kanalen, van het hart uitgaande, zich in zijtakken splitst, die met
den hoofdstam gelijkvormig zijn en op dezelfde wijze als deze zich op
hun beurt splitsen en langzamerhand in omvang afnemen, waarbij echter
deze eigenaardigheid valt op te merken, dat de recht doorloopende
hoofdstam ter plaatse, waar hij zich vertakt, gewoonlijk een wijder
opening vertoont dan de aan dezen driesprong ontspringendezijtakken.
Sinuoso autem flexu ita haec omnia vasa curvari, ut cavitatum
latera ad infinitos numero, et magnos valde angulos ubique inflectantur,
hujusque Spirae gravissimos effectus esse in sanguinem transfluentem,
observarunt a paucis retro annis, qui Geometricas subtilitates rebus
applicuere Medicis.
Dat echter al deze vaten zoodanige krommingen beschrijven, dat
de zich zijdelings vertakkende buizen op een oneindig aantal plaatsen
wijde hoeken vormen en dat deze windingen een buitengewonen invloed
uitoefenen op de doorstrooming van het bloed, is eerst voor weinige
jaren ontdekt door hen, die de scherpzinnig gevonden stellingen der
wiskunde op geneeskundige vraagstukken hebben toegepast.
Quam mirabili vero, quam efficaci fabrica flexiles finxit hos canales
Adorandus nostrae machinae Faber!
Met welk een bewonderenswaardige, met welk een doeltreffende
kunstvaardigheid heeft de aanbiddelijke Bouwmeester van ons mechanisme
deze buigzame kanalen gevormd!
Dum a premente intus liquido distendi posse sine lacerationis discrimine
voluit, eoque rursum fecit ingenio, ut humorem a dilatatione reciproca
cessantem valido cum impetu cogere, se vero in arctiorem capacitatem
propria sponte restituere queant.
Hij wilde, dat zij door het tegen hunne wanden drukkende vocht zonder
gevaar voor scheuring zouden kunnen uitgezet worden en verleende hun
tevens het vermogen, tot hun vroegeren omvang vanzelf weder terug te
keeren en het vocht met een krachtigen stoot voort te stuwen, zoodra
dit opgehouden heeft ze uit te zetten.
Ultimos autem arteriae, hosque minutatim divisos fines in membrana, ut
firma basi, ordinari, ibique per fistulas in mutuos occursus emissas
hiare inter se, ante Malpigium viderat nemo. Ille primus ambages
resolvit et mille viarum dolos, quos pulsa in hos Maeandros liquida
pererrant.
MALPIGHI was echter de eerste, die zag, dat de laatste uiteinden der
slagader, in zeer dunne buisjes vertakt, in een vlies, als in een
stevig omhulsel, zijn samengevoegd en daar door middel van nauwe
kanalen wederkeerig met elkander in gemeenschap staan. Hij heeft ons
het eerst den weg leeren vinden in het labyrint der tallooze
dwaalwegen, welke de vloeistoffen, langs deze kronkelpaden
voortgedreven, te doorloopen hebben.
Sed, o admirabilitatem maximam! o mechanismum pollicis divini!
Doch het wonderbaarlijkste, waarbij zich de vinger Gods waarlijk in
Zijn werk openbaart, is wel het volgende.
Tanta enim accuratione digesti ramuli aequali hic viae latitudine
porrecti et laterali progenie orbi, primordia venarum, Lymphaeductuum,
horumque sinus mutata constituunt figura.
De takjes, welker loop met zoo groote zorgvuldigheid geregeld is en
die zich hier alle langs banen van gelijke breedte in rechte richting,
zonder zijdelingsche vertakkingen, voortbewegen, vormen, van gedaante
veranderend, de eerste beginselen der aderen en lymphvaten met hunne
boezems.
