Hyo de mi corazon,[104]

[104] Zoon van mijn hart.

Hij had een goede stem, wel wat zacht, maar hij wist dat hij graag

gehoord werd.

Voor het gat der deur schemerde de luisterende meid, de handen onder de

schort. Ze ging op zij, plaats makend voor een jonge vrouw, die in het

lamplicht naar binnen kwam.

--«Olé," blérde Consuela, die om den hoek der deur zat.

--«Buenas noches," zei Carmela, zacht groetend om niet te storen.

--«Buenas noches, senorita," riep de padrona hard door de muziek heen,

«cómo esta?"[105]

[105] Hoe gaat het.

--«Gracias, que Dios conserve la salud à Usted."[106]

[106] Dank u, dat God u de gezondheid beware.

.... De muziek brak. Frasquetito opende zijn oogen, zijn hand bleef op

de snaren stil. Arturo, gestoord, zat boos met een gekweld gezicht.

Carmela ging recht door naar de senora. Slank, hoog op de beenen,

schreed ze in een leuk, onverschillig, op de heupen schommelend

voortbewegen. Ze liep met het hoofd in den nek als was het zwaar van het

haar, dat gelijkend aan een Japansch kapsel, hoog was opgemaakt en met

naalden doorstoken, goedkoope spelden met knoppen van zwart glinsterend

glas. En haar slankheid rekte zich nog door het sluike van haar kleedij,

een rood tricot was gespannen om haar dunne meisjesachtige armen en

om den vaasvorm van haar buste die bijna borstloos scheen. Onder het

smalle middel hing de tricot met kleinen val over de hooge heup, over

een zwart satijnachtigen rok, die glad en strak voor den schoot, naar

lager met dwarse strijkplooien de knieën drapeerde. Telkens bij het gaan

drukte daar zich het volle been in af: onder de knieën strekten zich de

plooien dan, die naar achteren verliepen, opgenomen werden in een hooge

poef, een groote «queue de Paris", statig als een wippende hanestaart.

Lange banen zakten uit de poef neêr, guirlandeerend achter tegen de

dijen. Angstvallig paste het kostuum om haar vormen, haar hals schoof

uit een wit plooiseltje dat tot dicht onder de kin, als geregen, haar

lichaam wegsloot. Maar overal, en door het strakke tricot en door het

plooienstel van haar rok, liet zich het zuivere lichaam volgen, men kon

haar naakt zien gaan in het omhulsel der stof. Om den pols van haar

linkerhand hing wijd een breede vergulde bracelet met een rinkelend

kettinkje er aan en een straal zwart glazen knoopjes streepte vóor over

haar buste, als een regenstraal van drupjes.

Zij ging bij de padrona zitten, die haar een stoel toeschoof.

Na den zang waren de gasten luidruchtiger geworden en in groepjes tot

elkaâr gegaan; bij het buffet onder het licht stond Arturo, de guitarra

in den arm; hij kibbelde met Frasquetito over moeilijke grepen. Vol

belangstelling stond de dentiste er bij, zijn haren stekelachtig

overeind, omdat hij er altijd met zijn vingers doorheen streek en zijn

snorren bibberden, bekantlicht door de lamp, in het getril van zijn

praatgragen mond. Af en toe gonsde uit hun midden, als een vierde

prater, het gezoem der guitarra. Bij het deurgat, nog in den

lichtcirkel, keuvelden Don Juan en Consuela; zij snoepte almaar door

gebrande boontjes uit haar zak en knabbelde die op tusschen het praten

door.

Maar, van het licht af, in den donkeren hoek, zaten de drie vrouwen; de

roode tricot van Carmela was er stil kleurend midden in het zij-zwart

der japonnen. Zij sprak weinig, nu en dan een woordje met de Andaluze.

Rechts van haar leunde de padrona weêr lui achterover, maar haar gezicht

stond strak, alle plezier was er in eens als op bevroren geraakt.

Den korten wand langs dan, volgden de twee oude heeren; ze hadden het

blijkbaar over politiek, want telkens kwamen de woorden «gobierno" en

«republica"[107] boven hun twistgepraat uitspringen; de oude mijnheer,

wiens kaal hoofd een groote vage lichtplek in den schemer was, schermde

met zijn armen, gedroeg zich druk en ondeftig in zijn opwinding. De

madrilena verveelde zich opvallend, de extrangero zat alleen.

[107] Regeering en Republiek.

