Art. XXVIII.
"Dat de voornoemde Bewindhebberen sullen moeten besorgen, dat de
Coloniërs ten allen tijden sijn voorzien van een of meer Bedienaars
des Goddelijken Woordts, nadat de gelegentheijdt van de Colonie het
zoude moghen komen te vereisschen ten einde de Coloniërs ende, de
verdere opgesetenen aldaer in de vreese des Heeren, ende Leere ter
Zaligheyt geleydt ende onderwesen mogen werden mitsgaders tot het
gebruyck der Heylighe Sacramenten bequame occasie hebben, sullende
de voornoemde Predicanten niet by de voorsz. Compagnie, maar by de
Coloniërs en Opgezetenen selve onderhouden werden, uyt een middel ofte
fonds dat den gemelten Gouverneur ende Raden daertoe op approbatie
van Bewinthebberen sullen mogen ordonneren en heffen.