[58] De Spanjaard Orosius (schrijver van zeven boeken ter verdediging
van het Christendom) en zijn vriend St. Augustinus schreven, toen
zij in Afrika waren, een verslag van deze belegering (de civitate
Dei V. 23.).
[59] Arcadius, de Keizer van het Oosten, stierf in Mei 408 en Stilicho
in Augustus. Maria was gestorven en Stilicho had zijn tweede dochter,
Thermantia aan Honorius uitgehuwelijkt.
[60] Gebouwd door Bisschop Ursus vóór 396; afgebroken c. 1734 om
den tegenwoordigen Duomo te bouwen. Dicht bij den campanile staat
het beroemde Baptisterium van de Orthodoxen, dat in Stilicho's dagen
waarschijnlijk nog een Romeinsch bad was. (Zie pl. 10 en Verklaring).
[61] Voor Rome uit dien tijd zie Gibbon (c. XXXI) of Gregorivius'
uitvoerig werk over Rome in de Middeleeuwen. De bevolking was toen
misschien 2.000.000 en de exodus was geweldig. St. Hieronymus zegt,
dat men in het Oosten overal vluchtelingen uit Rome zag.
[62] Rome schijnt een ernstig beroep te hebben gedaan op de oude goden
om haar te helpen tegen den Christelijken barbaar Alarik. Zosimus
"de kwaadaardige heidensche historieschrijver" zegt dat zelfs de
Paus den Etruscischen toovenaars toestond hun kunsten te beproeven,
om (zooals Numa) den bliksem van den hemel te lokken en tegen de
vijanden te richten--misschien een vooruitloopen op de artillerie.
[63] De Oostersche cultuur van de XIe en XIIe eeuw stond hooger dan
de Westersche en misschien kunnen de Mohammedanen in hun kronieken
de kruistochten met evenveel recht barbaarsche invallen noemen,
als de Westersche volken de invallen der Turken [Vertaler].
[64] Men is geneigd hier tusschen te voegen "belachelijke". Het is
beter den armen Attalus in een noot af te maken. Hij werd òf door
Athaulf teruggestuurd, òf bij zijn poging om te ontsnappen, op zee
overvallen door de vloot van Honorius, die hem in triomf, op een kar
gebonden, ten toon stelde, daarna twee van zijn rechtervingers liet
afhakken en hem naar een van de Liparische eilanden zond.
[65] Pala = schop; het woord wordt ook gebruikt voor een schopvormig
(schilder)stuk.
[66] Een dergelijk verhaal bestaat ook over de tombe van Karel den
Groote te Aken.
[67] Zooals men weet, wordt de titel "roede van den toorn Gods"
door den profeet Jesaja aan den Assyrischen koning gegeven. [Vertaler]
[68] Quell' Attila che fu flagello in terra (Dante, Inf. XII 134). Het
epitheton flagellum Dei vindt men niet bij Schrijvers uit dien tijd. De
tegenwoordige Hongaren, die ten onrechte zich afstammelingen van de
Hunnen noemen, verzekeren, volgens Gibbon, dat de titel aan Attila
door een kluizenaar in Gallië gegeven werd en dat hij dien aannam.
[69] Attila's gezanten moesten de volgende formule gebruiken: "mijn
heer en uw heer, beveelt u....", en hij noemde Theodosius eens een
ondeugenden slaaf, die tegen zijn meester een complot smeedde. Men
vertelt, dat Attila te Milaan een schilderij zag, waarop Hunnen en
Scythen knielden voor een Keizer, en daarop den schilder beval de
houdingen te verwisselen.
[70] Aan hem kunnen wij de verwoesting van vele Grieksche tempels
wijten, b.v. die te Olympia. Zijn gemalin Eudocia was reeds verbannen
naar Palestina.
[71] In het Nibelungenlied en het Waltarilied (bekend bij de lezers
van Scheffel's Ekkehard) heeft Attila of Etzel éen vrouw, Helche. Na
haar dood dingt hij naar de hand van Chriemhilde, de Bourgondische
prinses, die naar Etzelnburg gaat om hem te huwen.