Haec ea sunt, quae oculi acies, microscopium, vasorum in vivis
ligaturae, hydrargyrium mortuis injectum, contemplatio figurae morbosae,
comparatio denique brutorum, piscium, insectorum et plantarum detexit.
Dat is het, wat de waarneming met het bloote oog en met het
microscoop, het afbinden der vaten bij levenden, de inspuiting der
lijken met kwikzilver, de beschouwing van het lichaam in ziekelijken
toestand en eindelijk de vergelijking met dieren, visschen, insecten
en planten aan het licht gebracht heeft.
Praeter illa in arteriis ipsis deprehenditur nihil, falso finguntur
plurima.
Buiten de genoemde verschijnselen vertoonen de slagaderen er geen
enkel; al wat er verder van verteld wordt, berust op louter
verdichting.
Maxima ergo corporis, eaque efficax valde ad vitam pars, Mechanica
descriptione, canalis est conicus, elasticus, inflexus, divisus in
similes minores eodem trunco ortos, qui ultimo circa vertices
cylindricos retis structura in se mutuo patent.
Een zeer groot deel van het lichaam derhalve en wel dat deel, hetwelk
voor de instandhouding van het leven van het grootste belang is,
bestaat, werktuigkundig uitgedrukt, uit een kegelvormig, veerkrachtig
en gebogen kanaal, waaruit op verschillende punten kleinere kanalen
van denzelfden vorm ontspringen, die ten laatste door middel van
cylindervormige buisjes wederkeerig in elkaar uitmonden, zoodat het
geheel er als een net uitziet.
Id si verum, quod omnium profecto verissimum, nonne sequitur omnes
effectus quos sanguini arteriæ præstant, tantum pendere ab hac earum
fabrica?
Indien het nu waar is--en niets is meer waar dan dat--volgt daar dan
niet uit, dat alle werkingen van de slagaderen op het bloed slechts
bepaald worden door hare zooeven beschreven inrichting?
Nonne et hoc rursum liquet, omnes ergo illos hinc solummodo petendos,
et demonstrandos esse?
En ligt het voorts niet ook voor de hand, dat uit dien hoofde al deze
werkingen slechts daaruit af te leiden en te verklaren zijn?
Vos nunc, qui justi sedetis hac in causa Judices, obtestor! Quis ea, quæ
vel hinc duntaxat oriuntur, verae demonstrationis ordine expediet?
Nu vraag ik U, die als onpartijdige rechters geroepen zijt, in deze
zaak uitspraak te doen! Wie is in staat, de gevolgtrekkingen, die
alleen reeds uit de genoemde verschijnselen afgeleid kunnen worden,
systematisch uiteen te zetten?
Solus ille, qui figurarum contemplationi, et oscillatoriæ virtutis
calculo assuetus, callide videt, quam multa, quam gravia ex hisce solis
demonstrare queat; solus ergo Mechanicus.
Ongetwijfeld slechts hij, die, vertrouwd met de nauwkeurige
beschouwing van figuren en de berekening der veranderlijke kracht, de
kunst verstaat, alleen reeds uit de boven beschreven feiten een
menigte belangrijke besluiten te trekken. En dat is toch geen ander
dan de Werktuigkundige.
Sed patiamur abripi nos admirabilitate hujus arteriæ, brevis certe
levisque attentionis præmium Scientia erit totius fere humani corporis.
Maar laten wij ons nog een weinig verdiepen in de beschouwing van de
zoo uiterst merkwaardige slagader; niet minder dan de kennis van bijna
het geheele menschelijk lichaam zal het loon zijn voor een korte en
geringe inspanning van onzen geest.
Illa, ubi depictum antea rete constituit, tubos emittit cylindricos adeo
arctos, qui rubras cruoris sphaeras ore suo capere nequeant; unde his
recipitur tenuior tantum et excolor pars sanguinis.
