HOOFDSTUK I.

Zooals wij gezien hebben werkten allerlei invloeden samen om de

Nederlanders in 1595 een scheepstocht te doen ondernemen naar de

Oost. De tweede vloot, die zij met dit doel hadden uitgerust, vertrok

in 1598 en stond onder de bevelen van Van Neck en Warwijck. In Indië

aangekomen, gelukte het hun reeds zeer spoedig te Bantam voor vier

schepen eene volle lading te bekomen, waarmee Van Neck besloot

huiswaarts te keeren, aan Van Warwijck en Jacob van Heemskerk

opdragende met de vier andere schepen den tocht voort te zetten,

en handelsverbindingen aan te knoopen met de bewoners van de aan

specerijen zoo rijke Molukken. Ofschoon den Portugeezen hierdoor

slechts onmiddellijk gevaar dreigde, maakte de gouverneur der

Philippijnen, Don Francisco Tello de Guzman, zich toch bevreesd,

dat de Hollanders den steven ook zouden wenden naar Manila, om daar

onverhoeds de Spanjaarden te overvallen. Ten einde dit te voorkomen

besloot Guzman alle meer geïsoleerde posten op te heffen om hiermee

Manila te versterken [11].

De eerste Hollander, wien het gelukte de straat van Magelhaens door

te varen en de aarde om te zeilen, was tevens de eerste Hollander, die

zich in de baai van Manila vertoonde en daarmede de reeks van tochten

opende, welke de onzen naar de Philippijnen hebben ondernomen. Olivier

van Noort toch kwam 15 September 1600 met nog twee van de vier

schepen, nl. de Mauritius en het jacht De Hoop (later de Eendracht

gedoopt) bij de Ladronen aan, om kort hierop koers te zetten naar de

Philippijnen. Na eenige moeite vond hij weldra de straat Bernardino

of straat van Manila, stevende die door en wierp het anker uit voor

het daarvoor gelegen eilandje Capoel, waar hij, door bemiddeling

van twee op de Amerikaansche kust gevangen genomen inwoners van

dat eiland, ververschingen hoopte te bekomen [12]. Maar dit gelukte

hem niet, want, waar hij aan land ging, vluchtten de inwoners het

binnenland in, waarna Van Noort de verlaten en leege huizen uit wraak

in vlammen deed opgaan. Wetende, dat men te Manila het zilverschip

uit Acapulco verwachtte en hopende eenige Chineesche jonken buit te

maken, besloot Van Noort naar Manila te zeilen, en dit te eerder,

omdat hij van de opvarenden van een veroverde Chineesche jonk, die

soldaten naar Ceboe had gebracht en met rijst naar Manila terugkeerde,

had vernomen, dat het grootste gedeelte van de Spaansche zeemacht

naar de zuidelijke Philippijnen was vertrokken om de inwoners daar te

tuchtigen. Nauwelijks vertoonden zich de Hollanders den 24en November

in de baai van Manila, of de Spanjaarden spanden alle krachten in om

twee galjoenen in gereedheid te brengen en daarmede hunne vijanden

aan te tasten. Reeds zeer spoedig waren deze in staat zee te kiezen

en den 14en December ontmoetten de vier schepen elkander.

Bevelhebber over de beide Spaansche schepen was Dr. Antonio de Morga,

oudste van het hoog gerechtshof en schrijver van "Sucesos de las Islas

Philipinas" [13]. Morga opende direct het vuur op de Mauritius. Van

Noort, die nauwelijks tijd had gehad om het geschut gereed te maken

en zijn ankers had moeten kappen, bracht met zijn goed gerichte

schoten eene groote slachting te weeg op de dicht op een gedrongen

Spanjaarden van het admiraalschip. Niet lang zou dit echter duren,

want de Spanjaard enterde weldra het schip van Van Noort en raakte met

zijn boegspriet in het boevennet van de Mauritius verward. Of nu de

Hollanders zich zelf van deze nauwe aanraking hebben losgevochten,

tot wanhoop gebracht door de bedreiging van Van Noort, dat hij de

lont in 't kruit zou steken [14], of dat de Spanjaarden op bevel

van Morga zich zelf bevrijdden van het in brand geraakte Hollandsche

admiraalschip [15], de uitslag blijft hetzelfde: zoodra het Spaansche

schip vrij was, zonk het geheel doornageld in de diepte, waardoor

Van Noort gelegenheid kreeg om den brand op zijn schip te blusschen

en koers te zetten naar Borneo, waar hij 26 Dec. 1600 verscheen

[16]. De Spanjaarden waren er wel is waar in geslaagd den vijand te

verdrijven, maar ten koste van zware offers. 109 Spanjaarden en 150

Indiërs en negers waren verdronken of gesneuveld, het admiraalschip

was met geschut en ammunitie een prooi der golven geworden [17]. Onder

de geredden behoorde ook Morga. Intusschen was het Hollandsche jacht

de Eendracht door het andere Spaansche schip, waarop Alcega zich als

commandant bevond, aangevallen en veroverd, waarna de Spanjaard nog

juist bijtijds terugkeerde om de reddende hand te kunnen bieden aan

zijn krijgsmakkers, die deels in een boot, deels zwemmende, het land

trachtten te bereiken. Biesman, de bevelhebber van de Eendracht,

en het grootste deel van de bemanning werd gedood, de overigen in

een klooster opgenomen [18].

Ofschoon men dus hier volstrekt niet van een nederlaag der Hollanders

mag spreken, kan deze ontmoeting met de Spanjaarden evenmin voordeelig

genoemd worden.

De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren vóór 1626 · 第 3 / 29 题