[72] De Hunnen hadden een minachting voor het Grieksch en gebruiken
liever Gotisch of Latijn, waar hun eigen taal niet begrepen
werd. Latijn was de officieele taal in het grootste deel van het
Oostersch Keizerrijk.
[73] Men zegt dat Attila eens de opmerking maakte: "Ik weet hoe ik
menschen kan overwinnen, maar een wolf en een leeuw wisten, hoe zij
den overwinnaar moesten overwinnen".
[74] Zie Plaat 8 en verklaring der illustraties.
[75] Cicero (in Verrem IV. 94) vertelt iets dergelijks van een bronzen
beeld van Hercules te Agrigentum.
[76] Zie voor dezen naam de aanteekening bij munt 16, Plaat 9.
[77] Toch vertelt de schrijver dat hem iets dergelijks in Midden-Afrika
is overkomen. De inboorlingen belegerden de versterkte plaats, waar
hij zich bevond en vergiftigden de rivier, die de plaats van water
voorzag, door de lijken van geslachte gevangenen erin te werpen.
[78] De nieuwe stad (Colonia Carthago), door Julius Caesar en Augustus
gebouwd, stond niet, zooals sommigen meenen, op een afstand van
de oude plaats (b.v. waar nu Tunis ligt), want de nog bestaande
Romeinsche overblijfselen, het amphitheater, de groote Thermae,
de circus, en de reservoirs, die gevuld werden door de reusachtige
aquaeduct, die het water van de 90 K.M. verwijderde heuvels bracht,
lagen allen binnen de oude muren, aan den voet van de acropolis en bij
de haven. Dit Romeinsche Carthago, dat ongeveer een eeuw de hoofdstad
van het Vandalenrijk was, wordt door verschillende oude schrijvers
beschreven, die de prachtige gebouwen en de schitterende circus-spelen
roemen en ook een nieuwe groote haven, vlg. de Appendix over Carthago
in Cotterill's editie van het eerste boek der Aeneis (Blackie and Son).
Wat de aquaeduct betreft, ieder zwemmer zal met belangstelling
de krachtproef lezen van Spendius en Mâtho in Flaubert's
Salammbô. [Vertaler.]
[79] Daar Valentinianus in het begin van 455 gedood was en Gaiserik
in Juni 455 bij Ostia landde, betwijfelde de groote Italiaansche
historicus en archaeoloog Muratori (c. 1700) dit. Maar Gibbon herinnert
ons aan de vijgen die Cato in de senaat op den grond wierp, terwijl
hij uitriep: "Deze werden slechts drie dagen geleden te Carthago
geplukt." Bovendien had Gaiserik zonder twijfel reeds strijdkrachten
op Sicilië gereed.
[80] Vijlsel van de kettingen werd door de Pausen gebruikt als een
zeer kostbaar geschenk.
[81] Verdere bijzonderheden over deze munten vindt men in de
uitstekende catalogue of the Goths and Lombards van het Britsch
Museum, door Mr. Wroth samengesteld en in het standaardwerk van
Engel et Serrure Numismatique du moyen âge, Vgl. de aanteekeningen
bij plaat 45 van de munten.
[82] De hoogste Romeinsche waardigheid na de keizerlijke. Gewoonlijk
voerde de vader van den Keizer dien titel. Zeno besloot, dat niemand
dien zou dragen, die niet consul, praefectus of magister equitum
was geweest. In later tijden verleenen Pausen den titel "Patricius"
aan sommige Duitsche keizers en andere monarchen.
[83] Zeno's opvolger Anastasius, verloor bijna de troon en zijn leven
bij een oproer ontstaan door deze godsdiensttwisten--ditmaal liep de
twist over de vraag of "een van de Personen van de Drieëenheid was
gekruisigd of niet". Hij hield zich drie dagen verborgen en moest,
beroofd van zijn insignia, en knielend voor een razende menigte van
fanatieken, om zijn leven smeken.
