ART. XV.

"Dat gelijck het yder een vry staet, met sijn persoon, Familie en

Goederen in de voorsz. Colonie te komen, het oock alsoo sal wesen

gepermitteert aen een yegelijk, dewelcke alrede sigh daer ter neder

gesteld heeft, ofte sal komen te stellen, ten allen tijde van daer

te vertrecken met hare Slaven, Beesten en verdere roerende goederen,

en dat naer soodanige andere Plaetsen ofte Eijlanden als het haer

sal believen, konnende tot het voorsz. transport, huuren afkoopen

alsulcke Schepen of Vaartuigen, als sy tot haer voorsz. desseijn hen

sullen oordeelen dienstig te wesen.

Geschiedenis van Suriname · 第 65 / 86 题