Maar de dentiste, wien alles te lang scheen te duren, ging de senora

vragen of het gepermitteerd was te rooken. «Si, si, fiumad,

caballeros,"[108] riep ze den comedor in, naar al de gasten te gelijk.

[108] Rookt, heeren!

Dat was een uitkomst. Uit een breede van havanastroo gevlochten koker

presenteerde de dentiste sigaretten. Arturo stak het witte rolletje

dadelijk tusschen zijn lippen. Frasquito gedachteloos door de muziek,

lei het op de bewaarplaats achter zijn oor. Goedgeefsch liep de dentiste

vervolgens naar den vreemdeling, terwijl het overal rondom begon stil te

worden en de gesprekken stremden.

--«Quiere Usted?"[109] In een stijve verlegen buiging stond hij voor den

schilder met den strooien koker in de hand vooruit; maar goedig keken

zijn oogen neêr als van een trouwigen hond, er was een warm lachje

welwillend onder zijn vooruitstekende snor, toen hij nogmaals vroeg:

«Quiere Usted?"

[109] Belieft u?

De andere nam het dingetje en bekeek toen, toegevend aan de behoefte hem

plezier te doen, zijn mooien koker: hij zag dat er een hart op

geborduurd was van roode zij met een witten pijl doorstoken.

--«Lo gusta?"[110] vroeg de dentiste dadelijk.

[110] Bevalt het u?

--«Si, si, mucho!"[111]

[111] Ja, zeer.

--«Esta a la disposicion de Usted."[112]

[112] Hij is ter uwer beschikking.

Maar de vreemdeling wist wel beter. Gisteren had don Rafaël hem

zijn meerschuimen pijp die hij toevallig bewonderd had, tot gebruik

aangeboden, een glimmende doorgerookte tabakspijp, zwart van tabaksvuil.

Dat was maar een gewoonte en niet zoo bedoeld, eene nationale

hoffelijkheid was het, anders niet. Hij bedankte dus beleefd.

De drukke man drentelde weêr naar 't buffet. Daar stond Frasquetito, den

kop schuin, te kijken naar het handige gedoe van zijn eigen vingers.

Hij rolde de korte blaadjes der tabak over in een nieuw papiertje;

dat papier van den Estanco[113] stonk, meende hij, seguro, het stonk.

Daarna gaf hij bedaard kneepjes in de uiteinden van het rolletje, boog

het papier om zooals dat behoorde, want anders valt de tabak er uit.

Vervolgens stofte hij zijn handen tegen elkaâr af, en vroeg vuur; de

twee anderen vonden dat hij gelijk had, dat monopolie op de tabak was

een barbaridad.[114]

[113] Winkels waar de staat tabak laat verkoopen.

[114] Schande.

--«Caballero," riep Carmen eensklaps, «un cigarillo?"[115]

[115] Een sigaret.

De dentiste draafde al, trok met tienmaal meer haast dan noodig was den

koker weêr uit den achterzak van zijn jas en presenteerde.

--«La senorita tambien?"[116] vroeg hij.

[116] De juffrouw eveneens?

De Andaluze reikte uit haar achteroverliggen, en rolde toen de sigaret

vochtig tusschen haar volle lippen.

--«Fuego!"[117] commandeerde Carmen leuk.

[117] Vuur!

Ze zoog den brand over van de sigaret die de dentiste haar voorhield,

bedankte met een hoofdknikje en blies als een jongen of als iemand wiens

gedachten dwalen, gulpjes rook tegen het vuureinde aan; daarna gaf ze

vuur aan haar buurvrouw; de twee vrouwen verschemerden langzaam achter

lange sluierdraden van rook, waardoor de brandende kooltjes van hun

cigarillos telkens boorden, vurig, met kleine kransjes van licht er om

heen.

Al de mannen smookten behalve Don Juan. De extrangero die een

hartstochtelijk rooker was en wien een sigaret niet voldeed, haalde toen

hij zag dat de twee oude heeren ieder een groote puro[118] zaten te

rooken, al gauw een sigaar uit zijn zak, gelukkig, na de vrij lange

ontbering weêr volop te kunnen genieten van zijn geliefd kruid. Hij zat

den rook in te drinken met volle teugen en blies ze door zijn neusgaten

uit, dampend als een hijgend paard in den winter. En de lampschemer in

den comedor verviolette zich soms in het blauwen van den rook, een

wolkachtige laag bleef er van drijven, loom boven de hoofden der

sprakelooze menschen, om weêr weg te trekken door de open deur. De

wierook der tabak dreef breed, doorkrinkeld soms met het kwade reukje

van het papier der sigaretten, bijtend aan den neus, als de walm van een

even aangestoken fidibus.

