"Dat oock den voornoemden Gouverneur ende Raedt op approbatie van
Bewinthebberen sullen mogen stellen eenige kleyne en modicque lasten,
tot verval van de noodige kosten van de voorsz. respective collegiën
van Raden ende Rechters, mitsgaders tot onderhoudt van Kerckendienst,
Schoolmeesters en diergelijcke, voor sooveel hetselve soude mogen
werden geoordeelt nootsakelijck of dienstigh te wesen.