Zoodra de groote slagader het hierboven beschreven net gevormd heeft,
zendt zij cylindervormige buizen uit, die zóó nauw zijn, dat zij de
roode bloedlichaampjes niet doorlaten, doch slechts het dunnere,
kleurlooze bloed in zich kunnen opnemen.
En veram vasis lymphatici ideam!
Daar hebt ge nu de juiste voorstelling van een lymphvat!
Eadem rursum ibidem loci arteria recto porrigit decursu truncum, qui
emissis Lymphaticis amplior crassiorem, rubrumque sanguinem, sero
liquidiori orbatum vehat.
Ter zelfder plaatse zendt de slagader ook een recht doorloopenden
stam uit, die, van grooter omvang dan de lymphvaten, bestemd is, het
dikkere, roode, van het helderder serum ontdane bloed te vervoeren.
Ecce venarum genuinam originem!
Ziedaar den waren oorsprong der aderen!
Quarum angustam primo cavitatem mox ampliorem reddit infusa ubique nova
per laterales fistulas liquidi venosi, Lymphaticique moles, prorsus ut
novum conum, similem arterioso, eique ad vertices oppositum
repraesentare discat.
Deze, die in het begin zeer eng zijn, nemen allengs in omvang toe door
het van alle kanten nieuw toestroomend aderlijk en lymphvocht, zoodat
er ten laatste een nieuwe kegel, gelijk aan dien der slagader, maar
zóó dat de beide kegels elkaar met hunne toppen raken, gevormd wordt.
Perfunctorie tangere quae debui, vasa, vah quae, quamque pulchra in
recessu recondunt!
De vaten, die ik slechts oppervlakkig behandelen kon, ach, hoeveel
schoons bergen zij niet in zich.
Arterias, Venas, Lymphaeductus, descriptumque horum apparatum plano
affigas membranaceo, huic nervos intexas, villosque applices elasticos,
tum convolvas in glomerem, habebis glandulae fabricam.
Hecht slagaderen, aderen en lymphvaten, op de boven beschreven wijze
tot één geheel vereenigd, aan een vliesachtig oppervlak vast, vlecht
daar zenuwen in en breng hier en daar veerkrachtige vezels aan, rol
dit alles vervolgens tot een kluwen op en ge hebt de inrichting van
een klier voor U.
Quam quoties cogito, uberrimam mirandorum effectuum matrem contemplor,
simulque ineptissimi cujusque figmenti falso celebratam sedem.
Zoo dikwijls ik hieraan denk, verdiep ik mij in de beschouwing van het
orgaan, dat zoovele wonderbaarlijke werkingen teweegbrengt, waaraan
echter ook zoovele dwaselijk verzonnen eigenschappen zijn
toegeschreven.
Tu vero inanes Chimaerae latebras aperiens, Tu maxime Malpigi!
Suprahumana industria, incredibili labore, atque cautissima
perspicientia, simplici hoc artificio absolvi ejus compagem, plus
quam demonstras!
U echter, groote MALPIGHI, die alle hersenschimmen voorgoed verjaagd
hebt, is het door bovenmenschelijken ijver, door ongelooflijke
inspanning en schrander doorzicht gelukt, onwederlegbaar aan te
toonen, dat de schijnbaar zoo ingewikkelde bouw eener klier slechts
door de boven beschreven eenvoudige inrichting tot stand komt!
Quanti vero momenti demonstratio! glandularum enim aggregato totum fere
corpus constat!
En hoe belangrijk is deze ontdekking niet! Het geheele lichaam bestaat
immers uit schier niets anders dan uit een samenstel van klieren!
Cerebrum Hippocratico oraculo glandula penicillo Malpigiano depingitur
ut ordinata ex arteriis, venis, receptaculis, emissariisque nervosis
moles. Jecur, Lien, Renes glandulis fiunt adunatis.
