II. DE OORSPRONG EN DE ONTWIKKELING VAN DE PROSTITUTIE

De meer verfijnde vormen van de orgie bloeien in de beschaving, hoewel

zij, daar zij voornamelijk de hersenen prikkelen, niet de weldadigste

of de meest werkzame zijn. De meer primitieve en musculaire vormen

van de orgie hebben, aan den anderen kant, neiging onder den invloed

der beschaving in discrediet te geraken en voor zoover mogelijk,

geheel onderdrukt te worden. Dit is voor een deel de wijze waarop de

beschaving de prostitutie bevordert. Want de orgie in haar primitieve

vormen zoekt, als haar verboden wordt zich openlijk te vertoonen,

het donker; ze verbindt zich met een fundamenteel instinct, waarvoor

de beschaafde maatschappij geen volledige wettige bevrediging biedt;

ze verschanst zich midden in het beschaafde leven, en vormt zoodoende

een probleem, dat uiterst moeilijk en belangrijk is [116].

Er wordt gewoonlijk gezegd, dat de prostitutie altijd en overal

heeft bestaan. Die bewering is in het geheel niet juist. Een soort

van amateur-prostitutie wordt nu en dan bij natuurvolken gevonden,

maar gewoonlijk is het niet voordat het barbarisme volkomen ontwikkeld

is en een zeker stadium van beschaving nadert, dat goed ontwikkelde

prostitutie gevonden wordt. Ze bestaat in systematischen vorm in

iedere beschaafde maatschappij.

Wat is prostitutie? Er is veel gestreden over de juiste definitie

van prostitutie [117]. De Romein Ulpianus zeide, dat een prostituée

iemand was, die openlijk haar lichaam geeft aan een aantal mannen

zonder keuze, voor geld [118]. Soms is er gezegd, dat een prostituée

iemand is, die zich aan vele mannen geeft. Om juist te zijn, moet een

definitie echter passen op beide seksen gelijkelijk, en we zouden zeker

aarzelen een man, die sexueelen omgang gehad heeft met vele vrouwen,

een prostituée te noemen. Het begrip van de koopbaarheid, de bedoeling

de gunsten van het lichaam te verkoopen, behoort tot het wezen van het

begrip prostitutie. Zoo geeft Guyot de definitie van een prostituée

als "een persoon voor wie sexueele verhoudingen ondergeschikt zijn

aan winstbejag" [119]. Het is echter niet juist een prostituée te

definieeren enkel als een vrouw, die haar lichaam verkoopt. Dat wordt

alle dagen gedaan door vrouwen, die trouwen om een huis en een middel

van bestaan te krijgen, en toch, hoe immoreel dit gedrag zijn mag van

een hoog ethisch standpunt, het zou niet goed zijn en zelfs misverstand

veroorzaken, als we het prostitutie noemden [120]. Het is daarom

beter een prostituée te definieeren als een vrouw, die tijdelijk

haar sexueele gunsten aan verschillende personen verkoopt. Zoo

is, volgens Wharton's Law-lexicon een prostituée "een vrouw, die

zonder onderscheid met mannen verkeert voor loon"; Bonger zegt, dat

"die vrouwen prostituées zijn, die haar lichaam verkoopen voor het

uitoefenen van sexueele daden en hiervan een beroep maken" [121];

Richard zegt, dat "een prostituée een vrouw is, die zich openlijk

geeft aan den eersten den besten voor een geldelijke belooning"

[122]. Daar, ten slotte, het veel voorkomen van de homo-sexualiteit

geleid heeft tot het bestaan van mannelijke prostituées, moet de

definitie gesteld worden in een vorm, die geen betrekking heeft op

sekse, en we kunnen daarom zeggen, dat een geprostitueerde een persoon

is, die er een beroep van maakt de lusten van verschillende personen

van de tegenovergestelde of van dezelfde sekse te bevredigen.

Het behoort tot het wezen der zaak, dat de daad van prostitutie als

een gewoonte uitgevoerd wordt met "verschillende personen". Een

vrouw, die haar onderhoud verdient door de maîtres te zijn

van een man, wien zij trouw is, is geen prostituée, hoewel

zij er dikwijls later een wordt en er vroeger een geweest kan

zijn. Het juiste punt, waarop een vrouw een prostituée begint

te zijn, is een kwestie van groot belang in landen, waar de

prostituées onderworpen zijn aan contrôle. Zoo ontmoette, niet

lang geleden in Berlijn, een meisje, dat de maîtres was van een

rijken kavalerie-officier en door hem onderhouden werd, tijdens

de ziekte van den officier toevallig een man, dien zij vroeger

gekend had, en zij noodigde hem eens of twee keer uit haar te

bezoeken, terwijl ze geschenken in geld van hem kreeg. Dit kwam

op de een of andere wijze ter kennis van de politie, en zij werd

gearresteerd en tot een dag gevangenisstraf veroordeeld als een

niet ingeschreven prostituée. Bij hooger beroep werd het vonnis

echter vernietigd. Liszt zegt in zijn Strafrecht, dat een meisje,

dat haar geheele inkomen of een deel van haar inkomen krijgt van

"vaste verhoudingen" niet ontucht als bedrijf uitoefent in den

zin van de Duitsche wet (Geschlecht und Gesellschaft, Jahrgang 1,

Heft 9, p. 345).

Het is niet heel gemakkelijk den oorsprong uit te leggen van de

systematische beroeps-prostitutie, met het bestaan waarvan we in de

beschaafde maatschappij bekend zijn. De amateur-soort van prostitutie,

die soms opgemerkt is onder primitieve volken--dat is het feit,

dat een man een vrouw een geschenk mag geven als hij tracht haar te

overreden hem toe te staan omgang met haar te hebben--is inderdaad

geen prostitutie, zooals wij die kennen. Het geschenk is in zulk een

geval alleen maar een deel van een soort van hof maken, dat leidt

tot een tijdelijke verhouding. De vrouw behoudt min of meer haar

maatschappelijke positie en is niet gedwongen er een beroep van te

maken zich te verkoopen, omdat van nu af aan geen andere loopbaan

mogelijk voor haar is. Toen Cook in Nieuw-Zeeland kwam, ondervonden

zijn mannen, dat de vrouwen niet onoverwinlijk waren, "maar de termen

en de wijze van toestemming waren even fatsoenlijk als die in het

huwelijk bij ons", en "volgens hun opvattingen was de overeenkomst

even onschuldig". De toestemming van de vrienden der vrouw was noodig,

en als de voorbereidende maatregelen getroffen waren, was het noodig

deze "dame voor den nacht" met "dezelfde égards te behandelen, die

hier noodig zijn voor de vrouw, die men voor zijn leven heeft, en de

minnaar, die zich eenige vrijheden aanmatigde, waardoor daaraan tekort

gedaan werd, kon er van op aan, dat hij werd teleurgesteld" [123]. Men

zegt, dat op sommige van de Melaneesische eilanden de vrouwen soms voor

een tijd prostituées werden of wegens haar slecht gedrag soms gedwongen

werden prostituées te worden; zij werden echter niet bijzonder veracht

en als ze op deze wijze een zekere mate van bezit verworven hadden,

konden ze een goed huwelijk sluiten, en daarna zou het niet gepast

zijn haar te herinneren aan haar vroegere loopbaan [124].

Als de prostitutie het eerst optreedt bij een primitief volk, dan

gebeurt het soms, dat er weinig of geen schande aan gehecht wordt,

omdat de gemeenschap er nog niet aan gewoon is geraakt, eenige speciale

waarde te hechten aan de aanwezigheid van maagdelijkheid. Schurtz

haalt uit het werk van een ouden Arabischen aardrijkskundige

Al-Bekri eenige belangwekkende opmerkingen aan over de Slaven: "De

vrouwen van de Slaven zijn, nadat ze getrouwd zijn, trouw aan haar

echtgenooten. Als echter een jong meisje verliefd wordt op een man,

dan gaat zij naar hem toe en bevredigt haar hartstocht. En als een

man trouwt en hij ontdekt, dat zijn vrouw maagdelijk is, dan zegt hij

tot haar: "Als je iets waard was, dan zouden mannen van je gehouden

hebben, en je zoudt er een uitgekozen hebben, die je maagdelijkheid

had weggenomen". Dan jaagt hij haar weg en ziet van haar af". Het is

een soortgelijk gevoelen, dat, bij sommige volken, een meisje er toe

brengt trotsch te zijn op de geschenken, die ze vóor haar huwelijk van

haar minnaars gekregen heeft en ze te bewaren als een huwelijkgift

bij haar huwelijk, daar ze wel weet, dat haar waarde zoo nog meer

verhoogd wordt. Zelfs onder de Zuidelijke Slaven van modern Europa,

die veel van hun oorspronkelijke sexueele vrijheid bewaard hebben,

is deze vrijheid, zooals Krauss, die de manieren en gewoonten van

deze volken nauwkeurig bestudeerd heeft, verklaart, in den grond

verschillend van misdaad, losbandigheid en onkuischheid [125].

Prostitutie ontstaat, zooals Schurtz heeft aangetoond, in iedere

maatschappij, waar het vroege huwelijk moeilijk is en omgang buiten

het huwelijk maatschappelijk afgekeurd wordt. "Koopbare vrouwen

komen overal voor zoodra de vrije sexueele omgang van jonge menschen

onderdrukt wordt, zonder dat de noodzakelijke slechte gevolgen worden

tegengegaan door ongewoon vroege huwelijken" [126]. Het onderdrukken

van sexueele intimiteiten buiten het huwelijk is een verschijnsel van

de beschaving, maar het is op zichzelf geenszins een maatstaf voor het

beschavings-niveau en kan daarom al op een vroegen trap optreden. Maar

het is van belang op te merken, dat de primitieve en rudimentaire

vormen van de prostitutie, als zij voorkomen, alleen tijdelijk zijn,

en dikwijls--hoewel niet altijd--de vrouw in de algemeene achting niet

verlagen, ja, soms zelfs haar waarde als vrouw verhoogen. De vrouw,

die zich voor geld verkoopt zuiver als bedrijf, zonder eenige gedachte

aan liefde of hartstocht, en die door haar beroep behoort tot een

klasse van paria's, door haar geheele overige sekse streng gemeden,

is een verschijnsel, dat zelden ergens anders gevonden wordt dan in

een ontwikkelde en beschaafde maatschappij. Het is geheel onjuist

van prostituées te spreken als een overblijfsel uit primitieve tijden.

