In de provincie Zuid-Holland, is niet veel meer van de nationale
drachten overgebleven. Al wordt, door de geheele provincie, vooral in
Schie en Rijnland, de Hollandsche muts nog wel gedragen, en al vindt
men op de eilanden nog overblijfselen van die oude costumes, zooals
ook langs de kust van de Noordzee, toch is er geen enkel centrum waar
de dracht nog zoo compleet gedragen wordt als op Marken, Volendam of
in het Gooi.
Te Katwijk (zie bl. 31) en Noordwijk (zie bl. 30) heeft de
visschersbevolking nog een zeker cachet, vooral de vrouwen, met hun
eigenaardige mutsen en gouden sieraden. Maar 't belangrijkste van
wat in deze provincie gevonden wordt, ziet men in Scheveningen. (Zie
bl. 32, 33.)