In Kolophon, aan de kust van Klein-Azië werd Xenophanes geboren. Toen
de Perzen ook zijn vaderstad onder 't juk hadden gebracht, verliet
hij zijn geboorteplaats en doolde van toen aan door 't Grieksche
land, zoowel de verafgelegen koloniën bezoekend als wijlend in 't
stamland. Als rondreizend zanger ging hij zoo een zestig jaar ruim
door de Grieksche wereld, kennis verzamelend van menschen, zeden,
toestanden en merkwaardige natuurverschijnselen. Op hoogen ouderdom
liet hij zich neer in Italië, in Elea en stierf daar in 480. De
school zijner jongeren heet daarnaar de Eleatische. Het eigenlijke
hoofd of de grondvester dezer leer is echter Xenophanes niet. Hij was
een godsdienstig denker en hervormer, tegelijkertijd een nauwgezet
natuuronderzoeker. Xenophanes heeft zich ten heftigste verzet tegen
vermenschelijking der goden. Met groote scherpzinnigheid heeft hij
opgemerkt, dat de menschen zich hunne goden denken in analogie van
zichzelf: de Thraciërs stellen zich hun goden voor met blauwe oogen,
de negers met stompe neuzen en bruine gelaatskleur. Scherp spitst
hij deze uitspraak toe, door te zeggen: als de leeuwen en de ossen
goden hadden, zouden ze zich dezen denken als leeuwen en ossen.
Homerus en Hesiodus hebben met hunne verzen de menschen niets anders
dan diefstal, wederzijdsch bedrog en echtbreuk geleerd. Duidelijk is
het, dat zijn verzet zich ook richt tegen 't geloof aan mythische
wezens als giganten, titanen, centauren, die hij verzinsels van de
ouderen noemt.
In zekeren zin gaat Xenophanes terug tot de vóór-Homerische
gods-opvatting, hij ziet in "den éenen God, die de grootste is"
de natuur. Zijn godsopvatting is min of meer pantheïstisch. Streng
monotheïstisch evenwel niet. Hiertoe hebben de Grieken het voor
Aristoteles niet kunnen brengen (bl. 115). Dit vroeg te doen in volle
klaarheid was weggelegd voor het, overigens misschien minder begaafde,
Israëlietische volk. Hoewel de zaak niet absoluut is uitgemaakt, mag
men aannemen, dat Xenophanes ook natuurkrachten als godheden vereerde.
Eene eigenaardigheid in zijne bestrijding van den toenmaligen
godsdienst verdient vermelding. Hij bestreed dien nl. door de
godsdienstige voorstellingen met elkaar te vergelijken en dan tusschen
sommige een tegenspraak aan te toonen.
Misschien is geen betere wijze denkbaar, om den twijfel op te wekken
en het geloof aan 't wankelen te brengen. Ook in de 18de eeuw zien we
Voltaire deze methode met bijtenden spot toepassen op de Katholieke
Kerk (§ 52). Xenophanes deed het op de Grieksche godsdienstige
voorstellingen. Zoo vond hij het dwaas, gestorven goden te betreuren,
zooals in de Osirisvereering gebeurde. Een van beide: òf ze zijn dood
en men gaat ze betreuren als menschen, òf ze zijn goden en kunnen
niet sterven.
Als natuuronderzoeker valt van hem vooral te vermelden, dat hij in
de groeven van Syracuse versteende planten en dieren vond. Daaruit
leidde hij af, dat hier vroeger de zee moest geweest zijn en zoo is
hij dus een voorlooper van een wetenschappelijke aardkunde.