Hoe vele duizende bunders land, binnen den omtrek van Amsterdam en

Zaandam, nu drassig en moerassig liggende en kwalijk eenig gras

opleverende, zullen door de droogmaking dubbele waarde verkrijgen.

Draagt daarom ook, én voor uw zelfbehoud, én voor de vermeerdering uwer

middelen, én voor de toekomstige welvaart uwer kinderen van het uwe bij,

opdat de droogmaking der Zuiderzee ten uitvoer gelegd kunne worden.

En zijn zoovele West-Vriesche steden, wier kronijken van vroegere

welvaart melding maken, binnen wier muren de half gesloopte bouwvallen

van bestaan hebbende paleizen, pakhuizen, werven, enz., den

voorbijganger weemoedig daarop doen staren met oneindig meer

belangstelling dan de tegenwoordige inwoner van Rome de overblijfselen

der grootheid zijner voorzaten, wier bestaan hij naauwelijks kan

bevroeden. Neen, nog zijn die tijdperken zoo ver niet in het verledene,

nog leest men in de geschiedenis van ons vaderland met bewondering en

belangstelling het tijdperk der bevrijding van het Spaansche juk, en hoe

de Watergeuzen van uit hunne havens tot de bevrijding van hun vaderland

hielpen bijdragen; hoe de Nederlanders, de vrijheid bevochten zijnde,

meer vredelievende, doch niet minder gevaarlijke togten ondernamen, hoe

zij Nova Zembla naderden en de Oost-Indiën bezochten, hoe zij uit het

Noorden den walvisch, uit het Oosten de geurige specerijen mede

huiswaarts bragten!

Moge alsnu de vaart van uit die havens niet meer naar zoo ver gelegene

streken plaats hebben, de inwoners zullen evenwel gelegenheid vinden, om

schepen tot aan- en afvoer van velerlei behoeften voor zich zelven en

de bewoners van de drooggemaakte Zuiderzee, binnen hunne havens te zien

laden en lossen; terwijl zij thans de magt niet bezitten, om door de

slib, die hen omgeeft, hunne havens genaakbaar te maken.

Wij kunnen het geheele territoir niet bewandelen, dat den weldadigen

invloed van deze onderneming zal ondervinden. De bewoners van elke

plaats moeten daarover nadenken, de voordeelen opsommen, wikken, wegen

en beslissen, of niet de drang der noodzakelijkheid, hun allen gebiedt,

met den meesten spoed tot het ten uitvoer brengen der droogmaking van de

Zuiderzee mede te werken, opdat de voorgespiegelde welvaart geene ijdele

begoocheling blijve, maar zich met de daad verwezentlijke.

Eene waarheid is en blijft het, dat wij op de Voorzienigheid moeten

blijven vertrouwen; het is echter niet minder waarheid, dat wij verpligt

zijn, naar onze menschelijke inzigten de middelen, welke tot verbetering

van onzen toestand kunnen leiden, ter hand te nemen, om daarop naar

de bedoelingen van den Alwijze, zijnen zegen af te wachten. Wij mogen

beschouwen en bepeinzen, maar dat moet geene besluiteloosheid worden,

die de gelegenheid laat voorbijgaan, om tot de algemeene verbetering van

onzen toestand handen aan het werk te slaan. Dat toch niet op den duur

de schimp des vreemdelings bewaarheid worde: "De Hollander praat veel,

doch voert niets uit!"

Duldt niet, dat de droogmaking van de Zuiderzee uit gebrek aan geld,

onuitgevoerd blijve, zoodat ook de vreemdeling met zijn geld er toe

bijdragen moet, en het den schijn zoude hebben, alsof het u

onverschillig ware, hoe de droogmaking tot stand moge komen.

