In de Betuwe zelf is de nationale dracht eveneens zoo goed als
verdwenen, althans in het land van Tiel en in de Neder-Betuwe is er
niets van over.
In _het land van Maas en Waal_ echter, in de Bommeler-Waard en in het
land van Nijmegen sluit zich het weinige wat er nog van de nationale
dracht over is aan bij de eigenaardige hoofd-tooi die in Noord-Brabant,
en speciaal in de Meijerei van den Bosch, nog veel voorkomt. (Zie
bl. 78 en 80).
De mannen-dracht in die streken heeft niets wat deze van de gewone
boersche stads-kleeding onderscheidt, maar de vrouwen dragen de
groote, breede, witte mutsen met breede lange linten, en een soort
verstedelijkt niet-oud, niet-moderne costume, waarbij men vele malen
een soort pelerine of cape-vorm ziet toegepast, die in het Noordelijker
deel van Nederland onbekend is, maar in het land van Maas en Waal,
in het land van 's Hertogenbosch, en vooral Zuidelijker (in België)
een merkwaardig cachet aan de bevolking geeft.
Deze capes of pelerines worden alleen door de vrouwen gedragen. Ze
doen denken aan een ouderwetschen mode-vorm en zijn van zwarte stof
gemaakt en gegarneerd met plooien en belegsels. Ze zijn half lang,
maar somtijds ook tot den grond rijkend, met een capuchon over het
hoofd. Van dit laatste type ziet men somtijds nog oudere vormen in
's Hertogenbosch.
De witte muts nu, die men in het land tusschen de Maas en de Waal
draagt heet _knipmuts_. Ze bestaat uit tule-kant, aan de voorzijde
geplooid met behulp van fijn koperdraad, hetwelk met een blauwe stof
omwonden is. Dit is het "_Karekas_".
Bij zware rouw bestaat de muts geheel uit neteldoek, bij lichten rouw
uit tule.
De meer gegoeden dragen over deze knipmuts een krans van gemaakte
bloemen, aan de uiteinden voorzien van breede zijden linten. Deze
bloemen en linten te samen heeten "_de poffer_", en ze geven het
uiterlijk van de draagster een zeer bijzonder cachet omdat de heele
hoofdtooi daardoor zeer breed wordt. (Zie bl. 78).
Bij de rijke boeren wordt de zoogenaamde "_bodem_" van de knipmuts
in plaats van met bloemen gewerkte tule, uit echte kant gemaakt. Dat
zijn dan de "_baan-mutsen_".
Deze mutsen die geheel wit zijn, zijn, door hun grootte en
bewerkelijkheid, soms zeer kostbaar.
Onder de knipmuts wordt een ondermuts van zwart merinos gedragen,
gevoerd en opgevuld met watten. Ook dat draagt er toe bij deze
hoofdtooi buitengewoon breed en zwaar te doen schijnen.
De algemeene indruk heeft dan ook niet veel Hollandsch meer. Een
kennelijk zuidelijker,--Belgische--smaak, heeft blijkbaar deze
hoofdtooi ontworpen.... of: haar vervormd. Ze lijkt althans zeer veel
op wat men in deze in Vlaanderen en het land van Brussel ziet.