Ik hield stil en zei: "Kan ik iets voor je doen, Hanna?"

Zij kleurde en sprak aarzelend: "Ik moet naar boer Luscombe, kind, en

het is een lange weg voor mij met zoo'n hitte, en nu dacht moeder,

toen we u zagen aankomen ... en omdat we uw briefje hadden

gelezen...."

"O, ik begrijp je al," zei ik, "je wou, dat ik je daarheen bracht?

Stap maar in Hanna, dat zal ik graag doen."

Zij steeg in, en vertelde mij, dat haar been zooveel pijn deed, als

ze ver moest loopen, maar zij had een japon voor juffrouw Luscombe

moeten maken, en nu moest die toch weggebracht worden. Ik zei haar,

dat ik Andy elke week een dag voor mij had, om er boodschappen mee te

doen voor wie ik wilde. Toen we zoo een tijdje gepraat hadden, zei ik

tot haar: "Na dezen rit moet ik naar huis, want dan moeten we eten.

Maar vanmiddag kom ik weer terug. Weet je dan nog iets te doen,

Hanna?" Zij antwoordde, na even te hebben nagedacht:

"Ik weet niet, Grietje, of je de kleine Annie Steel kent. Zij komt

uit Londen, en woont bij haar grootmoeder, juffrouw Buston; zij is

geheel kreupel en kan niet loopen. Omdat ik zelf kreupel ben, spreek

ik nog al eens met haar, want juffrouw Buston en haar man zijn erg

streng en lastig voor haar. Zij vinden het een grooten last haar te

helpen, omdat ze zelf ook haast niets hebben, en dan zit ze daar maar

troosteloos in dat donker keukentje. Nooit komt ze er uit, ze zit

zelfs niet eens aan de deur; ze is ook misvormd, heeft een bochel, en

de oude vrouw schijnt zich te schamen voor zulk een kleindochter. Je

zoudt het kind in 't paradijs brengen, als je haar eens liet

meerijden."

"O, prachtig, dat zal ik doen!" riep ik uit. "Maar zou 't rijden haar

niet te veel schokken?"

"Neen, dat gaat best; als je een paar kussens neemt, en je zet haar

op den bodem der kar, dan zal 't best gaan."

"Ik zal dadelijk na 't eten haar gaan halen," zei ik verheugd. Toen

ik thuis kwam, vroegen ze allen, wat ik gedaan had. De jongens

spraken geen woord over hun grap, en ik natuurlijk ook niet. Tante

vond het heel mooi van me, dat ik Annie Steel eens liet meerijden.

Vader ook, maar die waarschuwde ons, dat we Andy door al die drukke

ritten niet moesten afjakkeren, en Daan zei, terwijl we Andy weer

inspanden: "Overdrijf nou niet, barmhartige Samaritaansche, anders

loopt het nog op schade uit."

"Ik doe het alleen, omdat ik ervan houd, en ik zal er mee voortgaan,

omdat vader gezegd heeft, dat moeder het zou goedgekeurd hebben."

Daan zei niets meer, want Daan hield zoo van moeder, gelijk wij

allen.

------

Wij en ons ezeltje · 第 17 / 29 题