II. NAAR WADDINGSVEEN EN BOSKOOP.

Een klein uitstapje maken wij thans langs de Gouwe naar Boskoop.

In vele bochten slingert zich de Gouwe, als een afgeleefde

grijsaard met trage beweging voortkruipend, van den Ouden-Rijn

naar den Hollandschen IJsel, een verbinding tusschen beide wateren

vormend. Zij loopt als hoog boven het land, doch de dijken, die het

water begrenzen, houden haar gemakkelijk in toom. Of de Gouwe, thans

een aan alle zijden geketend polderwater, eens een rivier was?

In den aanvang der historie was de Gouwe zeker een natuurlijk

landwatertje, dat door het drassige land kronkelde, evenals de

Rotte en het water, waaruit de Schie is gevormd, evenals de Amstel

en het Spaarne. Doch hoe is dit veranderd in den loop der eeuwen

en hoe verschillend werd de beteekenis dier stroompjes! De Schie is

reeds door Corbulo vergraven; het Spaarne en de Amstel werden druk

bevaren binnenwateren. De Rotte echter, hoewel de aanleiding tot het

ontstaan van Neêrlands tweede handelsstad, is niet alleen een stil,

kalm watertje gebleven, maar ook rustig, bijna niet bewogen dan

door den adem des winds, en slechts enkele schuitjes dragend. Geen

stoomboot verstoort er de plechtige stilte der natuur, en het riet

langs de oeverzoomen fluistert in geheimzinnig suizen zijn zachte

melodij. Zeldzaam zijn zelfs de boerderijen aan de oevers der Rotte;

slechts door één gehucht stroomt haar water.

De Gouwe daarentegen is kunstmatig in de lijnen van het handelsverkeer

getrokken. Amsterdam en Gouda in de eerste plaats en verder ook

Rotterdam hadden er belang bij, dit landwater tot een deel van den

scheepvaartweg te maken tusschen het IJ en de Maas.

Onrustig plassen de stoombooten schier dag en nacht door de Gouwe,

de watervlakte met hunne schroeven tot regelmatige golven opdrijvend,

welke onophoudelijk tegen de oevers slaan, die daarom goed versterkt

moeten worden. Wel heeft men van het Merwedekanaal een concurrent

gemaakt, die het verkeer op de Gouwe veel benadeelt, maar toch blijft

de scheepvaart er nog altijd levendig.

Door dit drukke verkeer gedurende eeuwen, heeft de bevolking zich ook

aan de Gouwe gevestigd. Aan beide zijden ziet men woonhuizen langs haar

oevers verrijzen, en een tweetal dorpen hebben zich daar ontwikkeld:

Waddingsveen en Boskoop.

Allereerst bereiken wij Waddingsveen, gedeeltelijk als een flink dorp

in de lengte langs de Gouwe gebouwd, gedeeltelijk op eenigen afstand

daarvan aan een landweg in den polder Noord-Waddingsveen. Het eerste

gedeelte heeft meer industrie; in het laatste vindt men meest landbouw

en veeteelt. De zeer eenvoudige bevolking staat bekend als stijf en

conservatief. Vroeger zag men hier talrijke windpapiermolens werken,

waarvan er eenige jaren geleden nog slechts één was overgebleven,

terwijl er thans een stoompapiermolen arbeidt. Verder is hier

eigenaardig de fabrikatie van allerlei klein houtwerk: hooiharken,

trappen, tafeltjes, deurkrukken, spiegeltjes voor de marine, knoppen

voor gordijnen, kinderspeelgoed, hobbelpaarden, enz. In den laatsten

tijd is men hier ook met de boomkweekerij begonnen.

