De geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling van de prostitutie
stelt ons in staat te zien, dat de prostitutie niet een toevallig
bijkomstig iets is van ons huwelijks-systeem, maar dat het een
essentieel bestanddeel is, dat tegelijk met de andere bestanddeelen
ervan voor den dag komt. De geleidelijke ontwikkeling van de familie op
patriarchale en grootelijks monogame basis, maakte het hoe langer hoe
moeilijker voor een vrouw over haar eigen persoon te beschikken. Zij
behoorde in de eerste plaats aan haar vader, wiens belang het was
haar zorgvuldig te bewaken, totdat er een echtgenoot zou komen, die
rijk genoeg was om haar te koopen. In de verhooging van haar waarde
ontwikkelde zich geleidelijk het nieuwe denkbeeld van de marktwaarde
der maagdelijkheid, en waar een "maagd" vroeger beteekend had een
vrouw, die vrij was met haar eigen lichaam te doen wat zij wilde, werd
de beteekenis ervan nu veranderd en begon het te beteekenen een vrouw,
die van den omgang met mannen uitgesloten was. Als zij van haar vader
overgedragen werd aan een echtgenoot, dan werd ze nog met dezelfde
zorg bewaakt; echtgenoot en vader hadden er gelijkelijk belang bij hun
vrouwen te beschermen tegen ongehuwde mannen. De toestand, die zoo
ontstond, leidde tot het bestaan van een groote groep jonge mannen,
die nog niet rijk genoeg waren om vrouwen te verkrijgen en een groote
groep jonge vrouwen, die nog niet tot vrouw gekozen waren, en waarvan
velen niet konden verwachten ooit te zullen huwen. Op zulk een punt
van de evolutie is de prostitutie klaarblijkelijk onvermijdelijk; ze is
niet zoozeer de onontbeerlijke aanvulling van het huwelijk, als wel een
essentieel deel van het geheele systeem. Sommige van de overtollige of
verwaarloosde vrouwen vinden, terwijl zij haar geldswaarde realiseeren
en misschien meteen tradities doen herleven van een vroegere vrijheid,
een maatschappelijken werkkring, door haar gunsten te verkoopen om
de tijdelijke begeerten te voldoen van de mannen, die nog geen vrouw
hebben kunnen krijgen. Zoo is iedere schakel in den keten van het
huwelijkssysteem vast aaneengesnoerd en een cirkel gevormd.
Maar terwijl de geschiedenis van de opkomst en de ontwikkeling der
prostitutie ons doet zien welk een onverwoestbaar en essentieel
element de prostitutie is van het huwelijks-systeem, dat sinds lang
in Europa bestaan heeft--onder verschillende toestanden van ras,
staatkunde, maatschappij en godsdienst--verschaft het ons toch niet
in ieder opzicht de feiten, die noodig zijn om tegenwoordig tot een
bepaalde houding jegens de prostitutie te komen. Om de plaats van
de prostitutie in ons bestaand systeem te begrijpen, is het noodig,
dat we de voornaamste factoren van de prostitutie analyseeren. We
kunnen die het gemakkelijkst leeren begrijpen, als we de prostitutie,
naar volgorde, van vier gezichtspunten bekijken. Deze zijn: (1)
economische noodzakelijkheid; (2) biologische predispositie; (3)
moreele voordeelen; en (4) wat genoemd kan worden de waarde ervan
voor de beschaving.
Terwijl deze vier factoren van de prostitutie mij degene toeschijnen,
die ons hier voornamelijk aangaan, is het nauwelijks noodig er
op te wijzen, dat vele andere oorzaken samenwerken om prostitutie
te veroorzaken en te wijzigen. Prostituées zelf trachten dikwijls
andere meisjes er toe te brengen dezelfde paden in te slaan; er moeten
nieuwelingen gevonden worden voor bordeelen, waardoor we "den handel
in blanke slavinnen" krijgen, die nu in vele deelen van de wereld
krachtdadig bestreden wordt; terwijl al de vormen om meisjes tot dit
leven te verleiden begunstigd worden door alcoholisme, dat dikwijls
de prostitutie als het ware voorbereidt. Gewoonlijk zal men vinden,
dat verscheidene oorzaken samengewerkt hebben om het meisje op den
weg der prostitutie te voeren.
De wijzen, waarop verschillende factoren van omgeving en suggestie
samenwerken om een meisje tot prostitutie te verleiden, worden
aangeduid in het volgende gezegde, waarin een correspondent,
als man van de wereld, zijn eigen conclusies over de zaak heeft
uiteengezet: "Ik heb tamelijk veel ervaringen gehad met lichte
vrouwen van allerlei soort en ik kan zonder aarzelen zeggen,
dat niet meer dan 1 percent van de vrouwen die ik gekend heb,
als beschaafd konden worden beschouwd. Dit wijst er op, dat zij
altijd van lage afkomst zijn, en de verschrikkelijke gevallen
van overbevolking, die dagelijks aan het licht komen, geven
aanleiding te denken dat reeds op zeer jeugdigen leeftijd het
gevoel van schaamte verloren gaat, en dat lang vóór de puberteit
een zekere gemeenzaamheid met sexueele zaken ontstaat. Zoodra zij
oud genoeg zijn, worden deze meisjes door haar minnaars verleid;
de gemeenzaamheid, waarmee zij sexueele zaken beschouwen, neemt
de terughouding weg die een meisje beschermt, dat haar jeugd in
fatsoenlijken kring heeft doorgebracht. Later gaan de meisjes
in fabrieken en winkels werken; als zij mooi en aantrekkelijk
zijn hebben zij betrekkingen met chefs en meesterknechts. Dan
brengt de lust tot opschik, die zoo'n grooten factor vormt in het
vrouwelijk karakter er haar toe de "maitres" te worden van een
man met geld. Een merkwaardig ding in deze verhouding is, dat zij
zelden genot vinden bij haar beschermers, en dat ze aan de ruwer
omarmingen van den een of anderen man, die in stand dichter bij
haar is, zeer dikwijls een soldaat, de voorkeur geven. Ik heb niet
veel vrouwen gekend die verleid waren en verlaten, hoewel dit een
voorstelling is, die door prostituées dikwijls van de zaak gegeven
wordt. Kellnerinnen nemen een groote plaats in in de gelederen van
de prostitutie, voor een groot deel ten gevolge van haar verslaafd
zijn aan den drank; dronkenschap leidt bij vrouwen altijd tot
laksheid in de moreele terughouding. Een andere machtige factor
voor het overgaan tot de prostitutie ligt in den glans van den
opschik, waarmee gepronkt wordt door den eene of andere vriendin,
die dit leven reeds aangenomen heeft. Een meisje, dat hard werkt,
om te leven ziet een vriendin, die misschien een bezoek brengt in
de straat waar het hard werkende meisje woont, prachtig gekleed,
terwijl zijzelf ternauwernood genoeg kan verdienen om te eten. Zij
maakt een praatje met haar modieuse vriendin, die haar vertelt
hoe gemakkelijk zij geld kan verdienen, ze legt haar uit welk
een levensgoed de sexueele organen zijn, en spoedig is er een
nieuweling tot de gelederen der prostitutie toegetreden".
Het heeft eenig belang de redenen die meisjes leiden tot
prostitutie te beschouwen. In sommige landen vindt men
dienaangaande gegevens van menschen, die van ambtswege met de
publieke vrouwen in aanraking komen. In andere landen is het
regel dat meisjes, voor zij als prostituées worden ingeschreven,
de redenen opgeven waarom zij de loopbaan wenschen te betreden.
Parent-Duchâtelet, wiens werk over prostituées in Parijs nog als
gezaghebbend geldt, heeft het eerste overzicht van deze soort
gepubliceerd. Hij bevond, dat van de vijf duizend prostituées
er 1441 geïnfluenceerd waren door armoede, 1425 door verleiden
van minnaars, die haar verlaten hadden, 1255 door het verlies
van ouders door den dood, of door eenige andere reden. Bij
zulk een overzicht wordt het geheele aantal in 't algemeen
verklaard door ellende, dat is door economische oorzaken alleen
(Parent-Duchâtelet, De la Prostitution, 1857, deel I, p. 107).
