ziek was, onder alle de Officiers, welke zig op
Paramaribo bevonden.
Naar waarheid konde men zeggen, dat de vaandels, de kasse en de
soldaaten, allen even onnoodig waaren in Surinamen. De eersten waaren
nimmer ontrolt, dan by onze ontscheeping; de tweede was voor niemand
zichtbaar, dan voor den Colonel; en de laatsten stierven, de één na
den ander.