In den Achterhoek, in het Graafschap Zutphen en in de Lijmers (het
land rond Zevenaar), is niet veel van een nationale kleederdracht
overgebleven. Wat er nog van te zien is, bestaat uit de neepjes-muts
die de vrouwen dragen, van denzelfden vorm als in Overijsel (zie
bl. 70 en 71) (Zwolle) welk ouderwetsch kleedingstuk zoogenaamd
gemoderniseerd wordt door het kapothoedje, (dat in Friesland "de
kiep" heet), het smakelooze onding van strikken, bloemen en gitten
(alles in het zwart) dat over die muts gedragen wordt.
De kleeding der mannen heeft niets opmerkelijks meer.