In Brussel werden gedurende een tijdvak van twintig jaren
(1865--1884) 3505 vrouwen ingeschreven als prostituée. De oorzaken,
die zij aangaven waarom zij deze loopbaan wenschten te betreden,
geven een ander beeld dan dat, hetwelk door Parent-Duchâtelet
gegeven wordt, maar misschien een dat meer betrouwbaar is, hoewel
er eenige bepaalde en merkwaardige inconsequenties in zijn. Van de
3505 verklaarden 1523 dat uiterste armoede de oorzaak was van haar
degradatie; 1118 bekenden vrijuit dat haar sexueele hartstochten
de oorzaak waren; 420 schreven haar val toe aan slecht gezelschap;
316 zeiden dat zij genoeg hadden van haar werk en dat het haar
verveelde, omdat de moeite zoo groot was en het loon zoo klein;
101 waren verlaten door haar minnaars; 10 hadden ongenoegen
gehad met haar ouders; 7 waren door haar echtgenooten verlaten; 4
konden het niet vinden met haar voogden; 3 hadden familietwisten;
2 werden door haar echtgenooten gedwongen zich te prostitueeren,
en 1 door haar ouders (Lancet, Juni 28, 1890, p. 1442).
In Londen bevond Merrick, dat van de 16.022 prostituées met wie
hij in aanraking kwam gedurende de jaren dat hij kapelaan was
aan de Millbank-gevangenis, 5061 haar huis of haar betrekking
vrijwillig hadden verlaten voor "een leven van pleizier", 3363
gaven armoede op als de oorzaak; 3154 waren "verleid" en daarna op
straat geraakt; 1636 waren door huwelijksbeloften bedrogen en door
minnaar en betrekkingen verlaten. Over het geheel, zegt Merrick,
dat 4790 of bijna een derde van het geheele aantal haar overgaan
tot de loopbaan direct aan mannen toeschrijven, 11.232 aan andere
oorzaken. Hij voegt er bij, dat van hen, die armoede als oorzaak
opgaven, een groot aantal lui en onbekwaam was (G. P. Merrick,
Work Among the Fallen, p. 38).
Logan, een Engelsch stadszendeling met een groote mate van
bekendheid met prostituées, verdeelde ze in de volgende groepen:
1. Een vierde van de meisjes zijn dienstboden, vooral in herbergen,
bierhuizen enz., en zoo in het leven der prostitutie ingeleid;
2. een vierde komt van fabrieken enz.; 3. bijna een vierde wordt
door koppelaarsters geleverd, die provincie-steden, markten
enz. bezoeken; 4. een laatste groep omvat aan den eenen kant
haar, die door armoede, indolentie of een slecht humeur er toe
gebracht zijn prostituée te worden, dingen, die haar ongeschikt
maken voor gewone beroepen, en aan den anderen kant kant haar,
die verleid zijn door een valsche huwelijksbelofte (W. Logan,
The Great Social Evil, 1871, p. 53).
In Amerika heeft Sanger rapport uitgebracht over de resultaten
van onderzoekingen, die gedaan zijn over twee duizend New-Yorksche
prostituées aangaande de oorzaken, die haar er toe gebracht hebben
haar beroep te kiezen:
Armoede 525
Neiging 513
Verleid en verlaten 258
Drank en dranklust 181
Slechte behandeling door ouders, betrekkingen
of echtgenooten 164
Als een gemakkelijk leven 124
Slecht gezelschap 84
Overreding door prostituées 71
Te lui om te werken 29
Verkrachting 27
Verleid op schepen van landverhuizers 16
Verleid in herbergen voor landverhuizers 8
----
2000
(Sanger, History of Prostitution, p. 488).
Ook in Amerika heeft Professor Woods Hutchinson zich onlangs
in verbinding gesteld met ongeveer dertig vertegenwoordigers in
verschillende groote centra van het wereldverkeer, en hij noemt
als volgt de antwoorden op zijn vragen aangaande de leer der
oorzaken van de prostitutie.
Percent.
Liefde voor vertoon, weelde en luiheid 42.1
Slechte behandeling thuis 23.8
Verleiding, waarbij zij onschuldige
slachtoffers waren 11.3
Werkloosheid 9.4
Erfelijkheid 7.8
Primair sexueel verlangen 5.6
(Woods Hutchinson, "The Economics of Prostitution",
American Gynaecologic and Obstetric Journal, September
1895; Id., The Gospel According to Darwin, p. 194).
In Italië waren in 1881 van de 10.422 ingeschreven prostituées
van den leeftijd van zeventien en ouder, de oorzaken van de
prostitutie als volgt in klassen verdeeld:
Ondeugd en verdorvenheid 2752
Dood van ouders, echtgenoot enz. 2139
Verleiding door een minnaar 1653
Verleiding door een werkgever 927
Verlaten door ouders, echtgenoot, enz. 795
Zucht naar weelde 698
Dwang door minnaar of ander persoon buiten de familie 666
Dwang door ouders of echtgenoot 400
Om ouders of kinderen te onderhouden 393
(Ferriani, Minorenni Delinquenti, p. 193).
De redenen door Russische prostituées aangegeven voor het kiezen
van haar beroep zijn (volgens Federow) de volgende:
38.5 percent onvoldoende loon.
21.0 ,, verlangen naar amusement.
14.0 ,, verlies van betrekking.
9.5 ,, overreding door vrouwelijke bekenden.
6.5 ,, ontwend zijn aan de gewoonte van te werken.
5.5 ,, verdriet, en om een minnaar te plagen.
0.5 ,, dronkenschap.
(Opgesomd in Archives d'Anthropologie Criminelle, Nov. 15, 1901).
1. De Economische oorzaak van de Prostitutie.--Schrijvers over de
prostitutie beweren dikwijls, dat economische omstandigheden ten
grondslag liggen aan de prostitutie en dat de voornaamste oorzaak
ervan armoede is, terwijl prostituées zelf dikwijls verklaren,
dat het bezwaar om op andere wijze een bestaan te verdienen de
voornaamste oorzaak was, die haar er toe gebracht heeft deze
loopbaan te kiezen. "Van al de oorzaken van de prostitutie",
schreef Parent-Duchâtelet een eeuw geleden, "vooral in Parijs, en
waarschijnlijk in alle groote steden, is er geen die ernstiger is
dan gebrek aan werk en onvoldoend loon". In Engeland zegt Sherwell,
dat ook de moraal in hooge mate afhangt van den handel [160]. Zoo
is het ook in Berlijn, waar het aantal prostituées in slechte jaren
toeneemt [161]. Dat is ook het geval in Amerika, evenals in Japan;
"de oorzaak der oorzaken is armoede" [162].
Zoo wordt overal door onderzoekers open en in het algemeen gezegd,
dat de prostitutie in ruime mate en algemeen een economisch
verschijnsel is, dat een gevolg is van de lage loonen van vrouwen
of van plotselinge depressies in den handel. We moeten er echter
bijvoegen, dat deze algemeene gezegden aanmerkelijk gewijzigd
worden, in het licht van de nauwkeurige nasporingen gedaan door
zorgvuldige onderzoekers. Ströhmberg, die 462 prostituées nauwkeurig
onderzocht, ontdekte, dat er maar éen onder was, die armoede aangaf
als de reden, waarom ze het beroep koos, en bij onderzoek bleek
deze opgave een onbeschaamde leugen te wezen [163]. Hammer bevond,
dat van de negentig ingeschreven Duitsche prostituées er niet éen
haar loopbaan gekozen had uit gebrek of om een kind te onderhouden,
terwijl sommige de straat op gingen terwijl ze nog geld hadden, of
zonder dat ze wilden betaald worden [164]. Pastor Buschmann, van het
Teltow Magdalena gesticht in Berlijn bevindt, dat het niet gebrek is,
maar onverschilligheid voor moreele overwegingen, waardoor meisjes
tot de prostitutie komen. In Duitschland wordt, voordat een meisje
op het politieregister wordt ingeschreven, gepaste zorg gedragen, dat
haar een kans gegeven wordt in een asyl te komen en werk te krijgen;
in Berlijn waren, in den loop van tien jaar, maar twee meisjes--van
de duizend--bereid van deze gelegenheid te profiteeren.
De moeilijkheid, die Engelsche reddingshuizen ondervinden om meisjes
te vinden, die zich willen laten "redden" is bekend. Dezelfde
moeilijkheid vindt men in andere steden, zelfs waar geheel andere
toestanden heerschen; zoo ondervindt men in Madrid, volgens Bernaldo
de Quiros en Llanas Aquilaniedo, dat de prostituées, die in de
asyls komen, ondanks al de toewijding van de nonnen, tot haar oude
leven terugkeeren, zoodra ze de asyls verlaten hebben. Terwijl de
economische factor bij de prostitutie ongetwijfeld bestaat, berust
de ongemotiveerde veelvuldigheid en de nadruk, waarmee hij op den
voorgrond wordt gebracht en aangenomen, klaarblijkelijk voor een deel
op onwetendheid aangaande de werkelijke feiten, voor een deel op het
feit, dat zulk een onderstelling spreekt tot hen, die de zwakheid
hebben alle maatschappelijke verschijnselen uit economische oorzaken
te verklaren en voor een deel op de duidelijke aannemelijkheid ervan
[165].