[118] Sigaar, letterlijk: een zuivere.

Ratelend joeg de klok zijn hijgenden tikketak de stilte door. 't Was of

er iets broeide. Consuela lachte, een harde lach, koud klinkend en

alleen. Frasquetito slungelde weêr naar zijn stoel, de guitarra nam hij

op zijn knieën, wel bewoog zijn hand, maar geen geluid zoemde.

De stilte werd bepaald storend. Toen Arturo's sigaret op was, kwam hij

weêr naast den extrangero zitten. Deze voelde wel dat er iets niet in

den haak was; want schuin over zich zag hij de senora, dik en tronend,

maar knorrig en mokkend als een vet slachtoffer. De dentiste ging

voorbij, mistroostig met een ongelukkig gebaar haalde hij de schouders

op.

--«Que es?" vroeg de schilder aan zijn buurman.

--«Ma femme s'est fâchée parce que Carmen ne veut danser."

--«Elle aime à se faire prier?"

--«O, non, monsieur, elle est fatiguée, tout simplement."

--...... «Mais allez le demander vous même," vervolgde hij, «vous êtes

artiste, vous aussi, possiblement elle le fera pour vous."

--«O, non, monsieur, je ne sais m'exprimer."

--«Ça ne fait rien, elle comprendra, elle est très intelligente."

Doch de ander bleef zitten, aangepakt door de domme vrees, een mal

figuur te zullen maken voor het heele gezelschap.

Al zachter fluisterend begon Arturo toen Carmela ridderlijk te

verdedigen tegen de heerschzucht zijner vrouw. Was 't dan zoo onredelijk

moe te zijn. Hij wilde zijn vrouw wel eens zien dansen als ze moe was,

zoo'n vette koe, dat zou er mooi uitzien, «mio Dios! quel spectacle."

En een groote artiste was het, die maar naar Parijs behoefde te gaan om

schatrijk te worden. Ze was arm, maar fier als een koningin, «une vraie

Espagnole". Ze leefde alleen van haar werk, niemand kon zich beroemen

in haar gunst te hebben gestaan. En dat was den geheelen avond in 't

theater, zwaar werk doende voor een onverzadelijk publiek.... «vous

le verrez, nous irons ensemble".... dat is een geschreeuw daar, van:

«Carmela un' pettenera.... Carmen, toujours, toujours;.... y que

palmas;".... de zaal davert er van.... en wat een regen van hoeden, ze

trekken zelfs hun jassen uit en gooien die voor haar voeten; driemaal,

viermaal moet ze dansen, telkens teruggeroepen.... men zou haar laten

doodvallen als men haar maar lang kon zien dansen. Was het dan zoo

vreemd, dat ze thuis geen lust had tot dansen.... «Ça coûte des forces,

oui, monsieur, du sang et des nerfs...." En ze kende alle dansen, er

was geen karakter dat ze niet danste, maar vooral haar pettenera, «o,

monsieur, sa pettenera!.... je voudrais voir encore sa pettenera!"

Hij sprak vlug uit, de kleurige gezegden van zijn eigen taal mengende in

het Fransche gebabbel.

Rondom zijn gefluister bleef 't ongezellig en 't werd al stiller, de

gasten ondergingen de kwade luim der senora. Maar caramba, ze had dan

ook aan iedereen verteld, dat Carmen zou dansen, en die had het beloofd

ook.... waarom was ze dan gekomen als 't niet was om te dansen?.... En

zoo zat zij, de padrona, nu in haar hoek met een onverzettelijk wrokkend

gezicht, donker kijkend en het voorhoofd gefronst.

Ook Carmen, nu haar sigaret verrookt was, scheen blijkbaar niet op haar

gemak; ze kroop weg, mager tusschen de twee welgedane vrouwen, met haar

spits gezicht waaruit de lange, amandelvormige oogen stil blikten,

weifelend van licht. 't Was een zenuwachtig, stijfhoofdig kopje, waarin

de lippen geknepen waren tot een tartend lachje. De Madrilena verveelde

zich, de beide heeren rookten hun puros.

Maar de dentiste, die overal zijn geluk met praten had beproefd, troonde

eindelijk Frasquetito meê naar het buffet, waar hij hem dadelijk een

nieuwe sigaret presenteerde.

