ART. XIV.

"Dat de Koopluijden daer te Lande aengekomende wesende met hare schepen

en goederen, sullen mogen gaen liggen op alle soodanige Plaetsen,

als sy sullen oordeelen voor haer commodienst ende profijtelijckst

te wesen; mits daerinne aen de Compagnie selve, ofte aen andere

Opgezetenen geen belemmering komen te geven, en dat daerdoor de

gemelte Compagnie in haer impositiën en Gerechtigheden niet en werde

verkort, waer op den Gouverneur en Raeden seer exactelijck sullen

hebben te reflecteren.

Geschiedenis van Suriname · 第 64 / 86 题