De worstverkooper. Het koor.
Worstverkooper.
Elk zwijge aandachtig en sluite den mond, weg met alle
getuigenverhooren,
Men sluite terstond alle rechtbanken ook, waarin deze stad zich
verlustigt,
En over ons onverhoopte geluk juich' de heele schouwburg van
blijdschap!
Kooraanvoerder.
O morgenlicht voor het heilig Atheen, o aller eilanden toevlucht,
Wat brengt gij ons voor voorspoedig bericht, dat de straten zich
vullen met vetdamp?
Worstverkooper.
Heer Volk heb ik door koken verjongd--van een leelijkert maakte ik
een prachtvent.
Kooraanvoerder.
En waar is hij thans, o menschenvriend van bewonderenswaardige
vinding?
Worstverkooper.
Hij woont in ons viooltjesbekranst, in ons oud eerwaardig Athene.
Kooraanvoerder.
Hoe hem te zien? hoe is hij gekleed? wat is hij voor kerel geworden?
Worstverkooper.
Zooals hij met Aristides eens, met Miltiades aanzat ten maaltijd,
Aanschouwt hem zelf, want ik hoor reeds gedruisch van een plechtig
geopende voorpoort.
Juicht allen in koor bij het blijde gezicht van het oud eerwaardig
Athene,
Elks lofzang, ieders bewondering waard, waar het roemruchte Volk nu
gaat wonen.
Kooraanvoerder.
O gezondheidstralend, viooltjesbekranst, en benijdenswaardig Athene,
Toon ons wie nu over Hellas alleen en ook over dit land zal
gebieden.