.... «Mais elle ne résistera pas longtemps à ma femme," vervolgde Arturo

fluisterend, «et savez-vous pourquoi?... Non?" Hij boog zich naar zijn

buurmans oor om nog stiller te fluisteren.... «parce qu'elle a des

dettes, comprenez-vous, elle doit à ma femme trois mois de loyer."

Hij had nog niet uitgezegd, of de stem der actrice ging door den

comedor:

--«Musica, musica a bailar, toca, caballero."[119]

[119] Muziek, muziek om te dansen, speel, kavalier.

De jongen liet den dentiste in den steek, sprong naar zijn stoel, boog

met de sigaret bibberend tusschen het vel van zijn lippen, naast zich

naar zijn guitarra, en zei leuk en in zijn schik:

--«Pronto."

Carmen was opgestaan, zonder verder iets te zeggen.

--«Su sombrero, caballero,"[120] schreeuwde Consuela naar den dentiste,

van wien ze wist, dat hij een flambard droeg.

[120] Mijnheer, uw hoed.

Maar Carmen weigerde met een driftigen knik van het hoofd; neen, dat

kon wel zonder.[121] Ze liep naar het midden der zaal, terwijl ze haar

keurslijf glad trok en duwtjes gaf in de plooien van haar japon. De

padrona keek triomfantelijk van uit haar hoek, de handen gevouwen op den

buik, 't gezicht toeschietelijk, lacherig met een schapemondje.

[121] Bij het flamengo-dansen in theaters, zetten de danseressen een

manshoed op, meestal van een der toeschouwers.

--«Olé, olé," blerde Consuela.

Maar in het midden van den vloer was Carmen in eens neêrgedoken,

saâmgekrompen tot duister, de roode tricot laag bij den donkeren grond;

als een gitana neêrgehurkt bij een openluchtsvuur of voor de deur van

haar grothuis van rots, op de hakken steunend zat ze, de handen op de

knieën vlak, te wachten op den uitval der guitarra.

En de muziek barstte in eens uit, in volle en stoute akkoorden nu onder

de hand van Frasquetito uithortend, als een bui, gelijk een hoos van

passieklanken, in korte en gedrongen maten sloeg de speler nu den wilden

slag des dans, en het trippen en het klappen van de voeten.

Een rilling schokschouderde Carmela, tartend keek ze nog om, maar toen

schudde ze het hoofd met het hooge haar, als wilde ze het vrij hebben

van de hechtsels der spelden. Vervolgens kwam zij.

Ze rees uit de kniebuiging op, breed opschommelend op den breeden

golfslag der muziek, waardoor het rauwe olé, olé, krijschte van Consuela

almaar, en de houtachtige slag joeg van haar kleppende handen.

Carmen rees recht, langzaam in een loom gewring, de lenden hol, de

borstpunten vooruit, terwijl haar armen dartel langs haar gingen, zich

oproeiend van den grond; toen steeg ze snel gelijk een boot tegen een

golftop op.

En onverwacht stond ze, de roode buste recht op het piedestal der zwart

omrokte voeten, het hoofd kantelde tusschen de schouders, onderzoekend,

aandachtig keken haar oogen de lange gestalte langs; ernst was om de

lippen.

Maar als wilde ze zich hooger hebben nog en almaar grooter, zoo

kronkelden terwijl de serpentlijnen van haar armen op naar hun hoogste

rekking met wringende en keerende polsen, met krullende en opzwiepende

vingers.

--«Leche, que buen cuerpo!"[122]

[122] Leche, wat een mooi lichaam.

De lippen der danseres krulden bij den uitroep van den drukken dentiste

in zijn leverkleurig pak. Toen terwijl haar wuivende armen nog opriepen

de beweging, gaf ze in eens een geweldigen knip met de vingers in de

lucht, als 't kleppen van kastagnetten sloeg het boven haar hoofd, en

met een «anda".... «anda" begroette zij den komenden rhythmus in haar

bezielde voeten. Frasquetito beukte de snaren, de Tango-melodie begon

heftig, korte en woeste tonen hamerden ziedend onder 't wilde gesla van

den jongen vandaan.

--«Venga, venga mujer!"[123] klaterde weêr de vervaarlijke keelstem van

den dentiste die zich stond op te winden met klakkenden handenslag,

zelven hij overstort door het licht der lamp.

[123] Kom, kom, vrouw.

