De Piazzetta en de Piazza van San Marco.
Wanneer men, uit zee of uit Venetië's groot binnen-kanaal (het
_Canalazzo_) komende, aan de moelje of den marmeren trap der
Slavonische kade uit den gondel stijgt, gaat men tusschen twee hooge
zuilen van oostersch graniet de Piazzetta op, die als 't ware den
voorhof der Piazza of van het St-Marcus-plein uitmaakt en daarmede een
rechthoek vormt. Op een dier kolommen prijkt de groote gevleugelde
bronzen leeuw van den Evangelist Marcus, den patroon der stad;
terwijl op den top der linker-kolom zich het beeld verheft van den
H. Theodorus, Venetië's eersten beschermheilige, een krokodil onder
den voet tredende. Het uitzicht dat men hier heeft is betooverend
schoon, en vindt misschien nergens zijne wedergade.
Aan de linkerhand heeft men de Zecca of het prachtige gebouw der Munt,
door den beroemden bouwkunstenaar Sansovino gesticht, wien Venetië
zijne voortreffelijkste monumenten te danken heeft. Achter de Zecca
strekt zich het koninklijk park uit, een der zeer weinige groote
tuinen, die de stad bezit. Vroeger bevatte het muntgebouw pok de
vermaarde boekerij van S. Marco, uit 150,000 banden en eenige duizenden
handschriften bestaande; maar deze kostbare verzameling werd in 1812
naar de groote zaal van het doge-paleis overgebracht. Rechts aanschouwt
men den westelijken zijgevel van dit beroemde paleis, met zijn schoonen
dubbelen bogengang en zijn façade van wit en rozerood marmer. Naast het
hertogelijke paleis prijkt de wereldberoemde hoofdkerk van St. Marcus;
met hare vijf tinnen koepels en hare vijfhonderd marmeren zuilen
van allerlei kleur. Vlak tegenover deze basiliek, naast de Zecca en
alzoo op den hoek der Piazza, verheft zich de trotsche Campanile,
de op zich zelf staande toren der St.-Marcus-kerk, een der hoogste
van geheel Italië. Deze toren--de reusachtige mast van het prachtige
marmeren schip dat op de stille Lagunen drijft--bestaat uit eene breede
vierkante zuil van ongeveer 320 voet, die van binnen langs een zóó
zacht glooiend vlak--een trap zonder treden--bestegen wordt, dat men
gemakkelijk te paard het klokkenspel zou kunnen bereiken, 't welk zich
op eene hoogte van 170 voet van den grond bevindt. Boven het carillon
rijst eene 154 voet hooge pyramide omhoog, op welker spits een groote
bronzen engel staat. Van dezen toren, die aan Galileï tot observatorium
verstrekte, en in weerwil van zijne hoogte de hem omringende gebouwen
niet drukt, omdat hij tevens rank is, heeft men een allerprachtigst
gezicht op Venetië met zijne paleizen, zijne honderde canalettos en het
breede Canalazzo, dat de stad in twee bijna gelijke deelen verdeelt,
die nagenoeg in het midden door den Ponte-Rialto vereenigd worden--
een enkele, uit glad marmer gevormde boog, ter lengte van zeventig
en ter breedte van drie-en-veertig voet, die aan weerszijden, even
als de Pont-neuf te Parijs, met winkels bezet is. Niet minder schoon
is het gezicht dat men hier heeft zoowel op de vele eilanden die de
stad omringen, en op de Lagunen en de zee, als op een gedeelte van het
italiaansche vasteland, door de blauwe Alpentoppen van Friaul begrensd.
Maar spoeden wij ons weder naar beneden, om al het schoone te
bezichtigen dat zich daar aan ons ter beschouwing aanbiedt. Aan den
voet der hooge Campanile ligt, als een dwerg aan de voeten van een
der grootste reuzen, de Loggia of Loggietta, een kleine uit rozerood
marmer in den renaissance-stijl opgetrokken zuilenhal: een gebouw, zoo
sierlijk en fijn bearbeid, dat het meer van een kostbaar meubelstuk,
een _article de luxe_, dan van een monument heeft. Aan de noordzijde
der Piazzetta, naast de schoone kathedraal en tegenover de Campanile,
rijst boven een prachtigen boog, die den doorloop naar la Merceria,
de breedste straat der stad, vormt, de een-en-tachtig voet hooge
Torre del Orologio of klokketoren. Zijn uurwerk doet, naar beweerd
wordt, in kunstigbeid niet onder voor dat van den Straatsburger
dom. Zijne wijzerplaat, een azuren grond met vergulde cijfers,
is ongemeen prachtig, en verdient evenzeer de aandacht als de twee
bronzen reuzen, die met een grooten hamer op eene loshangende klok
het uur slaan, dat in Italië niet zoo als bij ons tot twaalf, maar
tot vier-en-twintig gaat.
