"De Kamer zal begrijpen," vervolgde Zabern, "waarom de geachte

afgevaardigde den naam der Prinses buiten de discussie wenscht

te houden. Wie is verantwoordelijk voor den moordaanslag? Niet

de ellendige, wiens schot, gelukkig voor de Prinses en Czernovië,

zijn doel miste. Neen, heeren, veroordeel dan den kogel of straf

het pistool. De daders huizen elders. De ware daders zijn zij, die

in woorden en geschriften verzet kweeken tegen de openbare macht en

het hoofd van den Staat. En van die personen"--hier verhief Zabern

donderend zijn stem--"is de afgevaardigde voor Russograd het hoofd!"

Lipski vloog op.

"Meneer de President, moet ik hier blijven zitten, en me moordenaar

laten noemen zonder te mogen protesteeren?"

"Zeker niet. De Maarschalk moet zijn beschuldiging intrekken,

of--bewijzen."

"Het bewijs volgt. De twee ellendelingen, die op de Prinses schoten,

zaten vóor den aanslag aan den weg, een krant lezend, waaruit zij

blijkbaar de goedkeuring van hun daad putten. Ik zie den uitgever van

dat blad al onrustig worden, want de naam ervan is de Kolokol. De

moordenaars waren ijverige bestudeerders van de Kolokol, en in den

uitgever zagen ze blijkbaar een groot politiek leider."

"Waarom?" riep de Hertog.

"Om de volgende reden," antwoordde Zabern, een vuil exemplaar van

de Kolokol te voorschijn halend. "Hier is het blad dat de mannen op

hun vlucht lieten liggen. Het bevat een artikel getiteld: "Harmodius

de Patriot", en in margine zijn potloodaanteekeningen gemaakt als:

"Goed zoo!"--"Zeer waar!"--ja, zelfs staat er in slecht Russisch:

"Dood aan de Prinses!""

Zabern hield de krant voor zich uit, om die de vergadering te laten

zien.

"Ik behoef de Kamer er wel niet aan te herinneren, dat Harmodius

een Griek was, die den regeerder van Athene vermoordde en voor die

daad door zijn medeburgers als een goed patriot werd geëerd. Waarom

publiceert een uitgever, in plaats van de politieke gebeurtenissen

van den dag, een artikel over een voorval dat meer dan drie-en-twintig

eeuwen oud is? Omdat hij de leer wenscht te verkondigen, dat het ook

heden een goede daad kan zijn het hoofd van een Staat te vermoorden."

"Ik protesteer tegen die uitlegging!" riep Lipski.

"Ten minste twee van uw lezers zijn 't met me eens, en hebben uw

wenken in practijk gebracht. Ge ziet nu het effect van uw onderwijs

in politiek; neem nu ook de verantwoordelijkheid voor uw uitingen op

u. Ik zal de vrijheid nemen uw artikel voor te lezen."

Zabern deed dit, en toen hij geëindigd had, ging er een storm van

verontwaardiging op bij de rechterzijde, terwijl de linker een norsch

stilzwijgen bewaarde.

"We weten allen, dat de Prinses steeds sterk geijverd heeft voor de

instandhouding van de vrijheid der Pers. Dit artikel bewijst hoe men

die ruimheid van opvatting weet te waardeeren! Zoo, mijne heeren,

zijn de gevoelens, zoo is het karakter van den afgevaardigde van

Russograd. En die aanprijzer van den vorstenmoord durft de goedkeuring

op een wetsvoorstel inroepen van mannen van eer, van onvervalschte

Czernoviërs, die hun Vorstin getrouw zijn tot in den dood! Zult ge

voor deze wet stemmen? Nooit! Al was ze het fraaiste voorbeeld van

wetgeving dat ooit het vernuft van een staatsman schiep! Wie kan den

man scheiden van zijn voorstel? Elke stem ten gunste van zijn wet,

is een stem ten gunste van den vorstenmoord. Laten zij, die zich

verheugen in de redding der Prinses, hun sympathie toonen door een

wet te verwerpen die haar gevoelens kwetst."

En nu had een dramatisch tableau plaats, dat door den handigen Zabern

was voorbereid.

