Tweede Slaaf

(tot den Paphlagoniër).

Hij stak er graag één in zijn zak.

(tot den worsthandelaar)

Laat schieten maar je touwen!

De eerste storm is nu bedaard!

Paphlagoniër.

Jij gaat met een vierdubbel proces

Van honderd talenten op de flesch.

Worstverkooper.

Als deserteur krijg je twintig er bij,

En duizend wegens oplichterij!

Paphlagoniër.

Jij bent gesproten uit een geslacht,

Dat door de goden is veracht!

Worstverkooper.

Jouw grootvader liep hier in 't land

Gewapend achter 'n dwingeland!

Paphlagoniër.

Mijn grootvaâr? van wien stam ik af?

Worstverkooper.

Van vrouwendienaars, laag en laf!

Want ik weet zeker dat hij was

In dienst van de vrouw van Hippias,

Haar naam? herinner ik mij wel,

Die klonk zoo iets als "juffrouw Vel."

Paphlagoniër.

Je bent een schelm.

Worstverkooper.

Je bent een schurk.

Tweede Slaaf.

Sla flink er op.

Paphlagoniër (schreeuwende).

Mijn arme kop,

'k Val in een samenzweerdersstrop!

Tweede Slaaf.

Je ranselt hem aan allen kant,

Met darmen en met ingewand,

Zoodat het kraakt en knettert,

Zóó wordt het best een vent gestraft,

Die altijd schreeuwt en schettert!

Aanvoerder van het koor.

O allerdapperste stuk vleesch, o held der heldenscharen,

Voor ons en voor geheel den staat de redder in gevaren,

Wat heb je mooi, met mannentaal en flink, dien man verslagen,

Hoe kan mijn vreugd genoegzaam van uw eer en roem gewagen?

De Ridders · 第 15 / 36 题