Prostituées komen voornamelijk voort uit de gelederen der
fabrieksmeisjes, dienstmeisjes, winkeljuffrouwen en kellnerinnen. In
sommige van deze betrekkingen is het moeilijk het geheele jaar door
werk te vinden. Zoo worden vele modistes, kleermaaksters en naaisters
prostituée, als het de slappe tijd is in het bedrijf, en ze gaan weer
aan haar werk als het seizoen begint. Soms wordt het geregelde dagwerk
aangevuld door prostitutie 's avonds. Er wordt gezegd, en misschien
is dat waar, dat amateur-prostitutie van deze soort in Engeland zeer
veel voorkomt, daar ze niet tegengegaan wordt door de voorzorgen, die,
in landen waar de prostitutie geregeld is, de geheime prostitutie
moet in acht nemen, om inschrijving te ontgaan. Er zijn bepaalde
waschgelegenheden en kleedkamers in het centrum van Londen, die, naar
men zegt, door de meisjes gebruikt worden om zich op de gebruikelijke
wijze te blanketten, en om het blanketsel er ten slotte weer af te
wasschen, voor zij naar huis gaan [166]. Het is zeker, dat in Engeland
een groot deel der ouders, die tot den werkmansstand behooren en zelfs
tot de lagere middelklasse, onbekend zijn met den aard van het leven,
dat hun eigen dochters leiden. We moeten hieraan ook toevoegen, dat
de ouders voor dit gedrag van de dochter nu en dan de oogen sluiten
of het zelfs aanmoedigen; zoo schrijft een correspondent, dat hij
"steden in Engeland kent, waar de prostitutie niet beschouwd wordt
als iets schandelijks, en dat hij zich vele gevallen kan herinneren,
waarin het huis van de moeder door de dochter gebruikt wordt met
goedvinden van de moeder".
Acton zegt in een goed boek over de prostitutie in Londen,
geschreven in het midden van de laatste eeuw, dat de prostitutie "een
overgangsstadium is, waar een onnoemelijk groot aantal Engelsche
vrouwen in verkeert" [167]. Deze bewering werd toen met nadruk
bestreden door vele ernstige moralisten, die weigerden toe te geven,
dat het voor een vrouw, die in zoo'n diepe put van vernedering gevallen
was, mogelijk was om er ooit weer fatsoenlijk en wel uit te komen. Toch
is het zeker waar wat een groote proportie vrouwen betreft, niet alleen
in Engeland, maar ook in andere landen. Zoo zegt Parent-Duchâtelet,
de grootste autoriteit over de Fransche prostitutie, dat "prostitutie
voor het meerendeel alleen maar een overgangsstadium is; gewoonlijk
wordt het al in het eerste jaar verlaten; er zijn maar zeer weinige
prostituées, die prostituée blijven tot haar dood". Het is echter
moeilijk zich precies te vergewissen in hoeverre dat waar is; er
zijn geen feiten, die zouden kunnen dienen als een juiste basis voor
nauwkeurige taxatie [168], en het is niet mogelijk te verwachten,
dat fatsoenlijk getrouwde vrouwen zouden toegeven, dat zij ooit "op
de straat" geweest zijn; zij zouden het misschien niet eens zich zelf
altijd willen bekennen.
Het volgende geval, dat wel is waar geboekt is meer dan twintig
jaar geleden, is tamelijk typisch voor een bepaalde klasse onder de
lagere rangen van de prostituées, waarbij de economische factor een
groote rol speelt, maar waarin we niet te haastig moeten aannemen,
dat hij de eenige factor is.
Weduwe, dertig jaar oud, met twee kinderen. Werkt in een
parapluiefabriek in het East-End van Londen, verdient achttien
shilling per week met hard werken, en vermeerdert haar inkomen
door nu en dan 's avonds de straat op te gaan. Zij komt meestal in
een rustige straat, die dicht bij een groot stedelijk eindstation
ligt. Zij is een vrouw met een aangenaam, bijna waardig voorkomen,
rustig gekleed op een wijze, die alleen de aandacht trekt doordat
de rokken tamelijk kort zijn. Als ze aangesproken wordt, zal
ze misschien antwoorden, dat ze wacht "op een vriendin", op
geaffecteerde wijze over het weer spreken, en langs haar neus
weg haar aanbod doen. Zij zal een man naar een van de stille
winkelstraten in de buurt brengen, of ze zal hem met zich mee naar
huis nemen. Zij neemt iedere som aan, die de man kan of wil geven;
soms is het een sovereign, soms is het sixpence; gemiddeld verdient
zij een paar shilling per avond. Zij had nog maar tien maanden
in Londen gewoond; vroeger woonde ze in Newcastle. Zij ging daar
de straat niet op; "omstandigheden veranderen een mensch", merkt
zij zeer verstandig op. Hoewel ze niet gunstig over de politie
spreekt, zegt zij, dat ze zich niet met haar bemoeit, zooals met
sommige van de meisjes. Zij geeft de politieagenten nooit geld;
toch zinspeelt ze er op, dat het soms noodig is hun wenschen te
bevredigen, om met hen op goeden voet te blijven.
Men moet altijd in gedachten houden, want het wordt soms door de
socialisten en maatschappelijke hervormers vergeten, dat, terwijl de
druk van de armoede een bepaalden invloed uitoefent op de prostitutie,
in zooverre, dat hij de gelederen doet toenemen van de vrouwen, die
door ontucht in haar levensonderhoud trachten te voorzien, zoodat
de armoede wel degelijk kan beschouwd worden als een factor van de
prostitutie, toch nooit eenige praktisch mogelijke verhooging van
het arbeidsloon direct en alleen tot afschaffing der prostitutie zou
kunnen leiden. De Molinari, een economisch-theoreticus merkt op, dat
"de prostitutie een industrie" is, en dat, als andere concurreerende
bedrijven vrouwen voldoende hooge loonen kunnen bieden, zij niet zoo
dikwijls aangetrokken zullen worden door de prostitutie; hij gaat voort
met er op te wijzen, dat hiermee de kwestie in het geheel niet opgelost
is. "Evenals iedere andere industrie wordt de prostitutie beheerscht
door den eisch van de behoefte, waaraan ze beantwoordt. Zoolang
die behoefte en die eisch blijven bestaan, zullen zij een aanbod
uitlokken. Het is de behoefte en de eisch, waarop we moeten werken, en
misschien zal de wetenschap ons de middelen verschaffen dat te doen"
[169]. Op welke wijze Molinari verwacht, dat de wetenschap de vraag
naar prostituées verminderen zal, is niet duidelijk uitgedrukt.
Niet alleen moeten we toegeven, dat geen praktisch uitvoerbare
verhooging van de loonen, aan vrouwen in gewone industrieën betaald met
mogelijkheid kan wedijveren met de loonen, die tamelijk aantrekkelijke
vrouwen van zeer gewone bekwaamheid met de prostitutie verdienen
[170], maar wij moeten ook bedenken, dat een toename in den algemeenen
welstand--die alleen een verhooging van de loonen van vrouwen gezond
en normaal kan maken--een verhooging in de loonen van de prostitutie
met zich brengt, en een toename in het aantal prostituées. Zoodat, als
goede loonen moeten dienen om de prostitutie tegen te gaan, wij alleen
kunnen zeggen, dat men met de eene hand meer terug neemt dan men met
de andere geeft. Dit is zoo duidelijk, dat Després in een nauwkeurige
moreele en demographische studie over de verdeeling van de prostitutie
in Frankrijk tot de conclusie komt, dat wij de oude leer, dat "armoede
prostitutie veroorzaakt" moeten omkeeren, daar prostitutie regelmatig
toeneemt met weelde [171], en dat, naar mate een departement in weelde
en voorspoed toeneemt, ook het aantal zoowel van ingeschreven als van
vrije prostituées in dat departement vermeerdert. Hier schuilt echter
een fout, want, terwijl het waar is, dat, zooals Després beweert,
weelde naar prostitutie vraagt, zoo is het ook waar, dat een rijke
gemeenschap de uitersten van armoede zoowel als van rijkdom in zich
sluit, en dat het onder de armere elementen is, dat de prostitutie haar
nieuwelingen vindt. De oude bewering "armoede veroorzaakt prostitutie"
is nog geldig, maar ze is gecompliceerd geworden en veranderd door
de samengestelde verhoudingen van de beschaving. Bonger heeft,
in zijn knappe discussie over de economische zijde van de kwestie,
zich den breeden en diepen grondslag van de prostitutie voor oogen
gesteld, waar hij tot de conclusie komt, dat ze "aan den eenen kant
de onvermijdelijke aanvulling is van de bestaande wettige monogamie,
en aan den anderen kant het resultaat van de physieke en psychische
ellende, waarin de vrouwen van het volk leven, en ook het gevolg van de
ondergeschikte positie van vrouwen in onze hedendaagsche maatschappij"
[172]. Een nauwkeurige economische beschouwing van de prostitutie
kan ons geenszins tot den wortel van de zaak brengen.
