III. VLAARDINGEN.

Vlaardingen is de derde Maasstad, in historisch opzicht zeker de

eerste. Het oude Vlaardingen evenwel, dat als "Flardinghe" in de 10e

eeuw genoemd wordt, schijnt te niet gegaan te zijn door de rivier,

die hier den oever aantastte, zoodat dieper landwaarts de tegenwoordige

stad is ontstaan, met ruim 18000 inwoners.

Vlaardingen biedt als stad weinig merkwaardigs aan. Hoofdzakelijk is

Vlaardingen gebouwd langs de haven, die rechthoekig op de richting der

Maas in het land dringt. De haven is het glanspunt van Vlaardingen;

daar ziet men het karakter der stad, nl. de visscherijstad. Langs

de haven vindt men de pakhuizen, de scheepswerven, de kuiperijen:

al deze houden het oog gericht op de visscherij, die door Vlaardingen

met 169 schepen, waarvan 87 loggers, wordt gedreven op de Noordzee.

De haring is de ziel van Vlaardingens bedrijf; meer dan 300 kuipers

vinden hierin de bron van bestaan, en tal van visschers uit Egmond,

Scheveningen, Marken en elders varen op de Vlaardingsche vloot,

door 2500 personen bemand. 't Is een eigenaardig, levendig gezicht,

als dat bosch van tengere masten de haven vult. En al leven wij niet

meer in den tijd, dat men jubelend de vloot inhaalde, die den eersten

haring aanvoerde, en waarvan Spandaw's lied zong:

Triomf, de vreugde stijgt ten top,

Hijsch, Holland! vlag en wimpel op

En doe den jubeltoon nu daavren langs uw strand.

Daar komt de kiel, met goud belaân,

Zij brengt ons d' eersten haring aan;

't Is feest in Nederland!

't Is feest in Nederland!

toch blijft de haring nog een belangrijk element in de visscherij,

vooral in die van Vlaardingen en Maassluis, waar evenwel ook de vangst

van kabeljauw, leng en schelvisch een belangrijke plaats inneemt.

In Vlaardingen leefde en leeft men nog met den haring. Doch vele

oude gebruiken en instellingen, met de haringvangst verbonden

of er uit voortkomend, zijn allengs verdwenen. De 46 meter hooge

toren te Vlaardingen diende vroeger niet alleen tot sieraad van het

kerkgebouw of als drager der klok, maar bovenin den koepel bevond

zich doorloopend, zoolang het dag was, een der drie torenwachters,

die met den verrekijker steeds het terrein in de Noordzee verkende en

in den haringtijd rondblikte, of ook een haringjager, die den eersten

haring aanbracht, op komst was. Voortdurend richtten in dien tijd de

Vlaardingers--zij mochten bij de visscherij betrokken zijn of niet--hun

blikken naar den torentrans, om van daar het sein te verwachten. En

als aan den vlaggestok op den hoek van den toren de blauwe vlag werd

geheschen, hoorde men plotseling uit wel honderd kelen der schooljeugd

het geroep: "een sein op! een sein op!" De torenwachter daalde dan af

van zijn hoog standpunt, om op de kantoren het uur van de vermoedelijke

aankomst van den eersten haring te berichten.

Als de haringbuizen binnenkwamen, klonk lustig het vroolijke

kuiperslied langs de haven:

"De buizen zijn binnen

Met haring, zoo vet!

Hoevelen beminnen

Dat edel banket."