Bij de Campanile links omslaande, komt men op de Piazza. Terwijl de
oostzijde van dit plein door de hoofdkerk wordt ingenomen, zijn zijne
drie overige zijden door drie prachtige kolossale paleizen bezet,
te weten: de noordzijde door de Procurazie vecchie, een gebouw in
renaissance-stijl, waarin weleer de procuratoren van St. Marcus
gehuisvest waren, en dat thans aan particulieren wordt verhuurd; de
zuidzijde door de Procurazie nuove, waarvan het gedeelte dat aan de
Piazzetta grenst tot Sansovino's meesterstukken behoort. De Procurazie
nuove, even als de Procurazie vecchie, met drie op elkander rustende
bovengangen prijkende, werden door de Franschen in een residentie-slot
voor den onderkoning van Italië herschapen, en strekten sedert 1815
tot verblijf aan den keizer van Oostenrijk, wanneer hij de Lagunenstad
bezocht. De westzijde der Piazza werd eertijds ingenomen door de kerk
van S. Geminiani; daar echter dit gebouw de bogenrij afbrak, die zich
langs de noord- en zuidzijde van het plein uitstrekt, werd het in 1810
op last van Napoleon afgebroken, en in de plaats daarvan een vleugel
van het residentie-slot gebouwd, waardoor de rij arkaden kon worden
doorgetrokken. Dit nieuwe gebouw draagt den naam van Nuovo-fabbrico.
In de gaanderijen, door de reeks van honderd-acht-en-twintig arkaden
gevormd, bevinden zich, even als in het Palais Royal te Parijs,
rijke winkels en sierlijke koffiehuizen. Onder de zeilen of verandahs
dezer laatsten worden, vooral des avonds, door eene menigte bezoekers,
vrouwen van allen ouderdom, zoowel als mannen, ijs en koffie en andere
ververschingen gebruikt. Het koffiehuis van Florian is het vermaardste
van allen: van oudsher was het de beurs en het _rendez-vous_ van het
patricische deel der bevolking.
Aan de oostzijde der Piazza, vóór de St.-Marcus-kerk, verheffen
zich drie hooge cedermasten, die eens de groote banieren van drie aan
Venetië onderworpen rijken: Morea, Candia en Cyprus, droegen en waaraan
thans de oostenrijksche [2] vanen wapperen. De drie eeuwenoude bronzen
voetstukken dier staken, door Leopardo in griekschen stijl bewerkt,
zijn nog zoo fraai en ongeschonden, als of zij pas de werkplaats van
den beroemden kunstenaar verlieten.
Het St-Marcus-plein wordt het hart van Venetië genoemd; en daar
die stad tegenwoordig kwijnt en treurt, zoo zijn--wij vernamen
het reeds van Paul de Musset--de kloppingen van dat hart veel
flauwer dan vroeger. Als er echter slechts eenige lust en leven in
de Lagunenstad heerscht, is dit plein niet alleen de wandelplaats,
maar de vergaderzaal der Venetianen, het _salon_ harer _beau-monde_,
eene plaats waaraan enkel eene zoldering ontbreekt om haar tot eene
werkelijke zaal te maken; dan ziet men er zich onophoudelijk eene
bont en weelderig gekleede menigte bewegen, en hoort men er bijkans
alle talen en tongvallen spreken. Des middernachts is het tooneel er
zelfs nog vroolijker dan op het midden van den dag: want te Venetië
begint men in den laten avond pas te leven: eerst na het uitgaan der
opera nemen er de avondgezelschappen of _conversazioni_ een aanvang.
Ofschoon het plein niet meer, zooals in den bloeitijd der republiek,
het vereenigingspunt van allerlei Oosterlingen is, ziet men er ook
thans nog vele Grieken en Armeniërs, die, onder de purperen zeilen
der koffiehuizen gemakkelijk uitgestrekt, hunne koffie slurpen of
schaakspelen.
Het St.-Marcus-plein was ten allen tijde en onder de meest
verschillende omstandigheden het toevluchtsoord van het venetiaansche
volk; de plaats waar het bij overwinningen of heugelijke uitreddingen
vreugdekreten kwam aanheffen, en waar het in oogenblikken van
misnoegen en lijden kwam samenrotten; de plaats der openbare
terechtstellingen zoowel als het hoofdtooneel van het karneval en
van andere volksverlustigingen.
De Piazza is 800 voet lang en ruim 500 voet breed, en evenals
de Piazzetta en de Slavonische kade met groote marmeren tegels
bevloerd. In de gebouwen van de Piazza en de Piazzette merkt men
dezelfde scherpe contrasten op als bij hunne bezoekers, zoodat die
pleinen met recht gezegd kunnen worden, eene in steen gebeitelde
historie van de ontwikkeling van den bouwstijl gedurende de laatste
dertien eeuwen te zijn.
Beschouwen wij thans een paar der vluchtig aangeduide gebouwen nog
een weinig meer van nabij.