En wat is er dan wel noodig, om dat alles daar te stellen? zal men

welligt vragen.--Om de Zuiderzee van Enkhuizen af tot bij Stavoren

in te dijken en droog te maken, met de indijking van het IJ, het

daarmede verbondene kanaal tot in de Noordzee, de vaarten van Zaandam

en Nauerna, al de opgegevene ringvaarten om de Zuiderzee, benevens het

afwateringskanaal door de Geldersche Veluwe naar de Steenenkamer, voor

dit alles, benevens het sloten, slechten en kavelen van de geheele

oppervlakte der 270,000 bunders, worden ruim negentig millioenen guldens

vereischt. Maar die som ware er noodig, zoo men alles wilde daarstellen,

en staande de volvoering van het geheel, niets wilde verkoopen;--doch

het droog gemaakte en geheel voor de kultuur gereede IJ, heeft minstens

eene waarde van zestien millioenen guldens, welke te realiseren waren.

Het sloten, slechten, kavelen à f 84,-- over den 260,000 Bunders

berekend, beloopt wel twintig millioenen guldens. Het toebereiden van

het land kon trapsgewijze geschieden, naar gelang dat er verhuurd of

verkocht werd, in welk laatste geval het sloten, slechten en kavelen

aan den kooper konde overgelaten worden, zoodat met omstreeks 50 à 60

millioenen guldens een werk te voltooijen ware, dat jaarlijks millioenen

guldens kan opleveren.--Vier en vijftig millioenen guldens kostte de

enkele spoorweg van Londen naar Birmingham, en de inschrijving daarvoor

was binnen weinig tijds vol en welke waarborg biedt die weg den

geldschieter aan? Een vermoedelijk vertier van reizigers en het vervoer

van goederen, terwijl eene opkomende concurrentie, eene verbeterde

uitvinding van wegen te leggen, die een goedkooper vervoer oplevert,

gezwegen nog van het luchtreizen, dat, naar men zegt, door eenen

Hollander schijnt mogelijk gemaakt te zullen worden, de waarde der

actiën tot nul zal kunnen doen dalen--het land, hetwelk f 350,-- het

bunder, geheel ter bebouwing gereed, zal kunnen kosten, kan door geen

onvoorzien evenement verloren gaan. "Land is zekere bezitting," zegt het

spreekwoord.

De zaak zal, wat het geld betreft, wel uitvoerbaar worden, indien er

maar eene directie gekozen wordt, wier persoonlijk karakter en

moraliteit vertrouwen inboezemt.

Het is in Amsterdam niet alléén, het is overal in ons vaderland, dat er

zoovele inrigtingen, aan de weldadigheid gewijd, in stilte bestaan, waar

niet mede gepraald wordt, zooals in Engeland, door de woorden: "Gesticht

door vrijwillige bijdragen," in vergulde letters voor de gevels te

hechten; maar welke gestichten desniettemin door belanglooze waarneming

van het beheer voldoening geeft voor de eerlijkheid en goede trouw der

bestuurders.

Nog mag men in deze de Hollandsche trouw roemen, en het strekt ons

ten bewijze, dat het niet aan mannen zal ontbreken, welke er eene eer

in zullen stellen, dit ontwerp met belangloozen ijver te helpen tot

standbrengen. Mogen wij namen noemen, wij zeggen dan, kiest mede in

het bestuur den tegenwoordigen burgemeester van Amsterdam, den man,

die in de zitting der tweede kamer van de Staten Generaal blijken

gaf, de belangen van het rijk belangloos voor te staan, door van het

Honorarium af te zien; den man, die een der edelste voorstanders, van

de Kweekschool voor de Zeevaart is, waar hij even trouw den toestand van

de zieken onderzoekt, als in den vroegen morgen, in de open lucht, de

exercitiën der kweekelingen bijwoont; hij, die bewijzen gegeven heeft,

de stads belangen voor te staan, en met moed ontzag in te boezemen

tot waarneming der verpligtingen, die op de ambtenaren rusten, en die

welligt slechts door den gebrekkigen langzamen gang, dien de verouderde

vorm van regeren mede brengt, verhinderd wordt, om aan de stad meerdere

welvaart te verschaffen. Schouwt om u heen,--zoo vindt gij er nog velen

bij ons. Wij kennen er ook, die gaarne zouden willen medewerken, maar

die te naauwgezet zijn, en wien de vrees weêrhoudt, omdat hun goeden

naam anderen zou aansporen tot geldelijke bijdragen, en zij zich

daardoor bij eventueel nadeel, een onverdiend verwijt zouden op den hals

halen.