Over het geheel berusten de sexueele verhoudingen onder natuurvolken,

hoewel ze soms vrij zijn vóor het huwelijk en bij gelegenheid van

speciale feestelijkheden, zelden op promiscuïteit en nog minder

op omkoopbaarheid. Als vrouwen van natuurvolken zich tegenwoordig

verkoopen, of door haar echtgenooten verkocht worden, dan blijkt

gewoonlijk dat we te doen hebben met een besmetting van de Europeesche

beschaving.

Er zijn ongetwijfeld vele wijzen, waarop prostitutie als beroep

tot ontwikkeling kan komen [127]. Wij kunnen het eens zijn met den

algemeenen regel die Schurtz heeft gegeven, dat altijd, als de vrije

vereeniging van jonge menschen verhinderd wordt onder omstandigheden,

waarin het vroege huwelijk ook moeilijk is, de prostitutie zeker moet

ontstaan. Er zijn echter verschillende wijzen, waarop dit principe vorm

kan aannemen. Zoover als onze Westersche beschaving betreft--dat is te

zeggen, de beschaving, die haar oorsprong heeft aan de Middellandsche

Zee--schijnt het wel, dat de oorsprong van de prostitutie hoofdzakelijk

gevonden wordt in een godsdienstige gewoonte, en dat de godsdienst,

de groote bewaarder van maatschappelijke tradities, in een veranderde

gedaante een primitieve vrijheid in stand houdt, die bezig was

uit het maatschappelijk leven te verdwijnen [128]. Het typische

voorbeeld hiervoor is dat, vermeld door Herodotus, in de vijfde

eeuw voor Christus, nl. dat iedere vrouw eens in haar leven in den

tempel van Mylitta, de Babylonische Venus, moest komen en zich geven

aan den eersten vreemdeling, die een muntstuk in haar schoot wierp,

ter vereering van de godin. Het geld kon niet geweigerd worden, hoe

klein het bedrag ook was, maar het werd als een offergave gegeven

en de vrouw keerde, als ze den man gevolgd was en zoo aan Mylitta

geofferd had, naar haar huis terug en leefde daarna steeds kuisch

[129]. Zeer daarop gelijkende gewoonten bestonden in andere deelen

van West-Azië, in Noord-Afrika, in Cyprus en andere eilanden van de

Oostelijke Middenlandsche Zee, en ook in Griekenland, waar de tempel

van Aphrodite op de burcht in Corinthe duizend hierodulen bezat,

die van tijd tot tijd aan den dienst der godin gewijd waren, zooals

Strabo zegt, door hen, die een dankoffer wenschten te geven voor

genaden hun bewezen. Pindarus maakt melding van de gastvrije jonge

Corinthische tempel-dienaressen, wier gedachten zich dikwijls keeren

naar Curania Aphrodite [130], in wier tempel zij wierook brandden;

en Athenaeus vermeldt het belang, dat gehecht werd aan de gebeden

der Corinthische prostituées bij een of andere nationale ramp [131].

Wij schijnen hier te hebben niet alleen een godsdienstig overblijfsel

van een grootere sexueele vrijheid, die vroeger [132] bestaan heeft,

maar een gespecialiseerde en ritueele ontwikkeling van dien primitieven

eeredienst van de verwekkende krachten der natuur, die het geloof

in zich sluit, dat alle natuurlijke vruchtbaarheid verbonden is met

en bevorderd wordt door daden van menschelijken sexueelen omgang

in dienst van de godheid, die zoo een godsdienstige beteekenis

krijgen. In een later stadium worden daden van sexueelen omgang, daar

ze een godsdienstige beteekenis hebben, gespecialiseerd en in tempels

gelocaliseerd, en door een logischen overgang van denkbeelden wordt er

geloofd, dat zulke daden van sexueelen omgang in dienst van de godheid

goed deden aan de persoon, die ze uitvoerde, meer speciaal als het een

vrouw was, door haar vruchtbaarheid te verzekeren. Onder primitieve

volken in het algemeen is deze opvatting voornamelijk belichaamd in den

vorm van feesten der jaargetijden, maar bij de volken van West-Azië,

die niet meer primitief waren, en bij wie traditioneele priesterlijke

en hieratische invloeden een zeer grooten invloed hadden verkregen, had

de vroegere generatieve eeredienst, naar het schijnt, op natuurlijke

wijze zijn vormen veranderd, doordat hij aan de tempels verbonden werd

[133].

De theorie, dat godsdienstige prostitutie zich in den regel heeft

ontwikkeld uit het geloof, dat de voortbrengende werkzaamheid van

menschelijke wezens een geheimzinnigen en heiligen invloed bezat,

doordat ze de vruchtbaarheid der natuur in het algemeen bevorderde,

schijnt het eerst door Mannhardt uiteengezet te zijn in zijn

Antike Wald- und Feldkulte (pp. 283 et seq.). Ze wordt ondersteund

door Dr. F. S. Krauss ("Beischlafausübung als Kulthandlung",

Anthropophyteia, deel III, p. 20), die het belangwekkende feit

vermeldt, dat in den tijd van Baruch, lang voor Herodotus,

geheiligde prostitutie in de open lucht onder boomen plaats

vond. Dr. J. G. Frazer heeft deze opvatting van den oorsprong der

geheiligde prostitutie meer speciaal ontwikkeld in zijn Adonis,

Attis, Osiris. Hij resumeert zijn tamelijk lang betoog aldus:

"Wij mogen het besluit trekken, dat een groote Moeder-Godin,

de personificatie van al de voortbrengende krachten der natuur,

onder verschillende namen, maar met een in hoofdzaak gelijk

zijn van mythe en ritueel, vereerd werd door vele volken van

West-Azië; dat met haar verbonden was een minnaar, of liever

een reeks minnaars, goddelijk en toch sterfelijk, met wie zij

zich jaarlijks vereenigde, terwijl men meende, dat hun omgang

noodzakelijk was voor de vermenigvuldiging van dieren en planten,

ieder in zijn afzonderlijke soort: en verder, dat de fabelachtige

vereeniging van het goddelijke paar gefingeerd was en als het

ware over de aarde verveelvoudigd werd door de werkelijke, hoewel

dan tijdelijke vereeniging van de menschelijke seksen bij het

heiligdom der godin, om daardoor de vruchtbaarheid van den grond

en de toename van mensch en dier te verzekeren. In den loop der

tijden, toen de instelling van het persoonlijk huwelijk ontstond

en het oude communisme meer en meer in discrediet geraakte,

werd de hernieuwing van de oude gewoonte, zelfs voor een enkele

gelegenheid in het leven van een vrouw, meer en meer strijdig met

den moreelen zin van het volk, en daarom namen de vrouwen haar

toevlucht tot verschillende hulpmiddelen, om in de praktijk de

verplichting te ontloopen, die zij in theorie erkenden... Maar

terwijl de meerderheid der vrouwen op deze wijze kans zag den

vorm van den godsdienst in acht te nemen zonder haar deugd op te

offeren, werd het toch voor het algemeen welzijn noodig geacht,

dat een zeker aantal van haar de oude verplichting op de oude

wijze nakwam. Deze werden hetzij voor het leven of voor een

reeks van jaren prostituées in een van de tempels: gewijd aan

den dienst der godheid, werden zij in zekeren zin als heilig

beschouwd en haar roeping, wel verre van voor schandelijk te

gelden, werd waarschijnlijk door de leeken langen tijd beschouwd

als een uitoefening van meer dan gewone deugd, en beloond met een

mengeling van verwondering, eerbied en medelijden, niet ongelijk

aan die, welke in sommige deelen van de wereld nog gegeven wordt

aan vrouwen, die haar Schepper op andere wijze trachten te eeren,

door afstand te doen van de natuurlijke functies van haar sekse

en van de teerste familiebetrekkingen" (J. G. Frazer, Adonis,

Attis, Osiris, 1907, pp. 23 et seq.).

Het is moeilijk de conclusie te vermijden, dat deze theorie een

voorstelling geeft van de centrale en primitieve idee, die leidde

tot de ontwikkeling van de geheiligde prostitutie. Het schijnt

echter even duidelijk dat, naarmate de tijd verliep, en vooral

naarmate de tempeldiensten zich ontwikkelden en de invloed der

priesters toenam, deze fundamenteele en primitieve idee zich begon

te wijzigen en zelf vervormd werd. De oorspronkelijke opvatting

werd gespecialiseerd in het geloof, dat godsdienstige gunsten,

en vooral de gunst der vruchtbaarheid, verkregen werden door den

vereerder, die door een daad van onkuischheid de gunst der godin

zocht, welke daad, naar men meende, aangenaam was aan een onkuische

godin. De ritus van Mylitta, zooals ze door Herodotus beschreven

is, was een late ontwikkeling van deze soort in een oude beschaafde

maatschappij, en het voordeel dat gezocht werd was klaarblijkelijk

voor de aanbidster zelf. Dit is aangetoond door Westermarck,

die opmerkt, dat de woorden tot de vrouw gesproken door haar

partner, als hij haar het geld geeft--"Moge de godin u gunstig

gezind zijn!"--zelf aanwijzen, dat het doel van de daad was haar

vruchtbaarheid te verzekeren, en hij verwijst ook naar het feit,

dat men meende dat vreemdelingen dikwijls een half-bovennatuurlijke

gave bezaten, en hun weldaden van een speciaal krachtdadigen aard

waren (Westermarck, Origin and Development of the Moral Ideas,

deel II, p. 446). We kunnen hieraan toevoegen, dat de dienst van

Mylitta zoodoende analoog werd met een andere plechtigheid aan

de Middellandsche Zee, waarbij de daad van het simuleeren van

verkeer met den vertegenwoordiger van een god of zijn beeld, de

vruchtbaarheid van een vrouw verzekerde. Dit is de plechtigheid,

die uitgevoerd wordt door de Egyptenaren van Mendes, waarbij de

vrouw de ceremonie van gesimuleerden omgang doormaakte met een

geheiligde bok, die beschouwd werd als de vertegenwoordiger van

een godheid van op Pan gelijkende godsgestalte (Herodotus, boek

II, hoofdst. XLVI; en zie Dulaure, Des Divinités Génératrices

hoofdstuk II). Deze rite werd nog veel later in eere gehouden

door Romeinsche vrouwen, en wel met de standbeelden van Priapus,

en de heilige Augustinus vermeldt hoe Romeinsche matrones de jonge

bruid op het opgerichte lid van Priapus plaatsten (De Civitate Dei,

boek III, hoofdst. IX). Het begrip, dat blijkbaar aan deze geheele

groep verschijnselen ten grondslag ligt, is, dat de godheid,

of de vertegenwoordiger of zelfs alleen maar een beeld van de

godheid in staat is, door een werkelijke of gesimuleerde daad

van omgang op zijn aanbidster een deel van zijn eigen verheven

verwekkende kracht over te dragen.

