XI.

Vier soldaten droegen den jongen vaandrig op een draagbaar. Achter

hen kwam een treinsoldaat, met een oud, versleten paard aan den

teugel, dat beladen was met twee groene kisten, waarin chirurgische

instrumenten waren. Men wachtte op den dokter. De officieren kwamen

naar de draagbaar rijden en trachtten den gewonde te troosten, gerust

te stellen en op te vroolijken.

--Nu, broeder Alanine, gij zult vooreerst wel niet meer met de

kastanjetten kunnen dansen, zeide luitenant Rosenkranz glimlachend.

Hij meende ongetwijfeld door deze woorden den mooien vaandrig moed in

te spreken, maar, zoover ik naar den kouden en droeven blik van dezen

laatste kon oordeelen, hadden zijne woorden niet de gewenschte

uitwerking.

De kapitein kwam ook nader: hij beschouwde den gewonde opmerkzaam, en

op zijn gezicht, altijd zoo onverschillig en koud, las ik nu oprecht

medelijden.

--Ja, mijn beste Anatoly Ivanitsch, zeide hij met een stem, waarin

zooveel teedere deelneming lag, als ik nooit van hem had kunnen

verwachten, het is blijkbaar Gods wil.

De gewonde keerde zich naar hem toe. Een droevig lachje verhelderde

zijn bleek gelaat.

--Ja, ik heb niet naar u geluisterd.

--Zeg liever dat het Gods wil is, herhaalde de kapitein.

De dokter, die juist aankwam, nam van zijn helper eenige windsels, een

sonde en wat hij verder noodig had, aan; en, zijn mouwen opstroopende,

naderde hij den gewonde met een bemoedigend lachje.

--Wel, hebben ze u ook een gat gemaakt op een heele plek? zeide hij op

een nonchalanten, gekscherenden toon. Laat eens kijken!

De vaandrig gehoorzaamde. Maar in de uitdrukking, waarmee hij den

jovialen dokter aankeek, lag verwondering en verwijt, wat de andere

niet scheen te merken. Hij begon de wond te sondeeren en nauwkeurig te

onderzoeken. Maar de gewonde werd ongeduldig en drukte, met een

pijnlijk steunen, zijne hand weg.

--Laat mij met rust, zeide hij nauwelijks hoorbaar, ik moet toch

sterven.

Daarop liet hij zich weer op zijn rug vallen, en toen ik vijf minuten

later weer langs de groep kwam, die om hem heen stond, en aan een

soldaat vroeg, hoe het met den vaandrig ging, kreeg ik ten antwoord:

--Hij sterft.

Kaukasische vertellingen Eene overvalling; Een houtkapping in het bosch; Een ontmoeting te velde met een moskousch kameraad · 第 17 / 37 题