Heeft men op Engelsche wijze eene naamlijst van de notabelste

ingezetenen van Amsterdam, aan eene, zoo niet geheel, nogtans

meerendeels Engelsche onderneming, de Rijn-Spoorweg, weten te voegen,

die, zonder voordeel te trekken, zelfs nog met opofferingen de belangen

der onderneming voorstaan; waarom zoude het met deze onderneming dan

niet geschieden, waaraan de belangen, de voorspoed en welvaart van

allen in dit Rijk verbonden zijn? Zouden hier niet ook Graven, Baronnen

en Jonkheeren willen medewerken (niet blootelijk in schijn hun naam

presterende, zooals in Engeland), om eene zaak voor te staan, waarmede

ook hun belang verbonden is; grondeigenaren, wier eigendommen allen

verbeteren zullen, door de daar te stellen betere uit- en afwateringen?

Wij zouden verlangen, dat eene commissie zich, zonder dadelijke

geldelijke belooning, belastte met een onderzoek omtrent de

uitvoerbaarheid van ons ontwerp, en wat het technische betreft, deze

taak liet waarnemen door waterbouwkundigen, daarbij respectabele

aannemers voegende, welke door practische ondervinding geleid, eene,

hoewel steeds globale berekening van de kosten konden indienen, of de

door ons gemaakte ramingen, in overleg met ons, konden onderzoeken,

om daarin zoodanige wijzigingen te maken, als zij met hunne kunde en

ondervinding gelooven te moeten maken. Er waren zeker aanvankelijk

wel eenige kosten mede gemoeid, doch er heeft zoo menig voorloopig

onderzoek, op deze wijze, in minder belangrijke aangelegenheid plaats

gevonden, waarom zouden wij dan betwijfelen, dat men hier niet zoude

slagen?

Is dit voorloopig onderzoek gunstig, dan schare men uit alle

standen notabelen om zich heen, welke eene directie kiezen, die zich

constitueert, en de gevorderde maatregelen neemt, om eene maatschappij

te vormen, die het voorgestelde doel zal ten uitvoer brengen; die de

noodige onderhandelingen met de hooge regeering leidt, zoo mede met

alle hierin betrokkene partijen, en zich van een toereikend kapitaal

voorziet. Deze directie beschouwe, totdat er voordeelige resultaten

aanwezig zijn, hare taak als eenen eerepost; zij bedenke, hoeveel tijd,

kosten en moeite zoo vele commissiën thans vorderen, om de bestaande

armoede te lenigen, om gebrek voor te komen, om tijdelijk te voorzien,

waar de toekomst thans niet gunstiger is, terwijl daarentegen, door het

daarstellen dezer onderneming, de oorzaken van de armoede, en dit gebrek

in tijdelijke voorzieningen, zullen ophouden te bestaan.

Hier zal het bestuur der werkzaamheden van alle zijden medewerking

vinden, terwijl eens ieders voordeel daaraan verbonden is. Hoe spoediger

de dijken daargesteld, de omdijkingen gereed, en de droogmaking

der Zuiderzee voleindigd zal zijn, zooveel te spoediger zal ook de

zorgelijke gesteldheid, waarin een ieder, zoowel als de schatkist,

verkeert, ophouden te bestaan.

"Waarom dit ontwerp niet aan de regering ingediend, opdat het door haar

worde ten uitvoer gebragt?" heeft men ons gevraagd en zal men nog wel

vragen. Wij komen er onbewimpeld voor uit, dat wij daarin groote

zwarigheid vinden.

