"We kunnen dus van middag zeker zijn van 'n nieuw bezoek! Allo,
naar den uitkijk! Jij Henk, op den toren! jullie, Jan en Wibbe in
't dorp. Wij blijven hier! Ons fluitje is de waarschuwing."
Henk klom naar boven en met z'n bedachtzame oogen keek hij over den
omtrek heen.
Jan en Wibbe vatten post bij den hoek van de lange dorpstraat die
overging in den weg naar de stad.
Op zeker oogenblik ontdekte Henk 'n groepje jongens bij de brug....
Hij floot zóó snerpend 't teeken, dat Dodo en Rip er allebei van
schrikten.
Hesse en Kees snelden de trap op, vatten post bij den toegang en luid
klonk weer 't signaal voor Jan en Wibbe.
Haastig kwamen die terug en nu werd de toegang volkomen versperd.
Henk keerde naar z'n wachtpost terug en keek scherp uit.
Het waren de wolven!
Hij herkende ze duidelijk en--ze brachten hulptroepen mee, want de
groep bestond uit tien jongens!
Dat bericht deed de ridders in verontwaardiging ontsteken.
Tien tegen vijf!
Nee, dat was geen eerlijke strijd!