Ik antwoordde slechts: "Ik hoop van nooit!"

Annie was zeer spraakzaam. Ze vertelde, hoe ze nu geregeld bad, en

ook dankte voor al het goede, dat ze ontving. Zij begreep nu ook iets

van wat Jezus voor haar aan het kruis geleden had. "O, kon ik maar

wat voor Hem doen!" riep ze uit.

"Van ons, die nog kinderen zijn, verwacht Hij geen groote dingen,

Annie. Maar wat wij te doen hebben, dat is zóó te spreken en te

handelen, alsof Hij altoos bij ons is, in onze kamer en bij ons werk;

wij zien Hem wel niet, maar toch leeft Hij dicht bij ons. Hij

glimlacht als we ons best doen, en met droeve oogen staart Hij ons

aan, als we ongehoorzaam zijn of toornig, zooals ik vandaag."

Het deed mij goed, haar eens te kunnen zeggen, hoe verkeerd ik

vandaag gehandeld had. En ik voelde mij gelukkig, toen ik weer thuis

kwam, nog vol van ons gesprek en van het heerlijk gevoel, dat ik had

na het erkennen van mijn zonden.

Eindelijk kwam dan de groote dag. De tuin bij kapitein Rogers was vol

volk; ook waren er vier jongens en vijf meisjes, die we geen van

allen kenden; zij waren met den trein gekomen uit Tenburg en zeven

mijlen hier vandaan, uit Lincoln. Twee meisjes en drie jongens waren

ook uit een pastorie.

[Illustratie]

Naarmate de wedstrijd vorderde werd de pret, maar ook de spanning

grooter. Toen het mijn beurt was, gevoelde ik mij erg zenuwachtig;

mijn hand trilde alsof ik de koorts had. Maar het ging gelukkig

nogal, hoewel ik natuurlijk den prijs niet won, dat wist ik vooruit

wel. Ik geloof eigenlijk, dat wij er allemaal wel zoo'n beetje op

rekenden, dat Daan de gelukkige winner zou wezen. Hij stond zoo kalm,

mikte zoo vast, net een volwassen man. Later zei hij nog, dat ie een

gevoel had gehad, als ging het om leven of dood.

En toen bleek, dat hij den prijs had verdiend, juichten we allen als

uitgelatenen. Mevrouw Rogers overhandigde den prijs in een met kralen

bezette beurs.

Innig verheugd kwamen we thuis, want nu hadden we ook het zadel zelf

verdiend. En geen onzer behoefde nu ooit meer geld te gaan verdienen.

Het leek te mooi, om waar te wezen.

------

[Illustratie]

Wij en ons ezeltje · 第 20 / 29 题