Engeland en Frankrijk strekken ons ten voorbeeld, dat zij het raadzaam

oordeelen, groote ondernemingen door particuliere associatiën te laten

ten uitvoer brengen, omdat deze, in hun eigen belang werkende, dezelve

zuiniger en met meerdere spoed daarstellen, het ook hier te lande plaats

vindt.

Bij eene regering moet naar administratieve instructiën gehandeld

worden; daar worden zekere plannen beraamd, die plannen worden door

haar alléén gevormd, overwogen en goedgekeurd, zonder daarover adviezen

van andere deskundigen in te winnen, waardoor zwarigheden opgelost, en

verkeerde berekeningen zouden kunnen worden opgehelderd. Alles wordt

op de bureaux in het geheim behandeld, en noch het publiek, noch

deskundigen, kunnen er over oordeelen, dan wanneer het te laat is;

eerst dan, wanneer men reeds een begin met de uitvoering gemaakt heeft,

en de feilen onherstelbaar zijn, worden er somwijlen, op goede gronden

rustende, verslagen medegedeeld in de dagbladen, de agenten van het

bestuur antwoorden niet, en wanneer zulks al eens geschiedt, dan nog

maar zeer onvolledig en oppervlakkig. De toegevoegde commissiën, waarvan

veelal de leden notabelen zijn, welke het somwijlen aan de noodige kunde

ontbreekt, om de dáár eenzijdig voorgelegde plannen en bestekken te

beoordeelen, roepen geenen raad van onzijdige deskundigen in, welke in

staat zouden zijn, hen voor te lichten omtrent de eenzijdig gestelde

ontwerpen, en aldus worden plannen van menschen, die natuurlijk met

hun eigen werk zijn ingenomen, zonder neutraal onderzoek, en zonder

eigene kunde der commissie goedgekeurd en aangenomen. Dit nu heeft bij

ondernemingen door particulieren geene plaats; daar heeft men natuurlijk

zijne eigene, daartoe gekozene, deskundigen; maar derzelver ontwerpen

worden niet administratief onderzocht. Dat agenda's schriftelijk om

rapporten en advies vragen, valt daar weg; het gekozene commité hoort,

ziet, oordeelt, en beslist spoedig en tijdig.

Bij de regeering heeft men superieuren en ondergeschikten, de generaal

en de korporaal, en blindelings moeten daar de orders gevolgd worden.

Is de superieur kundig, dan heeft hij somwijlen onverschillige en

trage ondergeschikten; deze doen zooveel en zoo weinig als hun wordt

voorgeschreven, en als zij verantwoorden kunnen. Zien zij fouten, zij

laten dezelve oogluikend voorbijgaan: het is zeker, dat zij hersteld

moeten worden,--doch ziedaar eene reden, waarom het werk langer

onderhanden blijft, en er alzoo meerder kans is, om langer geëmploijeerd

te blijven. Weet men iets beters, men zwijgt; en wel vooral, wanneer de

superieur een opgeblazen persoon is. De superieur moge geschikt zijn,

maar trage ondergeschikten hebben, hij vordert niet; zoo lang zij als

machines de hun opgelegde taak volbrengen, kunnen zij niet ontslagen

worden. Is de superieur verwaand, en zijn de ondergeschikten bekwaam,

zij moeten zwijgen; zij worden als wijsneuzen beschouwd, en hun wordt

aangemaand, niet te denken, maar te handelen, zooals hun voorgeschreven

is.