De hersenen, die reeds HIPPOCRATES een klier had genoemd, worden ons
nu door het penseel van MALPIGHI geschilderd als een massa, bestaande
uit slagaderen, aderen en nerveuze reservoirs en afvoerkanalen. Lever,
milt en nieren zijn slechts uit klieren opgebouwd.
Ipsa humoris genitalis officina artificiosus canalium cylindricorum
glomus. Ipsum Embryi dolium, ipsa foetus aula, ipse candidi nectaris,
quod recens nati bibunt, promus condus hac glandulosa operantur arte.
Ossa ipsa et membranas eadem fere compaginari structura quis dubitat,
nisi cui cedro digna et aere scripta Malpigii, Kerkringii, Havertiique
nondum illuxere?
Ook de kweekplaats van het voortplantingsvocht is een kunstig kluwen
van cylindervormige kanalen. Ja, zelfs de verblijfplaats van het
embryo, de woning der ongeboren vrucht, de voorraadkamer des witten
nectars, dien de jonggeborenen drinken, vertoonen zich door hare
afscheidingsprocessen als echte klieren. Dat ook de beenderen en de
vliezen ongeveer op dezelfde wijze gebouwd zijn, wie twijfelt er aan
behalve hij, die nog geen kennis genomen heeft van de onsterfelijke
geschriften van MALPIGHI, KERKRING en HAVERS?
Lacertis tandem examinandis mentem applicuisse rogo ne poeniteat! Huic
se labori quicunque non subduxerit, nae ille subtilissimae Mechanicae
artis efficacissima instrumenta clarissime reperiet! Musculus enim omnis
nonne ex minoribus similibus componitur? Ultimus vero quid, quaeso,
villus est? Non aliud certe, quam nervosi et angustissimi canalis
dilatata, simulque attenuata pellis canali, unde oritur, cavum formans
amplius soloque inflatum spiritu.
Laat mij ten slotte nog uwe aandacht mogen vragen voor eene oplettende
beschouwing der spieren! Wie zich die moeite getroost, zal in haar de
meest doelmatige instrumenten van allerfijnste mechanistische kunst
zeer duidelijk terugvinden! Is immers niet de spier in haar geheel uit
kleinere spieren van gelijken vorm samengesteld? En wat is nu
eigenlijk haar laatste bestanddeel, de vezel? Stellig niets anders dan
een ruim maar tevens zeer dun vlies, dat tot omhulsel dient voor een
uiterst nauw nerveus kanaal, een grooteren omvang heeft dan dat
kanaal, waaruit het voorkomt en slechts met geest[1] gevuld is.
[Voetnoot 1: Met "geest", de vertaling van het Latijnsche
"spiritus", is bedoeld een zeer vluchtige vloeistof, die volgens
Boerhaave en andere oude geneeskundigen in spieren en zenuwen
gevonden wordt (Vertaler).]
Hujus vero quam immensa sit machinae potentia, scite novit, qui
hydraulica Mariotti experimenta contulit Cartesii Mechanicis.
Hoe reusachtig echter de kracht van dit werktuig is, leert men eerst
recht inzien, indien men de hydraulische proeven van MARIOTTE
bestudeerd heeft in verband met de werktuigkundige verhandelingen van
CARTESIUS.
Pulmones contemplemini, diversae a caeteris structurae, saccos habebitis
elasticos, sphaeroïdeos, qui abscisso coni vocalis appenduntur vertici;
horum superficies maculis retis sanguiferi ornatur, et, quod mira hic
arcana velat, incilibus fere caret lymphaticis.
Beschouwt aandachtig de longen, die in bouw van de overige organen
verschillen, en ge hebt voor u veerkrachtige, bolvormige zakken, die
afhangen van het afgeknotte uiteinde der luchtpijp; hunne oppervlakte
wordt in den vorm van een net door bloedvaten doorsneden, zij zijn
echter--en dit is een onoplosbaar raadsel--bijna geheel verstoken van
lymphvaten.
