Dezelfden.
Paphlagoniër.
Mij zult ge, bij Poseidon, nooit in driestheid overwinnen,
Of ik zal geen vergaadring meer met offerdienst beginnen!
Worstverkooper.
En ik zweer bij de oorvijgen, die ik als jongen talrijk
Gekregen heb, en bij het mes waar 'k mee kan bekkesnijden,
Dat ik het van je winnen zal, want anders was ik zeker,
Met hondebrokken opgevoed, zoo'n kerel niet geworden!
Paphlagoniër.
Met hondebrokken opgevoed? Ik draag hier al sinds tijen
Den eernaam Hondsvot, en durf jij een hondsvot gaan bestrijen?
Worstverkooper.
Ik ben een boef van d' echte soort, als jongen al een boefje,
Want toen heb ik de slagers al bestolen met een foefje:
"Kijk, zie je daar die zwaluw niet? 't wordt lente, boerenkinkel!"
Riep ik, en keken zij, dan stal ik 't vleesch hun uit den winkel.
Tweede Slaaf.
Jij bent een handig brokje vleesch, en wijs en onverschrokken,
Als d'ander slâ in 't voorjaar eet, steel jij de voorjaarsbrokken!
Worstverkooper.
Dat deed ik meestal ongemerkt, maar snapten mij die heeren,
Dan ging ik, in elkaar gehurkt, bij hoog en laag aan 't zweeren;
Zoodat, toen eens een spreker zag, hoe ik ze had bedrogen,
Hij uitriep: "Kijk, die jongen wordt nog eens bij 't volk een hooge!"
Tweede Slaaf.
Dat heeft hij drommels goed voorspeld, en 't was dan ook geen wonder,
Je was meineedige en een dief, en 't vleesch zat in je donder!
Paphlagoniër.
Ik leer je d' onbeschaamdheid af, eerst jou en dan den ander,
Ik stort te voorschijn als een groot en schitterend tegenstander,
En 'k zal de aarde en de zee ondersteboven keeren!
Worstverkooper.
En ik haal eerst mijn worsten in, die jij zou kuljoneeren,
En daarna vaar ik tegen je uit en zal je mores leeren.
Tweede Slaaf.
Wanneer je scheepje lek mocht gaan, zal ik op 't ruim wel passen!
Paphlagoniër.
Geloof jij dat je ongestraft, bij Demeter! vijf talenten
Van d'arme Atheners stelen kunt?
Tweede Slaaf.
Pas op en vier je schoot wat!
Hij blaast als de noordoostenwind! Straks regent het processen.
Worstverkooper.
Jij hebt uit Potidaea tien talenten vast gestolen!
Paphlagoniër.
Wat zou dat? aas jij soms op één, om dan je mond te houen?