ZESDE TOONEEL.

Een straat in Londen.

Een Kanselarijschrijver komt op.

KANSELARIJSCHRIJVER. Hier heb ik de aanklacht van den goeden Hastings,

In ’t net geschreven met een staande hand,

Dat elk ze heden in Sint Paul kan lezen.

En zie, hoe alles fraai te zamen hangt:

Elf uren kostte mij het overschrijven,

Want Catesby zond het stuk mij gist’renavond;

Het stellen duurde wis geen kort’ren tijd;

En toch, vijf uur geleden leefde Hastings,

Nog onbeschuldigd, onverhoord, vrank, vrij.

Een schoone wereld thans!—Wie is zoo stomp,

Dat hij ’t bedrog, zoo tastbaar, niet doorziet,

En wie zoo stout te zeggen, wat hij ziet?

Boos is de wereld; alles gaat te grond,

Sluit vrees bij zulk een boosheid elk den mond.

(Schrijver af.)

Koning Richard de Derde · 第 40 / 82 题