MDCXVIII.

Weleer was er te Kaysersberg eene kommanderije van de Duitsche orde

en een klooster der Minderbroeders: welk laatste, tot het jaar 1433,

in de vallei van Sint-Jan nabij Alspach stond. De parochiale kerk,

die er van buiten vrij verwaarloosd uitziet, maakt geen gunstigen

indruk, maar toch is zij de aandacht waard, omdat zij in haar bouw

de sporen vertoont van de kunst uit verschillende tijdperken. Het

romaansche portaal bestaat uit een drievoudigen rondboog, door

kolommen gedragen: boven de deur ziet men de kroning van Maria door

Christus. Het middelschip is in romaanschen, de beide zijschepen en

het koor zijn in oud-gothischen stijl. Zien wij elders, naast nieuwe

kerken, vaak oude torens, hier daarentegen is de toren nieuw. De

bedoeling met den bouw van dien toren was alleszins loffelijk:

men wilde het middeleeuwsche gebouw verfraaien; maar de uitkomst is

allerbedroevendst. Die moderne toren, nu aan het eerwaardige monument

vastgeplakt, maakt een jammerlijke figuur; het is een tusschending

tusschen een koepel en een campanile, iets dat misschien, van suiker

of gebak vervaardigd, op het dessert van eene bruiloftstafel geene

onaardige vertooning zou maken.

Achter het hoogaltaar ziet men een diptyk, voorstellende, aan de

eene zijde de Kruisvinding, aan de andere Maria-Boodschap. Naar men

zegt, zouden deze schilderijen van Holbein zijn, die eenigen tijd

te Kientzheim heeft gewoond. Ook het moderne houtsnijwerk verdient

de aandacht. In de zijschepen vindt men nog andere oude schilder-

en beeldwerken, vermoedelijk uit de zestiende eeuw afkomstig, als ook

eene voorstelling van het Heilige-Graf, in deze eeuw vervaardigd en

zich onderscheidende door groote zuiverheid van bewerking.

Bijna vlak naast de kerk staat het raadhuis of _Gemeindehaus_,

een gebouw uit de zestiende eeuw, met een vooruitspringend balkon

boven de deur, in den stijl der renaissance. Op de eerste verdieping

vindt men twee zalen, waarvan de wanden en de zoldering met hout

beschoten en met snijwerk versierd zijn; de gebeeldhouwde deuren

zijn in gecanneleerde pilasters met dorische kapiteelen gevat. De

paneelen tusschen de vensters zijn met hertenkoppen versierd. In een

kast bewaart men kolossale met ijzer beslagen klompen, die, naar men

beweert, aan een reus zouden hebben behoord. Deze legendarische reus

was een vreemdeling, die op een winterdag van het jaar 1763 door de

stad trok, en in de nabijheid van Alspach in de sneeuw omkwam. De

klompen wegen twee-en-twintig pond; zij zijn groot genoeg om als wieg

te worden gebruikt voor de laplandsche kinderen, die ik dezen zomer

in Noorwegen heb gezien.

Alvorens wij het stedeke verlieten, waren wij nog in den winkel van

den apotheker, vlak bij het stadhuis, getuigen van een niet onaardig

tooneeltje. De held van het drama was een kleine dreumes, die de

bijenstallen, in den tuin onder de muren van het oude kasteel, had

willen doorzoeken. Was het hem alleen om den honig te doen, of wilde

hij met zijn stok tegen de nijvere insekten vechten? Wat hiervan zij:

de bijen waren met zijne verschijning niet ingenomen. Verstoord over

deze inmenging in haar huiselijk leven, vielen zij eendrachtig op

den beklagenswaardigen knaap aan, en staken hem in zijn gezicht, in

zijn ooren, zijn neus, op zijn handen. De arme jongen stond weerloos

tegenover de menigte zijner aanvallers; hem bleef niet anders over dan,

luid schreeuwende, zoo hard mogelijk naar huis te loopen. Nu brengt

zijne moeder hem bij den apotheker, om een geneesmiddel te vragen

voor zijn schrikkelijk opgezwollen gezicht. De apotheker troost den

bedremmelden deugniet met het vooruitzicht op spoedige beterschap,

en wij maken van de gelegenheid gebruik, om een schets van het

schilderachtige tooneeltje te ontwerpen.

Na ons bezoek te Kaysersberg, zijn Kientzheim en Ammerschweier aan de

beurt. Ondanks kleine verschillen van plaatselijken aard, gelijken

al deze stadjes van het elzasser wijnland zeer sterk op elkander,

en vertoonen hetzelfde karakter. Overal ziet ge dezelfde oude muren,

dezelfde oude grauwe, ronde of vierkante torens, dezelfde nauwe

straten, dezelfde huizen met puntgevels, afgewisseld door enkele

nieuwerwetsche woningen. Kientzheim ligt zoo dicht bij Kaysersberg,

dat ge het, bij het verlaten van laatstgenoemde stad, aanstonds

gewaar wordt. Eene wandeling van een kwartier brengt u van de eene

plaats naar de andere. Het gemeentebestuur van Kientzheim heeft in den

laatsten tijd eene der poorten en een stuk van den muur laten afbreken;

maar de andere poort is blijven staan; en dat is zeer gelukkig, want

zij past volkomen bij het kasteel van de familie Golberg, met zijn

kanteelen en torentjes. Onwillekeurig waant ge u in de middeleeuwen

verplaatst, en het zou u niet verbazen, onder de poort den soldenier

te zien staan met zijn hellebaard in de vuist, om iederen vijand den

toegang te betwisten.

