Een klein uitstapje maken wij thans langs de Gouwe naar Boskoop.
In vele bochten slingert zich de Gouwe, als een afgeleefde
grijsaard met trage beweging voortkruipend, van den Ouden-Rijn
naar den Hollandschen IJsel, een verbinding tusschen beide wateren
vormend. Zij loopt als hoog boven het land, doch de dijken, die het
water begrenzen, houden haar gemakkelijk in toom. Of de Gouwe, thans
een aan alle zijden geketend polderwater, eens een rivier was?
In den aanvang der historie was de Gouwe zeker een natuurlijk
landwatertje, dat door het drassige land kronkelde, evenals de
Rotte en het water, waaruit de Schie is gevormd, evenals de Amstel
en het Spaarne. Doch hoe is dit veranderd in den loop der eeuwen
en hoe verschillend werd de beteekenis dier stroompjes! De Schie is
reeds door Corbulo vergraven; het Spaarne en de Amstel werden druk
bevaren binnenwateren. De Rotte echter, hoewel de aanleiding tot het
ontstaan van Neêrlands tweede handelsstad, is niet alleen een stil,
kalm watertje gebleven, maar ook rustig, bijna niet bewogen dan
door den adem des winds, en slechts enkele schuitjes dragend. Geen
stoomboot verstoort er de plechtige stilte der natuur, en het riet
langs de oeverzoomen fluistert in geheimzinnig suizen zijn zachte
melodij. Zeldzaam zijn zelfs de boerderijen aan de oevers der Rotte;
slechts door één gehucht stroomt haar water.
De Gouwe daarentegen is kunstmatig in de lijnen van het handelsverkeer
getrokken. Amsterdam en Gouda in de eerste plaats en verder ook
Rotterdam hadden er belang bij, dit landwater tot een deel van den
scheepvaartweg te maken tusschen het IJ en de Maas.
Onrustig plassen de stoombooten schier dag en nacht door de Gouwe,
de watervlakte met hunne schroeven tot regelmatige golven opdrijvend,
welke onophoudelijk tegen de oevers slaan, die daarom goed versterkt
moeten worden. Wel heeft men van het Merwedekanaal een concurrent
gemaakt, die het verkeer op de Gouwe veel benadeelt, maar toch blijft
de scheepvaart er nog altijd levendig.
Door dit drukke verkeer gedurende eeuwen, heeft de bevolking zich ook
aan de Gouwe gevestigd. Aan beide zijden ziet men woonhuizen langs haar
oevers verrijzen, en een tweetal dorpen hebben zich daar ontwikkeld:
Waddingsveen en Boskoop.
Allereerst bereiken wij Waddingsveen, gedeeltelijk als een flink dorp
in de lengte langs de Gouwe gebouwd, gedeeltelijk op eenigen afstand
daarvan aan een landweg in den polder Noord-Waddingsveen. Het eerste
gedeelte heeft meer industrie; in het laatste vindt men meest landbouw
en veeteelt. De zeer eenvoudige bevolking staat bekend als stijf en
conservatief. Vroeger zag men hier talrijke windpapiermolens werken,
waarvan er eenige jaren geleden nog slechts één was overgebleven,
terwijl er thans een stoompapiermolen arbeidt. Verder is hier
eigenaardig de fabrikatie van allerlei klein houtwerk: hooiharken,
trappen, tafeltjes, deurkrukken, spiegeltjes voor de marine, knoppen
voor gordijnen, kinderspeelgoed, hobbelpaarden, enz. In den laatsten
tijd is men hier ook met de boomkweekerij begonnen.