In een lateren tijd waren in Corinthe de prostituées nog de

priesteressen van Venus, die min of meer nauw aan haar tempels

verbonden waren, en zoolang dat het geval was, genoten zij een

groote mate van achting. In dit stadium merken wij echter, dat de

godsdienstige prostitutie nuttig kon wezen. Deze tempels bloeiden

vooral in steden aan de zeekust, op eilanden, in groote steden, waar

veel vreemdelingen en matrozen naar toe kwamen. De priesteressen van

Cyprus brandden wierook op haar altaren en riepen haar gewaardeerde

hulp in, maar terzelfder tijd spreekt Pindarus haar toe als

"jonge meisjes, die vreemdelingen welkom heeten en hun gastvrijheid

betoonen". Naast de godsdienstige beteekenis van de verwekkingsdaad

begonnen de behoeften van mannen, die ver van huis waren, erkenning

te vinden. De Babylonische vrouw was naar den tempel van Mylitta

gegaan om een persoonlijken godsdienstigen plicht te vervullen;

de Corinthische priesteres was begonnen te handelen als een erkende

dienares van de sexueele behoeften van mannen in vreemde steden.

De gewoonte, die Herodotus in Lydië bij jonge meisjes opmerkte, dat

zij prostituée werden om een huwelijksgift te verkrijgen, waarmee

ze mochten doen wat ze wilden (boek 1, hoofdst. 93) kan zich zeer

wel (zooals Frazer ook gelooft) uit de godsdienstige prostitutie

ontwikkeld hebben; we kunnen inderdaad deze evolutie nasporen in

Cyprus, waar in den tijd, toen Justinianus het eiland bezocht,

het geld, dat de vreemdelingen aan de vrouwen gaven, niet langer

op het altaar geplaatst werd, maar in een cassette werd gelegd,

om een huwelijksgift voor haar te vormen. Dit is een gewoonte, die

men kan vinden in Japan en verschillende andere deelen der wereld,

vooral onder de Ouled-Nail van Algiers [134], en zij berusten

niet noodzakelijk altijd op godsdienstige prostitutie; maar ze kan

klaarblijkelijk niet bestaan dan onder volken, die niets onteerends

zien in vrij sexueel verkeer met het doel om geld te verkrijgen,

zoodat de dienst van Mylitta een natuurlijke basis ervoor vormde [135].

Toen een meer geestelijke opvatting van den godsdienst zich

ontwikkelde, en toen de groei van de beschaving den sexueelen omgang

van zijn geheiligden glans beroofde, werd de godsdienstige prostitutie

in Griekenland langzamerhand afgeschaft, hoewel op de kusten van

Klein-Azië zoowel de godsdienstige prostitutie als de prostitutie

om een bruidsschat te verkrijgen bleef bestaan tot den tijd van

Constantijn, die een eind maakte aan deze oude gewoonten [136]. Het

bijgeloof was aan de zijde van de oude godsdienstige prostitutie;

er werd geloofd, dat vrouwen, die nooit aan Aphrodite geofferd

hadden, door lust verteerd werden, en volgens de legende door Ovidius

vermeld--een legende, die schijnt te wijzen op een zeker antagonisme

tusschen heilige en wereldsche prostitutie--was dit het geval met de

vrouwen, die het eerst publieke prostituées werden. Het verval van de

godsdienstige prostitutie, ongetwijfeld verbonden met de verlangens,

die altijd ontstaan door den groei van de beschaving, leidde tot de

eerste oprichting, door de legende aan Solon toegeschreven, van een

publiek bordeel, een zuiver wereldsche instelling voor een zuiver

wereldsch doel: het bewaren van de deugd van de algemeene bevolking en

de vermeerdering der inkomsten van den staat. Met die instelling was

de evolutie van de prostitutie, en van het moderne huwelijkssysteem

waar ze een deel van uitmaakt, voltooid. Het Atheensche dikterion

is het moderne bordeel; de dikteriade is de moderne, van staatswege

gecontroleerde, prostituée. De vrije hetairae kwamen later ook wel,

ontwikkelde vrouwen, die geen zweem in zich hadden van de dikterion,

maar zij hadden evenmin eenig officieel aandeel in de publieke

eeredienst [137]. De oorspronkelijke opvatting van de heiligheid van

sexueelen omgang in dienst der godheid was geheel verloren gegaan.

Een tamelijk typisch voorbeeld van de toestanden, die onder

natuurvolken bestaan, wordt gevonden in de Zuidzee-eilanden van

Rotuma, "waar prostitutie voor geld of voor geschenken geheel

onbekend was". Echtbreuk na het huwelijk was ook onbekend. Maar

er was groote vrijheid in het vormen van sexueele verhoudingen

vóor het huwelijk (J. Stanley Gardiner, Journal Anthropological

Institute, Februari, 1898, p. 409). Ongeveer hetzelfde wordt

gezegd van de Bantu Bambola uit Afrika (op. cit., Juli-December,

1905, p. 410).

Onder de oude Cymri uit Wales, die een meer gevorderd

maatschappelijk stadium vertegenwoordigen, schijnt prostitutie niet

geheel onbekend geweest te zijn, maar publieke prostitutie werd

gestraft met het verlies van belangrijke voorrechten (R. B. Holt,

"Marriage Laws and Customs of the Cymri", Journal Anthropological

Institute, Augustus-November, 1898, pp. 161-163).

De prostitutie was zoo goed als onbekend in Burma, en ze werd

als schandelijk beschouwd vóor de komst van de Engelschen en het

voorbeeld van de moderne Hindoes. De zendelingen hebben zonder

het te bedoelen, maar ontegenzeggelijk, den groei der prostitutie

begunstigd, doordat ze vrije verbintenissen veroordeelden (Archives

d'Anthropologie Criminelle, November, 1903, p. 720). De Engelschen

brachten de prostitutie naar Indië. "Dat is niet speciaal de schuld

van de Engelschen", zeide een Bramaan tot Jules Bois, "het is de

fout van uw beschaving. Wij hebben nooit prostituées gehad. Ik

bedoel met dat afschuwelijke woord de verdierlijkte dienaressen van

de grove begeerte van den voorbijganger. Wij hadden en wij hebben

nog, kasten van zangeressen en danseressen, die gehuwd worden

aan boomen--ja, werkelijk aan boomen--door roerende ceremoniën,

die uit den tijd der Veda's stammen; onze priesters zegenen

haar en ontvangen veel geld van haar. Zij weigeren niet zich te

geven aan hen, die haar liefhebben en die haar behagen. Koningen

hebben haar rijk gemaakt. Zij vertegenwoordigen al de kunsten;

zij zijn de zichtbare schoonheid van het heelal" (Jules Bois,

Visions de l'Inde, p. 55).

Godsdienstige prostituées, mogen we er aan toevoegen, "die

dienaressen der godheid", worden gevonden in Zuidelijk Indië en in

den Deccan. Zij zijn van haar vroegste jaren aan haar heilig beroep

toegewijd, en haar voornaamste bezigheid is te dansen voor het

beeld van den god, met wien zij gehuwd zijn (hoewel in Opper-Indië

dansmeisjes van beroep gehuwd worden aan levenlooze voorwerpen),

maar zij worden er ook in geoefend de begeerten van de pelgrims,

die den tempel bezoeken op te wekken en te bevredigen. Voor de

verlovingsriten, waardoor in Indië geheiligde prostituées worden

gewijd, zie men b.v. A. van Gennep, Rites de Passage, p. 142.

In vele deelen van West-Azië, waar het barbarisme een hoogen trap

van ontwikkeling bereikt had, was de prostitutie niet onbekend,

hoewel ze gewoonlijk niet goedgekeurd werd. De Hebreeërs wisten

dit, en de historische bijbelsche verwijzingen naar prostituées

geven weinig blijk van afkeuring. Jephta was het kind van een

prostituée; hij werd opgevoed met de wettige kinderen, en de

geschiedenis van Tamar is leerzaam. Maar de wetten waren uiterst

streng jegens de Joodsche meisjes, die prostituées werden (de

fout was volkomen vergefelijk bij vreemde vrouwen), terwijl

Hebreeuwsche moralisten hun scherpe aanvallen richtten op de

prostitutie; het is voldoende een bekende passage uit het boek

der Spreuken aan te halen (zie art. "Harlot", door Cheyne, in de

Encyclopaedia Biblica). Mohammed veroordeelde de prostitutie ook

streng, hoewel hij er in slavinnen wat meer verdraagzaam voor was;

volgens Haleby was de prostitutie echter bij den Islam zoo goed

als onbekend in de eerste eeuwen na den tijd van den profeet.

De Perzische aanhangers van de eenigszins ascetische Zendavesta

kenden ook de prostitutie, en beschouwden ze met afkeer: "Het is de

Gahi (de courtisane, als een incarnatie van de vrouwelijke duivel,

Gahi), O Spitama Zarathustra! die in zich verenigt het zaad van

den getrouwe en den trouwelooze, van den vereerder van Mazda en

den vereerder van Dewa, van den slechte en den rechtvaardige. Haar

blik doet een derde van de machtige wateren, die van de bergen

stroomen opdrogen, o Zarathustra! haar blik doet een derde van de

schoone goudkleurige, groeiende planten verdorren, o Zarathustra;

haar blik verdroogt een derde van de kracht van Spenta Armaiti

(de aarde); en haar aanraking doet in den getrouwe twee derde

verdorren van zijn goede gedachten, van zijn goede woorden,

van zijn goede daden, een derde van zijn kracht, van zijn macht

tot overwinnen, van zijn heiligheid. Waarlijk ik zeg U O Spitama

Zarathustra! zulke schepsels moesten gedood worden eerder nog dan

kruipende slangen, dan huilende wolven, dan de wolvin, die de

kudde aanvalt, of dan de kikvorsch, die met haar duizendvoudig

broedsel het water verontreinigt" (Zend-Avesta, the Vendidad

vertaald door James Darmester, Farfad XVIII).

