Er zijn menschen, die altijd een uur te vroeg klaar zijn en anderen,
die eeuwig den tijd hebben. Beide soorten van wezens maken mij
ongeduldig, doch vooral de laatstgenoemden. Ik word knorrig, wanneer
ik sommige lieden zie, die, wanneer zij te vijf uren hier of daar
ten eten verwacht worden, reeds te halfvier uit hun partijtje loopen
en naar huis gaan om zich te kleeden, zonder dat men aan hun toilet
iets bespeuren kan, dat zulke zorg vereischte, maar ik spring uit
mijn vel, wanneer ik, na tien minuten aan het bureau der diligence
doorgebracht te hebben, op het oogenblik dat alles opgepakt is,
terwijl de wagenknecht den laatsten lederen riem van het overtrek
door den gesp haalt en de conducteur zich gereed maakt om op te
stijgen, dezen of genen mijner vrienden aan het eind der gracht,
met den bedaardst mogelijken stap, als had hij nog uren den tijd, zie
aanwandelen, zonder dat het geroep van: "komaan, Mijnheer! wij moeten
voort!" eenige versnellingen in zijne bewegingen kan teweegbrengen. Den
wrevel alzoo kennende, welke ik tegen zoodanige lieden voed, zult
gij niet verwonderd zijn van te vernemen dat het denkbeeld van zelf
te laat te komen, mij het bloed doet koken en dat ik in het bijzonder
op den 29sten April klokke vier uren op het punt was een zenuwtoeval
te krijgen. Ik had--ik weet niet waarom--eene plaats genomen op den
wagen, die te halfvijf van Amsterdam naar Rotterdam vertrekt, en
daar stond ik op mijn stoep en wachtte vruchteloos op het rijtuig,
dat mij en mijne goederen derwaarts zou voeren. Zeker moet ik aan
mijne overburen een kluchtig schouwspel hebben opgeleverd, zooals ik
daar stond, omringd van de mijnen, die vergeefsche pogingen deden om
mij neder te zetten, en mij zochten te beduiden dat ik nog al den tijd
had; troostgronden, die echter met elke minuut al flauwer en flauwer
werden. Nu eens vloekte ik op den sleepersbaas en al zijne meiden en
knechts, die de bestelling zeker vergeten of verkeerd verstaan zouden
hebben en naar wiens stal ik reeds twee mijner knapen achtereenvolgens
had heengezonden; dan eens riep ik de meid en verweet, haar, dat
zij zeker de boodschap niet goed gedaan had; dan weder beknorde ik
mijne goede vrouw, die, zeide ik, zeer wel wist dat de brommersman
altijd te laat kwam en hem dus veel vroeger had moeten bestellen,
dan wilde ik naar de diligence loopen en zond ik mijn knecht naar den
kruier om het goed te halen, dan weder riep ik hem terug, bewerende,
dat ik toch te laat zou komen; in 't kort, ik was gedurende dien tijd
ondragelijk voor mij zelven en voor anderen.
Maar ik was eenigszins verschoonbaar. Miste ik de diligence, dan miste
ik ook de stoomboot te Rotterdam en miste ik de stoomboot dan miste ik
den spoortrein van Antwerpen en miste ik den spoortrein, dan miste ik
ook de messageries en kwam eenen dag later te Parijs en een dag zegt
veel, wanneer men slechts ééne maand verlof heeft en naar Parijs gaat.
Eindelijk echter kwam de zoolang verwachte vigilante en na een afscheid
dat nu wel overhaast moest wezen, rolde ik naar de Oude Leliestraat,
waar ik gelukkig nog juist intijds kwam om bezit te nemen van mijne
plaats in de diligence van Van Koppen, Veldhorst en Co.