De onvruchtbare streek tusschen den Rijn en de Ill, zich uitstrekkende
van de heuvels van de Sundgau tot aan de Ried, anders gezegd van
Blotzheim en Huningen tot aan de grensscheiding tusschen den Opper-
en den Neder-Elzas, draagt den algemeenen naam van de Hart of het
Hartwald. In het oud-duitsch beteekent Hart, ook Haardt of Harth
gespeld, een bosch of eene boschrijke streek; het woord komt in de
samenstelling van verschillende plaatsnamen voor. Op vele plaatsen
echter heeft de naam het bosch zelf overleefd; de aanwas der bevolking
en de behoefte aan beter verzekerd levensonderhoud dan de jacht kon
opleveren, heeft gaandeweg geleid tot het uitroeien der bosschen
en de ontginning van alle gronden, die maar eenigszins voor meer
winstgevende bebouwing geschikt waren. Zonder op te klimmen tot
den tijd, toen de romeinsche heirweg van Augusta Rauracorum naar
Argentoratum, langs den Rijn en de Ill, midden door een dubbelen
gordel van wouden liep, weten wij dat de Hart van de Sundgau nog in
de elfde eeuw uit een onafgebroken bosch bestond, zich uitstrekkende
van Bazel tot Blodelsheim en Ruocheim, over eene lengte van acht en
eene breedte van twee mijlen. Op de kaart van Daniel Speckle, in 1576
uitgegeven, beslaan de bosschen van de Sundgau, in de streek van de
Hart, ook eene veel grootere oppervlakte dan tegenwoordig. Tegen eene
geringe betaling verkregen de bewoners der omliggende dorpen van de
landheeren de vergunning om den grond te ontginnen: nu slonk weldra
het bosch aan alle kanten, en niet zelden wisten de bezitters der aldus
ontgonnen gronden, die eigenlijk deel uitmaakten van het landsheerlijk
domein, zich als eigenaars te doen erkennen, zij het ook maar krachtens
langdurig bezit en overgang van het eene geslacht op het andere. Om een
einde te maken aan deze schending van de domaniale bosschen, gelastte
koning Lodewijk XV, in den jare 1768, de afbakening der grenzen van
de Hart, beslaande ongeveer een-en-dertigduizend bunders, die over de
geheele lengte niet meer dan een vierde mijl van den Rijn verwijderd
is. De koninklijke ordonnantie spreekt van dit woud, als van "een van
de kostbaarte domeinen der kroon, zoowel wat betreft de jaarlijksche
opbrengst, als ten opzichte van de voordeelen, die het op kan leveren,
hetzij voor de proviandeering van een aantal vestingen in de nabijheid,
hetzij om te voorzien in de behoeften des legers in oorlogstijd".
Tegenwoordig vormt het Hartwald nog een aaneengesloten geheel ter
oppervlakte van omstreeks veertienduizend hektaren, bij eene lengte
van twee-en-dertig kilometers en eene breedte afwisselende tusschen de
twee en twaalf. Ongeveer halverwege de lengte wordt het woud doorsneden
door het Rijn-Rhône-kanaal, in de richting van het noorden naar het
zuiden, tusschen Munchhausen en het Napoleonseiland, van waar zich
een zijtak naar Huningen richt. Het woud grenst aan het rechtsgebied
van niet minder dan drie-en-twintig gemeenten, waarvan de bebouwbare
gronden langs den zoom van het bosch den gemeenschappelijken naam
van Hartfeld dragen. De plattelandsbevolking bestempelt met den naam
van Hart de beide kantons Ensisheim en Habsheim in hun geheel, en
een deel der kantons Landser en Huningen, waartoe de verschillende
gemeenten behooren. Het Kastenwald, naar den kant van Breisach, en
andere, minder uitgestrekte in die streek verspreide bosschen, zijn
nog overblijfselen van het oude oorspronkelijke Hartwald, die voor
ontginning en bebouwing niet geschikt schijnen.--De bosschen van de
Hart doen in schoonheid verre onder voor het woud van Hageman en vooral
voor de wouden der bergen; zij bestaan hoofdzakelijk uit hakhout van
eiken en hagebeuken. In het begin van de vorige eeuw werd het hout
om de twee-en-vijftig jaren geveld en verkocht; de hak geschiedde