Ergone, cogitatis forte, admirabilis illa, illa tam artificiosa Hominis
machina simplici adeo perficitur apparatu!
Wordt derhalve, zoo hoor ik u vragen, de zoo wonderbaarlijke, de zoo
kunstige bouw van het menschelijk lichaam slechts door een zoo
eenvoudige inrichting tot stand gebracht?
Certe non fit alio.
Het is stellig niet anders.
Habeat hanc, qui volet, ob simplicitatem, vilem!
Moge, wie wil, er met minachting wegens zijnen eenvoud op neerzien!
Mechanice Organum id laudat, ejusque Auctorem celebrat sapientissimum,
quod quaesito effectui producendo aptissimum, simulque inter omnia, quae
eundem praestare possent, simplicissimum sit.
De Werktuigkundige heeft hieromtrent een geheel tegenovergestelde
opvatting: _hij_ heeft juist den hoogsten lof over voor het vernuft
van _hem_, die een werktuig weet te vervaardigen, dat tot het
voortbrengen der verlangde werking het meest geschikt en
tegelijkertijd onder alle, die deze kunnen voortbrengen, het
eenvoudigst is.
Quid tandem ex hisce concludemus?
Welk besluit kunnen wij nu uit dit alles trekken?
Corpus nempe humanum machinam esse, cujus solidae partes aliae sint
vasa liquidis coërcendis, dirigendis, mutandis, separandis, colligendis,
et excernendis apta; aliae vero instrumenta mechanica, quae figura,
duritie nexuque suo vel fulcire alia, vel definitos motus exercere
queant.
Het is dit, dat het menschelijk lichaam een werktuig is, van welks
vaste deelen er sommige bestaan uit vaten, geschikt om de vloeistoffen
te bevatten, te richten, van gedaante te doen veranderen, te
verdeelen, bijeen te zamelen en af te scheiden; andere uit mechanische
instrumenten, die door hunnen vorm, hunne hardheid en de vastheid
hunner verbinding in staat zijn, zoowel anderen deelen tot steun te
dienen als bepaalde bewegingen uit te voeren.
Peccabo in patientiam vestram vestrumque decus, si cuncta examussim
explico. Id unum bona audietis cum gratia: Hippocratem cum integro, quem
sequutus est Babyloniorum, Ægyptiorum, Graecorumque choro, cum integra,
quae eum sectata est Grajorum schola duo haec, non alia detexisse.
Ik zou uw geduld te zeer op de proef stellen en daardoor aan uwe
waardigheid te kort doen, indien ik alles tot in de kleinste
bijzonderheden wilde uiteenzetten. Slechts dit zult gij wel zoo
vriendelijk zijn te willen aanhooren, dat HIPPOCRATES met de gansche
schare van Babyloniërs, Egyptenaren en Grieken, wier voetstappen hij
volgde, en de geheele Grieksche school, die van hem uitging, niets
anders dan de beide genoemde groepen van lichaamsdeelen hebben kunnen
ontdekken.
Arabas omni industria, omni anatomes cultu tertium addere potuisse
nunquam.
De Arabieren hebben, hoe ijverig zij zich ook op de studie der
ontleedkunde toelegden, nooit een derde hieraan kunnen toevoegen.
Instauratorem anatomes consulite Vesalium, hujus aemulos Eustachium et
Fallopium; tum immortales inventis Harvaeum et Malpigium; et hos, qui
singuli novis antiqua emendarunt Asellium, Pecquetum, Bartholinum,
Dathirium, Bellinum, Glissonium, Wharthonum et Willisium; his jungite
juxta leges mechanicas anatomicos Lealem et Louwerum, quique in
abditissima penetrarunt, Hokium, Pouwerum, Leeuwenhoekium, deprehensuri
estis omni arte, omni artis adjumento bina, quae dixi, nec inventa alia.
