Tom was ten tweede male de held van den dag,--het troetelkind der
ouden van dagen, het voorwerp van afgunst der jeugd. Zijn naam werd
zelfs door de drukpers onsterfelijk gemaakt, want hij werd eervol in
het "Peterburgsche blaadje" vermeld. Er waren er zelfs, die in hem,
indien hij aan de galg ontkwam, een toekomstigen President zagen.
Zooals dat gewoonlijk gaat, koesterde de veranderlijke, onredelijke
wereld Muff Potter aan haar hart en vertroetelde hem even dwaas
als zij hem te voren had beschimpt. Doch aangezien deze gewoonte de
menschheid eer tot lof dan tot blaam strekt, zou het onheusch zijn
er haar een verwijt van te maken.
De eerstvolgende dagen waren voor Tom een tijdperk van onvermengd
genot, maar zijne nachten waren vreeselijk. Het beeld van Injun Joe
vervolgde hem in zijn droomen en de moordenaar stond gedurig voor
hem, met verdelging in zijn oog. De knaap was er voor geen geld toe
te bewegen om na zonsondergang de deur uit te gaan. De arme Huck
verkeerde in denzelfden toestand van ellende en schrik, want Tom
had den avond voor den rechtsdag de geheele geschiedenis aan den
pleitbezorger verteld, en Huck was doodbang dat het uitlekken zou,
dat ook hij in de zaak betrokken was, ofschoon de vlucht van Injun
Joe hem de marteling gespaard had van op 's Hofs zitting getuigenis
te moeten afleggen.
Sedert Toms bezwaard geweten hem in den laten avond naar het huis van
den advocaat gedreven had en deze het huiveringwekkend verhaal had
ontwrongen aan lippen, die door de vreeselijkste en geheimzinnigste
eeden gesloten waren geweest, had Huck zijn vertrouwen in de menschheid
voor eeuwig verloren. Zoolang het daglicht scheen, maakte Muff Potters
dankbaarheid Tom blijde dat hij gesproken had; maar zoodra de avond
was gedaald, zou hij om alles gewild hebben dat zijn mond gesloten
was gebleven. Het eene oogenblik bekroop hem de vrees, dat Injun Joe
nooit gevat zou worden, en het andere beefde hij bij de gedachte dat
het wel zou gebeuren. Het was hem alsof hij niet weder vrij zou ademen,
voordat die man dood was en hij zijn lijk had gezien. Geldsommen waren
uitgeloofd, men had het land doorkruist, doch er werd geen Injun Joe
gevonden. Op zekeren dag kwam er uit St Louis een van die alwetende,
ontzagwekkende wonderen in menschengedaante, een agent van de geheime
politie, hoofdschuddend en met een voornaam gezicht te St Peterburg
en maakte dien kolossalen opgang, welke leden van dat verheven lichaam
altijd maken. Hij kwam zeggen dat hij den "sleutel" gevonden had. Doch
aangezien men geen "sleutel" wegens moord kon ophangen, bracht het
bezoek van den grooten man weinig licht aan en voelde Tom zich al even
bezwaard als vroeger. De eene dag voor en de andere na ging voorbij,
zonder dat hem het drukkend wicht van den angst werd afgenomen.