Een kleine deur rechts van den voorzittersstoel ging open, en Elizabeth

kwam de zaal binnen, tot groote verbazing der aanwezigen, die eerst

dachten dat zij de Kamer wilde ontbinden.

Brunowski bood dadelijk zijn stoel aan, doch de Prinses, wier

bekoorlijke verschijning een liefelijke tegenstelling vormde bij de

booze gezichten der afgevaardigden, bleef staan. Een oogenblik waren

allen, zonder uitzondering, onder den indruk van haar stralende

schoonheid. Toen zag men opeens met verwondering dat de Prinses,

als door een plotselinge ingeving geleid, haar hoed losmaakte en dien

naast zich legde.

Brunowski maakte een beweging als wilde hij dit voorkomen.

"Vergeef me, meneer de Voorzitter," sprak Elizabeth, "maar zooals

ik zie brengen de gebruiken der Kamer mee, dat hier slechts _een_

persoon het hoofd gedekt zal houden."

Aller blikken wendden zich naar Lipski, die, terwijl alle

afgevaardigden met ontbloot hoofd waren opgestaan, met z'n hoed op

was blijven zitten.

Hij had geen tijd lang van zijn lompheid te genieten. Zabern, alle

etiquette vergetend, liep dwars door de zaal op Lipski toe. Een seconde

daarna lag Lipski's hoofddeksel tien meter hooger op de galerij.

"Meneer de President," zei Radzivil, "ik stel voor den afgevaardigde

van Russograd het bijwonen der zitting voor den verderen duur te

ontzeggen."

"O neen, Graaf," viel Elizabeth hem in de rede. "Laat men ons niet

kunnen verwijten dat wij een afgevaardigde van zijn stem beroofden."

Toen de bel van den Voorzitter de toejuichingen had onderdrukt,

die deze opmerking te weeg had gebracht, begon Elizabeth de reden

van haar aanwezigheid in deze vergadering te verklaren.

"Meneer de President, Heeren Ministers en Afgevaardigden," sprak ze

met zelf beheersching en waardigheid, "het is waar dat de Prinses

zich niet behoort te mengen in de aangelegenheden der Kamer, maar

eenvoudig de besluiten der meerderheid heeft te aanvaarden. Doch,

Heeren, uw Prinses is geen automaat, maar een menschelijk wezen met

menschelijke gevoelens. Die gevoelens zijn door de kloosterwet zeer

in beroering gebracht; ik aarzel niet dit te bekennen."

Zij zweeg een oogenblik, en vervolgde toen:

"Ik zal steeds overeenkomstig mijn eed handelen. Wordt de wet

aangenomen, dan zal ik er mijn handteekening niet aan onthouden."

De Linkerzijde juichte.

"Maar ik vertrouw, dat de Kamer de wet _niet_ zal aannemen."

Sensatie.

"Wanneer mijn gevoelens eenigen invloed op uw meening kunnen hebben,

dan doe ik een beroep op uw aller medewerking--tot welke partij ge

behoort--om de wet te verwerpen."

Met deze woorden boog ze naar beide zijden, en verliet de kamer te

midden van geestdriftige kreten: "Leve de Prinses!"

De ridderlijkheid van het meerendeel der leden was opgewekt. Wat de

Oppositie had willen bereiken, was door twee pistoolschoten en door

het beroep der Prinses verijdeld.

Zabern triomfeerde.

Zoodra de President zijn zetel weer had ingenomen, zette de Maarschalk

zijn rede voort.

"De Prinses heeft het tot een persoonlijke kwestie tusschen haar

en Lipski gemaakt. Welnu, mijne heeren, ge hebt de Prinses gezien,

en--ge ziet Lipski," vervolgde hij, op dien afgevaardigde wijzend,

die een treurig figuur maakte in dat oogenblik. "Zal iemand nog

twijfelen voor wie hij stemmen gaat?"

Het was middernacht.

Te midden van een onbeschrijflijke opwinding kondigde Brunowski de

stemming aan.

"Ik stel een gesloten stemming voor," zei Zabern.

"Ik ben er tegen!" riep Bora.