In de praktijk is de prostitutie in het moderne Oosten echter goed

geregeld. De bordeelen, die in de Tartaarsch-Turksche streek liggen

buiten de buurten, die door de Christenen druk bezocht worden,

zijn beschreven door een schrijver, die goed ingelicht schijnt te

zijn ("Orientalische Prostitution", Geschlecht und Gesellschaft,

1907, deel II, afl. 1). Deze huizen worden niet beschouwd als

immoreel of verboden, maar als plaatsen, waar de bezoeker een

vrouw zal vinden, die hem voor een paar uur de illusie geeft

van in zijn eigen huis te zijn, met het genoegen haar gezangen,

dansen en voordrachten te genieten, en ten slotte ook haar

lichaam. Betaling geschiedt aan de deur, en er ontstaat later

geen enkele geldkwestie meer; de bezoeker is van het oogenblik

af dat hij binnentreedt onder vrienden, bijna alsof hij in zijn

eigen familie was. Hij behandelt de prostituée bijna alsof zij

zijn vrouw was, en geen ongepastheden of ruwheid van spreken valt

er voor. "Er is geen obsceniteit in het Oostersche bordeel". En

tevens is er geen kunstmatig gehuichelde onschuld.

In Oost-Azië, onder de volken van Mongoolschen oorsprong, vooral in

China, vinden we de prostitutie flink geregeld en georganiseerd op

een praktische zakelijke basis. Prostitutie wordt hier geaccepteerd

en niet beschouwd met een specialen tegenzin, maar de prostituée

wordt niettemin met verachting behandeld. Jonge kinderen worden

dikwijls verkocht om opgevoed te worden voor een leven van

prostitutie, en worden van de wereld afgesloten gehouden. Ook

jonge weduwen (daar wederhuwen niet goed gevonden wordt) vervallen

dikwijls tot een leven van prostitutie. Chineesche prostituées

sterven dikwijls door opium en de verwoestingen van syphilis

(zie b.v. Coltman's The Chinese, 1900, hoofdst. VII). In het

oude China zegt men, dat de prostituées een superieure klasse

waren en een positie innamen, die eenigszins geleek op die van

de hetaren in Griekenland. Zelfs in het moderne China echter,

waar zij zeer talrijk zijn, en waar de bloemen-booten waarin

zij in steden bij de zee gewoonlijk wonen zeer weelderig zijn,

is het volgens sommige schrijvers voornamelijk voor amusement,

dat men haar opzoekt. Tschang, militair attaché in Parijs

(zooals aangehaald wordt door Ploss en Bartels) beschrijft de

bloemen-boot als minder overeenkomende met het Europeesch bordeel,

dan met een café chantant; de jonge Chinees komt hier voor muziek,

voor thee, voor aangename conversatie met de bloemenmeisjes, die

geenszins noodzakelijk geroepen zijn de lusten van haar bezoekers

te bevredigen.

In Japan is het lot van de prostituées niet zoo treurig als in

China. De grootere verfijning van de Japansche beschaving maakt,

dat de prostituée een grootere mate van gevoel van eigenwaarde kan

behouden. Zij wordt dikwijls met medelijden beschouwd, maar niet

altijd met minachting. Zij kan openlijk met mannen omgaan, kan ten

slotte trouwen, zelfs met een man van goeden maatschappelijken

stand, en wordt dan dikwijls een ordelijke vrouw. "Toen ik den

vorigen winter van Tokio naar Yokohama reed", merkt Coltman op

(op. cit., p. 113), "zag ik een gezelschap van vier jonge mannen

en drie heel aardige en vroolijk getooide prostituées, die in

denzelfden wagen zaten en veel pleizier hadden. Zij hadden twee of

drie flesschen met verschillende likeuren bij zich, sinaasappelen

en koekjes en zij aten en dronken en zongen, maakten samen grappen

en dartelden als jonge poesjes. Je kunt het geheele Chineesche

rijk doorreizen zonder ooit zulk een tooneel te zien". Toch blijkt

uit de geschiedenis van de Japansche prostituées (die beschreven

is in een belangwekkend en betrouwbaar boek, The Nightless City,

door een Engelsch student in de sociologie, die anoniem blijft),

dat de prostitutie in Japan niet alleen streng gecontroleerd,

maar dat er in ruimen kring op neergekeken wordt, en dat de

Japansche prostituées dikwijls veel te lijden hebben gehad; zij

waren op een tijd zoo goed als slavinnen en werden dikwijls zeer

hard behandeld. Zij zijn nu vrij, en iedere behandeling, die de

slavernij nadert wordt streng gestraft en tegengegaan. Het schijnt

echter, dat de beste dagen voor de Japansche prostitutie eenige

eeuwen geleden zijn geweest. Tot het midden van de achttiende

eeuw waren Japansche prostituées zeer ver in zingen, dansen,

muziek, enz. Omstreeks dezen tijd schijnen zij echter in de

maatschappelijke achting gedaald te zijn; ook waren ze niet

meer welopgevoed. Maar ook tegenwoordig nog, zegt Matignon ("La

Prostitution au Japon", Archives d'Anthropologie Criminelle,

October 1906) brengt de prostitutie in Japan minder eerloosheid

mee dan in Europa, terwijl er tevens minder immoraliteit in

Japan is, dan in Europa. Hoewel de prostitutie georganiseerd is

evenals de post- of de telegraafdienst, is er toch ook veel geheime

prostitutie. De wijken waar prostituées wonen zijn zindelijk, mooi

en goed onderhouden, maar de Japansche prostituées hebben veel

van haar oorspronkelijken goeden smaak in haar toilet verloren,

doordat ze trachten Europeesche modes na te bootsen. Het was toen

de prostitutie twee eeuwen geleden in verval begon te geraken, dat

de geisha's voor het eerst optraden en zoo georganiseerd waren,

dat zij zoo mogelijk niet als prostituées zouden wedijveren

met de erkende en gepatenteerde bewoonsters van de Yoshiwara,

het stadsdeel, dat de prostituées bewonen. De geisha's zijn

natuurlijk geen prostituées, hoewel haar deugd misschien niet

altijd onoverwinlijk is; in haar maatschappelijke positie komen

zij overeen met de actrices in Europa.

In Korea, in ieder geval vóór Korea in handen der Japanners viel,

scheen het wel, dat er geen onderscheid was tusschen de klasse der

dansmeisjes en der prostituées. "Onder de courtisanes", zegt Angus

Hamilton, "worden de geestelijke gaven geoefend en ontwikkeld met

de bedoeling haar tot schitterende en onderhoudende gezellinnen te

maken. Deze "bladen van zonlicht" worden gisaing genoemd en komen

overeen met de geisha's van Japan. Officieel zijn zij aan het

gouvernement verbonden; zij worden gecontroleerd door een eigen

bureau, dat zij deelen met de leden van de hofkapel. Zij kleeden

zich met buitengewonen smaak; zij bewegen zich met zeer groote

bevalligheid; zij zijn teer van uiterlijk, zeer tenger en zeer

zacht, zeer lief, vol sympathie en vol verbeeldingskracht". Maar

hoewel ze zeker de mooiste vrouwen in Korea zijn, in de hoogste

kringen der maatschappij zich bewegen, en maîtressen van den Keizer

zouden kunnen worden, wordt haar niet toegestaan met mannen van

goeden stand te huwen (Angus Hamilton, Korea, p. 52).

Van de geschiedenis van de Europeesche prostitutie, zooals van

zoovele andere moderne prostituties kan men wel zeggen, dat ze

in Rome begint. Hier vinden wij in de vroegste tijden reeds die

inconsequent gemengde houding jegens de prostitutie, die op den

huldigen dag nog bewaard is gebleven. In Griekenland was het in

vele opzichten anders. Griekenland stond dichter bij de dagen van

de godsdienstige prostitutie, en de zuiverheid en de verfijning

van de Grieksche beschaving maakte het voor de betere soort van

prostituées mogelijk een invloed uit te oefenen en waardig te zijn

om uit te oefenen in alle departementen van het leven, dien ze nooit

elders heeft kunnen uitoefenen, behalve misschien nu en dan, in veel

mindere mate, in Frankrijk. De ruwe, krachtige, praktische Romein was

volkomen bereid de prostitutie te dulden, maar hij was niet bereid

die verdraagzaamheid tot de logische gevolgen ervan door te voeren;

hij voelde zich nooit geroepen inconsequente feiten van het leven

met elkaar in harmonie te brengen. Cicero, die toch een hoogstaand

moralist was, kon zonder dat hij zijn goedkeuring aan de prostitutie

hechtte, toch niet begrijpen, hoe iemand wenschen kon jongelieden af

te houden van omgang met prostituées, daar zulk een gestrengheid niet

in harmonie was met al de gewoonten van het verleden of van het heden

[138]. Maar de hoogere klasse der Romeinsche prostituées, de bonae

mulieres, hadden niet zulk een waardige positie als de Grieksche

hetairae. Haar invloed was inderdaad groot, maar hij was, zooals ook

het geval is met haar Europeesche opvolgsters van heden, beperkt

tot modes, gewoonten en kunsten. Er was altijd een zekere moreele

gestrengheid in den Romein, die hem verhinderde ver af te wijken in

deze richting. Hij moedigde bordeelen aan, maar hij betrad ze alleen

met den hoed op het hoofd en het gezicht in den mantel verborgen. En

eveneens, terwijl hij de prostituée duldde, beperkte hij toch van

een zeker punt af, in hooge mate haar voorrechten. Niet alleen was

zij beroofd van allen invloed in de hoogere dingen des levens, maar

ze mocht niet de vitta of de stola dragen; zij kon inderdaad bijna

naakt loopen als ze dat wilde, maar ze moest niet de zinnebeelden

van de respectabele Romeinsche matrone nabootsen [139].

