BIJ DE ISETHNEN-KAART.

Deze kaart, voor wier bewerking ik den Eerw. Heer J. Metsemakers

mijn dank zeg, beschouwe men als een proef, die ten doel heeft, het

ethnologische belang van een dusdanig opgezet grafisch overzicht in

het licht te stellen. Tot mijn groote spijt heb ik, ten gevolge der

tijdsomstandigheden, verscheidene linies op Belgisch grondgebied niet

kunnen doortrekken. Men lette b.v. op de haal-linie (9), die bezuiden

Hilvarenbeek het Nederlandsche grondgebied verlaat en dit dan weer

bezuiden Sittard doorsnijdt.

Op een betrekkelijk beperkt gebied zien wij hier Keltische, Saksische,

Frankische, Romaansche en Oppergermaansche invloeden samenstooten

en opdringen. De IIe brunetten-linie, die loopt van Lobith tot

Gorinchem en bezuiden welke het percentage der donker-oogigen en

-harigen van ± 30 tot ± 40 stijgt, valt merkwaardiger wijze vrij wel

samen met de noordwestelijke grens van de Saksische huistypen, die

een heel wat ruimer gebied omvat dan de Saksische meervoudsvorming

(5). Zuidwaarts reikt de grens van het Saksische halletype tot nabij

Venloo, maar omlijnt van af Nijmegen tot Venloo een menggebied, waar

de Saksische bouwtrant op het oogenblik zoo goed als uitgestorven

kan beschouwd worden. In dit gebied vertoont ook de taal een gemengd

Frankisch-Saksisch karakter.

De hoofdgrens tusschen Noord- en Zuid-Limburg, tusschen Salische en

Ripuarische Franken, vormen de Uerdinger- en Panningerlinie (1. 2),

met de Peel als hoofdverkeersgrens. Maar ook bezuiden deze grens is

de Saksische invloed doorgedrongen, zooals blijkt uit de haal-linie

(9), die de zuidelijke grens van het uiteraard Saksische haalleiden

vormt; zie I, bl. 257. De noordwestelijke isethne van dit gebruik

loopt van Hilvarenbeek tot Nijmegen. Maar ook het Saksisch-Friesche

systeem der afzonderlijke hoeven zet zich in zuidelijke richting

voort tot het punt, waar de Swalm in de Maas uitmondt en de Romaansche

invloed sterker wordt. Hier eindigt trouwens ook de Frankische muts,

de Brabantsche zoogenaamde huifmuts. Bezuiden dit punt vindt men zelfs

nog afzonderlijke hoeven in de zijdalen van de Geul en van de Geleen.

Van het Zuiden en Zuid-Oosten uit drong niet slechts de Hoogduitsche

klankverschuiving en palataliseering krachtig op, stuitend in haar

laatste golvingen op Uerdinger- en Panninger-linies (1. 2. 3),

maar vooral ook de Frankisch-Romeinsche hoevebouw (14), die voor het

zuiver Frankisch-Keltische huistype slechts de ruimte tusschen Venloo

en Reuver, en verder westelijk vrijlaat. Eindelijk, op Romaanschen

invloed--men lette op de nabijheid der Romaansch-Germaansche taalgrens

(15)--wijst duidelijk de pepel-linie (11), bezuiden welke het

Fransche _papillon_ aan den vlinder doorgaans de benaming van _pepel_

schonk. Wellicht moet de herkomst van het tegenwoordig deelwoord

op--_têre_, welks noordelijke grens ongeveer met de pepel-linie

samenvalt (12), in dezelfde richting worden gezocht.

Nederlandsche Volkskunde · 第 115 / 117 题