ART. XXVII.

"Dat het onderhout van de Fortresse aen de Riviere van Suriname,

midtsgaders het maken en onderhouden van alle vordere Fortificatiën,

by aldien sulcks bevonden soude mogen werden te wesen gerequireert, sal

zijn ten laste van de voorsz. Compagnie, gelijck oock het Geschut, de

Amunitie van oorlogh, de soldijen en het onderhoudt van 't Guarnisoen,

ende alles wat relatie heeft tot bescherminge ende defensie van de

voorsz. Colonie.

Geschiedenis van Suriname · 第 77 / 86 题