De Engelsche vischschuit komt al nader en nader en er klinkt een
hevig gelach aan boord nu Jonge Kees zijne netten leêg ophaalt.
"Hij lacht ons uit!" zegt een matroos.
"Laat ze maar lachen! 'T is beter dat ze om ons lachen dan dat ze om
ons huilen!"--
Nu haalt de Engelschman zijne netten ook leeg op.
Een hevig gelach klinkt er thans van De vrouw Neeltje. Ieder zijne
beurt.
Maar dat kan de Engelschman niet dulden! Hij mag uitlachen wien hij
wil, maar niemand mag dat doen te zijnen koste. En in zijne boosheid
neemt hij een der steenen, die op zijn dek liggen, en smijt dien naar
den brutalen Vlielander.
"Leer om leer kan ik je niet geven!" roept Jonge Kees, "maar smijt
jij met steenen dan doe ik het met talhouten!"--
Zjst--daar vloog er al een.
Nu smeten al de Engelschen met steenen en al de Hollanders met
talhouten.--Het was een grappig gezicht, vooral omdat geen van allen
raak gooide.