De opkomst van het Christendom tot politieke macht bracht minder

verandering van zeden te weeg dan men zou voorzien hebben. De

Christelijke heerschers hadden feitelijk te maken met een zeer

gemengde, woelige en halfheidensche wereld. De toongevende kerkvaders

waren geneigd de prostitutie te dulden om grooter kwaad te voorkomen,

en de Christelijke keizers wilden, evenals hun heidensche voorgangers,

wel een belasting heffen op de prostitutie. Het recht van bestaan

van de prostitutie werd echter niet langer zoo onbetwist erkend

als in de heidensche dagen, en van tijd tot tijd trachtte de een of

andere krachtige heerscher de prostitutie door strenge verordeningen

te onderdrukken. Theodosius de jongere en Valentianus verordenden

bepaaldelijk, dat er geen bordeelen meer mochten wezen, en dat

ieder, die een schuilplaats verleende aan een prostituée, gestraft

moest worden. Justinianus bekrachtigde dezen maatregel en beval,

dat alle koppelaars op doodstraf moesten verbannen worden. Deze

verordeningen waren volkomen zonder succes. Maar gedurende een duizend

jaar werden zij telkens weer herhaald in verschillende deelen van

Europa, en onveranderlijk met hetzelfde onbevredigende, of erger

dan onbevredigende resultaat. Theoderik, koning der West-Gothen,

strafte met den dood allen, die de prostitutie bevorderden en

Recared, een Katholiek koning van hetzelfde volk in de zesde eeuw,

verbood de prostitutie geheel en al en beval, dat een prostituée,

als ze gevonden werd, drie honderd zweepslagen moest ontvangen en

uit de stad verdreven worden. Karel de Groote, zoowel als Genserich

in Karthago, en later Frederik Barbarossa in Duitschland maakten

strenge wetten tegen de prostitutie, die alle geen uitwerking hadden,

want zelfs, als zij uitwerking schenen te hebben voor het oogenblik,

was de reactie later des te grooter [140].

In Frankrijk zijn de meest standvastige pogingen gedaan om de

prostitutie te bestrijden. Het meest bekend van alle waren de

pogingen van een Koning en Heilige, Lodewijk IX. In 1254 beval de

heilige Lodewijk, dat prostituées geheel uitgedreven moesten worden en

beroofd van haar geld en goed, zelfs van haar mantels en japonnen. In

1256 herhaalde hij deze verordening en in 1269, voordat hij aan

de kruistochten deelnam, beval hij alle bordeelen te vernielen. De

herhaling van die bevelen toont aan, hoezeer zij zonder uitwerking

waren. Zij maakten de zaken zelfs erger, want de prostituées waren

gedwongen zich met de gewone bevolking te vermengen en haar invloed

breidde zich zoodoende uit. De heilige Lodewijk was niet in staat de

prostitutie te onderdrukken zelfs in zijn eigen kamp in het Oosten, en

ze bestond naast zijn eigen tent. Zijn wetgeving werd echter dikwijls

nagevolgd door volgende heerschers over Frankrijk, zelfs tot het

midden van de zeventiende eeuw, altijd met dezelfde nuttelooze of erger

gevolgen. In 1560 schafte een edict van Karel IX de bordeelen af, maar

het aantal prostituées werd daardoor grooter in plaats van kleiner,

terwijl vele nieuwe soorten van bordeelen ontstonden in onverwachte

vormen en zij waren gevaarlijker dan de meer erkende bordeelen, die

afgeschaft waren [141]. Ten spijt van deze en dergelijke wetgeving,

of juist daardoor, is er geen land geweest waar de prostitutie een

grooter rol gespeeld heeft dan Frankrijk [142].

In Mantua was de afschuw door de prostituées verwekt zoo groot, dat

zij gedwongen waren op de markten alle fruit of brood te koopen, dat

door de aanraking van haar hand bezoedeld was. Zoo was het ook in 1243

in Avignon. In Catalonië konden ze niet aan dezelfde tafel zitten met

een dame of edelman, of eenig achtbaar persoon kussen [143]. Zelfs in

Venetië, het paradijs van de prostitutie, werden er vele en strenge

maatregelen tegen genomen, en het duurde lang eer de heerschers van

Venetië zich er bij neerlegden ze te dulden en te controleeren [144].

De laatste krachtige poging om de prostitutie in Europa uit te roeien

was die van Maria Theresia in Weenen, in het midden van de achttiende

eeuw. Hoewel ze van zoo laten datum is mogen we ze hier toch noemen,

omdat ze middeleeuwsch was, zoowel in opvatting als in methode. Het

doel ervan was inderdaad niet alleen de prostitutie te onderdrukken,

maar ontucht in het algemeen, en de middelen daartoe aangewend waren

boeten, gevangenneming, geeselen en pijniging. Alles wat men hield

voor de oorzaken van ontucht werd ook met strengheid behandeld; korte

kleeren waren verboden, biljardzalen en café's werden geïnspecteerd;

er mochten geen kellnerinnen meer zijn, en als ze ontdekt werd,

had een kellnerin kans geboeid en door de politie weggevoerd te

worden. De Kuischheids-Commissie, die deze maatregelen streng ten

uitvoer bracht, was, naar het schijnt, ingesteld in 1751 en werd

door Keizer Jozef II in de eerste jaren van zijn regeering zonder

vorm van proces afgeschaft. Het was de algemeene opinie, dat deze

strenge wetgeving inderdaad zonder uitwerking bleef, en dat ze veel

ernstiger verkeerdheden in het leven riep dan ze genas [145]. Het is

in ieder geval zeker, dat zeer langen tijd meer zedeloosheid heerschte

in Weenen dan in eenige andere groote hoofdstad van Europa.

Toch is de houding jegens prostituées altijd gemengd en inconsequent

geweest op verschillende plaatsen of in verschillende tijden of

zelfs in denzelfden tijd en op dezelfde plaats. Dufour heeft de

prostituées zeer juist vergeleken met de middeleeuwsche Joden; zij

werden voortdurend vervolgd, kerkelijk, burgerlijk en maatschappelijk,

en toch waren alle klassen blij hun toevlucht tot hen te nemen en ze

konden niet gemist worden. In sommige landen, ook in de veertiende

eeuw in Engeland, werd een speciaal costuum ingesteld voor prostituées

als een merkteeken van schande [146]. Toch was er in vele opzichten

niet de minste schande aan de prostitutie verbonden. Hooggeplaatste

ambtenaren konden betaling vorderen voor hun uitgaven, gemaakt door het

bezoeken van prostituées, terwijl ze voor dienstzaken op reis waren. De

prostitutie speelde soms een officieele rol bij feestelijkheden en

ontvangsten, die door groote steden aan vorstelijke personen werden

gegeven, en het bordeel kon een belangrijk deel van de gastvrijheid

der stad vormen. Toen keizer Sigismund in Ulm kwam in 1434, waren

de straten verlicht op de tijden, dat hij of zijn gevolg het gewone

bordeel wenschten te bezoeken. Bordeelen onder stedelijke bescherming

worden gevonden in de dertiende eeuw in Augsburg, in Weenen, in Hamburg

[147]. In Frankrijk waren de best bekende abbayes van prostituées

die van Toulouse en van Montpellier [148]. Durkheim meent, dat in de

vroege middeleeuwen, voor dezen tijd, vrije liefde en huwelijk minder

streng onderscheiden waren. Het was de opkomst van de middelklasse,

naar hij meent, die, verlangend hun vrouwen en dochters te beschermen,

leidde tot een gecontroleerde en openlijk erkende poging losbandigheid

te leiden in een afzonderlijk kanaal, dat onder contrôle werd gebracht

[149]. Deze bordeelen vormden een soort van publieken dienst, en de

directeuren ervan werden bijna beschouwd als stedelijke beambten,

die verplicht waren een zeker aantal prostituées te houden, betaling

te vragen naar een bepaald tarief, en in hun huizen geen meisjes

te ontvangen die tot de nabuurschap behoorden. De instellingen van

deze soort duurden drie eeuwen. Het was, voor een deel, misschien

de drang van de nieuwe Protestantsche beweging, maar vooral de

verschrikkelijke verwoesting, veroorzaakt door de syphilis, aan

het einde der vijftiende eeuw uit Amerika overgebracht, die, zooals

Burckhardt en anderen aangetoond hebben, leidde tot het verval van

het middeleeuwsch bordeel [150].

De superieure moderne prostituée, de "courtisane", die niet in

verbinding stond met het bordeel, schijnt zich uit de Renaissance

ontwikkeld te hebben en trad in Italië op aan het einde van de

vijftiende eeuw. "Courtisane" of "cortegiana" beteekende een dame,

die het hof volgde, en in dezen tijd begon het woord toegepast

te worden op een superieure prostituée, die een zekere mate van

decorum en terughouding in acht nam [151]. Aan het pauselijk hof

van Alexander Borgia werd de courtisane geëerd, zelfs al was haar

gedrag niet volkomen waardig. Burchard, de getrouwe en onberispelijke

geschiedschrijver van dit hof, beschrijft in zijn dagboek, hoe op

een avond in October 1501 de paus vijftig courtisanes liet komen, die

naar zijn vertrek moesten gebracht worden; na het souper dansten zij,

in tegenwoordigheid van Caesar Borgia en zijn jonge zuster Lucrezia,

met de dienaren en anderen, die daar tegenwoordig waren, eerst gekleed,

daarna naakt. De kandelaars met de brandende kaarsen er op werden toen

op den grond geplaatst en kastanjes werden daartusschen gestrooid,

die door de vrouwen, al kruipend op handen en voeten tusschen de

kandelaars opgeraapt moesten worden. Ten slotte werden er prijzen

voor den dag gebracht, die als belooning moesten komen aan die

mannen "qui pluries dictos meretrices carnaliter agnoscerent"; wie de

overwinnaar was in den wedstrijd werd bepaald door het oordeel van de

toeschouwers [152]. Deze scene, die in het publiek in het paleis van

den paus vertoond werd en zonder terughouding openbaar gemaakt werd

door een onpartijdig secretaris, is tevens een opmerkelijke episode

in de geschiedenis van de moderne prostitutie en een van de beste

illustraties die we hebben van het heidendom van de Renaissance.