Voor velen onzer bekwame waterbouwkundigen is dikwijls de minder kundige

ondergeschikte een last, waarvan zij niet kunnen ontslagen worden, en

waardoor dan dikwerf niet zoo gehandeld wordt, als wel behoort, terwijl

hij zelf aan beperkte instructiën gebonden is, en zijne, na bevind

van zaken betere inzigten, moet laten rusten. Is hij daarentegen bij

eene particuliere onderneming, daar is elke voorgestelde verbetering

welkom, dewijl men, voor eigen belang werkende, niet van hoogere magt

afhankelijk is; men komt dan tot een dadelijk besluit. Bij zulke

ondernemingen worden de onderscheidene verdiensten ook beter beloond,

waardoor de ambitie geprikkeld wordt. Ook is er, bij aanbesteding der

werken door particulieren, meerder vooruitzigt, dat de voorgestelde

werken goedkooper aangenomen worden en beter ten uitvoer zullen gebragt

worden--zulks is door de ondervinding bevestigd. Dit wordt veroorzaakt,

door dien de aannemer vrijere magt heeft om te handelen. De letter van

het bestek op te volgen, is veelal schier ondoenlijk, en wordt evenwel

door 's Rijks Ingenieurs gevorderd; en dit volgen der letter van het

bestek heeft menig aannemer ten val gebragt, terwijl het Rijk er juist

niet beter bij gevaren is. Als men bij particuliere aanbestedingen

bespeurt, dat de aannemer zijnen pligt betracht, en de zaak (hoewel niet

letterlijk volgens het bestek) ten uitvoer brengt, dan is men tevreden.

Is er somwijlen verschil, men gaat vrijelijk naar de directie; maar

geen aannemer bij het Rijk, die zich over den bij het werk aangestelden

Ingenieur beklagen zal, want hij weet, voor ééns en voor altijd, dat het

nutteloos en ondoenlijk is.[5]

[5] Bij ons bestaat een zeer groot ongerief. Een burger, die zich

over een ambtenaar te beklagen heeft, levert zijne klagten in bij

den minister. Dit beklag wordt door Z.Ex. aan den betrokkenen

ambtenaar toegezonden, ter fine van consideratie en advys, op

deszelfs rapport, wordt door zijne Z.Ex. conclusie genomen, en

hoe dit antwoord geweest is, krijgt de geriefde nimmer te weten.

En hoe zou het mogelijk zijn, (wij willen niet zeggen, dat hij in

het ongelijk wordt gesteld), dat het indienen van klagten hem iets

zouden baten: de eene heeft zijne vrienden en betrekkingen bij het

ministerie, en de andere kent de laarsjes en de trappen niet, om op

te klimmen. Werd echter, zooals regt en billijk was, den klager het

rapport van den aangeklaagden ambtenaar, ter wederlegging, tot

repliek medegedeeld, en dan in handen gesteld van onzijdigen, dan

ware het vrij wat beter voor ons volksgeluk.

Bij particuliere ondernemingen, weet de aannemer, is er voor de stipte

betaling gezorgd, en bij het Rijk?--hoe dikwijls zijn aannemers daar

niet te leur gesteld? In 1815 en 1816 ontvingen zij voor hunne f 100

in plaats van geld, syndicaat ter waarde van 80 à 85%, in 1830

schatkistbiljetten van 70 à 80%. Dit gebruik maken van zoodanige

hulpmiddelen, hetwelk menigen onschuldige in verlegenheid bragt, heeft

het Rijk veel meer gekost, dan het verschil tusschen den prijs van het

papier en kontant bedroeg. In Engeland betaalt men immer 's Rijks

werken met wissels op 3/m. op de bank, met inbegrip der 3/m. disconto.

Dan dient ook de meerdere spoed in aanmerking te komen, waardoor de

particuliere, uit den aard der zaak, aan de regeringswerken vooruit

zijn. Veel wordt bij particulieren mondeling behandeld, hetwelk bij de

regering schriftelijk moet geschieden. Deze schriftelijke voorstellen

hebben eenen geruimen tijd noodig, om in en uit de handen der maar op

zekere tijden bijeenkomende commissiën te komen; en dan moeten dezelve

nog door vele handen in de ministeriën circuleren, alvorens de minister

fiat teekent. Bij eene particuliere directie heeft ieder belang en winst

bij spoed; daarentegen bij rijks-commissiën wordt aan de leden geen

nadeel berokkend door vertraging; het honorarium gaat door.