[84] Zeno was door Basiliscus (broeder van Keizerin Verina) onttroond
en verjaagd (475-477). Daarna was hij, gedeeltelijk door de hulp
van Theoderik, weder op den troon geplaatst; hij nam Theoderik, die
toen 23 jaar was, als zoon aan en gaf hem de titels van Patricius en
Consul. (Odovacar had ook den titel van Patricius van Zeno gekregen!)
[85] De oude Duitsche ballade Rabenschlacht of "de strijd voor Rabene"
(Ravenna) is gebaseerd op herinneringen aan bloedige uitvallen van
Odovacar; maar in de ballade wordt de tijd van Attila en Odovacar
hopeloos verward.
[86] Anastasius was een oude paleisdienaar, een Hesychopoios (die
voor de stilte moet zorgen) van de Keizerlijke apartementen, met wien
Zeno's weduwe, Ariadne, huwde. Hij regeerde ongeveer 28 jaar.
[87] Hij noemde den Keizer "den beschermer van de wereld" en verzekerde
hem, dat zijn eigen regeering slechts "een nederige navolging is van
het ééne groote Keizerrijk."
[88] Lilybaeum, de laatste bezitting der Vandalen op Sicilië, werd
als huwelijksgeschenk aan Amalafrida gegeven.
[89] Procopius zegt, dat het gebeurde op aanstoken van Keizerin
Theodora, die jaloersch was op Amalasuntha's schoonheid!
[90] Zijn naam beteekent misschien "Witte-Vorst" (Beli-tsar). Procopius
was bij hem in Afrika. Justinianus had een casus belli gevonden tegen
de Vandalen door partij te kiezen voor den verdreven Koning Hilderik,
die Amalafrida, Theoderik's zuster, had laten dooden--een daad, die
de heftige vijandschap tusschen de Goten en Vandalen ten gevolge had.
[91] De Petra pertusa, thans de Passo di Furlo (Lat. forulus),
waar een tunnel van ongeveer 110 voet de rots in een nauw ravijn
doorboort. Vespasianus had het laten maken, zooals een inscriptie
nog vertelt. Dichtbij ligt Urbino, Raffael's geboorteplaats.
[92] De oude S. Ambrogio werd waarschijnlijk verbrand. Een gedeelte van
de oude deuren kan men nog zien. Het tegenwoordige gebouw is Romaansch,
uit het jaar 900 ongeveer. De oudste Kerk te Milaan, S. Lorenzo, van
Byzantijnschen bouwtrant en een navolging van de S. Vitale (Ravenna)
werd c. 560 gebouwd, gedurende de Byzantijnsche overheersching.
[93] Het karakter van Antonina, zooals het door Procopius in zijn
Anecdota wordt geschilderd, is, naar wij hopen, erg zwart gemaakt. Zij
was zeker frivole, en waarschijnlijk nog slechter, maar zij toonde
ook grooten moed, oprechtheid, en kracht door het lot van haar man
in Italië te deelen. Ook Theodora gedroeg zich bij vele gelegenheden
moediger dan Justinianus, die meer dan eens uit Constantinopel wilde
wegloopen.
[94] Zoo heet hij op zijn munten. (Zie Plaat 9, 21. Totila was
misschien een titel of bijnaam "Dood-loos", zonder dood!)
[95] Latere middeleeuwsche schrijvers beschuldigen Totila van
brandstichting en het vernielen van oude monumenten. Gregorovius
en andere Duitsche schrijvers roemen natuurlijk zijn adel en
heldenmoed. Maar zelfs de imperialistische Procopius prijst zijn
bestuur. "Hij moedigde het landvolk aan het land te bebouwen en eischte
van hen slechts, wat zij vroeger aan hun heeren betaalden." Hij maakte
alleen aanspraak op de rijkdommen van deze groot-grondbezitters,
en daar de Kerk een van de voornaamste latifondisti was geworden,
had zij het zwaar te verantwoorden.
