ART. XII.

"Dat den Handel en de Vaert op ende van de Voorsz. Colonie alleen,

sal mogen geschieden, directelijck uit en na dese Landen, ende dat

oock vervolgens alle de vruchten, waren, en gewassen nergens heen, als

directelijck op dese Landen sullen mogen worden gesonden, mitsgaders

ook alle Behoeften voor de voorsz. Colonie gerequireert, uijt desen

Landen ende nergens anders van daen derwaerts werden gebracht.

Geschiedenis van Suriname · 第 62 / 86 题