Als wij over Noord-Waddingsveen den landweg volgen, langs tal van

flinke boerenhuizen, welke door hun eigenaardige namen als "Graan voor

visch", "Spruytdam", "Land van Water" en dergelijke ons wijzen op

het lage of ingepolderde land, bereiken wij weldra het eigenaardige

gebied van Boskoop, een boschrijke oase in het eentonige grasland,

dat overigens enkel door slooten en knotwilgen wordt afgebroken. Het

dorp zelf strekt zich uit aan de oevers van de Gouwe, hier veel te

smal voor de scheepvaart. De kleine, vriendelijke huisjes zijn aan

beide zijden op korten afstand van elkander langs het water gebouwd,

en in hoofdzaak evenwijdig met dit water strekt zich de lange, met

kastanjes beplante straat uit, waarlangs het aanzienlijkste gedeelte

van het dorp gebouwd is. 't Is een smalle straat, aan den eenen kant

meestal door kleinburgerlijke huizen bezet, welker kleine tuintjes

aan de Gouwe grenzen, en aan den anderen kant met een sloot, die de

grootere kweekerijen van Boskoop afsluit.

Als wij Boskoop in vogelvlucht konden bekijken, zouden wij het dorp

aan alle zijden omlijst zien door een schier aaneensluitend veld

van heesters, jonge boomen, bloemen en planten van allerlei grootte

en kleuren, door breede, rechte slooten, met helder water en door

houtwallen omzoomd, in regelmatige vierkanten gesneden.

De tuinen in Boskoop vormen langwerpige, evenwijdige strooken, welke op

de smalle dorpswegen uitkomen en door planken, over de slooten gelegd,

hier en daar door draaibrugjes, van den weg te bereiken zijn. Een aldus

ingesloten strook behoort dikwijls aan onderscheidene kweekers, wier

terreinen slechts door naambordjes van elkander gescheiden zijn. Dit

is bovenal het geval met het klein-grondbezit der opkomende tuinders,

de kleine bazen, die nog half knechts zijn, half eigen zaken drijven,

en het opkomend geslacht van zelfstandige ondernemers vormen, zooals

men dat hier vindt, gelijk op geen andere plaats. De slooten, welke

de tuinen omringen, dienen gedeeltelijk tot bewatering; ook kan men

langs deze elk gedeelte der tuinen gemakkelijk met een schuitje, hier

"schouw" genoemd, bereiken. Enkele tuinen zijn nog omringd door hagen

van licht hout, welke hoofdzakelijk dienen, om de kracht van den wind

te verzwakken. Want de wind is de grootste vijand der teedere planten,

die hier gecultiveerd worden.

Zoo is geheel Boskoop schier één plantengaarde, met slechts enkele

weilanden er tusschen. De Boskoopers zijn een ondernemend volk, zij

hebben acht geslagen op den loop der tijden en vol helder inzicht hun

bakens verzet, waar dit noodig was. Hierdoor is de ooftboomkweekerij

en de teelt van aardbeziën in Boskoop hoe langer hoe meer door de

cultuur van sierheesters en bloemen vervangen.

Hier ziet gij keurig verzorgde tuinen, waar in lange rijen of in met

zorg aangelegde bedden en kassen de nieuwst verkregen verscheidenheden

van Azalea's, Rozen, Coniferen en andere boomen of heesters in

allerlei stadiën van ontwikkeling gevonden worden, planten, die over

enkele jaren in de parken en tuinen van Groot-Britannië, Rusland,

Duitschland en Amerika zullen prijken.

De Boskoopers zijn door hun uitgebreiden handel echte wereldburgers

geworden, democratisch in hun opvatting. Toen wij een bezoek aan deze

plaats brachten en de groote gastvrijheid van een der eerste kweekers

genoten, zaten wij aan tafel in gezelschap van den zoon des huizes,

die met zijn jeugdige echtgenoote, een Française, welke hij in Amerika

had leeren kennen, juist van een reis voor zaken uit de nieuwe wereld

was teruggekeerd.

Boskoop is een der plaatsen, waar het grootkapitaal nog niet

overheerscht in de bedrijven, waar de kweekersknecht niet zelden

tegelijkertijd zelf grond huurt voor een kweekerij en zoo op kleine

schaal begint, om wellicht tot een welgesteld ingezetene op te klimmen.

Ons Heerlijk Vaderland (deel 2 van 4) Boven en beneden den Moerdijk · 第 11 / 74 题