Als wij over Noord-Waddingsveen den landweg volgen, langs tal van
flinke boerenhuizen, welke door hun eigenaardige namen als "Graan voor
visch", "Spruytdam", "Land van Water" en dergelijke ons wijzen op
het lage of ingepolderde land, bereiken wij weldra het eigenaardige
gebied van Boskoop, een boschrijke oase in het eentonige grasland,
dat overigens enkel door slooten en knotwilgen wordt afgebroken. Het
dorp zelf strekt zich uit aan de oevers van de Gouwe, hier veel te
smal voor de scheepvaart. De kleine, vriendelijke huisjes zijn aan
beide zijden op korten afstand van elkander langs het water gebouwd,
en in hoofdzaak evenwijdig met dit water strekt zich de lange, met
kastanjes beplante straat uit, waarlangs het aanzienlijkste gedeelte
van het dorp gebouwd is. 't Is een smalle straat, aan den eenen kant
meestal door kleinburgerlijke huizen bezet, welker kleine tuintjes
aan de Gouwe grenzen, en aan den anderen kant met een sloot, die de
grootere kweekerijen van Boskoop afsluit.
Als wij Boskoop in vogelvlucht konden bekijken, zouden wij het dorp
aan alle zijden omlijst zien door een schier aaneensluitend veld
van heesters, jonge boomen, bloemen en planten van allerlei grootte
en kleuren, door breede, rechte slooten, met helder water en door
houtwallen omzoomd, in regelmatige vierkanten gesneden.
De tuinen in Boskoop vormen langwerpige, evenwijdige strooken, welke op
de smalle dorpswegen uitkomen en door planken, over de slooten gelegd,
hier en daar door draaibrugjes, van den weg te bereiken zijn. Een aldus
ingesloten strook behoort dikwijls aan onderscheidene kweekers, wier
terreinen slechts door naambordjes van elkander gescheiden zijn. Dit
is bovenal het geval met het klein-grondbezit der opkomende tuinders,
de kleine bazen, die nog half knechts zijn, half eigen zaken drijven,
en het opkomend geslacht van zelfstandige ondernemers vormen, zooals
men dat hier vindt, gelijk op geen andere plaats. De slooten, welke
de tuinen omringen, dienen gedeeltelijk tot bewatering; ook kan men
langs deze elk gedeelte der tuinen gemakkelijk met een schuitje, hier
"schouw" genoemd, bereiken. Enkele tuinen zijn nog omringd door hagen
van licht hout, welke hoofdzakelijk dienen, om de kracht van den wind
te verzwakken. Want de wind is de grootste vijand der teedere planten,
die hier gecultiveerd worden.
Zoo is geheel Boskoop schier één plantengaarde, met slechts enkele
weilanden er tusschen. De Boskoopers zijn een ondernemend volk, zij
hebben acht geslagen op den loop der tijden en vol helder inzicht hun
bakens verzet, waar dit noodig was. Hierdoor is de ooftboomkweekerij
en de teelt van aardbeziën in Boskoop hoe langer hoe meer door de
cultuur van sierheesters en bloemen vervangen.
Hier ziet gij keurig verzorgde tuinen, waar in lange rijen of in met
zorg aangelegde bedden en kassen de nieuwst verkregen verscheidenheden
van Azalea's, Rozen, Coniferen en andere boomen of heesters in
allerlei stadiën van ontwikkeling gevonden worden, planten, die over
enkele jaren in de parken en tuinen van Groot-Britannië, Rusland,
Duitschland en Amerika zullen prijken.
De Boskoopers zijn door hun uitgebreiden handel echte wereldburgers
geworden, democratisch in hun opvatting. Toen wij een bezoek aan deze
plaats brachten en de groote gastvrijheid van een der eerste kweekers
genoten, zaten wij aan tafel in gezelschap van den zoon des huizes,
die met zijn jeugdige echtgenoote, een Française, welke hij in Amerika
had leeren kennen, juist van een reis voor zaken uit de nieuwe wereld
was teruggekeerd.
Boskoop is een der plaatsen, waar het grootkapitaal nog niet
overheerscht in de bedrijven, waar de kweekersknecht niet zelden
tegelijkertijd zelf grond huurt voor een kweekerij en zoo op kleine
schaal begint, om wellicht tot een welgesteld ingezetene op te klimmen.