Voordat het woord "courtisane" in gebruik kwam, werden prostituées

zelfs in Italië gewoonlijk "zondaressen" genoemd peccatrice. De

naamsverandering merkt Graf op in een zeer belangwekkende studie

over de prostituée van de Renaissance ("Una Cortigiana fra

Mille", Attraverso il Cinquecento, pp. 217-351), "geeft blijk

van een groote wijziging in denkbeelden en in leven"; een woord

dat schande aanduidde, maakte plaats voor een dat goedkeuring

te kennen gaf, en zelfs eer, want de hoven van den tijd der

Renaissance vertegenwoordigden de mooiste ontwikkeling van den

tijd. De beste van deze courtisanes schijnen niet geheel de eer,

die zij ontvingen, onwaardig geweest te zijn. Wij kunnen dat

bemerken in haar brieven. Er is een hoofdstuk over de brieven van

de prostituées tijdens de Renaissance, vooral die van Camilla de

Pisa; ze worden gekenmerkt door waren hartstocht in de Frauenbriefe

der Renaissance van Lothar Schmidt. De beroemde Imperia, die door

een paus in de eerste jaren van de zestiende eeuw "nobilissimum

Romae scortum" genoemd werd, kende Latijn en kon Latijnsche

verzen schrijven. Andere courtisanes kenden Italiaansche en

Latijnsche verzen uit haar hoofd, en waren talentvol in muziek,

dansen en spreken. Wij worden herinnerd aan het oude Griekenland,

en Graf vindt, waar hij bespreekt in hoeverre de courtisanes van

de Renaissance op de hetaren geleken, een groote overeenkomst,

vooral in beschaving en invloed, hoewel er eenige verschillen

zijn, die berusten op de vijandschap tusschen den godsdienst en

de prostitutie in den lateren tijd.

De in alle opzichten meest bekende figuur was zeker Tullia

D'Aragona. Zij was waarschijnlijk de dochter van kardinaal

D'Aragona (een onwettige afstammeling van de Spaansche

koningsfamilie) bij een courtisane uit Ferrara, die zijn

maitres werd. Tullia was zeer beroemd om haar verzen. Haar

beste sonnet is gericht aan een jong mensch van twintig jaar,

dien zij hartstochtelijk liefhad, maar die haar liefde niet

beantwoordde. Haar Guerrino Meschino, een vertaling uit het

Spaansch, is een rein en kuisch werk. Zij was een vrouw van

verfijnde instincten en aspiraties, en later gaf zij haar leven

van prostitutie op. Zij werd zeer geëerd en geacht. Toen in 1546

Cosimo de hertog van Florence beval dat alle prostituées een

sluier moesten dragen als een openlijk kenteeken van haar beroep,

beriep Tullia zich op de hertogin, een Spaansche dame van een hoog

karakter, en kreeg vrijstelling van het dragen van dit kenteeken

wegens haar "rara scienzia di poesia et filosofia". Zij droeg

haar Rime op aan de hertogin. Tullia d'Aragona was heel mooi,

met blond haar en bijzonder groote heldere oogen, die hen, die

met haar in aanraking kwamen, beheerschten. Zij gedroeg zich

trots en boezemde ongewoon veel eerbied in (G. Biagi, "Un Etera

Romana", Nuova Antologia, deel IV, 1886, pp. 655-711; S. Bongi,

Rivista critica della Letteratura Italiana, 1886, IV, p. 186).

Tullia d'Aragona was klaarblijkelijk niet een courtisane in

haar hart. Misschien wordt het meest typische voorbeeld van de

courtisane der Renaissance op haar best gegeven door Veronica

Franco, die in 1546 te Venetië geboren werd uit een familie uit den

middenstand en op jeugdigen leeftijd met een dokter trouwde. Van

haar is ook gezegd dat, terwijl ze van beroep een prostituée was,

zij van aanleg een dichteres was. Maar zij schijnt wel tevreden

geweest te zijn met haar beroep en er zich nooit over geschaamd

te hebben. Haar leven en karakter zijn bestudeerd door Arturo

Graf, en oppervlakkiger door Tassini. Zij was zeer ontwikkeld

en kende verscheiden talen; zij zong ook goed en bespeelde vele

instrumenten. In een van haar brieven raadt ze een jongen man,

die krankzinnig verliefd op haar was, dat, als hij haar gunst

wil verkrijgen, hij moet ophouden haar lastig te vallen en zich

rustig aan de studie moet wijden. "Je weet wel", voegt zij er

bij, "dat allen, die er aanspraak op maken mijn liefde te kunnen

verwerven, en die mij zeer lief zijn, zich met ijver wijden aan

gezette studiën... Als mijn vermogen het mij veroorloofde, dan

zou ik al mijn tijd rustig in de genootschappen van deugdzame

mannen doorbrengen". De Diotima's en Aspasia's van de oudheid

zouden, zooals Graf er bijvoegt, niet zooveel van haar minnaars

geëischt hebben. In haar gedichten kan men eenige van haar

liefdesgeschiedenissen nasporen, en zij geeft soms blijk van hevige

jaloezie bij de gedachte, dat mogelijk een andere vrouw den man zou

kunnen naderen dien zij liefheeft. Eens werd ze verliefd op een

geestelijke, misschien een bisschop, met wien ze niet in eenige

betrekking trad, en na een lange afwezigheid, die haar liefde

genas, werden zij getrouwe vrienden. Eens kreeg ze een bezoek van

Hendrik III van Frankrijk, die haar portret wegnam, terwijl zij

van haar kant beloofde, dat ze een boek aan hem zou opdragen; zij

kwam deze belofte in zooverre na, dat ze eenige sonnetten aan hem

richtte en een brief; "de koning voelde geen schaamte over deze

intimiteit met de courtisane", merkt Graf op, "en zij dacht ook

geen oogenblik dat hij er zich over schamen zou". Toen Montaigne

door Venetië kwam, zond zij hem een van haar boekjes, zooals we

uit zijn journal hooren, hoewel het niet blijkt dat zij elkander

ontmoet hebben. Tintoret was een van haar vele beroemde vrienden,

en ze was een ijverig voorstandster van de hooge kwaliteiten van

moderne kunst in vergelijking van antieke. Zij was hartelijk in

haar vriendschap, en het schijnt dat zij verschillende groote

dames onder haar vriendinnen rekende. Zij schaamde zich echter

zoo weinig over haar beroep van courtisane, dat zij in een van

haar gedichten zegt, dat Apollo haar andere kunsten geleerd heeft

dan die men gewoonlijk denkt dat hij onderwijst:

"Così dolce e gustevole divento,

Quando mi trovo con persona in letto

Da cui amata e gradita mi sento".

In een zekere catalogus van de prijzen van Venetiaansche

courtisanes staat Veronica aangeschreven voor maar 2 scudi voor

haar gunsten, terwijl de courtisane, aan wie de catalogus gewijd

is, op 25 scudi wordt geprijsd. Graf meent, dat er hier een

vergissing in het spel is of boosaardigheid, en een Italiaansch

edelman van dien tijd zegt, dat zij niet minder dan 50 scudi vroeg

van hen, aan wie zij bereid was toe te staan wat Montaigne noemde

de "negotation entière".

Wat deze kwestie aangaat mogen we melden dat, zooals Bandello

zeide, het de gewoonte was voor een Venetiaansche prostituée om

zes of zeven mannen tegelijk als minnaars te hebben. Ieder had

recht een avond per week bij haar te komen soupeeren en slapen,

terwijl haar dagen vrij bleven. Zij betaalden haar zooveel per

maand, maar zij behield zich altijd bepaald het recht voor,

als ze dat wilde, een vreemdeling, die door Venetië kwam, te

ontvangen, en dan den tijd van haar afspraak met haar minnaar

voor den nacht te veranderen. De hooge en speciale prijzen die

wij vermeld vinden zijn natuurlijk die, welke gevraagd werden

van den nu en dan komenden aanzienlijken vreemdeling, die naar

Venetië kwam, zooals in de zestiende eeuw Montaigne.

In 1580 (toen ze eerst vier en dertig jaar oud was) vertelde

Veronica in de biecht, dat zij zes kinderen had gehad. In hetzelfde

jaar vormde zij het plan een tehuis te stichten, dat niet een

klooster zou zijn, waar prostituées, die haar levenswijze wenschten

te veranderen, een toevlucht konden vinden met haar kinderen,

als ze die hadden. Dit schijnt geleid te hebben tot de oprichting

van een Casa del Soccorso. In 1591 stierf zij aan de koorts,

verzoend met God en gezegend door vele ongelukkigen. Zij had een

goed hart en een gezond verstand, en was de laatste van de groote

courtisanes van de Renaissance, die het Grieksche hetarendom deden

herleven (Graf, Attraverso il Cinquecento, pp. 271-351). Zelfs

in het Venetië van de zestiende eeuw echter schijnt, naar we zien

zullen, Veronica Franco niet geheel vrede gehad te hebben met de

loopbaan van courtisane. Zij was klaarblijkelijk niet geschikt

voor een gewoon huwelijk, en toch mag men er nog aan twijfelen of

onder de gunstigste omstandigheden, die de moderne wereld ooit

geboden heeft, de loopbaan van prostituée volkomen voldoening

kan bieden aan een vrouw van een ruim hart en een ruim verstand.

Ninon de Lenclos, die dikwijls "de laatste van de groote

courtisanes" genoemd is, kan wel een uitzondering genoemd worden

op den algemeenen regel, dat een vrouw van een goed hart, hoog

karakter en fijn verstand geen voldoening zou kunnen vinden in

het leven van een prostituée. Maar het is een totaal verkeerde

opvatting van het temperament van Ninon de Lenclos en van haar

loopbaan haar in eenige ware beteekenis eigenlijk een prostituée

te noemen. Eenige kennis van zelfs maar de minste schets van haar

leven moest voorkomen, dat men zulk een vergissing beging. Geboren

in het begin van de zeventiende eeuw, was zij van goede familie

aan beide zijden; haar moeder was een vrouw van een strengen

levenswandel, maar haar vader, een edelman uit Touraine bezielde

haar met zijn eigen Epicuristische philosophie zoowel als met

zijn liefde voor de muziek. Zij was uiterst welopgevoed. Op den

leeftijd van zestien of zeventien had zij haar eersten minnaar,

den edelen Gaspard de Coligny; hij werd een halve eeuw lang gevolgd

door een reeks andere minnaars, soms meer dan een tegelijk; drie

jaar was de langste tijd dat zij aan één minnaar trouw bleef. Haar

aantrekkelijkheden bleven zoolang bestaan, dat men zegt dat drie

generaties van Sévignés onder haar minnaars behoorden. Tallemant

des Réaux stelt ons in staat haar liaisons in bijzonderheden

te bestudeeren.