De Ingenieur, die bij eene droogmaking zijne buitengewone toelage

geniet, zoo lang de droogmaking duurt, heeft er geen belang bij, dezelve

met spoed te volbrengen; want eigenbelang is en blijft immer eene sterke

drijfveer.

Zoo wil men, dat er eindelijk verstopt geraakte pompen in de dijken van

eenen drooggemaakten plas gevonden zijn, terwijl men vele gissingen

gemaakt heeft omtrent het gestadige toevloeijen van het water.

Intusschen heeft de droogmaking vele duizenden boven de vastgestelde

raming gekost. Even als de pompen bij toeval zijn verstopt geraakt, even

zoo zijn zij bij toeval ontdekt. Bij vele dingen ligt evenwel de blaam

niet op de hooge regering zelve, het is de administratie aan wier

werkzaamheden, zoo het schijnt, niet meer spoed kan bijgezet worden,

daar hare omslagtigheid allen spoed weert.

Wij hebben onbewimpeld onze gedachten gezegd; de toedragt der zaak,

naar ons inzien, bloot leggende, beschuldigen wij niemand. Wij hebben

meermalen de eer gehad, vele verdienstelijke ambtenaren, zoo in hooge

als mindere betrekkingen, te leeren kennen, wier kunde en beleid wij

alle achting toedragen. Hoe ook door dezen en genen onze wijze van

denken en spreken moge beschouwd worden, men zal moeten erkennen, dat

wij, zoo verre het in ons bereik mogelijk is, nut willen stichten.

Wij willen ook eene nationale eerezuil oprigten: wij willen 's Rijks

schatkist door 's Lands welvaart gestijfd hebben; wij willen eenen

magtigen steun geven aan handel, aan scheepvaart, aan landbouw, en aan

alle bij ons te huis behoorende fabrijken en trafijken. De gedrukte

middelstand zal nieuw leven erlangen, en voor jaren zal de armoede

geweerd zijn; er zal meer nationale rijkdom ontstaan, doordien wij eene

grootere hoeveelheid goeden bebouwbaren (slib)grond zullen aanwinnen,

dan wij thans bezitten. De noodzakelijkheid en de uitvoerbaarheid

betoogd hebbende, willen wij de onderneming eerst eens uit staatkundig

oogpunt beschouwen.

Wij prijzen dezelve aan, als eene schadevergoeding voor het door den

Belgischen opstand geleden verlies van grondgebied.

Zij zal den Staat tot voordeel zijn, door den aanwas der bevolking te

bevorderen, daar op den aan de zee ontwoekerden grond, meestal, zoo niet

geheel, van den vruchtbaarsten aard, steden en dorpen zullen herrijzen,

waarin duizende huisgezinnen in welvaart en voorspoed zullen kunnen

leven.

Door de gelegenheid daar te stellen, om de overvloedige gelden,

nu ongebruikt of aan vreemden ter leen verstrekt, voordeelig ter

bevordering van eigen welvaart te besteden.

Door de nijpende armoede te beteugelen, daar er omstreeks tachtig

millioenen guldens, alléén of meerendeels, aan graaf- en dijkwerken,

met inbegrip van sloten, slechten en bekavelen, zal moeten worden

besteed, behalve hetgeen aan bouwmaterialen, fabrijk- en

stoom-werktuigen zal moeten worden ten koste gelegd.