[96] Post quam devastationem XL aut amplius dies Roma fuit ita
desolata, ut nemo ibi hominum nisi bestiae morarentur (Marcell. Conta,
of hij, die zijn werk heeft voortgezet) En Rome anthropon oudena easas
(Procopius.)
[97] Antonina schijnt weer verstandig te zijn geworden en de gevaren
van haar man gedeeld te hebben; zij ging naar Constantinopel om
versterkingen vragen, maar hoorde dat Theodora juist gestorven was
(Juli 584) en dat Justinianus naar niets luisterde dan naar religieuze
quaesties. Derhalve verzocht zij slechts, dat Belisarius teruggeroepen
zou worden.
[98] Dit vertelt Paulus Diaconus (740-801), wiens "Geschiedenis van
de Longobarden" onze voornaamste bron is voor de twee volgende eeuwen.
[99] Deze episode staat op de laatste pagina van den Gotischen Oorlog.
[100] Treffend is dit verhaal weergegeven door Felix Dahn, Ein Kampf
um Rom.
[101] Er bestond in die tijd groote wrijving tusschen Justianus en de
Romeinsche geestelijken, daar Justianus zich als hoofd van de kerk
erkend wilde zien. Hij had Paus Vigilius zelfs naar Constantinopel
ontboden, en, omdat hij recalcitrant was, voor een half jaar op een
eiland gevangen gezet. De Paus stierf te Syracuse op zijn reis naar
Italië in 555.
[102] Men zegt, dat hij Zuid-Italiaansche vruchten naar hen zond
om hen te lokken, zooals avonturiers van de Noormannen Spaansche
sinaasappels naar hun stamgenooten in Normandië stuurden.
[103] B.v. de "Liber Pontificalis", een werk door talrijke schrijvers
samengesteld. Het is een belangrijke bron voor de Kerkgeschiedenis,
vnl. van de negende eeuw. Een ander werk van denzelfden naam werd
door Agnellus gecompileerd (c. 840), een priester van Ravenna, die
veel geeft, wat van waarde is, ofschoon hij zeer naïef bekent, dat
hij gewoon was, wanneer hij geen feiten kon ontdekken, zijn toevlucht
te nemen tot het gebed om zijn verbeeldingskracht te bezielen.
[104] De vormen "Theoderik" en "Theodatus" (voor "Theodahad")
zijn ontstaan uit het Grieksche en Latijnsche "Theodorus" en
"Deodatus". Procopius schrijft Theuderichos en zonder twijfel
komt Theuderik het dichtst bij het Gotisch. Vergelijk : Theudemir,
Theudebald, Theudelinda enz. Theude zal wel het Gotische thiuda (volk)
zijn. Vandaar is thiudsk (tedesco) diut-sch of deutsch de taal van
het volk, ter onderscheiding van het Latijn. Diutrich (Dietrich) of
Theode-rik beteekent dus "koning van het volk". Voor -rik vgl. p. 26
noot. Zie ook de munt van Theoderik, Plaat 9. 18 en Verklaring p. 104.
[105] Amala beteekent, zegt men, "macht". In het Nibelungenlied (dat
op zeer oude sagen berust, ofschoon het gedicht in zijn tegenwoordigen
vorm ongeveer 1200 ontstaan is) wordt Dietrich von Bern, zoon van
Dietmar (d.i. Theoderik van Verona, zoon van Theodemir) der Amelunge
genoemd en zijn mannen die Amelungen. Verona, niet Ravenna, wordt in de
Germaansche sagen beschouwd als de hoofdstad van Dietrich. Hij had daar
een paleis. Middeleeuwsche legenden geven hem de Arena als verblijf!
[106] In andere sagen wordt Dietrich met Siegfried zelf verward. Hij
bezit tooverkrachten en verslaat draken.
[107] Zulke monogrammen komen voor op munten van Theodosius,
Justinianus en andere Keizers, als ook op die van Odovacar (Plaat 9,
munt 17), Athalarik, Baduila, Luitprand enz. en op munten van steden,
zooals van Ravenna en Lucca. Theoderik's monogram ("Theodorus")
is meestal zoo [Figuur]
[108] Ondanks alle plunderingen van Goten en Vandalen was er nog altijd
in Rome, zegt Cassiodorus, een talrijk "volk" van standbeelden en
"kudden" (bronzen) paarden.