Het is echter niet de hoeveelheid minnaars, die een vrouw maakt

tot een prostituée, maar de aard van haar verhoudingen tot

hen. Sainte-Beuve schijnt, in een overigens bewonderenswaardige

studie over Ninon de Lenclos (Causeries du Lundi, deel IV) haar

onder de courtisanes te rekenen. Maar geen vrouw is een prostituée,

tenzij zij mannen gebruikt als een bron van geldelijke winst. Niet

alleen is er geen bewijs, dat dit het geval was met Ninon, maar

alle gegevens, die er zijn, sluiten zulk een verhouding uit. "Er

was veel slimheid voor noodig", zeide Voltaire, "en veel liefde

van haar kant, om haar er toe te brengen, geschenken aan te

nemen". Tallemant zegt wel, dat zij soms geld aannam van haar

minnaars, maar dit gezegde slaat waarschijnlijk op niets anders

dan wat besloten ligt in Voltaire's opmerking; en in allen gevalle

zijn de praatjes van Tallemant, hoewel hij gewoonlijk goed op de

hoogte is, niet altijd te vertrouwen. Allen zijn het eens over

haar groote belangeloosheid.

Wanneer we van Ninon de Lenclos hooren in verband met geld,

dan is het niet, dat ze een gift ontvangt, maar alleen, dat ze

een oude schuld terugbetaalt aan een vroegeren minnaar, of een

groote som teruggeeft, die bij haar onder haar veilige hoede achter

gelaten was, terwijl de eigenaar in ballingschap verkeerde. Zulke

voorvallen wijzen allerminst op de prostituée van welke eeuw

ook, zij wijzen eer op verhoudingen, die zouden kunnen bestaan

tusschen vrienden. Het karakter van Ninon de Lenclos was in vele

opzichten verre van volmaakt, maar zij vereenigde vele mannelijke

deugden, en vooral eerlijkheid, met een temperament dat over het

geheel zeker vrouwelijk genoemd mag worden; zij had een afkeer

van huichelarij, en zij werd nooit beïnvloed door geldelijke

overwegingen. Zij was bovendien nooit roekeloos, maar behield

altijd een zekere zelfbeperking en matigheid, zelfs bij eten en

drinken, en gebruikte, naar ons verteld wordt, nooit wijn. Zij was,

zooals Sainte-Beuve opgemerkt heeft, de eerste, die zich duidelijk

voor oogen heeft gesteld, dat er dezelfde deugden moeten zijn

voor mannen en voor vrouwen, en dat het dwaas is alle vrouwelijke

deugden tot éene terug te brengen. "Onze sekse is belast met

alle beuzelachtigheden", schreef zij, "en de mannen hebben voor

zichzelf alle eigenschappen bewaard, die er op aan komen: Ik heb

van mezelf een man gemaakt". Zij kleedde zich soms als man als

ze paard reed (zie b.v. Correspondence Authentique van Ninon de

Lenclos, met een goede introductie door Emile Colombey). Bewust

of onbewust vertegenwoordigde zij een nieuw vrouwelijk denkbeeld

op een tijd, toen--zooals we in veel vergeten romans door vrouwen

van dien tijd geschreven zien kunnen--de gezichtskring der vrouwen

zich begon uit te breiden. Zij was de eerste en ongetwijfeld

in éen opzicht de uiterste vertegenwoordigster van een kleine

en uitstekende groep Fransche vrouwen, onder wie George Sand de

mooiste persoonlijkheid is.

Zoo is het nutteloos de geschiedenis van de prostitutie te

versieren met den naam van Ninon de Lenclos. Een gedemoraliseerde

oude prostituée zou nooit, zooals Ninon, aan het einde van haar

lange leven, in staat geweest zijn de liefde en de achting van

vele van de beste mannen en vrouwen van haar tijd te behouden

of te verwerven; zelfs aan den gestrengen Saint-Simon scheen

het toe, dat er in haar kleine hof een decorum heerschte, dat

de grootste prinsessen niet bereiken kunnen. Zij was niet een

prostituée, maar een vrouw van een persoonlijkheid met een eigen

karakter, zelfs niet zonder eenige genialiteit. Dat zij niet na

te volgen was, behoeven we misschien niet zeer te betreuren. Op

het laatst van haar leven, in 1699, schreef haar oude vriend

en vroegere minnaar Saint-Evremond, met maar een klein beetje

overdrijving, dat er weinig prinsessen en weinig heiligen waren,

die niet hun hof of hun klooster zouden verlaten om met haar

van plaats te verwisselen. "Als ik van tevoren geweten had,

wat mijn leven zou zijn, dan had ik mij opgehangen", was haar

dikwijls aangehaalde antwoord. Het is inderdaad een op zich

zelf staand gezegde, misschien niet meer dan de uitdrukking van

een stemming van het oogenblik; men kan er wel te veel notitie

van nemen. Meer waarlijk karakteristiek is het mooie gezegde,

waarin haar Epicurische philosofie naar Nietzsche overhelt;

"La joie de l'esprit en marque la force".

Het vrijmoedig goedkeuren van de prostitutie door de geestelijke of

zelfs door de wereldlijke macht is, sinds de Renaissance, meer en

meer een uitzondering geworden. Het tegenovergestelde uiterste, te

trachten de prostitutie uit te roeien, is ook in de praktijk volkomen

verlaten. Er zijn inderdaad sporadische pogingen gedaan de prostitutie

met krachtige hand neer te drukken, zelfs in zeer moderne tijden. Het

wordt nu echter erkend, dat in zulk een geval het geneesmiddel erger

is dan de kwaal.

In 1860 gevoelde een burgemeester van Portsmouth het als zijn

plicht te trachten de prostitutie te onderdrukken. "In den

eersten tijd van zijn burgemeesterschap", zegt een door de

"Select committee" voor de wet op besmettelijke ziekten gehoorde

getuige (p. 393), "werd er een order uitgevaardigd, dat aan iederen

bierhuis- en tapperijhouder met vergunning in de gemeente, waarvan

men wist, dat hij vrouwen, vrouwen van verdachte zeden herbergde,

een proces zou aangedaan worden en dat hij waarschijnlijk zijn

concessie zou verliezen. Op een goeden dag werden ongeveer drie

of vier honderd van deze ongelukkige schepsels alle tegelijk de

straat op gedreven, en zij stelden zich op in een groote troep,

vele van haar met alleen een hemd aan en een rok; met een menigte

dronken mannen en jongens met een fluit en een viool achter zich

aan trokken ze verscheiden dagen door de straten. Zij marcheerden

alle naar het werkhuis, maar om vele redenen werden ze niet

toegelaten... Deze vrouwen dwaalden twee of drie dagen lang rond

zonder schuilplaats, en men gevoelde, dat het geneesmiddel erger

was dan de kwaal; daarom werd de vrouwen toegestaan naar haar

vroegere woonplaatsen terug te keeren".

Dergelijke proeven zijn in later tijd in Amerika genomen. "In

Pittsburg, in Pennsylvanië werden de bordeelen in 1891 gesloten,

de bewoonsters werden op straat gezet en de inwoners van die

plaats weigerden haar huisvesting en zelfs voedsel. Een sterke

protestbeweging door het geheele land, bij deze beleediging der

humaniteit, veroorzaakte een reactie, die leidde tot een toestand,

die in het geheel niet beter was dan de vroegere". In hetzelfde

jaar kwam ook een dergelijk geval voor in New-York, met dezelfde

ongelukkige resultaten (Isidore Dyer, "The Municipal Control

of Prostitution in the United States", report presented to the

Brussels International Conference in 1899).

In plaats van deze pogingen kwam men er toe de prostitutie te

controleeren, ze half officieel te dulden, waardoor de autoriteiten

in staat gesteld werden er contrôle over uit te oefenen, en zooveel

mogelijk tegen de nadeelen ervan te waken door medisch onderzoek en

politietoezicht. Het nieuwe bordeel-systeem verschilde van de oude

middeleeuwsche bordeelen in vele opzichten; het omvatte een regelmatig

medisch onderzoek en het trachtte iedere concurrentie door prostituées

zonder vergunning daarbuiten, te onderdrukken. Bernard Mandeville,

de schrijver van de Fable of the Bees, een scherpzinnig denker,

was een groot voorstander van dit systeem. In 1724, in zijn Modest

Defense of Publick Stews betoogt hij, dat "het aanmoedigen van het

openlijk toelaten van de prostitutie niet alleen de meeste van de

verkeerde gevolgen van deze ondeugd zal voorkomen, maar zelfs de mate

van ontucht in het algemeen verminderen zal en ze zal terugvoeren tot

de engste grenzen, waarin ze kan vervat worden". Hij stelde voor vrije

prostitutie tegen te gaan door bij akte van het Parlement speciale

privileges en vrijheden aan bordeelen te geven. Zijn plan omvatte het

oprichten van honderd bordeelen in een speciaal stadsgedeelte, waar

twee duizend prostituées en honderd flinke en ervaren matrones met

dokters en chirurgijns zouden kunnen wonen, zoowel als een commissie

om het geheel te overzien. Mandeville werd echter beschouwd als een

cynicus of erger, en van zijn plan werd geen nota genomen of het

werd met minachting behandeld. Het was overgelaten aan het genie

van Napoleon om tachtig jaar later, het systeem van de "maisons

de tolérance" in te stellen, dat tijdens het grootste deel van de

vorige eeuw voor de vorming van de verhoudingen der prostitutie in

Europa zulk een groote beteekenis gehad heeft, en nog heden in zijn

overblijfsels aanleiding geeft tot groote meeningsverschillen.

Over het geheel kunnen we echter zeggen, dat het systeem van

inschrijven, onderzoeken en controleeren van prostituées nu tot

het verleden behoort. Veel strijd is er over deze kwestie gevoerd;

van het meeste belang is de strijd, die in Engeland jarenlang over de

wet op de besmettelijke ziekten (Contagious Diseases Acts) gevoerd is

en die men vinden kan in het 600 bladzijden groote bericht van een

speciaal comité voor deze wet, dat in 1882 uitkwam. De meerderheid

van de leden van dit comité was vóor het aannemen van de wet, die

desniettegenstaande in 1886 verworpen werd; sinds dien tijd is er

geen ernstige poging gedaan haar weer aan te nemen.

