EEN EN TWINTIGSTE TOONEEL.

De worstverkooper. Het koor.

Worstverkooper.

Elk zwijge aandachtig en sluite den mond, weg met alle

getuigenverhooren,

Men sluite terstond alle rechtbanken ook, waarin deze stad zich

verlustigt,

En over ons onverhoopte geluk juich' de heele schouwburg van

blijdschap!

Kooraanvoerder.

O morgenlicht voor het heilig Atheen, o aller eilanden toevlucht,

Wat brengt gij ons voor voorspoedig bericht, dat de straten zich

vullen met vetdamp?

Worstverkooper.

Heer Volk heb ik door koken verjongd--van een leelijkert maakte ik

een prachtvent.

Kooraanvoerder.

En waar is hij thans, o menschenvriend van bewonderenswaardige

vinding?

Worstverkooper.

Hij woont in ons viooltjesbekranst, in ons oud eerwaardig Athene.

Kooraanvoerder.

Hoe hem te zien? hoe is hij gekleed? wat is hij voor kerel geworden?

Worstverkooper.

Zooals hij met Aristides eens, met Miltiades aanzat ten maaltijd,

Aanschouwt hem zelf, want ik hoor reeds gedruisch van een plechtig

geopende voorpoort.

Juicht allen in koor bij het blijde gezicht van het oud eerwaardig

Athene,

Elks lofzang, ieders bewondering waard, waar het roemruchte Volk nu

gaat wonen.

Kooraanvoerder.

O gezondheidstralend, viooltjesbekranst, en benijdenswaardig Athene,

Toon ons wie nu over Hellas alleen en ook over dit land zal

gebieden.

De Ridders · 第 33 / 36 题