De nijverheid, gepaard met aanzienlijke vorderingen in wis-, natuur-,

schei- en werktuigkunde, heeft onder alle volken verbazende voortgangen

gemaakt, en allerwege heerscht eene overproductie. Door den ontzettenden

aangroei der bevolking, vooral in de fabrijkdistrikten en steden, is er

een overvloed van menschen, welke, bij de vereenvoudiging der werktuigen

in de fabrijken, waardoor minder handen benoodigd worden, onmogelijk

werk en brood kunnen vinden. Voor die overbevolking hier te lande, in

groote mate door verminderden handel en daardoor ontstaan gebrek aan

vertier veroorzaakt, moet naar middelen van bestaan en werk omgezien

worden. Voor den landbouw is de handwerker zoo niet in eens bekwaam; er

moeten dus openbare werken ondernomen worden, waardoor èn landbouw èn

vertier bij de ambachten en bedrijven ontstaat; en daartoe strekt ons

ontwerp.

De nationale rijkdom zal aanzienlijk vermeerderen: men schatte de

600,000 bunders eventueel in te dijken grond gemiddeld maar op f 500

per bunder, hetwelk eene vermeerdering geeft van f 300,000,000 aan

eigendom; dan zal men het niet voor overdrijving houden, dat de in de

zee aanwezige slibgronden, die de beste in ons rijk zullen evenaren,

na verloop van tijd eene waarde van meer dan f 1000 per bunder zullen

verkrijgen, daargelaten nog, dat de gering te heffen polderlasten,

en het niet wisselvallige van het drooghouden, eene betrekkelijk

meerdere waarde aan dezen grond zullen verzekeren, en éénmaal die

600,000 bunders, bebouwd wordende, op eene ruwe gemiddelde huurwaarde

aangeslagen van f 60 à f 70 per bunder, zal dit jaarlijks eene

circulatie van plus minus veertig millioenen guldens te weeg brengen,

behalve hetgeen de gebruiker voor zich en de arbeiders verdient.

De aanslag voor de belastingen zoude verminderd kunnen worden, door

vermeerdering van belastbare personen en voorwerpen. Dus invloedrijke

vermeerdering van inkomsten van 's Rijks directe en indirecte

belastingen en accijnsen. De ondervinding leert het, en de statistieke

opgaven van Engeland leveren er de bewijzen van, hoe voordeelig

handenarbeid op 's Rijks inkomsten terugwerkt.

Eene hoogst belangrijke besparing zoude plaats hebben aan omstreeks

honderd uren lange zeeweringen, dijk-, paal- en sluiswerken, waarmede de

Zuiderzee, om verdere inbraak en verwoesting van gronden te beletten,

moet beteugeld worden, en welke schier allen zullen vervallen, alsmede

het onderhoud aan al de in en om de Zuiderzee liggende eilanden.

De physieke toestand van het Rijk zoude verbeteren, en door verbeterde

afwateringen aanzienlijk bevoordeeld worden, waardoor het Rijk en

verscheidene provinciën van geldelijke en andere moeijelijkheden zouden

worden ontheven.

In de behoefte aan goed bouw-, hooi- en weiland werd voorzien; bij

gebrek aan land, naar evenredigheid van pachters, wordt thans de

huurwaarde onmatig opgedreven, waardoor de ondergang van de pachters

wordt berokkend, en waardoor de eigendommen later in waarde moeten

dalen. Door het daar te stellen lagere peil of meerdere verval in de

Noordzee, verkrijgt een groot gedeelte van Rijnland, geheel Amstelland,

het Noorder kwartier van Holland en de Vecht en Eemlanden eene betere

waterloozing dan immer; de verveeningen zullen daardoor gemakkelijker

worden gemaakt, de waarde der landerijen, welke nu bij het kadaster

als moerassig en drassig op de laagste tauxatie staan, zal aanzienlijk

vermeerderen, doordien het land droog worden zal en blijven, en tot

kultuur geschikt worden; zoo zullen vele duizende bunders verachterd, en

steeds verslimmerend land, in waarde aanzienlijk moeten rijzen, gezwegen

nog van de meerdere welvaart, die de landman zal verkrijgen, hetwelk

wederom van grooten invloed op het vertier in de steden moet zijn.

Het eerste ontwerp voor de bedijking der Zuiderzee, 1848 · 第 6 / 13 段