Eén omstandigheid alleen moest al voldoende zijn geweest, om
aan te toonen, dat de onbekwaamheid van vele vrouwen, om door
arbeidsloon in haar dringendste levensbehoeften te voorzien,
in geenen deele de voornaamste oorzaak is van de prostitutie:
een groot deel der prostituées komt voort uit de gelederen der
dienstmeisjes. Van al de groote groepen van loonarbeidsters
zijn de dienstboden het meest vrij van economische zorgen; zij
betalen niet voor voedsel en voor woning; dikwijls hebben zij het
even goed als haar meesteressen, en in een groot aantal gevallen
hebben zij minder geldzorgen dan deze. Bovendien voorzien zij in
een bijna algemeene behoefte, zoodat er nooit zelfs voor maar zeer
middelmatig bekwame dienstboden eenige nood is, dat ze zonder werk
zullen zijn. Nu is het wel waar, dat zij een zeer groot lichaam
vormen, dat natuurlijk een bepaald contingent nieuwelingen aan
de prostitutie moest leveren. Maar als wij zien, dat huiselijke
dienst het voornaamste reservoir is, waaruit de prostitutie vloeit,
dan moet het wel duidelijk zijn, dat het verlangen naar voedsel en
onderdak geenszins de voornaamste oorzaak is voor de prostitutie.
We kunnen hieraan toevoegen, dat, hoewel de beteekenis van dit
overheerschend veel voorkomen van dienstmeisjes onder prostituées
zelden erkend wordt door hen, die meenen, dat wegnemen van de
armoede tevens is afschaffen van de prostitutie, het niet buiten
beschouwing gelaten is door de meer nadenkende onderzoekers van
maatschappelijke vraagstukken. Zoo wijst Sherwell er terecht
op, dat tot zekere hoogte "de moraal op en neer gaat met den
handel", en hij voegt er bij, dat het, tegenover het belang van
den economischen factor, een feit is, dat zeer tot nadenken stemt
en op iedere wijze indruk maakt, dat de meerderheid der meisjes,
die het West-End van Londen bezoeken (88 percent, volgens de
boeken van het Leger des Heils) voortkomt uit den huiselijken
dienst, waar de economische strijd niet ernstig gevoeld wordt
(Arthur Sherwell, Life in West London, hoofdst. V, "Prostitution").
Het is tevens opmerkelijk, dat dienstboden door de omstandigheden
van haar leven meer dan eenige andere klasse op de prostituées
gelijken (Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo hebben dit
aangetoond in La Mala Vida en Madrid, p. 240). Evenals prostituées
zijn zij een klasse van vrouwen apart; zij hebben geen recht op de
égards en kleine hoffelijkheden, die gewoonlijk aan andere vrouwen
worden bewezen; in sommige landen zijn zij zelfs ingeschreven,
evenals de prostituées; het kan ternauwernood verwondering wekken,
dat als aan haar beroep dezelfde nadeelen verbonden zijn als aan
dat van de prostituée, zij ook soms eenige van de voordelen van dat
beroep wenschen te bezitten. Lily Braun (Frauenfrage, p. 389 et
seq.) heeft in bijzonderheden deze ongunstige omstandigheden van
huiselijken arbeid uiteengezet, in zooverre zij betrekking hebben
op de neiging onder dienstmeisjes om prostituée te worden. R. de
Ryckère heeft in zijn belangwekkend werk, La Servante Criminelle
(1907, p. 460 et seq.; cf.), een artikel van dezelfden schrijver,
"La Criminalité Ancillaire", Archives d'Anthropologie Criminelle,
Juli en December, 1906, de psychologie van het dienstmeisje
bestudeerd. Hij vindt, dat zij vooral gekenmerkt wordt door
zorgeloosheid, ijdelheid, gebrek aan originaliteit, neiging tot
nabootsen, en vluchtigheid. Dit zijn eigenschappen, die haar
tot de prostituée doen naderen. De Ryckère schat het aantal der
vroegere dienstmeisjes onder de prostituées over het algemeen op
vijftig percent, en hij voegt er bij, dat wat de "blanke slavernij"
genoemd wordt, hier haar meest meegaande en gewillige slachtoffers
vindt. Hij merkt op, dat de dienstbode-prostituée over het geheel
niet zoozeer immoreel is als wel zonder moraal.
In Parijs bevond Parent-Duchâtelet dat, wat het aantal betrof,
dienstboden het grootste contingent leverden voor de prostitutie,
en zijn nieuwere uitgevers vonden ook, dat zij ook in later
jaren boven aan de lijst staan (Parent-Duchâtelet, uitgave van
1857, deel I, p. 83). Onder clandestiene prostituées in Parijs
ontdekte Commenge onlangs, dat vroegere dienstboden veertig
percent leveren. In Bordeaux vond Jeannel (De la Prostitution
Publique, p. 102), dat in 1860 veertig percent van de prostituées
dienstmeisjes geweest waren; daarna kwamen de naaisters met zeven
en dertig percent.
In Duitschland en Oostenrijk is het al lang erkend, dat
huisdienst het grootste aantal nieuwelingen voor de prostitutie
levert. Lippert, in Duitschland, en Gross-Hoffinger, in Oostenrijk,
hebben op dit overheerschen van dienstmeisjes gewezen en op
de beteekenis daarvan voor het midden van de negentiende eeuw;
onlangs heeft Blaschko gezegd ("Hygiene der Syphilis" in Weyl's
Handbuch der Hygiene, deel II, p. 40), dat onder de Berlijnsche
prostituées in 1898 de dienstmeisjes bovenaan stonden met een en
vijftig percent. Baumgarten heeft geconstateerd, dat in Weenen
het getal dienstboden acht en vijftig percent is.
In Engeland zijn, volgens het Rapport van een Select Committee
van de Lords over de wetten tot bescherming van kinderen, zestig
percent der prostituées dienstmeisjes geweest. F. Remo noemt
tachtig percent in zijn Vie Galante en Angleterre. Het schijnt
zelfs nog hooger te zijn voor het West-End van Londen. Voor
Londen als een geheel genomen, bleek uit de uitgebreide
statistieken van Merrick (Work Among the Fallen), kapelaan van
de Millbank-gevangenis, dat van de 14.700 prostituées er 5823,
of ongeveer veertig percent vroeger dienstmeisjes geweest waren;
dat dan de waschvrouwen kwamen en daarna de naaisters; zijn feiten
wat meer beknopt en ruwer klassificeerend, bevond Merrick, dat
het aantal van de dienstmeisjes drie en vijftig percent was.
In Amerika zegt Sanger, dat drie en veertig percent der prostituées
dienstmeisjes geweest waren, en dat de naaisters dan kwamen, maar
na een langen tusschenpoos, met zes percent (Sanger, History of
Prostitution, p. 524). Onder de prostituées van Philadelphia zegt
Goodchild, dat "dienstmeisjes waarschijnlijk naar verhouding het
meest voorkomen", hoewel er nieuwelingen kunnen gevonden worden
uit bijna alle beroepen.
In andere landen is het hetzelfde. In Italië komen volgens
Tammeo (La Prostituzione, p. 100) de dienstmeisjes het eerst
onder de prostituées met acht en twintig percent, gevolgd door
den groep van naaisters, costuumnaaisters en modemaaksters,
zeventien percent. In Sardinië zegt A. Mantegazza, dat de
meeste prostituées dienstmeisjes van buiten zijn. In Rusland
is volgens Fiaux het aantal vijf en veertig percent. In Madrid
komen, volgens Eslava (zooals aangehaald wordt door Bernaldo
de Quiros en Llanas Aguilaniedo (La Mala Vida en Madrid, p. 239)
dienstmeisjes bovenaan bij de ingeschreven prostituées met zeven en
twintig percent--bijna dezelfde verhouding als in Italië--en ook
gevolgd door de naaisters. In Zweden waren er, volgens Welander
(Monatshefte für Praktische Dermatologie, p. 477) onder de
2541 ingeschreven prostituées 1586 (of twee en zestig percent)
dienstmeisjes; op een grooten afstand volgden 210 naaisters,
dan 168 fabrieksmeisjes, enz.).
