'T WONDER.
Dienzelfden nacht sliepen Wibbe en Hesse al 'n paar uur, de eerste
rustig en vast, maar Hesse! Telkens voelde Hesse 'n schok door
z'n lichaam gaan.... dan keerde hij zich om en sliep weer half
in. Maar opeens werd hij klaar wakker! Hij ging rechtop in zijn bed
zitten, wreef zich de oogen en probeerde rond te zien--hij vond
't koud.... hij huiverde en eensklaps voelde hij 'n hevige angst in
zich opkruipen....
Wat was er nou?
Snel stapte hij uit bed en bleef 'n oogenblik voor 't raam staan
alsof hij daar iets vreeselijks verwachtte....
Niets.
Toen kroop de jongen weer in bed, maar hij bleef wakker liggen,
huiverend en bang....
Z'n onrust nam toe.... het scheen hem alsof er om hem heen
verschrikkelijke dingen gebeurden, die hij niet kon zien....
Weer zat hij rechtop, luisterend....
Hij hoorde niets....
Klappertandend zat hij op den rand van 't bed en allerhande
schrikbeelden verschenen hem voor de oogen....
Plotseling schoot hem 'n woord in de gedachte, wolven....
De wolven!
In geen twee weken hadden ze er iets van gehoord.... waarom dacht
hij dan nu ineens aan hen?
De wolven?....
Hesse zàg ze.... hij hoorde hen nader sluipen in z'n verbeelding.... ze
kwamen de dieren dooden!
Trillend over al z'n leden stond Hesse vóór 't bed en al maar sterker
werden de tooneelen, die de koorts hem voor de oogen bracht....
Hij zag de wolven de kelder binnengaan.... ze sloegen Dodo, trapten
Oortje dood....
Hesse werd aangegrepen door 'n felle angst, die hem als vanzelf naar
de deur van z'n kamertje dreef....
Lijkbleek en trillend, met wijde oogen daalde hij langzaam de trap
af....
Beneden schoof hij de grendels weg en daar kwam hij buiten in de
stille avondlucht....
Als in 'n droom liep hij 't straatje af, 't bruggetje over en zoo
volgde hij de kromming naar de kerk.
Daar rees de oude toren voor hem op....
Hesse keek omhoog en zag de vlag bewegen, zijn vlag!
Er was dus niets gebeurd, 't bleef doodstil, hij hoorde geen
ander geluid dan 't ritselen van de blaren, zacht bewogen door den
avondwind.... Hesse stond even stil, trillend, klappertandend. Daar
trof 'n vreemd gerucht z'n oor.... hij luisterde....
't Waren korte ploffen alsof Bles stond te stampen. Sliep 't beest
niet?
Stil!... daar hoorde hij 't schelle geblaf van Rip.... waarom?....
Hesse liep voort naar den toegang van den toren. Hij had moeite om
over de puinhoop te klimmen, telkens struikelde hij.... de maan wierp
'n vreemd licht over den bouwval.
Nu naderde hij de versperring, maar de heete gloed die de koorts naar
z'n hoofd deed stijgen, verbijsterde hem....
Hij leunde tegen de deurpost, heftig bevend....
Z'n krachten begonnen hem te begeven, z'n knieën knikten en alles
leek te bewegen....
Toch had hij nog besef om naar binnen te gaan en daar zakte hij
in elkaar....
Hesse sloot de oogen.... 'n ijskoude doortrok z'n lichaam en
onwillekeurig zocht hij bedekking....
Even sloeg hij de oogen op en--daar zag hij iets bewegen.... iets
blauws.... 'n dwaallichtje?.... Eén oogenblik week de koorts voor
't heftig gevoel van angst.... plotseling dacht hij aan den ouden
koster, die brand veroorzaakt had.... Hesse wilde weten, wat 't blauwe
vlammetje beteekende....
Hij probeerde overeind te komen, steunend op z'n armen.... 't viel
'm moeilijk, maar 't móést!
Met inspanning van z'n laatste krachten sleepte hij zich naar 't
vreemde lichtje.... hij wilde 't uitdooven.... natuurlijk uitdooven,
maar 't ging verder.... 't bewoog zich van hem af....
Weer verloor Hesse even alle bezinning en de lont brandde voort,
naderde 't kruit.... nog 'n paar handbreedten....
Bles had z'n jongen weldoener herkend bij 't zwakke schijnsel van
't flauw binnenvallende maanlicht. Telkens wendde hij den ouden kop
om en met 't eenige goede oog zocht hij de oorzaak van 't gerucht--
toen zag hij z'n jongen vriend.... en om z'n aandacht te trekken,
stampte hij telkens met z'n poot op den grond....
Dat hielp want iederen keer bewoog 't jonge baasje zich weer.... Zou
hij hem komen aaien net als zoo dikwijls?.... waarom lag hij daar
zoo op den grond?.... Ik zal nog eens stampen, dacht Bles, maar er
kwam geen beweging in Hesse meer....
Dat verdroot Bles vreeselijk en nu begon hij zich te verplaatsen zoo
goed z'n stramme pooten dat toelieten.... hij rukte aan 't touw, dat
hem losjes verbond aan 'n kram in den muur.... en--deze liet los....
Toen sjokte Bles naar den stilliggenden jongen baas toe en hij stootte
hem met z'n kop aan.... z'n warme adem woei over 't gezicht van
Hesse en--de jongen sloeg weer de oogen op.... hij zag de donkere
gedaante van 't paard.... flauw herinnerde hij zich z'n angst.... hij
keek.... zag weer 't blauwe vlammetje, nog enkele vinger-breedten van
't kruit verwijderd.... Hesse wentelde zich om en of hij al gloeide en
trilde, hij hield vol, sloeg z'n vingers om de steenen rand.... hijgend
ging z'n borst want nu--nu--in dit laatste oogenblik begreep
Hesse wat 't blauwe vlammetje beteekende.... plotseling kwam
't gelezen verhaal in z'n verhit hoofd.... de geschiedenis van
'n ontploffing.... daar kwam ook 'n lont bij te pas.... ja--ja!--
't was 'n lont!
Daar ginds, dat hoopje.... dat hoopje grijze stof moest kruit zijn!....
Nu kreeg Hesse alle kracht terug.... met één ruk was hij bij de lont
en trapte 't vuur dood.... toen stortte hij voorover....
Bles begreep 't niet, hij naderde den jongen baas, besnuffelde hem
en eensklaps raakte hij zelf aan 't eind van z'n kracht en met 'n
zacht kreunen zakte hij naast z'n redder in elkaar.....
De uren van den nacht kropen voorbij.
Wibbe ontwaakte, frisch en helder. Dadelijk tikte hij tegen 't beschot
om Hesse te roepen, maar hij kreeg geen antwoord.
Dus trok Wibbe er op uit, niet door de deur, maar door 't raam. Hij
gluurde in Hesse's kamertje--'t was leeg!
Wat flauw! dacht Wibbe, waarom roept ie me niet? Gisteravond was hij
ook al zoo vervelend. Wibbe keek nog eens goed, en--daar lagen toch
z'n buis en z'n vest, zelfs z'n kousen!
O, dan zat Hesse stellig op 't dak!
Wibbe aan den zoek!
Geen Hesse te vinden....
Ten einde raad kleedde Wibbe zich aan en hij kwam veel te vroeg
beneden.
Ook daar zocht hij overal en vervolgens in den tuin--géén Hesse!
Dat leek Wibbe verdacht!
Er welde 'n vage onrust in hem op....
Wacht, even aan de slaapkamer vragen!