Carmen danste; donker en groot bewoog ze zich voor den schemerenden

wand, vooruit en dan terugspringend als op den afdruk van haar voeten,

die uitwipten en het duister weêr inschoten van haar fladderkrinkelende

rokken; of in een wippenden hooggang, wiegelende als een kat die mooi

spinnend bij beurten zijn klauwtjes in en uit haalt, stond ze voor het

kijken van den extrangero, die verloren in dat feest voor zijn oogen,

ternauwernood hoorde hoe Arturo zei, dat het eigenlijk een dans was «à

deux," voor een man en een vrouw.

Want toen Carmen was komen opvaren van den grond, was plots met een

schok een huivering in hem gevallen, hij had de beroering der emotie

koud voelen rillen langs zijn rug. Vast met oog en ziel aan die dansende

vrouw, genoot hij het wenden van haar rood lijf en het wieken en

strengelen van haar armen waaraan de handen in de polsen wrongen.

Gekluisterd, loerend vooruit op zijn stoel, volgde hij de artiste, die

in hare beweging, en in het vertoonen van haar puur lichaam, de passie

voor hem vertolkte, de begeerte van mensch tot mensch.

Hij zag haar armen loom streelend, slangig elastisch langs haar heupen

dalen, haar eigen schoon aanduidend, liefkoozende haar eigen mooi, en

dan weêr klimmen, slangig sluipend, en omtoeren gaan het hoofd waarop

de spelden pronkten, en heen klimmen boven den haartooi, en het wufte

gespeel der vingers, hun noodigend uitknippen in de lucht. En wanneer

zij waren dan weêr in hun laagsten val, zag hij haar handen grijpen in

de voorbanen van den japonrok; als waren het de einden van een gazen

sluier, zoo vatte zij schalks, luchtig met fijne vingertoppen de plooien

voor de punten der voeten weg, speelsch doende als een meisje zoo dat

zich kijken laat, zich mooi maakt voor haar liefste, voor hem haar

schoon vermenigvuldigt.

--«Hya del sol! que bailas bien,"[124] kreet in eens van uit zijn

zwijgen de mijnheer van beneden.

[124] Dochter van de zon, wat dans je mooi.

Doch toen de snaren aanvingen het «Nina de mi corazon", stoof de

danseres met een vaart een paar springstappen vooruit; als in toorn

stampte haar voet daar den grond en met doorgezakte knieën ging ze,

terwijl haar armen afwerend wuifden en kruisten; doch als verlangend

keek het neerschuddende hoofd nog telkens naar achteren om, totdat het

neêrzeeg op haar borst.

--«Venga, tesoro de mi alma,"[125] juichte Juan, opschreeuwend tegen

Consuela, die almaar «olé, olé" gilde, boven het barbaarsche kleppen van

haar handen.

[125] Kom, schat van mijn ziel.

In een grooten kring, wiegelend op den rhythmus, wegvluchtend,

ontwijkend de plaats waar ze liefkoozend had gestaan, schoof Carmela

voorbij den extrangero in een desolaat algewring van haar leden, die

sidderend zich stelden tegen elkaâr: de romp wringend boven het bekken,

de armen in de schouders rollend, vertrokken, als in wanhoop slaande de

lucht; de handen in de polsen knikkend, en aan de polsen de krimpende

vingers. Het roode lijf laveerde hem voorbij, hij zag de dijen krampend

strekken in de strakke stof van den rok. Toen stond ze weêr te trippen

op de plaats vanwaar ze was uitgegaan.

--«Anda, luz de mis ojos,"[126] had de opgetogen stem van Arturo haar

achterna gejubeld.

[126] Ga, licht van mijn oogen.

Met een ongeduldigen slag van den voet zweepte de danseres de muziek op,

terwijl haar oogen nog altijd nagingen het bewegen van haar tijgerranke

leden. Ze naderde tot voor de Andaluze.

Daar begon de romp als machteloos zich over te geven naar achteren, te

zwijmen op de heup. 't Bewegen der armen werd stil, maar uitdagend

klepte nog almaar de voet, uitschietend telkens naar voren uit het

geritsel van haar omkrinkelende japonzoomen.

De heftige guitarra-maten waren gebroken in klein geklaag, en toen laag

zijgend in de gebogen knieën, zoodat de lange banen kreukend op haar

hakken vielen, in een vallende helling staande, greep de danseres de

poef achter aan haar japon met beide handen vast, met een snel willend

gestrek van haar armen. En terwijl de guitarra zieltoogde en de muziek

verruischte, begon ze snel het centrum van haar lichaam te bewegen

in een algeheel stil zijn van haar overige leden. De oogen loom naar

omlaag, bespiedde ze den dans van den buik. Het gejaag der muziek was

uit, maar nog rolde haar schoot en kromp en wrong onder het delireeren

van de roepende kreten en het wilde gesla der handen.

