Daan kleurde, en zweeg even. Toen: "Hoe bedoelt u dat, vader?"

"Je gelijkt op een burger, die met de soldaten mee wil om te strijden

en zichzelf als soldaat beschouwt, maar hij heeft zich nooit geoefend

en kan niet eens de wapenen der soldaten hanteeren en hun gewoonten

volgen."

Daan zei niets meer; ik zag, dat hij ernstig nadacht. Ik deed

evenzoo, en ik meen vaders bedoeling te begrijpen. Hij heeft ons wel

meer gezegd, dat, hoewel hij ons in den doop aan God heeft gewijd, om

Zijn dienstknechten te worden, de tijd komt, dat we dat ook zelf

moeten doen. En daarmee moeten we niet wachten, tot we onze

belijdenis doen. Heb ik nu mijzelve aan den Heer gewijd, dan zal Hij

me ondersteunen in alles, wat ik noodig heb.

Het lachte Daan niet bijzonder toe, om met z'n blauwe oog aan het

schoolfeest deel te nemen. Vader zei, dat hij daar blij om moest

wezen, want als hij thuis bleef, mocht hij met den ezel naar Relton

rijden. Dat is vijf mijlen van hier, vader had er een boodschap voor

een boer. Dat leek Daan en om dat te bewijzen, deed hij een sprong in

de lucht.

Zaterdagmiddag te twee uur gingen we allen, behalve Daan, naar 't

schoolfeest; zelfs Puf was van de partij. Toen we aan 't Huis kwamen,

stonden Clara en Betty op 't bordes, en toonden zich zeer verheugd,

toen ze ons opmerkten tusschen de lange rijen schoolkinderen. Betty

was nu aardig beter, en kon met behulp van krukken goed vorderen. Wij

bleven even met ze praten, terwijl de andere kinderen verder trokken.

In het park werden allerlei spelletjes en wedstrijden gehouden,

waarna we op thee werden onthaald, waarbij heerlijk geboterde koeken

werden opgediend. Tante had mij opgedragen, goed op Puf te letten,

want die is nog al gemakkelijk van innemen.

Intusschen hadden we met Clara en Betty een afspraakje gemaakt, dat

ze met hun ponyrijtuigje bij ons zouden komen. Wij zouden dan onze

équipage ook voor den dag brengen en er zou weer een wedstrijd

worden gehouden. Ik denk, dat Andy wel even vlug zal loopen, als hun

pony.

Terwijl we zoo aan 't praten waren, kwam Mevrouw Rogers op me toe;

zij nam me even mee, om haar man te groeten, die onder een boom zat

met verscheidene heeren en dames. Wij hadden 't zóó druk gehad, dat

Lena geheel vergeten had, haar brief aan den Kapitein te schrijven,

en deze vroeg dus, of wij al een ezel hadden gekregen. "Wij hoorden

al, dat de ouwe Nell niet best heeft voldaan," zei hij; "dat

verwondert me niet."

Ik vertelde hem van de proefritten, van het schilderen van ons

karretje, en van onzen arbeid om nog een zadel te verdienen. Toen hij

hoorde, dat de jongens uit visschen gingen, vroeg hij, of ze elken

morgen versche visch voor z'n ontbijt konden brengen. Ik haalde Alex

en zei hem, dat ik een goeden afnemer voor hem gevonden had. Toen hij

vernam, wie, kwam hij dadelijk, en was spoedig druk aan 't praten met

den Kapitein.

Deze vertelde hem, dat hij vroeger een renpaard hield, maar nu in een

mandewagentje moest voortsukkelen.

[Illustratie]

"Daar kunt u ook in meedoen," vond Alex.

"Ja," voegde ik er aan toe, "de volgende week hebben we een

wedstrijd. Betty en Clara komen met hun rijtuigje, en als u nu met uw

wagentje kwam, dan hebben we al drie deelnemers.

"Het lijkt me wel," zei de Kapitein, "maar jelui hebt toch zoo'n

breeden weg niet."

"Neen," zei ik, "maar ik dacht om het te doen op een groot veld, en

dan in de rondte, net als de Romeinen in een ampi... hoe heet zoo'n

ding ook?"

"Heb je lauwerkransen?"

"Jawel," zei ik opgewonden, "we hebben wel laurierbladeren in den

tuin, en daar zullen we wel kransen van maken."

"Och Karel, wat praat je toch een nonsens," zei Mevrouw Rogers

lachend, maar haar oogen stonden droevig. Ik trok een lip, bang, dat

er nu weer niets van komen zou, en ik vroeg Mevrouw nog eens, ons

vooral te helpen. Zij antwoordde: "De dokter verbiedt mijn man, te

loopen, lieve, hij mag geen opwinding hebben."

"Dat is nòg niet erg," zei de Kapitein vroolijk, "dan zal ik de

keizer wezen, en de lauwerkransen uitreiken."

"We zouden ook een schildpadden-wedstrijd kunnen houden," vond Alex;

"dat zou voor u nog wel te doen zijn, meneer."

"'t Is het beste, dat jelui maar allemaal hier naar de boerderij

komen. Boer Donnyball heeft al gehooid, en dus ligt er een groot stuk

land beschikbaar."

"Dat zou heerlijk zijn," zei ik. "Als u een dag zoudt willen

vaststellen, dan zal ik er met Betty en Clara over spreken. Zaterdag

is voor ons de beste dag, dan hebben we vacantie."

"Goed, aanstaanden Zaterdag dan, precies om twee uur."

"Maar de zangoefening dan?" fluisterde Alex me in. "Die missen we

telkens. Ik wou, dat tante die maar op een anderen dag zette, 't is

onze eenige vacantiedag."

Alex' opmerking deed me aarzelen. Vader had ons al eens gezegd, dat

we tegenwoordig aan niets anders dan aan pleizier schenen te denken.

Maar ik wou toch ook niet graag den wedstrijd afbestellen. Kapitein

Rogers, onze aarzeling bemerkende, vroeg: "Wanneer begint jelui

zomervacantie?"

"Den laatsten van deze maand," antwoordde ik, "tenminste voor de

jongens. Ik denk, dat tante Lena en mij nog wat na-lessen zal geven,

omdat wij met het verhuizen nog al achterop zijn gekomen."

"Wel, laten we den wedstrijd dan verdagen tot 1 Augustus," stelde de

Kapitein voor; "dat valt op een Donderdag." "Best, dat zullen we

doen!"

Ik ging gauw naar Betty en Clara, die het plan heerlijk vonden.

Thuisgekomen, vertelden we het plan aan Daan, die het ook best vond.

Lena en ik maakten vervolgens plannen, om ons karretje met bloemen te

versieren. En zoo zagen we allen met verlangen den eersten Augustus

tegemoet.

------

Wij en ons ezeltje · 第 14 / 29 题