De biologische factor van de prostitutie.--Economische overwegingen
hebben, zooals we zien, een zeer belangrijken invloed op de
prostitutie, hoewel het in het geheel niet juist is te beweren, dat
zij de voornaamste oorzaak vormen. Er is een ander probleem, dat veel
onderzoekers heeft bezig gehouden: In welke mate zijn prostituées tot
dit beroep gepredestineerd door organische constitutie? Het wordt
algemeen toegegeven, dat economische en andere omstandigheden een
oorzaak zijn, die tot de prostitutie opwekken; in hoeverre zijn zij,
die bezwijken, gepredisponeerd doordat ze abnormale, persoonlijke
eigenschappen bezitten? Sommige onderzoekers hebben beweerd, dat deze
predispositie zoo stellig bestaat, dat prostitutie wel mag beschouwd
worden als een vrouwelijk equivalent voor criminaliteit, en dat in
een familie, waar de mannen zich instinctief naar de misdaad keeren,
de vrouwen zich instinctief keeren naar de prostitutie. Anderen hebben
even beslist deze conclusie bestreden.
Lombroso heeft meer speciaal de leer voorgestaan, dat
de prostitutie het plaatsvervangend equivalent is van de
criminaliteit. Hiermee bracht hij de resultaten tot ontwikkeling,
die in een belangrijke studie aangaande de familie Jukes, door
Dugdale gepubliceerd zijn; Dugdale bevond dat "daar, waar de
broeders misdaad plegen, de zusters tot de prostitutie komen";
de geld- en gevangenisstraffen van de leden der familie waren
niet opgelegd wegens schending van het eigendomsrecht, maar
voornamelijk wegens beleedigingen van de openbare zedelijkheid. "De
psychologische, zoowel als de anatomische identiteit van den
misdadiger en de geboren prostituée", tot dit besluit kwamen
Lombroso en Ferrero, "kon niet meer volkomen zijn: beiden zijn
gelijk aan den moreel krankzinnige, en daarom zijn ze, volgens
het axioma, weer aan elkander gelijk. Daar is hetzelfde gebrek aan
zedelijk gevoel, dezelfde hardheid van gemoed, dezelfde vroege lust
tot het kwade, dezelfde onverschilligheid voor maatschappelijke
schande, dezelfde wispelturigheid, luiheid en zorgeloosheid,
dezelfde smaak voor lichtzinnige genoegens, voor de orgie en voor
alcohol, dezelfde, of bijna dezelfde, ijdelheid. Prostitutie is
slechts de vrouwelijke zijde van de criminaliteit. En zoo waar
is het dat prostitutie en criminaliteit twee analoge, of, om zoo
te zeggen, parallel gaande verschijnselen zijn, dat zij in hun
uitersten elkaar ontmoeten. De prostituée is dus psychologisch
een misdadige: als zij geen eigenlijke misdaden begaat, dan is het
omdat haar physieke zwakte, haar gering verstand, het gemak waarmee
zij alles wat zij noodig heeft op eenvoudige wijze verkrijgen
kan, haar ontslaan van de noodzakelijkheid misdaden te begaan,
en juist om deze redenen vertegenwoordigt de prostitutie den
specifieken vorm van vrouwelijke criminaliteit". De schrijvers
voegen er bij, dat "prostitutie, in zekeren zin, maatschappelijk
nuttig is als een afvoerkanaal voor de mannelijke sexualiteit
en een voorbehoedmiddel tegen de misdaad" (Lombroso en Ferrero,
La Donna Delinquente, 1893, p. 571).
Zij, die dit gezichtspunt bestreden hebben, hebben zich
op ander standpunt geplaatst dan Lombroso en Ferrero,
en zij hebben in het geheel niet altijd de positie, die
zij aanvielen, begrepen. Zoo betoogt W. Fisher met veel
kracht (in Die Prostitution) dat prostitutie niet is een
onschuldig equivalent van de criminaliteit, maar een factor
van de criminaliteit. En Féré beweert (in Dégénérescence et
Criminalité), dat criminaliteit en prostitutie niet equivalent
zijn, maar identiek. "Prostituées en misdadigers", zegt hij,
"hebben als gemeenschappelijk kenmerk hun onproductiviteit, en
bijgevolg zijn ze onmaatschappelijk. Prostitutie vormt zoo een
vorm van criminaliteit." Het essentieele kenmerk van misdadigers
is echter niet hun onproductiviteit, want die hebben ze gemeen
met een groot deel van de rijksten uit de hoogste standen; we
moeten er ook bijvoegen, dat de prostituée, ongelijk aan den
misdadiger, een werkzaamheid uitoefent, waar navraag naar is,
waarvoor zij bereidwillig betaald wordt en waarvoor zij te werken
heeft (het is soms opgemerkt, dat de prostituée neerziet op den
dief, die "niet werkt"); zij oefent een beroep uit, en zij is
niet meer of minder productief dan zij, die meer respectabele
beroepen uitoefenen. Aschaffenburg meent dat hij staat tegenover
Lombroso, waar hij eenigszins verschillend van Féré beweert,
dat de prostitutie inderdaad niet is zooals Féré zeide, een
vorm van criminaliteit, maar dat ze te dikwijls samengaat met
criminaliteit om als een equivalent beschouwd te worden. Onlangs
heeft Mönkemöller hetzelfde standpunt verdedigd. Hier is echter,
als gewoonlijk, een groot verschil van meening aangaande de
proportie van prostituées, waarvan dit waar is. Alle onderzoekers
erkennen dat dit waar is voor een zeker aantal, maar terwijl
Baumgarten bij onderzoek van acht duizend prostituées maar een
kleine proportie vond die misdadigsters waren, vond Ströhmberg,
dat van de 462 prostituées er 175 dieveggen waren. Aan den anderen
kant staat Morasso (zooals in Archivio di Psichiatria aangehaald
is, 1896, afl. 1), op grond van zijn eigen onderzoekingen, meer
bepaald tegenover Lombroso, daar hij protesteert tegen iedere
zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées, die haar op
eenigerlei wijze zou gelijk maken aan misdadigers.
De kwestie van de sexualiteit van de prostituées, die in zekere
betrekking staat tot haar neiging tot degeneratie, is door
verschillende schrijvers in verschillenden zin opgelost. Terwijl
sommige, zooals Morasso, beweren, dat de sexueele impuls de voornaamste
oorzaak is die vrouwen er toe brengt de loopbaan van prostituée
te kiezen, beweren andere, dat prostituées gewoonlijk bijna zonder
sexueelen impuls zijn. Lombroso verwijst naar het veel voorkomen van
sexueele koelheid onder prostituées [173]. In Londen zegt Merrick, die
bekend was met meer dan 16.000 prostituées, dat hij "maar heel enkele
gevallen" ontmoet heeft waarin grof sexueel verlangen de beweegreden
geweest is tot het kiezen van een leven van prostitutie. In Parijs
had Raciborski al veel vroeger gezegd, dat "men onder prostituées er
maar zeer weinig vindt die tot losbandigheid gedrongen werden door
sexueelen gloed" [174]. Ook Commenge, die zorgvuldig de Parijsche
prostituée bestudeerd heeft, kan niet toegeven dat sexueele begeerte
genoemd mag worden onder de ernstige oorzaken van de prostitutie. "Ik
heb duizende vrouwen over dit punt ondervraagd", zegt hij, "en maar
zeer weinige hebben mij verteld, dat zij tot de prostitutie gedreven
waren ter bevrediging van haar sexueele behoeften. Hoewel meisjes, die
zich aan de prostitutie overgeven, gewoonlijk niet zeer oprecht zijn,
hebben zij geloof ik op dit punt geen behoefte om te bedriegen. Als
zij sexueele behoeften hebben, dan verbergen zij die niet, maar
integendeel vertoonen zij een zekere voorliefde om ze te erkennen
als een voldoende rechtvaardiging voor haar leven; zoodat, als maar
een zeer kleine minderheid deze beweegreden aanhaalt, de oorzaak is
dat ze voor de groote meerderheid niet bestaat".