Op den heuvel links, boven Sigolsheim, ziet ge den witten voorgevel

van een ander kasteel, thans bewoond door den gewezen bisschop van

Straatsburg, Monseigneur Ræss, die zich zoo roemrijk onderscheiden en

zoo groote aanspraak op aller dankbaarheid verworven heeft gedurende

de treurige dagen van het beleg der stad in den nazomer van 1870. Van

het terras van het kasteel van Sigolsheim heeft men een der schoonste

uitzichten over de vlakte van den Elzas, waar de Fecht, wegduikende

onder den lommer der boomen, door de groene velden slingert. De

eerwaardige prelaat, dien wij met zijn gezegenden, krachtvollen

ouderdom geluk wenschen, beklaagt zich alleen over de zwakheid zijner

beenen. Nadat de bisschop, op zijn twee-en-negentigste jaar, een val

heeft gedaan, zijn die beenen niet meer zoo vlug als vroeger.

Terwijl wij een glaasje koppigen tokayer drinken, die in den tuin van

het kasteel groeit, deelt de oude bisschop ons zijne meening mede,

dat het welbekende Leugenveld, waar Lodewijk de Vrome door zijn leger

verraden werd, in de nabijheid van Sigolsheim is te zoeken. Althans

de kroniekschrijver Nithard zegt uitdrukkelijk dat het kamp van

de zonen des Keizers in de buurt van die plaats was opgeslagen:

_Juxtaque Sigwaldi montem castra ponunt_.--De tokayer, waarvan ik

zoo even sprak, komt van den wijnstok, uit Hongarije overgeplant door

Lazarus von Schwendi, den bekenden veldheer van Keizer Maximiliaan,

die de Turken bij Tokay versloeg. In 1563 ontving Schwendi, tot

belooning van zijne diensten, de heerlijkheid Hohenlandsberg, waartoe

ook Kientzheim behoorde. Hij woonde in het tegenwoordige kasteel

van Grolberg; in de kerk ziet men nog zijn grafsteen, met dien van

zijn zoon. De ridders zijn in hoog-relief, in volle wapenrusting,

blootshoofds, met het zwaard op zijde, de hand op hun helm en hun

ijzeren handschoenen.--Boven de poort van Kientzheim ziet ge, in den

steen uitgehouwen, een monsterachtigen kop, die tegen de voorbijgangers

de tong uitsteekt. Wil hij ze uitlachen, omdat zij van den wijn des

lands gedronken hebben?

De familie van Golberg is beroemd in de magistratuur. Een harer leden,

Philippe-Aimé, in 1786 te Colmar geboren, is een der schrijvers van

de _Antiquités de l'Alsace_, die hij met Godfried Schweighäuser heeft

uitgegeven. Schweighäuser was de zoon van den geleerden hellenist,

den uitgever van Appianus, Athenæus en Polybius; hij was professor in

de klassieke letterkunde aan de hoogeschool te Straatsburg. Philippe

de Golberg, raadsheer in het hof van appel te Colmar, vervolgens

procureur-generaal en lid van de Kamer van afgevaardigden, had

Schlosser en Niebuhr vertaald, belangrijke philologische studiën

geschreven over Tibullus, Cicero en Suetonius, en de beschrijving van

Zwitserland geleverd voor het _Univers pittoresque_ van Didot. Het

groote werk over de oudheden van den Elzas is eene aanvulling van

de _Alsatia illustrata_ van Schoepflin, in 1772 uitgegeven, en een

waardig monument van de archeologie des lands, eene bron, waaruit alle

volgende geschiedschrijvers steeds zullen moeten putten. Schoepflin

had vooral zijne aandacht gewijd aan de keltische en gallo-romeinsche

oudheden; evenzoo Oberlin en Silbermann, die evenwel ook de monumenten

uit de middeleeuwen binnen den kring hunner beschouwing begonnen

op te nemen. Golberg en Schweighäuser verdeelden den arbeid onder

elkander: de een bestudeerde de antiquiteiten en monumenten in het

departement van den Boven-Rijn, de andere in het departement van den

Beneden-Rijn. Hun gemeenschappelijken arbeid zag, in 1828, te Mulhausen

het licht, in twee groote, prachtig geïllustreerde folio deelen.

De oudheidkundige onderzoekingen en nasporingen worden in den Elzas

nog steeds met grooten ijver voortgezet. Er heeft zich eene speciale

commissie gevormd voor de instandhouding van de historische monumenten

des lands; haar voorzitter, de kanunnik Straub, is belast met de

uitgave van een tijdschrift, dat de belangstelling voor deze studie

levendig houdt. Staats- en gemeentebesturen werken ijverig mede en

verleenen met milde hand de noodige subsidiën, om de historische

monumenten in stand te houden en ze, voor zooveel dat binnen

menschelijk vermogen ligt, voor een ontijdigen ondergang te bewaren.

Wandelingen door Elzas-Lotharingen De Aarde en haar Volken, 1886 · 第 3 / 16 题