Van iemand, die voor het eerst van zijn leven Parijs bezocht heeft en
daar dan slechts ééne maand heeft doorgebracht, kan men niet verwachten
dat hij het publiek op de hoogte zal stellen van den toestand dier
wereldstad, van het leven aldaar en van alles wat de belangstelling
wekken kan. Het zou vermetel zijn om stoutweg te laken of te prijzen,
zonder zelf de overtuiging te bezitten of men wel goed gezien en goed
begrepen heeft. Wie een volk naar waarheid beoordeelen wil, moet er
jaren onder geleefd hebben en den tijd hebben gehad om de vooroordeelen
af te schudden door opvoeding, vooringenomenheid of betrekkingen, bij
hem ingeworteld; maar wie, na een verblijf van slechts ééne of enkele
maanden, het wagen durft een volk in zijne gebruiken te beoordeelen,
kan slechts uiterst oppervlakkig werk leveren.
Om een verslag te geven van mijne ontmoetingen met beroemde en
beruchte personen; te vertellen hoe zij mij ontvangen en wat zij met
mij gesproken hebben; te schetsen hun aard en wandel en den indruk,
dien zij bij mij achtergelaten hebben: men wachte dit niet van
mij. Die menschen hebben mij beleefd ontvangen, mij een leunstoel
en een kopje thee, ja somwijlen een goed middagmaal aangeboden,
zich zelfs, wanneer de aard van het gesprek zulks toeliet, met
openhartigheid jegens mij uitgelaten en zou ik nu tot belooning hen
daarvoor in druk tentoonstellen? Dit zou ik als een misbruik van goede
trouw beschouwen. Wacht alleen mijn wedervaren op mijne reis zonder
sieraden of bijontmoetingen en zoo mijn verhaal niets belangrijks
bevat, zal het ten minste deze zonderlinge eigenschap bezitten,
dat het van het begin tot het einde letterlijke waarheid zal behelzen.