De President bracht dit punt in omvraag, met het gevolg, dat Zabern

zijn zin kreeg. Hij begreep dat hem dit eenige stemmen in zijn

voordeel zou geven, want het goud van Orloff had enkele twijfelaars

onder de Czernoviërs omgekocht, en onder het toezicht van Lipski en

Bora zouden ze het bij een openlijke stemming nooit gewaagd hebben

hun lastgever te verloochenen.

In de Slavowitzsche Kamer werden zoogenaamde gesloten stemmingen door

middel van zwarte en witte schijven gehouden, waarvan elk lid er een

in zijn lessenaar had. Zwart diende om tegen, wit om vóor te stemmen.

Met den gekozen schijf in de gesloten hand ging nu ieder afgevaardigde

langs de tafel van den President, en gedurende eenige oogenblikken

hoorde men slechts den metalen klank waarmee de schijven in een

bronzen urn vielen. Telkens wanneer iemand op die manier gestemd had,

werd zijn naam opgeschreven, zoodat ten slotte het aantal schijven

met het aantal namen moest overeenstemmen.

"Honderdtwintig leden hebben gestemd," zei de griffier die de namen

had aangeteekend. Dit was het grootste aantal, ooit bij een stemming

verkregen.

De vraag was nu, hoe er gestemd was?

Op een teeken van den President werd de inhoud van den urn langzaam

op het roode tafelkleed uitgestort.

In hun opwinding verdrongen de leden zich om de tafel, in gespannen

verwachting omtrent den uitslag.

Op het voorplein was de beweging toegenomen. Een groote opschudding

had het bericht veroorzaakt, dat de Prinses in de vergadering was

geweest. Men wist elkaar te vertellen, dat zij met tranen in de oogen

voor de afgevaardigden op de knieën was gevallen, en dat Zabern met

een sabel in de hand door de zaal had geloopen, dreigend iedereen

den hals af te snijden die niet tegen de wet stemde.

Aller oogen waren op de groote vleugeldeuren gericht, vanwaar uit

een schitterend licht het plein overstroomde.

Tien minuten na middernacht ontstond er een beweging bij de trap die

naar den ingang leidde; een bode van de Kamer kwam naar buiten, met

een papier in de hand, waarop de uitslag van de stemming geschreven

stond. Toen hij de hand ophief, werd het volkomen stil. Geen beweging,

geen woord, geen ademhaling.

"Er zijn uitgebracht 120 stemmen. Daarvan zijn er 39 voor, en 81

tegen. De wet is dus verworpen met een meerderheid van 42 stemmen."

Deze publicatie werd door een oogenblik van verbaasd stilzwijgen

gevolgd. De patriotten konden niet gelooven in zulk een overwinning,

de Russischgezinden niet in zulk een nederlaag. Maar toen men Zabern

naar buiten zag treden, wien zijn aanhangers gelukwenschend de hand

drukten, was er geen twijfelen meer mogelijk, en nu ontstond een

geweldig tumult. De beide partijen wilden elkaar te lijf, en het

plein moest door de huzaren worden schoongeveegd.

Ook binnen het Kamergebouw was de opwinding groot. Lipski en de zijnen

waren geheel verslagen en de eerste beklaagde zich vooral de kolossale

sommen die besteed waren om de patriotten om te koopen.

Na het besluit genomen te hebben dat de militaire bewaking der

kloosters werd opgeheven, gingen ook de laatste afgevaardigden heen.

In een kleine kamer, grenzend aan de vergaderzaal, zat Elizabeth,

omringd door haar Ministers.

"Een aantal van 81 stemmen! Meer dan twee-derden! Welk een triomf!" zei

ze, stralend van vreugde.

"Ons geheim is veilig," zei Radzivil, "Kossuth krijgt zijn geld."

"Weer een nederlaag voor Rusland," zei Zabern. "Wat zal Orloff zijn

roebels betreuren!"

Door een van de gangen gaande, ontmoette Zabern den Hertog van Bora.

Deze Minister had eindelijk het masker afgeworpen, maar de gelegenheid

was hem niet gunstig geweest. In de hoop op een nederlaag van het

Kabinet, had hij openlijk partij gekozen voor de oppositie, en

zich naast Lipski gezet, alleen om des te meer van zijn triomf te

genieten. Men kan begrijpen met welk een uitdrukking hij Zabern's

glimlach beantwoordde.