bij partijen van zeshonderd bunders. Tegenwoordig laat men de boomen
niet langer dan vijf-en-dertig jaren staan: het gevolg daarvan is,
dat het jonge hakhout meer en meer de overhand krijgt en het woud
alle karakter verliest. Op verschillende plaatsen, waar het jonge
plantsoen niet is opgekomen of het weder inplanten is verzuimd, worden
de omgehakte boomen vervangen door welig kreupelhout en struikgewas,
dat soms eene hoogte van acht tot tien el bereikt. En daar, waar de
eiken zich ter hoogte van eenige ellen boven het hakhout verheffen,
wekken die eiken, door hun ziekelijk voorkomen, het aantal doode takken
en het schraal gebladerte, veelmeer medelijden dan bewondering. Als
die ongelukkige boomen niet tijdig worden geveld, dan beginnen zij
in het hart te rotten en verliest het hout voor een goed deel zijne
waarde. Misschien ware het raadzaam, hier van het kweeken van eiken
af te zien, om zich te bepalen tot het hakhout van hagebeuken; maar
de streken, waar de wijnbouw gedreven wordt, vragen van de Hart den
noodigen voorraad van eikenhouten staketsels, en om de exploitatie
van het bosch zoo voordeelig mogelijk te maken, moet met deze eischen
rekening worden gehouden.
Waarom groeien de eiken in de Hart- en in het Kastenwald niet zoo goed
als elders? Om de eenvoudige reden dat zij uit den schralen, mageren
grond geen voldoend voedsel kunnen ontleenen om hun vollen wasdom te
bereiken en lang te leven. Op een zekeren leeftijd gekomen, wordt de
verdere ontwikkeling der wortels gestuit door de keisteenen, die tot
eene vaste, samenhangende massa vereenigd zijn en waar de wortels niet
kunnen doordringen. De teelaarde aan de oppervlakte is niet meer dan
eene dunne laag, waarin ook de noodige vochtigheid ontbreekt, en die
voor bebouwing ongeschikt is. Men heeft het denkbeeld geopperd om het
grootste gedeelte van het woud in weiland te herscheppen; maar zoo
dit plan eenmaal verwezenlijkt mocht worden, zouden daar toch geene
goede uitkomsten van te wachten zijn. Veeleer zou men de ontginningen,
die reeds te veel uitbreiding gekregen hebben, moeten staken, en een
gedeelte van het thans voor den graanbouw gebruikte land weer met
hout beplanten, of althans, met behulp van bevloeiing uit den Rijn,
in weiland herscheppen. Een bezoek in eene boerderij van de Hart is
voldoende om ieder deskundige hiervan te overtuigen.
Ondanks zijne dorheid en zijn schralen plantengroei heeft het
Hartwald, gedurende de laatste tien jaren van het fransche bestuur,
aan de schatkist een jaarlijksch inkomen opgeleverd van een half
millioen francs, ongerekend het doode hout, dat aan de arme gezinnen
in de omliggende dorpen wordt gegeven. Voorts beschermt het woud de
stad Mülhausen en de omliggende vlakte tegen de schrale en koude
noord-oosten winden; terwijl eindelijk de truffels, die op open
plekken rondom de eiken groeien, eene gezochte lekkernij zijn voor
de liefhebbers.
Gedurende de maanden September en October houden de bewoners der dorpen
van de Hart zich ijverig bezig met het zoeken van truffels. Daar
het verboden is met varkens in het bosch te komen, richten de
truffelzoekers honden af, om hen bij hunne nasporingen behulpzaam te
zijn. Om de scherpte en fijnheid van hun reukorgaan ongeschonden te
bewaren, houdt men die honden opgesloten tot de tijd voor het inzamelen
der truffels gekomen is. Bij voorkeur worden poedels en mopshonden
voor dit werk gebruikt; zij toonen daarbij veel overleg en ijver,
en hebben dit voor boven de varkens, dat zij de opgegraven truffels
niet opeten.--De truffels van de Hart zijn minder geurig en bleeker
van kleur dan die uit het zuiden van Frankrijk. De onderscheidene
soorten verschillen aanmerkelijk in waarde en ook in prijs; naar
het oordeel der gastronomen zijn die uit de eikenbosschen van den
Opper-Elzas de besten.