Jan riep plotseling: "Iemand anders kan 't toch koopen!"

Daar was de oplossing!

"De notaris!" gilde Kees.

"Al onze vaders samen!" schreeuwde Henk.

Er ontstond 'n heftige beweging onder de ridders. Ze voelden, dat de

redding van 't ongelukkige aap je verzekerd was....

Dien middag na de bijeenkomst mochten de stadsridders 't aap je even

zien en van die gelegenheid maakte Hesse gebruik om den notaris aan

boord te klampen. Hij stelde den goeden man voor 't feit, en allemaal

deden ze hun best om hem over te halen, zoodat hij maar toegaf.

"Denk er om, als de eigenaar niet wil, dan heb ik niets te zeggen."

Daaraan hadden ze niet gedacht!

Zou die kerel niet willen?

"Als u maar genoeg biedt, doet hij 't wel," beweerde Hesse.

De notaris moest beloven, er zoo gauw mogelijk werk van te maken.

En dat deed hij ook!

Eerst zocht hij de vrouw op en praatte met haar om zooveel mogelijk

van den baas te weten.

Daarna ging hij den burgemeester spreken en met hem samen namen ze

den man onder handen, maar tot hun verbazing weigerde de kerel 't

aapje te verkoopen.

Dat was voor Hesse 'n groote teleurstelling. Met des te grooter

toewijding verzorgde hij 't aapje, dat tijdens de gevangenschap van

den baas nog in 't notarishuis bleef.

Den derden dag kwam de burgemeester op 'n gelukkigen inval.

Bij 'n bezoek aan den notaris, werd hem ook 't aapje getoond en

volgens zijn oordeel scheen 't diertje erger ongesteld dan de anderen

vermoedden.

De ridders van den halven toren · 第 52 / 77 题