Raadpleegt VESALIUS, die de ontleedkunde in nieuwe banen leidde,
diens mededingers EUSTACHIUS en FALLOPIUS, vervolgens ook HARVEY en
MALPIGHI, die zich door hunne ontdekkingen een onsterfelijken naam
verworven hebben, voorts ASELLIUS, PECQUET, BARTHOLINUS, DATHIR,
BELLINI, GLISSON, WHARTON en WILLIS, die elk op hunne beurt oude
meeningen voor nieuwe, betere inzichten hebben doen plaats maken;
voegt bij dezen LEAL en LOUWER, die de wetten der mechanica op de
ontleedkunde toepasten, en eindelijk HOOKE, POUWER en LEEUWENHOEK, die
tot de diepste verborgenheden zijn doorgedrongen, en ge zult vinden,
dat zij met al hunne wetenschap, met alle middelen, welke hun bij hun
onderzoek ten dienste stonden, geene andere dan de twee genoemde
bestanddeelen van het menschelijk lichaam hebben kunnen ontdekken.
Cur alia ergo fingere precario quempiam patiemur, nobisque imponentem in
aeternum verba dare?
Waarom zouden wij dus dulden, dat men andere willekeurig verzint en
ons maar steeds wat op de mouw speldt?
Ubi Elementis, qualitatibus, formis, causis chemicis, animatis,
metaphysicis, amoris et odii affectibus, ubi, inquam, tot fabulis
locus, causa, necessitas?
Wat hebben wij hier te doen met elementen, hoedanigheden, vormen,
chemische, bezielde en metaphysische oorzaken, liefde en haat; waar is
hier sprake van, aanleiding tot en behoefte aan zoovele verdichtselen?
Nulla profecto vel vestigium sui hic figmenti secta invenit.
Geen enkele school vond hier ook maar een spoor van de door haar
verzonnen verschijnselen.
Soli Mechanici suum objectum hic agnoscunt, neque aliud in toto, qua
solidum est, corpore quidquam datur. Ille ergo soli audiendi, horum
effata sola consulenda, eorum principia sola imploranda, horum methodus
sola adhibenda, ubi de effectu organi perspecti quaeritur.
Slechts de Werktuigkundigen mogen het menschelijk lichaam als hun
gebied van onderzoek beschouwen en in dat geheele lichaam, ten minste
wat zijne vaste deelen aangaat, is niets wat daarbuiten valt.
Derhalve verdienen _zij_ alleen gehoor, moeten slechts _hunne_
uitspraken geraadpleegd, slechts _hunne_ beginselen aanvaard, slechts
_hunne_ methode toegepast worden, wanneer onderzoek gedaan wordt naar
de werking van een orgaan, welks bouw men reeds genoegzaam doorzien
heeft.
Sola erit firma, quae a perito in his Magistro profertur, demonstratio.
Slechts _dat_ betoog zal hier van kracht zijn, dat door een in _deze_
wetenschap ervaren Meester geleverd wordt.
Agite o Viri, queis dicta forte displicent, quid facit in oculo vel
simplex illa figura corneae, quid aquae, quid crystallinae lentis, quid
vitrei humoris determinata superficies et definita spissitudo?
U, o mannen, die wellicht niet instemt met mijne woorden, vraag ik,
wat de beteekenis is van den toch zoo eenvoudigen vorm van het
hoornvlies, wat die van de bepaalde oppervlakte en dichtheid van het
waterachtig vocht, van de kristallens en van het glasachtig vocht.
Enarrate quid auris externae Helices, quid meatus auditorii arctior et
inflexa in medio, latior et porrecta ad utrumque extremum via faciat ad
exceptionen, directionemque radii sonori?
Zegt mij toch, wat de schelpen van het uitwendige oor en de in het
midden eenigszins nauwe en omgebogen, doch aan de beide uiteinden
breedere en recht doorloopende weg van de gehoorgang beteekenen voor
het opvangen en richten der geluidsgolven?
