ART. XIII.

"Ende opdat de voorsz. Ingesetenen derwaerts traffiquerende,

gerust mogen gesteld wesen, dat sy in de voorsz. liberteijt van

derwaerdts ende herwaerdts te navigeren, door de schepen van de

Compagnie niet en sullen werden geprejudicieert, door de avantagiën,

die de deselve Compagnie aan haer eijgen schepen soude genegen mogen

sijn te geven ende toe te brengen, soo sal de gemelte Compagnie bij

desen aennemen van geen meerder schepen derwaerts te sullen senden,

als die gerequireerd sullen werden en machtigh zijn, om de noodige

Negros daer na toe te voeren ende de suijckeren ende andere waren,

door den verkoop der voorsz. Negros, ofte door de opgestelde Impositiën

eijgen geworden zijnde aen de voorsz. Compagnie, van daer af te halen,

sullende de voorsz. Compagnie geen goederen van Particulieren in

hare schepen vermogen te doen laden en overvoeren, als alleen in die

schepen, die slaven daer hebben gebracht.

Geschiedenis van Suriname · 第 63 / 86 题