[109] Procopius echter, hoewel vurig anti-Gotisch, zegt: "Theoderik was
zeer rechtvaardig. Hij was in naam een tyran, doch in werkelijkheid
een koning." Een inscriptie gevonden in de Pontijnsche moerassen
noemt hem "semper Augustus" en in een van zijn latere edicten geeft
hij zichzelf den titel "Romanus princeps."
[110] In het leger waren ook Romeinen, maar zij schenen trotsch te
zijn op het privilege "Goten" genoemd te worden.
[111] Zijn geheimzinnig verdwijnen--zooals het overlijden van Koning
Arthur--waarop in Germaansche sagen wordt gezinspeeld, moet men niet
toeschrijven aan afgrijzen, maar aan de Germaansche voorstelling van
hem als een grooten held.
[112] Later was het de kapel van het naburige Benedictijner-klooster;
het werd ook langen tijd gebruikt als het Pantheon of S. Croce van
Ravenna en was omgeven door vele graftomben.
[113] Op het zegel, niet in de afbeelding, staat in de zinspreuk,
die Frederik Barbarossa aan de stad heeft gegeven na de vrede van
Constanz. Dus kan het niet ouder zijn dan 1183. Maar het paleis
bestond nog lang na Theoderik, en werd door de Longobardische en
Karolingische Koningen gebruikt en later, nog in 1400, als vesting. Het
werd afgebroken in 1801. Het gebouw op den voorgrond is een zuilengang
verbonden aan de stadsmuren. De koepel en torens zijn waarschijnlijk
Karolingisch.
[114] Teruggegeven aan de Katholieken na 540 en Spirito Santo
genoemd. Theoderik's Baptisterium werd een kerk. Nu is er nog slechts
de cupola van over met een prachtig mozaïek, Christus en de 12
Apostelen voorstellend.
[115] Het lijkt op het Maltezer kruis, en men kan het te Ravenna nog
zien, ofschoon het later natuurlijk bijna "uitgeroeid" is.
[116] Apollinaris, de beschermheilige van Ravenna, was een leerling en
vriend van den Heiligen Petrus en door hem uitgezonden om Noord-Italië
te bekeeren. Hij werd door een bende heidenen doodgeslagen.
[117] Bij Dante (Inf. V. 121) is het niet alleen een weerklank,
maar Francesca voelt even diep als Boëthius.
[118] Par. X. 125, waar St. Thomas van Aquino aan Dante de op een
ster gelijkende ziel van Boëthius wijst en hem beschrijft als een,
die aantoont, dat de wereld bedrog is voor hem die goed luistert.
[119] Zijn volledige naam is Magnus Aurelius Cassiodorus. Zijn vader
bekleedde een hoog ambt onder Odovacar en Theoderik; zijn grootvader
was een vriend van Aëtius en bezocht als gezant Attila.
[120] Vgl. Herodotus IV. 94-96.
[121] Het geheele werk over de Perzische, Vandaalsche en Gotische
oorlogen van Belisarius bestaat uit acht boeken en het wordt (na 553)
voortgezet door Agathias in vijf boeken.
[122] Ook Justinianus werd aangetast, maar herstelde.
[123] Camaldulensers, Vallombrosiërs, Kartuizers,
Cisterciënsers. St. Macarius en St. Basilius hadden reeds een orde
in het Oosten gesticht en ofschoon St. Augustinus (van Hippo) juist
een halve eeuw voor de geboorte van St. Benedictus stierf en men
zeide, dat hij een gemeenschap had samengesteld, bestond er geen
Augustijner Orde voor de 9e eeuw, toen Leo III de geestelijkheid,
die niet tot een orde behoorde, samenbracht in een orde onder den
zgn. Augustijner Regel. Later deelden Innocentius IV en Alexander
IV alle kluizenaars en onafhankelijke broederschappen bij dezelfde
orde in. Om dit tot stand te brengen werd een wonder noodzakelijk
geacht en St. Augustinus verscheen dan ook in een visioen en dreigde
de weerspannigen met den geesel.