Er kan geen twijfel aan zijn dat de opmerkingen, die aangaande de
sexueele koelheid van prostituées gemaakt worden, dikwijls veel te
weinig bepaald zijn. Dit berust voor een deel zeker op het feit, dat
ze gewoonlijk gedaan worden door hen, die spreken uit hun bekendheid
met oude prostituées, wier gemeenzaamheid met normaal sexueel verkeer
in zijn minst aantrekkelijken vorm tot resultaat heeft gehad, dat
zij volkomen onverschillig werden voor zulk verkeer, zoover haar
cliënten aangaat [175]. Het kan naar waarheid getuigd worden, dat
voor de vrouw van diepen hartstocht de kortstondige en oppervlakkige
verhoudingen van de prostitutie geen verleiding kunnen bieden. En we
kunnen er bijvoegen, dat de meerderheid der prostituées haar loopbaan
op zeer jeugdigen leeftijd begint, lang voor den tijd waarop bij
vrouwen de neiging tot hartstocht nog gekomen is [176]. We kunnen ook
wel zeggen, dat een onverschilligheid voor sexueele verhoudingen,
een neiging er geen persoonlijke waarde aan te hechten, dikwijls
een predisponeerende oorzaak is bij het aannemen van de loopbaan
van prostituée; de geestelijke ondiepte van prostituées kan wel
samengaan met ondiepte van physieke gemoedsbeweging. Aan den anderen
kant schijnen veel prostituées, in ieder geval in het begin van
haar loopbaan, een merkbare mate van zinnelijkheid te vertoonen,
en voor vrouwen van ruwe sexueele kracht is de prostitutie in dit
opzicht niet zonder aantrekkingskracht geweest; men weet, dat de
bevrediging van physieke begeerte in sommige gevallen als motief
gewerkt heeft en in andere is ze duidelijk na te wijzen [177]. Dit kan
ternauwernood verwondering wekken als wij bedenken, dat prostituées
in veel gevallen opmerkelijk sterke en gezonde menschen zijn wat
haar algemeenen toestand betreft [178]. Zij bieden zonder moeite
weerstand aan de gevaren van haar beroep, en hoewel de uitingen van
sexueel gevoel onder den invloed daarvan in den loop van den tijd
wel moeten gewijzigd worden of verdraaid, zoo is dit geen bewijs
dat sexueele gevoeligheid oorspronkelijk afwezig was. Het is zelfs
geen bewijs van het verlies ervan, want de werkelijke natuur van
de normale prostituée en haar sexueele gloed vinden voornamelijk
uiting niet in haar beroepsverhoudingen tot haar cliënten, maar in
haar verhoudingen tot haar minnaar, die tevens haar souteneur is
[179]. Het is volkomen waar, dat de omstandigheden van haar leven
het dikwijls praktisch voordeelig maken voor de prostituées om aan
zich verbonden te hebben een man, die voor haar belangen zorgt en
die ze zoo noodig zal verdedigen, maar dat is alleen een bijkomend,
toevallig en ondergeschikt voordeel van den "minnaar", voor zoover het
prostituées in het algemeen betreft. Zij is in de eerste plaats tot hem
aangetrokken omdat hij haar persoonlijk bevalt en zij hem voor zichzelf
wil hebben. Het motief voor haar verbintenis is in hoofdzaak erotisch,
in den vollen zin van het woord en sluit in zich niet alleen sexueele
verhoudingen, maar bezit een gemeenschappelijk belang, een duurzaam
en intiem leven, te zamen geleid. "Je weet dat, wat wij in ons beroep
doen, ons hart niet kan vullen" zeide een Duitsche prostituée. "Waarom
zouden wij niet een echtgenoot hebben zooals andere vrouwen? Ik heb
ook behoefte aan liefde. Als dat niet zoo was, zouden we geen behoefte
hebben aan een minnaar". En hij van zijn kant beantwoordt dat gevoel
en wordt in het geheel niet alleen bewogen door eigenbelang [180].
Een van mijn correspondenten, die veel ondervinding gehad
heeft met prostituées, niet alleen in Engeland, maar ook in
Duitschland, Frankrijk, België en Holland heeft gevonden, dat de
normale uitingen van sexueel gevoel veel meer gewoon zijn onder
Engelsche prostituées dan onder die van het vaste land. "Ik zou
zeggen", schrijft hij, "dat bij den normalen coïtus vrouwen van
het vaste land gewoonlijk geen sexueele opwinding ondervinden. Ik
geloof niet, dat ik ooit een vrouw van het vasteland gekend heb,
die iets had, dat op geprikkeldheid leek. Engelsche vrouwen
echter, geven zich, als een man maar gewoon vriendelijk is en
toont dat hij wat gevoel heeft boven uitsluitend zinnelijke
bevrediging, dikwijls over aan de meest wilde genoegens van
sexueele opwinding. Natuurlijk is er in dit leven, evenals in
andere, scherpe concurrentie, en een vrouw moet, om met haar
mededingsters te wedijveren, haar mannelijke vrienden behagen;
maar een man van de wereld kan altijd onderscheid maken tusschen
echte en gesimuleerde hartstocht". (Het is echter mogelijk,
dat hij het meeste succes zal hebben bij het opwekken van de
gevoelens van de vrouwen van zijn eigen land). Aan den anderen
kant vindt deze schrijver, dat de buitenlandsche vrouwen er
meer op uit zijn in het genoegen van haar tijdelijke metgezellen
te voorzien en zich te vergewissen wat hen genoegen geeft. "De
buitenlandsche schijnt het tot de hoofdzaak van haar leven te
maken de een of andere abnormale wijze van sexueele bevrediging
voor haar metgezel te ontdekken". Voor haar eigen genoegen vragen
buitenlandsche prostituées dikwijls om cunnilinctus, liever dan
normalen coïtus, terwijl anale coïtus ook gewoon is. Het verschil
is klaarblijkelijk, dat de Engelsche vrouwen, als zij bevrediging
zoeken, die vinden in normalen coïtus, terwijl de buitenlandsche
vrouwen meer abnormale methoden prefereeren. Er is echter een
klasse van Engelsche prostituées, die deze correspondent als een
uitzondering beschouwt op den algemeenen regel: de klasse van haar,
die voortgekomen zijn uit de lagere rangen van het tooneel. "Zulke
vrouwen zijn gewoonlijk losbandiger--dat is te zeggen, meer bekend
met het bizarre in het sexueele--dan meisjes, die uit winkels
komen of uit kroegen; zij vertoonen een bekendheid met fellatio,
en zelfs van anale coïtus, en gedurende de menstruatie vragen
zij dikwijls om inter-mammaire coïtus".
Over het geheel schijnt het, dat prostituées, hoewel ze haar leven
gewoonlijk niet uit beweegredenen van zinnelijkheid kiezen, toch als
ze haar loopbaan beginnen of in het eerste deel ervan een tamelijk
gewone mate van sexueele impuls bezitten, met variaties in beide
richtingen zoowel van exces en tekort, als van perversie. Op een
wat later tijd is het nutteloos te trachten de sexueele impuls van
prostituées af te meten naar de mate van genoegen, die zij vinden
in het beroeps-uitvoeren van sexueelen omgang. Het is noodig zich
te vergewissen of zij sexueele instincten hebben, die op andere
wijze bevredigd worden. In een groot aantal gevallen vindt men, dat
dit zoo is. Masturbatie is vooral onder prostituées uiterst gewoon;
hoeveel ze ook voorkomt onder vrouwen, die geen ander middel hebben
om sexueele bevrediging te verkrijgen, wordt toch toegegeven, dat ze
onder prostituées nog meer voorkomt, ja bijna algemeen [181].
Homosexualiteit, hoewel ze niet zoo gewoon is als masturbatie, wordt
onder prostituées zeer veel gevonden--in Frankrijk schijnt het,
meer dan in Engeland--en men kan wel zeggen, dat ze meer voorkomt
onder prostituées dan onder eenige andere klasse van vrouwen. Ze
wordt begunstigd door den verkregen tegenzin tegen normalen coïtus,
die voortkomt uit beroeps-omgang met mannen, die er toe leidt dat
homosexueele verhoudingen door vergelijking met deze beschouwd worden
als rein en ideaal. Het schijnt ook wel, dat in een groot aantal
gevallen prostituées een aangeboren aanleg tot sexueele inversie hebben
en dat zulk een aanleg, te zamen met onverschilligheid voor den omgang
met mannen een oorzaak is, die haar voorbeschikt tot het kiezen van
het leven van prostituée. Kurella beschouwt prostituées zelfs als
een tweede variëteit van personen met aangeboren inversie. Anna
Rüling in Duitschland zegt, dat ongeveer twintig percent van de
prostituées homosexueel zijn; als haar gevraagd werd wat er haar toe
bracht prostituée te worden, antwoordde meer dan een geïnverteerde
vrouw van de straat haar, dat het zuiver een beroeps-zaak was en dat
sexueel gevoel buiten kwestie bleef, behalve met een vriendin [182].