Hoewel wij in Vlaardingen zijn en de kuipers zingen van de »buizen«,

zult gij toch vruchteloos uitzien naar een dergelijk vaartuig. De

buizen n.l. zijn de oudst bekende vaartuigen, die uitsluitend voor de

haringvisscherij gebezigd werden. Thans evenwel bestaat er geen enkel

van deze vaartuigen meer, en niemand verlangt dat oud-Hollandsch model

terug. Maar toch is in Vlaardingen en elders dit oude modelvaartuig,

dat aan den gouden tijd onzer haringvisscherij herinnert, niet uit

het geheugen verdwenen. De Buisjesdag (vroeger de 15e Juni) is nog de

algemeen bekende naam voor den dag, waarop in vroeger jaren de gansche

haringvloot uitzeilde. Deze datum is echter door het meerendeel onzer

reederijen losgelaten en tegenwoordig zien wij de schepen met het

einde van Mei of aanvang Juni reeds zee kiezen.

De dag van het uitzeilen der vloot is een dag van vreugde en van ernst

voor de visschersplaats, van hoop en van angst, van verwachting en

teedere zielsaandoeningen. Want hoewel de stoere visschers vroolijk ten

oogst gaan, op het veld, waar zij oogsten, dreigen voortdurend gevaren,

die hun wel voor oogen staan. Het afscheid is hoopvol-weemoedig en het

"tot weerziens!" galmt over de watervlakte, zoolang de achterblijvenden

de zeilen kunnen nastaren.

De Buisjesdag was vroeger een feestdag, waarop de visschers, feestelijk

uitgedost, in rijen rondgingen, om maag en vrienden vaarwel te zeggen.

't Is feest, 't is feest! Ziet vlag en wimpel zwieren,

Zij waaien reeds, al fladd'rend, noordwaarts op;

Ziet d' achtbre Maas in d' ochtendglansen tieren,

Zij toeft de vloot op 't statig wassend sop.

Zij wenscht als bruid den bruidegom te ontmoeten,

Dien ze in 't verschiet, in feestgewaad gehuld,

Haar naad'ren ziet en reeds van ver begroeten

Met wuivend doek en hijgend ongeduld.

Ziet oud en jong, van 'tzelfde vuur aan 't blaken,

Daar 't koudste hart zelfs in de feestvreugd deelt,

In rij op rij, in bonten optocht naken,

De zorg van 't hart door hope weggestreeld.

Ziet, 't zonnevuur, reeds hoog ter kim ontrezen,

't Deelt wijd en zijd zijn rijk verguldsel mee;

Ziet weer en wind, 't wil alles gunstig wezen;

Op, visschers, op! 't roept alles u naar zee!

Aldus bezong een Vlaardinger, Dr. Niermeijer, den belangrijken dag. Op

den Buisjesdag verzamelden zich steeds vele vreemdelingen in de stad

en werd in de kerken vooraf Gods zegen afgesmeekt op den tocht voor een

voordeelige vangst. Thans heeft de Buisjesdag weinig beteekenis meer en

wordt hij enkel gevierd door kinderen, die met vlaggetjes rondloopen.

De eerste vangsten van den haring in de maand Juni beteekenen

gewoonlijk nog weinig. Dit heeft waarschijnlijk ten gevolge

gehad, dat de reederijen een overeenkomst sloten, waarbij drie

visschersbooten werden afgehuurd, die met de jaagvlag in top tusschen

de visschersvloot kruisten en de aanvankelijk geringe vangsten der

schepen verzamelden. Met een bepaalde hoeveelheid zet de eerste der

drie zeilers koers naar het vaderland; dat is de eerste haringjager,

wiens aankomst met zooveel verlangen verbeid wordt, omdat die ook

berichten brengt van de vloot.

De stad Vlaardingen biedt weinig merkwaardigs aan. De Groote Kerk

staat op een plein, door iepen omringd. Aan het Kerkplein vindt

men ook het Raadhuis, dat van 1650 dagteekent, met een sierlijken

voorgevel en een koepeltorentje.

Ten oosten van de stad heeft Vlaardingen het Hof, een vroegere

buitenplaats, thans in een plantsoen veranderd, waarlangs een nieuw

stadsleven plaatsvindt.

Ons Heerlijk Vaderland (deel 2 van 4) Boven en beneden den Moerdijk · 第 20 / 74 题