Tegenwoordig vindt het oude systeem, hoewel het nog in veel landen

blijft bestaan met de trage onbehouwenheid van eens ingestelde

stichtingen, geen algemeene goedkeuring meer. Zooals Paul en Victor

Margueritte naar waarheid gezegd hebben, in een scherp onderzoek naar

de verschijnselen van door den staat gecontroleerde prostitutie zooals

zij die in Parijs vonden, is het systeem "om te beginnen barbaarsch

en bovendien bijna zonder uitwerking". De deskundige wijst iederen

dag duidelijker op het gebrek aan uitwerking, dat het heeft, terwijl

de psycholoog en de socioloog steeds meer overtuigd worden, dat het

barbaarsch is.

Het kan echter in het geheel niet gezegd worden, dat er eenige

overeenstemming tusschen de autoriteiten op dit gebied verkregen

is. Het is klaarblijkelijk zoo dringend noodig een dam op te stellen

tegen den vloed van ziekte en ellende, die direct voortkomt uit het

verspreiden van syphilis en gonorrhea, en indirect uit de prostitutie,

die de voornaamste verspreidster van deze ziekten is, dat we ons niet

kunnen verwonderen, dat menigeen begeerig grijpt naar ieder systeem,

dat een vermindering van het kwaad schijnt te beloven. Tegenwoordig

echter hebben zij, die het best bekend zijn met de werking van het

contrôle-systeem, zich ten duidelijkste voor oogen gesteld, dat de

veronderstelde vermindering voor het grootste gedeelte denkbeeldig is

[153], en dat ze in ieder geval verkregen wordt ten koste van het

kunstmatig produceeren van andere verkeerdheden.

In Frankrijk, waar het systeem van inschrijven en van contrôle op

de prostituées langer dan een eeuw bestaat [154], en waar dus de

gevolgen ervan, als die er zijn, duidelijk merkbaar moeten wezen,

ondervindt het bijna hartstochtelijke tegenkanting van bekwame

mannen van iedere klasse der gemeenschap. In Duitschland is de

tegenstand tegen geregelde contrôle langen tijd door wel-toegeruste

deskundigen gevoerd, met Blaschko uit Berlijn aan het hoofd. Ook in

Amerika wordt dit systeem verworpen. Gottheil uit New-York vindt,

dat contrôle van gemeentewege op de prostitutie "geen succes heeft

en ook niet wenschelijk is". Heidingsfeld komt tot het besluit,

dat het systeem van regeling en contrôle, dat in Cincinnati in zwang

is, weinig goed en veel kwaad gedaan heeft; onder dit stelsel zijn

onder de particuliere patienten in zijn eigen kliniek gevallen van

syphilis en gonorrhea gemiddeld beide toegenomen; "onderdrukken van

de prostitutie is onmogelijk en contrôle is onpraktisch" [155].

In Duitschland worden de pogingen tot regeling der prostitutie

het strengst vastgehouden, met gevolgen, die in Duitschland zelf

als ongelukkig worden beschouwd. Zoo straft de Duitsche wet met

een geldboete de hoofden van gezinnen, die onwettigen sexueelen

omgang in hun huis toelaten. Dit is bedoeld om de prostituée

zonder vergunning te treffen, maar inderdaad moedigt het de

prostitutie aan, want een paar fatsoenlijke jonge menschen,

dat besluit een verhouding aan te gaan, die zich later tot

een huwelijk ontwikkelen kan, en die niet onwettig is (want

buitenechtelijke sexueele omgang per se is niet in Duitschland,

zooals in de verouderde wetten van verschillende Amerikaansche

staten, een strafbare misdaad) wordt door de achterdochtige

politie aan zooveel last en ergernis onderworpen, dat het voor het

meisje veel gemakkelijker is prostituée te worden en zich onder

de bescherming der politie te plaatsen. De wet was hoofdzakelijk

gericht tegen hen, die prostituées uitbuiten. Maar in de praktijk

werkt ze anders. De prostituée moet buitensporig hooge huren

betalen, zoodat haar huisheer feitelijk leeft van de opbrengst

van haar bedrijf, terwijl zij haar beroep met grootere inspanning

en op ruimer schaal moet drijven om haar zware onkosten te dekken

(P. Hausmeister, "Zur Analyse der Prostitution", Geschlecht und

Gesellschaft, deel II, 1907, p. 294).

In Italië zijn de meeningen over deze zaak zeer verdeeld. Het

regelen van de prostitutie is achtereenvolgens aangenomen,

afgeschaft en weer aangenomen. In Zwitserland, het land van

regeeringsproeven, zijn in verschillende kantons verschillende

stelsels toegepast. In sommige wordt geen enkele poging gedaan

zich met de prostitutie te bemoeien, behalve onder speciale

omstandigheden; in andere is alle prostitutie, en zelfs ontucht

in het algemeen, strafbaar; in Genève mogen alleen prostituées,

die er geboren zijn, haar bedrijf uitoefenen; in Zürich is sinds

1897 de prostitutie verboden, maar er wordt voor gezorgd, dat

er geen moeilijkheden in den weg gelegd worden aan de vrije

sexueele verhoudingen, die niet om winst begonnen zijn. Met

deze verschillende regelingen staat, naar men zegt, de moraal in

Zwitserland over het algemeen tamelijk wel op hetzelfde niveau als

elders (Moreau-Christophe, Du Problème de la Misère, deel III,

p. 259). Dezelfde conclusie geldt voor Londen. Een onpartijdig

waarnemer, Félix Remo (La Vie Galante en Angleterre, 1888. p. 237)

kwam tot de conclusie, dat, niettegenstaande Londen's vrije handel,

het vrije bestaansbedrijf van de prostitutie, de excessen op

alcoholgebied, de deugden van allerlei soort, "deze stad een van

de meest moreele hoofdsteden van Europa is". De emancipatie op dit

gebied in de laatste jaren is gebleken uit het afschaffen van het

systeem van de regeling op de prostitutie door Denemarken in 1906.

Zelfs de vurigste voorstanders van de regeling van de prostitutie

erkennen, dat niet alleen de geest van de beschaving eerder ongunstig

dan gunstig is aan het systeem, maar dat in de vele landen, waar het

stelsel in stand blijft, de ingeschreven prostituées grond verliezen

in den strijd tegen de heimelijke prostitutie. Zelfs in Frankrijk,

het klassieke land van van politie-wege gecontroleerde prostituées,

zijn de "maisons de tolérance" sinds langen tijd gestadig in aantal

afgenomen, in het geheel niet omdat de prostitutie afneemt, maar omdat

volks brasseries en kleine café-chantants, die gewoonlijk bordeelen

zonder vergunning zijn, de plaats ervan innemen [156].

De regeling op grooten schaal van de prostitutie in beschaafde centra

wordt tegenwoordig inderdaad nog slechts door weinigen aangeraden,

alleen nog door eenige voorstanders van de nieuwere school. Op zijn

hoogst wordt ze op bepaalde plaatsen onder speciale omstandigheden

wenschelijk geacht [157]. Zelfs zij, die nog gaarne de prostitutie

volkomen onder contrôle van de politie zouden willen hebben, erkennen

nu, dat de ondervinding aantoont, dat dit onmogelijk is. Daar vele

meisjes haar loopbaan zeer vroeg beginnen, zou een gezond systeem van

regeling er geen bezwaar in moeten zien als vaste prostituées in te

schrijven zelfs meisjes, die nog weinig meer dan kinderen zijn. Dat

is echter een logische conclusie, waartegen de moreele zin en zelfs

het gezonde verstand van een gemeenschap zich instinctief verzet. In

Parijs mogen meisjes niet ingeschreven worden als prostituée voor

zij den leeftijd van zestien bereikt hebben en sommigen vinden dien

leeftijd zelfs te laag [158]. Bovendien kan de ingeschreven vrouw,

als zij ziek wordt, of haar positie moede is, altijd uit de handen

van de politie weg glippen en zich ergens anders vestigen als

clandestiene prostituée. Iedere starre poging om de prostitutie

in handen der politie te houden leidt tot hinderlijke bemoeiing

met de daden en de vrijheid van respectabele vrouwen, die zeker

ondragelijk moeten zijn in iedere vrije gemeenschap. Zelfs in een

stad als Londen, waar de prostitutie betrekkelijk vrij is, heeft

het politietoezicht aanleiding gegeven tot lasterlijke aanklachten

van politieambtenaren tegen vrouwen, die niets hoegenaamd gedaan

hebben, dat een verdenking tegen haar zou kunnen rechtvaardigen. Het

ontsnappen van de geïnfecteerde vrouw aan het politietoezicht heeft,

dat is duidelijk, de uitwerking, dat het gezondheidsniveau van

ingeschreven vrouwen schijnbaar verhoogd wordt, en de statistieken

van de politie geven nog verder op misleidende wijze een te mooi beeld

door het feit, dat de bewoonsters van bordeelen gemiddeld ouder zijn

dan clandestiene prostituées en tegen ziekte immuun zijn geworden

[159]. Deze feiten beginnen nu tamelijk wel bekend en erkend te

worden. De staatsregeling op de prostitutie is niet gewenscht, op

moreele gronden om de reden, waarop dikwijls de nadruk is gelegd,

dat ze alleen toegepast wordt op éen sekse, en op praktische gronden,

omdat ze geen uitwerking heeft. De maatschappij vergunt de politie

de prostituée te hinderen met kleine plagerijen wegens "aanhalen",

"onbetamelijk gedrag", enz., maar ze is er niet langer van overtuigd,

dat zij onder absolute contrôle van de politie behoort te staan.

Het probleem van de prostitutie schijnt, als we het nauwkeurig bezien,

nu nog in dezelfde positie te zijn, waarin het te allen tijde in

den loop van de laatste drie duizend jaren geweest is. Om echter

de werkelijke beteekenis van de prostitutie te begrijpen, en tot

een rationeele houding tegenover haar te komen, moeten we ze van

een ruimer standpunt beschouwen; we moeten niet alleen de evolutie

en de geschiedenis ervan bestudeeren, maar evenzeer de oorzaken, de

verhoudingen en de verdere sociologische perspectieven ervan. Als wij

op die wijze het probleem van een ruimer standpunt beschouwen, dan

zullen we zien, dat er geen verschil bestaat tusschen de eischen van

ethische en die van maatschappelijke hygiëne, en dat de werkzaamheid

van beide gelijkelijk besloten ligt in de progressieve verfijning en

zuivering van beschaafde sexueele verhoudingen.

De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij · 第 48 / 71 题