Na 'n poosje gingen de jongens weg, vastbesloten om 't aapje niet uit
't oog te verliezen. Het duurde dan ook niet lang, of ze zagen den
vader met 't aapje den weg naar 't dorp inslaan.
Wibbe en Hesse hem achterna!
Evenals de vorige maal probeerde de kerel publiek te lokken door
't aapje alvast wat kunsten te doen vertoonen.
Dodo deed 't niet van harte!
Dat beviel z'n baas niet en dus klonk z'n nijdige stem dreigend in
de ooren van 't zieke dier.
Ach, hij wilde wel....
Dien keer haalde de man niet veel centen op. Om zich te troosten,
zocht hij heil in de herberg. Daarna begon hij opnieuw....
Maar Dodo scheen al z'n kracht verspild te hebben. Niets lukte meer!
Schuw keek hij aldoor naar z'n baas om, spande zich in, maar 't ging
werkelijk niet!
Door den slechten invloed van den drank kende de baas geen medelijden
meer.
Vloekend sloeg hij 't aapje....
Gejaagd klom 't beest nog tegen 'n gevel op, maar halverwege kòn
't niet meer....
Toen schold de man als 'n razende, stootte 't uitgeputte dier met
z'n stok om 't hooger te doen klimmen....
Maar Dodo viel naar beneden....
Op de steenen bleef hij liggen en uit z'n bek vloeide 't bloed....
Had de baas nu maar medelijden getoond! Neen, nog woedender werd hij
en driftig schopte hij 't weerlooze aapje....
Dat werd Hesse te machtig!
Vlak voor den halfdronken man schreeuwde hij:
"Laffe beul! beul!"
Wibbe schrikte, trok z'n vriend achteruit, maar de kerel, die zich
zelf niet meer meester was, viel op Hesse aan....
De jongen verweerde zich, schopte en trapte, pijnlijk getroffen door
de ruwe vuisten van den baas....
Wibbe begon 'n aanval van terzijde....
Toen bemoeiden andere menschen er zich mee! Ze verlosten Hesse, hielden
den kerel in bedwang en van alle kanten klonk nu 't geschreeuw van
kinderen en 't luide afkeuren door de vrouwen. Onderwijl lag Dodo
roerloos op de steenen....
Daar kwam de burgemeester aan, lang geen gemakkelijk heer!
Hij wilde dadelijk alles weten en toen hij 't zieke aapje zag, de
zenuwachtigheid van Hesse en de algemeene verontwaardiging, begreep
hij gauw genoeg, wie hier de schuldige was.
"Ga jij maar eens met me mee, vrindje," zei hij tegen den baas.
Nòg werkte de drank in den man, want hij verzette zich, zelfs toen
de veldwachter en drie sterke dorpers hem aangrepen....
'n Kwartier later zat hij opgesloten!
En Hesse?
Die had als de wind 't aapje opgenomen en hij er mee naar huis!
En Wibbe er achter!
Mevrouw keek verbaasd en ze wilde honderd vragen doen, maar Hesse
deed verschrikkelijk zenuwachtig! Ze moest eerst helpen met al de
middeltjes uit de groote verbandtrommel.
Nou, ze had er slag van om wonden te verbinden met zachte hand.
Dodo liet zich kalmpjes helpen en om beurten keek hij mevrouw en de
jongens aan.
Na afloop bleef bij rustig liggen in de mand met oude lappen en weldra
viel 't afgetobde dier in slaap.--
Natuurlijk ontvingen de stadsvrienden 't bericht van 't meegevoerde
aapje met geestdrift.
Henk riep: "Dat is je eerste ridderlijke daad, Hes! We houden dit
eerste geredde slachtoffer in onze geheime schuilplaats."
Hesse keek hem met groote oogen aan.
"Hier? in de kelder?"
Daaraan had hij waarlijk nog niet gedacht!
En toch--misschien....
Wibbe zei dadelijk: "we mogen 't natuurlijk niet houden, het is
't eigendom van dien kerel."
Hesse viel driftig uit: "Hij krijgt 't niet terug! We moeten
't koopen."
Ondanks de ernst van hun hoofdman, moesten de jongens toch lachen.
Verbeeld je, met elkaar hadden ze nog geen dubbeltje!