Kortrijk: _Pastei-eters._

Diksmuiden: _Boterkoppen_.

Meenen: _Taartenbakkers_ en _Wagenwielvangers_.

Poperingen: _Keikoppen_ en _Gekken_.

Heist-op-Zee: _Keuns_ (Konijnen).

Blankenberge: _Geernaarts_, d.i. Garnalen, vergelijk den spotnaam

der Dokkumers.

Nieuwkerke: _Schapen_.

Yperen: _Kinders_. Deze naam heeft een loffelijke beteekenis. Hij is,

volgens de overlevering, ontleend aan een gezegde van Margaretha, wier

zoon Willem van Dampierre door geldelijke bijdragen van de bewoners

van Yperen uit de gevangenschap der Turken was bevrijd. "Het zijn

onze kinders van Yperen", zou Margaretha gezegd hebben, "die ons dit

bewijs van liefde hebben gegeven." Zie Belgisch Museum I, bl. 270.

Oost-Vlaanderen. Gent: _Heeren_ en _Stroppedragers_; zie Volkskunde

XXIII, bl. 242.

Dendermonde: _Knaptanden_.

Baasroode: _Kalefaters_.

Opdorp: _Platte Keesboeren_.

Ninove: _Wortels_.

Ronse: _Zotten_, _Vliegenvangers_ en _Slekkentrekkers_.

Oudenaarde: _Boonenknoopers_. Men noemt ze ook _Kiekefreters_.

Dat komt zóó: De Gentenaars lieten voortijds de kiekens en ander

pluimgedierte op de markt te Oudenaarde opkoopen. Toen ze nu eens,

om Philips den Goeden rijkelijk te kunnen onthalen, volgens de

Oudenaarders hierin wat te radikaal te werk gingen, trachtten deze

hen dit te beletten en voegden hun toe: "Wij kunnen zelf onze kiekens

wel opvreten"; zie Belgisch Museum V, bl. 440.

Geeraartsbergen: _Bergkruipers_.

Onkerzele: _Tooverheksen_, vgl. de _Toovenaars_ van Schiedam.

Mendonk: _Palingstroopers_.

Wachttebeke: _Zotten_.

Nederlandsche Volkskunde · 第 90 / 117 题