Het voorkomen van aangeboren inversie onder prostituées--hoewel we
prostituées als een klasse niet als noodzakelijk gedegenereerd behoeven
te beschouwen--doet de vraag ontstaan of het waarschijnlijk is, dat
we een ongewoon groot aantal physieke en andere afwijkingen onder haar
vinden. Het kan niet gezegd worden, dat er op dit punt eenstemmigheid
van opinie is. Voor sommige autoriteiten zijn prostituées niets anders
dan normale, gewone vrouwen van een lagen maatschappelijken rang,
zoo inderdaad haar instincten niet eenigszins verheven zijn boven die
van de klasse, waarin zij geboren zijn. Andere onderzoekers vinden
onder haar een zoo groote proportie van individuen, die afwijken van
het normale, dat zij geneigd zijn de prostituées over het algemeen
te plaatsen onder de eene of andere abnormale klasse [183].
Baumgarten, die meer dan 8000 prostituées gekend heeft, bevond,
dat maar een zeer klein deel crimineel is of psychopatisch in
temperament of organisatie (Archiv für Kriminal-Anthropologie,
deel XI, 1902). Het is echter niet duidelijk, dat Baumgarten
eenige nauwkeurige en preciese onderzoekingen deed. Mr. Lane, een
Londensch politie-rechter, heeft geconstateerd, als resultaat van
zijn eigen opmerkingen, dat prostitutie "tegelijk een symptoom
en een gevolg is van denzelfden gedegenereerden, physieken
en decadenten aard, die aanleiding geeft tot het ontstaan van
mannelijke landloopers, kleine dieven en bedelaars van beroep en
dat de prostituée gewoonlijk het vrouwelijk analogon daarvan is"
(Ethnological Journal, April, 1905, p. 41). Deze schatting is
zeker juist, wat een groot deel der vrouwen aangaat, die, dikwijls
verzwakt door drank, in de zittingen van de politie-rechters
verschijnen, maar ze kan wel nauwelijks zonder nadere aanduiding
toegepast worden op prostituées in het algemeen.
Morasso (Archivio di Psichiatria, 1896. afl. 1) heeft geprotesteerd
tegen een enkel zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées
op grond van zijn eigen opmerkingen. Er is, zegt hij, een categorie
van prostituées, onbekend aan wetenschappelijke navorschers, die
hij noemt die van de Prostitute di alto bordo. Onder haar zijn
de teekenen van degeneratie zoowel physiek als moreel, niet in
grooteren getale te vinden, dan onder vrouwen, die niet tot de
prostitutie behooren. Zij vertoonen alle soorten van karakters,
terwijl sommigen van haar een groote verfijning bezitten; ze
worden voornamelijk gekenmerkt door een ongewone mate van sexueele
begeerte. Zelfs onder de lagere groep van de bassa prostituzione
beweert hij, dat wij een overheerschen vinden van sexueele,
zoowel als van professioneele karakters eer dan teekenen van
degeneratie. Het is voldoende nog een getuigenis aan te halen,
zooals het vele jaren geleden gegeven is door een vrouw van
hoog verstand en karakter, Mrs. Craik, de romanschrijfster:
"De vrouwen, die vallen, zijn in het geheel niet de slechtste
van haar stand", schreef zij. "Ik heb het hooren bevestigen door
meer dan een vrouw--door eene vooral, wier ondervinding even
groot was als haar welwillendheid--dat vele van haar behooren
onder de beste, meest verfijnde, intelligente, waarheidlievende,
en liefhebbende. "Ik weet niet hoe het komt", zeide zij dan,
"of juist haar meerderheid haar ontevreden maakt met haar eigen
stand--arbeiders zijn dikwijls zulke ruwe, boersche kerels!--zoodat
zij gemakkelijker ten prooi vallen aan mannen, die in stand boven
haar zijn: of dat, hoewel deze theorie veel menschen zal stuiten,
andere deugden nog kunnen bestaan en bloeien, volkomen afgescheiden
van, en na het verlies van dat, wat wij gewend zijn te beschouwen
als de onmisbare eerste deugd van onze sekse--kuischheid. Ik kan
het niet verklaren; ik kan alleen zeggen, dat het zoo is, dat
sommige van mijn meest belovende dorpsmeisjes het eerst in het
verderf zijn geloopen; en dat sommige van de beste en trouwste
dienstmeisjes, die ik ooit gehad heb, tot schande kwamen, en
als ik ze niet te hulp was gekomen en ze op weg had geholpen
het kwaad weer goed te maken, ongetwijfeld "gevallen vrouwen"
zouden geworden zijn"." (A Woman's Thoughts About Women, 1858,
p. 291). Verschillende schrijvers hebben den nadruk gelegd op
de goede moreele eigenschappen van prostituées. Zoo noemt in
Frankrijk Despine eerst haar ondeugden op zooals (1) gulzigheid
en drankzucht, (2) leugenachtigheid, (3) opvliegendheid,
(4) gebrek aan orde en slordigheid, (5) wispelturigheid, (6)
behoefte aan beweging, (7) neiging tot homosexualiteit; en
dan gaat hij voort haar goede eigenschappen te specificeeren:
haar moederliefde en haar kinderliefde, haar hulpvaardigheid
voor elkaar; en haar weigeren elkaar aan te klagen; terwijl zij
dikwijls godsdienstig zijn, soms bescheiden en gewoonlijk zeer
eerlijk (Despine Psychologie Naturelle, deel III, p. 207 et seq.;
wat de Siciliaansche prostituées betreft cf. Càllari, Archivio
di Psichiatria, afl. IV, 1903). De hulpvaardigheid voor elkaar,
die dikwijls in ellende getoond wordt, wordt in hooge mate
geneutraliseerd door beroeps-achterdocht en jaloezie.
Lombroso meent, dat de basis van de prostitutie gevonden
moet worden in moreele onnoozelheid. Als we door moreele
onnoozelheid een toestand moeten verstaan die nauw verwant is aan
krankzinnigheid, dan is deze bewering dubbelzinnig. Er schijnt
geen duidelijke verhouding te zijn tusschen prostitutie en
krankzinnigheid, en Tammeo heeft aangetoond (La Prostituzione,
p. 76), dat het veelvuldig voorkomen van prostituées in de
verschillende Italiaansche provincies in omgekeerde verhouding
staat tot het veelvuldig voorkomen van krankzinnigen; naarmate
de krankzinnigheid toeneemt, neemt de prostitutie af. Maar als
we meenen een mindere mate van moreele achterlijkheid--dat is te
zeggen, een stompheid in ontvankelijkheid voor de gewone moreele
beschavingsoverwegingen, die, terwijl ze direct voortkomt uit
den verhardenden invloed van een ongunstige jeugd-omgeving,
ook kan berusten op een aangeboren aanleg--kan er geen twijfel
aan zijn of moreele achterlijkheid wordt zeer dikwijls onder
prostituées gevonden. Het zou ongetwijfeld aannemelijk zijn te
zeggen, dat iedere vrouw, die haar maagdelijkheid geeft in ruil
voor een onvoldoende weergave een achterlijke is. Als zij zich
geeft uit liefde, heeft zij op zijn slechtst, een dwaze vergissing
begaan, zooals jonge en onervaren menschen ieder oogenblik kunnen
begaan. Maar als zij bepaald het plan heeft zich te verkoopen,
en als ze dat doet voor niets of voor bijna niets, dan is het een
ander geval. De ondervindingen van Commenge in Parijs zijn in dit
opzicht leerzaam. "Voor veel jonge meisjes", schrijft hij, "bestaat
er geen schaamtegevoel, zij ondervinden geen gemoedsbeweging als
zij zich volkomen ongekleed vertoonen, zij geven zich aan den
eersten den besten, waarvan zij niet weten, of zij hem ooit weer
zullen zien. Zij hechten geen waarde aan haar maagdelijkheid; zij
worden onteerd onder de vreemdste omstandigheden, zonder de minste
gedachte aan of zorg over de daad, die zij doen. Nòch eenig gevoel,
nòch eenige berekening, drijft haar in de armen van een man. Zij
laten zich gaan zonder nadenken en zonder reden, bijna als een
dier, uit onverschilligheid en zonder genot". Hij kende vijf en
veertig meisjes tusschen den leeftijd van twaalf en zeventien,
die door den eersten den besten onbekende, dien ze nooit terug
zagen, onteerd werden; zij verloren haar maagdelijkheid, naar
Dumas zegt, zooals zij haar melktanden verloren, en ze konden
geen aannemelijke reden opgeven voor haar verlies. Een meisje van
vijftien jaar, dat vermeld wordt door Commenge en dat bij haar
ouders woonde, die haar alles gaven wat ze noodig had, verloor
haar maagdelijkheid, doordat ze toevallig een man ontmoette,
die haar twee francs aanbood, als ze met hem mee wilde gaan;
ze deed het zonder aarzelen en begon spoedig uit zichzelf mannen
aan te spreken. Een meisje van veertien jaar, die ook behagelijk
bij haar ouders woonde, gaf haar maagdelijkheid op een kermis
voor een glas bier, en begon van toen af zich aan te sluiten
bij prostituées. Een ander meisje van denzelfden leeftijd,
die op een Kermesse in den draaimolen wilde draaien, bood zich
aan, aan den man die de machine bediende, voor het genoegen van
eenmaal rond te draaien. Nog een ander meisje van vijftien jaar,
op een ander feest, bood haar maagdelijkheid voor hetzelfde
tijdelijke genoegen. (Commenge, Prostitution Clandestine, 1897,
p. 101 et seq.). In de Vereenigde Staten legt Dr. W. Travis Gibb,
behandelend geneesheer aan de "New York Society for the Prevention
of Cruelty to Children", dezelfde getuigenis af van het feit, dat
in een tamelijk groot deel van gevallen van "verkrachting" het
kind het gewillige slachtoffer is. "Het is bepaald aandoenlijk"
zegt hij (Medical Record, April 20, 1907), "te bemerken hoe een
stuiversstuk of een kwartje voldoende zijn om de deugd van deze
kinderen te koopen".