[124] Karel de Groote bevond, dat er geen andere monniken dan
Benedictijnen in zijn rijk waren.
[125] Een andere lezing van de legende verzekert, dat de braamstruiken
en doornboschjes, ijverig verzorgd, nog in den tijd van St. Franciscus
bestonden; bij zijn bezoek aan Subiaco (1216) veranderden zij in rozen!
[126] De Sacro Speco heeft rotswanden versierd met de oude frescós,
voornamelijk uit de 13e eeuw. In een van de zij-kapellen van de
aangrenzende kerken is een oud portret van St. Franciscus zonder
stigmata of nimbus, dus waarschijnlijk uit de tijd voor 1228.
[127] Waarschijnlijk zoo genoemd naar het land of huis (Campo of Ca'
Maldoli), dat door een graaf van dien naam aan Romualdus is gegeven.
[128] Zie Dante, con il commento di T. Casini, Parad. XXII. 75.
[129] In de Middeleeuwen nam men algemeen aan, dat het Romeinsche
Keizerrijk nog steeds bestond.
[130] Men leze het levendig verslag van de 4 partijen of race-clubs
van den Romeinschen Circus (wit, rood, groen, blauw) en de onlusten
ontstaan door de moorddadige veeten tusschen die partijen, bij Gibbon
XL, 2, en de commentatoren op Juvenal. Sat. XI. 193 sq., verzen die,
mutatis mutandis, nog heden van toepassing zijn. De uitroep "Nika"
beteekent "Overwin!"
[131] Het Parthenon te Athene was reeds als kerk aan de Hagia Sophia
gewijd.
[132] Op een van de groote mozaïeken wordt hij voorgesteld met een
model van de kerk in zijn hand.
[133] Haar diadeem is rijk bezet met groote parels en edelgesteenten,
zooals de latere Keizerskroon (zie fig. 19). Het haar met de lange
oorhangers en den breeden kraag, maniakon, alles rijk voorzien van
juweelen, vervangen volgens de nieuwe mode den breeden en zwaren
gouden halsketting.
[134] De Saksen alleen bedroegen 20.000 man. Zij gingen later naar
hun land terug. Alboin's geheele leger zal ongeveer uit 70.000 man
bestaan hebben.
[135] De Grieksche titel "Exarch" werd aan de Byzantijnsche
stadhouders in Afrika en later aan die in Italië gegeven. De eerste,
die officieel dien titel droeg te Ravenna, was waarschijnlijk Decius
(c. 584.) Het geheele Byzantijnsche gebied in Italië was in naam aan
hem onderworpen en vormde het "Exarchaat", maar vele gedeelten waren
feitelijk onafhankelijk.
[136] Als een bewijs voor de waarheid van deze geschiedenis verzekert
Paulus Diaconus dat, toen hij als jonge man (dus c. 745) aan het hof
van Koning Ratchis te Pavia was, de Koning na een feestmaal voor
zijn gasten den beroemden beker te voorschijn haalde, dien Alboin
had laten maken van den schedel van Cunimund, den Koning der Gepiden.
[137] De hertogen van Benevento en Spoleto waren blijkbaar de
machtigste en onafhankelijkste. De namen van ongeveer 25 worden door
de kroniekschrijvers vermeld.
[138] Een bewijs daarvan is het feit, dat in 579 de hertog van Spoleto
Classe, de haven van Ravenna innam en negen jaren behield. En omstreeks
589 werd Monte Cassino door de Longobarden van Benevento geplunderd.
[139] In dezen tijd maakte Autharis volgens sommige kroniekschrijvers,
een reis door zijn Koninkrijk en kwam zelf te Rhegium (Reggio) in
Calabrië, waar hij, op het strand van de Middellandsche zee, met zijn
speer de beroemde zuil zou hebben aangeraakt en zou gezegd hebben:
"Dit is de grens van het rijk van Autharis." Maar misschien heeft
men Reggio in Calabrië verward met Reggio in Emilia.