--«Venga, venga el escandalo,"[127] tierde met zijn schorre kraakstem de

oude wijnkooper; hij zat op zijn ratelenden stoel te springen. En de

comedor raasde.

[127] Dat het schandaal kome.

Maar frisch op begon Frasquito een nieuwen Tango. Carmen, meêgesleept

door haar kunst, danste voor zich zelve.

En in den rooden schemer van den comedor ging nog eenmaal dat wringende

vrouwenlichaam, hooggaande Bayadère met hooggaande armen, donker voorbij

den schemerenden wand bezet met de donkere gastenrij. De schilder zag

het lijf met zijn kleur van donker bloed in naakte lijnen zwenken, boven

het zwart-omhulde voetengestamp en het speldengetinkel in haar kapsel en

de rij der knoopjes doorglinstrend tusschen de borsten bij het wenden,

als even zoovele sieradiën. Als zij voorbijging hoorde hij het gerinkel

van de braceletketting aan haar slingerenden arm en het geritsel

van haar rokken en hun geschuifel langs den grond, als opstuivende

bloembladerengeluiden in den dans gestrooid. Maar ook het fluiten van

haar adem hoorde hij, ontsnappend uit een gaatje dat zij openhield voor

het gehijg der vermoeide longen midden in 't klein stroef lippengeplooi.

Oogenblikken kwamen er dat zijn zinnen verdwaalden, dat alles in den

comedor voor hem meêbewoog in de schemerende beweging; dan ontdekte hij

overal tegelijk beweging, moest hij op alles letten. Heftig als een

woedende harteslag reed de slinger der klok boven 't geraas van muziek

en menschen; meer oogen blonken voor het deurgat, de dokter, en tusschen

uit de verontruste voeten der padrona, sloeg de kat, klein, met een

fluweelen poot naar den voorbij dansenden rok.

En de gasten ijlden losgelaten woorden in de overspanning van hun

bewondering; met gebaren van slaapwandelende menschen deden ze; als in

een droom zittend sloegen ze den cadans in hun handen, volgend als hun

rijvoerster Consuela, uit wier zwart-opengeschreeuwden mond het «olé,

olé" durend gillen bleef, hooguit, als 't janken van een hond.

En in dat groeiende kabaal van menschenstemmen en in dat gehakkebord

van het handengeklap, in heel dat duistere, onbewuste leven, zag

de extrangero het artistenlichaam van Carmen gaan in den gouden

lampschemer, symboliseerend voor hem in groote lijflijnen, het begeeren

en het lijden der liefde, en het besluit der opperste levensdaad, den

triomf der paring.

* * * * *

.... Een uur later danste al wat dansen kon in de ruimte van den

comedor. Carmen alleen had verlof gevraagd zich te verwijderen. Ze was

doodmoe en verlangde te slapen. Frasquetito, op zijn plaats, speelde wat

men hem vroeg: een polka, een mazurka of een wiegelende wals.

En tot vèr in den nacht was daar in het geschemer van den comedor een

gedraai van zwartschimmige dansende paren. Consuela met Juan, Juan met

de Andaluze, Arturo met de madrilena; ook de padrona had een dansje

gewaagd, eerst met den galanten don Juan en toen ook voor het fatsoen

met Arturo. Zelfs de meid werd door den dentiste door het gat van de

deur naar binnen gehaald en was, schaterlachend en niet in staat tot

dansen, door hem rondgesleurd.

En toen wat later weêr, de nu volmaakt in haar humeur zijnde padrona een

glas gelen Jerez had laten rondgaan en de gasten taartjes snoepten onder

het uitblazen door, danste nog voor zijn eigen pleizier en onder veel

toejuichingen, «o este perfido hombre" de oude wijnkooper, met zijn

kaal hoofd 't lichtst in den schemer. Hij sprong met zijn slappe knieën

rond en schermde met zijn armen in den elleboog gebogen, omdat hij een

taartje almaar in zijn hand had en daar van eten bleef; ze voor zich uit

bewegend zoo als een eend die met afgeknotte vleugels klept. En zijn

gouden ketting bengelde op zijn lakensch vest, terwijl hij rondsprong

en schreeuwde met zijn versleten oude mannenstem:--«Venga, venga el

escandalo."--

Een Hengelaar.

Proza · 第 22 / 30 题