Indien we willen onderzoeken in hoeverre prostituées aangeboren
physieke afwijkingen vertoonen, dan is het gelaat de ruwste en
meest voor de hand liggende toetssteen, hoewel hij niet de meest
preciese is en evenmin de meeste bevrediging geeft. Toen in
Frankrijk, ongeveer 1000 prostituées wat haar uiterlijk betrof
in vijf groepen verdeeld werden, vond men, dat slechts zeven
tot veertien percent tot de eerste groep behoorden, nl. tot de
groep van haar, waarvan men zeggen kon, dat ze jeugd en schoonheid
bezaten. (Jeannel, De la Prostitution Publique, 1860, p. 168). En
Woods Hutchinson, die een uitgebreide bekendheid met Londen,
Parijs, Weenen, New York, Philadelphia en Chicago bezit, zegt, dat
een mooie of zelfs maar aantrekkelijk-uitziende prostituée zeldzaam
is, en dat het gewone schoonheidsniveau lager is dan in eenige
andere klasse van vrouwen. "Voor welke andere verkeerdheden",
merkt hij op, "de fatale macht van de schoonheid verantwoordelijk
gesteld mag worden, ze heeft niets te maken met prostitutie"
(Woods Hutchinson, "The Economics of Prostitution", American
Gynaecological and Obstetric Journal, September, 1895). We moeten
natuurlijk altijd in de gedachten houden, dat deze taxaties iets
van haar waarde verliezen, doordat ze voornamelijk gebaseerd zijn
op het onderzoek van vrouwen, die het duidelijkst tot de klasse der
prostituées behooren en reeds door haar beroep ruw zijn geworden.
Als we tot de conclusie mogen komen--en over dit feit zal
waarschijnlijk niet getwist worden--dat mooie, aangename,
en harmonisch gevormde gezichten eer zeldzaam dan gewoon
zijn onder prostituées, dan mogen we daarentegen zeggen, dat
nauwkeurig onderzoek een groot aantal physieke abnormaliteiten
aan den dag zal brengen. Een van de vroegste belangrijke
physieke onderzoekingen op prostituées was die van Dr. Pauline
Tarnowsky in Rusland (het eerst gepubliceerd in Vratch in 1887,
en later als Etudes anthropométriques sur les Prostituées et les
Voleuses). Zij onderzocht vijftig prostituées uit Petersburg,
die niet langer dan twee jaren in een bordeel gewoond hadden,
en ook vijftig boerenvrouwen van zooveel mogelijk denzelfden
leeftijd en geestelijke ontwikkeling. Zij vond, dat (1) de
prostituée kleiner schedel-middellijn had; (2) dat acht en veertig
percent verschillende teekenen vertoonde van physieke degeneratie
(onregelmatigen schedel, asymmetrie van het gezicht, afwijkingen
in het harde verhemelte, tanden, ooren, enz.). Deze neiging tot
afwijkingen onder de prostituées was tot zekere hoogte verklaard,
toen er gevonden werd, dat ongeveer vier vijfde van haar, ouders
hadden, die aan den drank verslaafd waren, en bijna een vijfde
de laatst overlevenden van groote families waren; zulke families
zijn dikwijls voortgebracht door gedegenereerde ouders.
Het veelvuldig voorkomen van erfelijke degeneratie is ook door
Bonhoeffer onder Duitsche prostituées opgemerkt. Hij onderzocht
190 prostituées in de gevangenis in Breslau, die dus tot een meer
abnormale klasse behoorden dan gewone prostituées, en hij vond,
dat er 102 erfelijk gedegenereerd waren, meest met een of beide
ouders dronkaards; 53 vertoonden tevens zwakzinnigheid (Zeitschrift
für die Gesamte Strafwissenschaft, Bd. XXXIII, p. 106).
Het meest nauwkeurige onderzoek van gewone niet-misdadige
prostituées, zoowel anthropologisch als wat het overheerschen
van afwijkingen aangaat, is in Italië gedaan, hoewel niet op
een voldoend aantal personen om absoluut beslissende resultaten
op te leveren. Zoo onderzocht Fornasari zestig prostituées,
voornamelijk uit Emilia en Venetië, en ook zeven en twintig
andere uit Bologne; de laatste groep werd vergeleken met een
derde groep van twintig normale vrouwen uit Bologne (Archivio di
Psichiatria, 1892, afl. VI). Er werd bevonden, dat de prostituées
van een kleiner type waren dan de normale individuen, met smaller
hoofden en grooter gezichten. Zooals de schrijver zelf zegt,
waren de personen die hij onderzocht, niet voldoende in aantal
om ver strekkende generalisaties te rechtvaardigen, maar het
kan toch de moeite waard zijn eenige van zijn resultaten op te
sommen. Bij dezelfde grootte vertoonden de prostituées grooter
gewicht; bij dezelfden leeftijd waren ze kleiner dan andere
vrouwen, niet alleen van de gegoede, maar van de arme klasse: de
lengte van het gezicht, de bizygomatische doorsnee (hoewel niet de
afstand tusschen de jukbeenderen), de afstand tusschen de kin en
de uitwendige ooropening, en de afmeting van de kaak waren alle
grooter bij de prostituées; de handen waren, in vergelijking van
den palm, langer en breeder dan bij gewone vrouwen; de voet was
ook langer bij prostituées, en de dij was, in vergelijking van de
kuit grooter. Het is opmerkelijk, dat bij de meeste bijzonderheden,
vooral wat de metingen van het hoofd betreft, de variaties onder
de prostituées veel grooter waren dan onder de andere vrouwen,
die onderzocht werden; dit kan voor een deel, hoewel niet geheel,
verklaard worden uit het iets grootere aantal van de eersten.
Ook Ardu gaf (in hetzelfde nummer van de Archivio) het resultaat
van zijn onderzoekingen (op initiatief van Lombroso verricht)
over het veelvoudig voorkomen van abnormaliteiten onder de
prostituées. De personen waren vier en zeventig in aantal en
behoorden tot de Clinica Sifilopatica van Professor Giovannini in
Turijn. De abnormaliteiten, waarnaar onderzoek gedaan werd waren:
mannelijke verdeeling van haar in de schaamstreek, op de borst en
de ledematen, al te sterke haargroei op het voorhoofd, linkschheid,
atrophie van den tepel, en tatoeëeren (dat maar eens gevonden
werd). Ardu's verhandelingen over een andere serie onderzoekingen
van vijf en vijftig prostituées door Lombroso, geven tot resultaat,
dat mannelijke plaatsing van het haar gevonden wordt bij vijftien
percent, tegen zes percent bij gewone vrouwen; eenige mate van
hypertrichosis in achttien percent; linkschheid in elf percent
(maar bij normale vrouwen wel twaalf percent volgens Gallia);
en atrophie van den tepel in twaalf percent.