XII.

Het was reeds laat, toen de troep, flink in het gelid onder vroolijke

muziek, de vesting N** naderde. De zon was achter de keten van

besneeuwde bergen ondergegaan en verlichtte met haar laatste, roze

stralen een lange, teere wolk, die onbeweeglijk boven den helderen

horizon stond. De besneeuwde bergtoppen werden langzamerhand gehuld in

een lilakleurigen nevel, maar de golvende lijn hunner omtrekken stak

buitengewoon scherp tegen het purperen licht van den zonsondergang af.

De schier doorschijnende maan, die reeds lang aan den hemel stond,

begon het donkere azuur met zijn helder schemerlicht te verlichten.

Het groen van de boomen en het gras werd donker en doezelig van den

dauw. De sombere massa's der kolonne bewogen zich met eentonig,

rhythmisch geluid over de geurende grasvlakte. Van alle zijden klonken

de klokjes van schelleboomen, de trommen en de vroolijke liedjes.

De voorzanger van de zesde compagnie zong uit volle borst en de

gevoelvolle, krachtige trillers van zijn heldere volle tenorstem

rolden ver weg in de doorschijnende avondlucht.

Kaukasische vertellingen Eene overvalling; Een houtkapping in het bosch; Een ontmoeting te velde met een moskousch kameraad · 第 18 / 37 题