[140] Rome had nog een Byzantijnschen stadhouder en kommandant (Dux en
Magister militum), die in naam onder den Exarch te Ravenna stonden,
maar in de 7e eeuw zich langzamerhand meer macht aanmatigden, totdat
Rome, na Venetië, de voornaamste Italiaansche republiek werd.
[141] Zij werden overwonnen door Heraclius, die na Phocas Keizer was
(610-641) in het oosten. De overblijfselen van het ras vestigden zich
in Salzburg en werden in 791 door Karel den Groote in het Frankenrijk
opgenomen.
[142] Waarschijnlijk het eerst gebouwd toen Theoderik daar zijn paleis
had (c. 500); afgebroken in 1811. Eenige overblijfselen ervan bestaan
nog in Milaan en elders, De kunstwerken van marmer werden gebruikt
voor den aanleg van het kanaal tusschen Pavia en Milaan!
[143] Vergelijk Lodewijk XIV: L'état et l'église, c'est moi.
[144] Grimwald voegde er iets bij en Liutprand nog 153. Ook Astulf
maakte eenige wetten.
[145] Van het feit, dat hij de zuster van den vermoorden Godebert
trouwde, vindt men in deze tijden zooveel analoge gevallen, dat men
er zich nauwelijks over verwondert.
[146] Constans trok naar Rome, waar hij, die zijn broeder en een Paus
had vermoord, de kerken rijkelijk begiftigde, doch tevens het vergulde
dak van den koepel van het Pantheon liet afhalen. (Dit gebouw had
Phocas aan Gregorius den Groote gegeven om het in een kerk te laten
veranderen). Constans ging naar Sicilië, gedroeg zich daar vijf jaar
als Verres, totdat een slaaf hem een kan met heet water op zijn hoofd
smeet en hem in zijn bad verdronk.
[147] Dit monster, Aribert, was een gunsteling van de katholieke
geestelijken en van verscheidene Pausen, hetgeen de fusie van
Longobarden en Italianen kan bevoordeeld hebben. Onder zijn bestuur
werden zeker vele kerken gebouwd.
[148] Abbacinato vgl. p. 15.
[149] Een merkwaardig feit is, dat in de periode 727-74 de data,
zooals wij die gekregen hebben, een jaar vroeger zijn, dan zij
moeten zijn. In dit verband is het de moeite waard op te merken,
dat tot de helft van de 6e eeuw de data dikwijls worden berekend
naar de Romeinsche consulaten en dat er van 312 af een lastig en
verwarrend systeem bestond om te rekenen met Interdicties, perioden
van 15 jaar, gedurende welke de census van eigendommen en de aanslag
in de belastingen onveranderd bleven.
[150] Als Isauriër stond Leo onder invloed van den Iranischen
(Perzischen, Zoroaster-) godsdienst, die beelden en tempels
verwierp. Bovendien hadden de Muzelmannen een diepe minachting voor
de wonderdoende beelden van de Christenen en werd Leo door de Romeinen
ervan beschuldigd, dat hij zich daardoor liet influenceeren.
[151] Erkend door de Roomsch-Katholieke kerk. Irene is als Heilige
(!) in de Grieksche kalender opgenomen. Maar een andere vrouw, Theodora
(c. 840), heeft de volledige overwinning van de iconolatrie in de
kerk van het Oosten bewerkt.
[152] Bij deze gelegenheid nam hij Sutri, in het hertogdom Rome en
slechts 45 K.M. ongeveer van de hoofdstad. Maar deze stad gaf hij
terug, en daar hij een vurig Katholiek was, gaf hij die niet aan de
Romeinen, maar aan den H. Petrus, een feit, dat men kan beschouwen
als de eerste kiem van de wereldlijke macht van de Pausen, want de
Donatie van Constantijn is een verdichtsel.
[153] Een collectie van 99 pauselijke brieven etc. verzameld op bevel
van Karel den Groote.