Membranae Tympani tenuitatem, figuram ejus ellipticam versus interiora
ossis petrae convexam, hujus mutabilem in varias curvaturae figuras
formam ope affixi et agitati suo musculo malleoli contemplemini, et
dicatis, quis effectus constantissimae hujus tamque operosae in
vilissimo quoque animalium fabricae?
Beschouwt de fijnheid van het trommelvlies, zijnen elliptischen, in de
richting van de binnenzijde van het rotsbeen bollen, vorm en de
velerlei krommingen, welke het door middel van het hamertje, dat
daaraan vastgehecht is en door een afzonderlijke spier in beweging
gebracht wordt, kan aannemen, en zegt mij dan, wat de werking is van
deze inrichting, die zich zelfs bij het geringste dier steeds op
dezelfde wijze en even ingewikkeld vertoont?
Nunc daedalei labyrinthi, conchæ, vestibuli, duplicis in cochlea
turbinata spirae, loci ovalis et rotundæ fenestræ, tot inquam
miraculorum mechanicorum, quae durissimae hic insculpsit petrae
Divina manus, date rationem.
Wijst ons ook de strekking aan van het kunstige doolhof, van de
schelp, van het voorportaal, van de dubbele winding van het
kegelvormig slakkenhuis, van het ovale en het ronde venster, van
zoovele wonderen van mechanistische kunst, welke Gods hand hier in de
zeer harde rots heeft uitgehouwen.
Sine profunda Mechanices Scientia nil veri vos intellecturos, nil boni
prolaturos aliis, utamini quolibet adminiculo, audacter affirmo.
Als mijne stellige overtuiging spreek ik het uit, dat gij zonder een
diepgaande kennis van de Werktuigkunde noch zelf er iets van zult
kunnen begrijpen, noch anderen iets van beteekenis er over mededeelen,
welke hulpmiddelen gij bij uw onderzoek ook moogt bezigen.
De solidis, quae dixi, pauca haec sufficiant; urget ratio ut nonnulla de
fluidis subnectam.
Moge dit weinige, dat ik over de vaste stoffen zeide, volstaan; het
ligt in de rede, dat ik hieraan het een en ander over de vloeistoffen
toevoeg.
Haec enim illa sunt, quorum motu vita, quorum libero per vasa fluxu
sanitas absolvitur.
Deze zijn het immers, van welker beweging het leven en van welker
onbelemmerde strooming door de vaten de gezondheid afhangt.
Illorum autem naturam exacte capit, qui minuta novit corpuscula et
agitata, quorum congeries fluidum constituit. Eorum unum si spectatur,
rationem habet solidi, adeoque mole, motu, figuraque quidquid agit,
efficit. Quare effectus, quos una fluidi pars producit, soli Mechanico
patent per experimenta indagandi.
Van hare geaardheid kan echter hij alleen zich een duidelijke
voorstelling maken, die de kleine en beweeglijke lichaampjes kent,
door welker opeenhooping de vloeistof gevormd wordt. Beschouwt men zoo
één enkel lichaampje, dan vertoont het het karakter eener vaste stof
en al zijne werkingen worden derhalve bepaald door massa, beweging en
vorm. Hieruit volgt, dat de werkingen, die elk deeltje eener vloeistof
afzonderlijk teweegbrengt, slechts door den Werktuigkundige langs
experimenteelen weg kunnen opgespoord worden.
Quod ex ante dictis quum sponte fluat sua, latiori sermone non explano;
unum hoc pronuncians, non eo usque hactenus provectam hanc liquidorum
scientiam, quae usum rei praestet idoneum.
Daar dit echter uit het vroeger gezegde vanzelf voortvloeit, zal ik
hier niet verder over uitweiden, maar slechts dit opmerken, dat onze
kennis der vloeistoffen, wat dit punt betreft, nog niet zóóver
gevorderd is, dat zij reeds practische resultaten kan opleveren.