"U schijnt niet in zoo'n vroolijke stemming te zijn als de vorige

week op het terras," zei Zabern. "Mag ik deze gelegenheid waarnemen

om u mijn vordering van tienduizend roebels aan te bieden? Het is

een heele som, maar ik zal ze zonder wroeging aannemen, omdat ik weet

dat het Orloff-fonds u wel zal schadeloos stellen."

Inwendig woedend, maar zonder iets te zeggen, schreef de Hertog

onwillig een cheque voor het benoodigd bedrag.

"Een onvoorziene omstandigheid heeft u uw weddenschap doen winnen,"

zei hij kort.

"Ja, 't was een heel--eh--onvoorziene omstandigheid," zei Zabern,

terwijl hij met de cheque in den zak wegging.

Toen de straten tot hun rust waren teruggekeerd reed Elizabeth,

vergezeld door Felix, die op de galerij de zitting had bijgewoond,

naar het Paleis terug. Daar vonden ze Zabern, in gezelschap van Rob,

die reeds in zijn nieuwe functie aan de Prinses was voorgesteld. De

Prinses noodigde de drie mannen uit, ondanks het late uur, nog een

oogenblik in de Witte Zaal te verwijlen; zij voelde behoefte, zeide

ze, haar drie trouwe onderdanen nog eens dank te zeggen voor wat ze

hun verschuldigd was.

"Dat pistoolschot had goede gevolgen, Maarschalk," merkte ze op. "Ik

had nooit gedacht dat een moordaanslag zoo nuttig kon zijn, en ik

zou in staat zijn de moordenaars vergiffenis te schenken."

"Dan zult Uwe Hoogheid daartoe de gelegenheid hebben," antwoordde

Zabern, "want de dader is in de kamer hiernaast."

Hij stampte driemaal met den voet op den grond. Een deur ging open,

en Katina Ludovska kwam binnen met haar zuster Juliska. Ze gingen

eenigszins beschroomd op de Prinses toe en knielden voor deze

neer, totdat zij verzocht werden op te staan. Zij waren beiden geen

vreemden voor Elizabeth, die haar dikwijls in de schermzaal had zien

oefenen. Voor de verwonderde Prinses begreep wat dit te beteekenen had,

zei Zabern, op Katina wijzend:

"Deze man met den rooden baard vraagt Uwe Hoogheid vergiffenis,

dat zij zonder toestemming op U geschoten heeft."

"Verklaar dat nader," zei de Prinses, hoog, en met een blik die zelfs

de onvervaarde Katina deed terugdeinzen.

"Zij handelde," vervolgde Zabern kalm, "op bevel van den Maarschalk

Zabern. Het was noodig, dat Uw populariteit, Prinses, vandaag sterker

dan ooit werd gevoeld, als voorbereiding tot Uw optreden in de Kamer

zooals ik dat hedennamiddag met U vaststelde. Daarom besloot ik dat

er een moordaanslag op U geschieden zou. En met scherpe patronen,

die U slechts een haarbreedte zouden missen. Aan den doffen knal van

een losse patroon zou men de list hebben herkend."

"Maar Maarschalk," riep de Prinses, nog half verontwaardigd, "dat

was een zeer gevaarlijk spel!"

"Niet in 't minst," antwoordde Zabern. "Ik wist dat Katina Ludovska, de

beste schutter van ons land, den kogel leiden zou waarheen ze wilde."

"Maar dat neemt niet weg," zei de Prinses, ontsteld over zulk een

roekeloosheid, "dat het een gevaarlijke proef was. In zulke dingen

heeft toch zelfs de beste schutter zich nooit geoefend!"

"Het spijt mij, Hoogheid, dat U voor de eerste maal Uw vertrouwen in

mij blijkt te missen," zei Zabern, nog steeds onverstoord. "Katina

had zich onder mijn leiding herhaaldelijk in dit schot geoefend. Haar

zuster Juliska reed haar in de troïka voorbij, en zes achtereenvolgende

malen schoot Katina haar op tien pas een kogel door de veeren van haar

hoed, en een tweede langs haar slapen. Wanneer ik in aanmerking neem,

dat Uwe Hoogheid het geheel aan mij had overgelaten, den val der

kloosterwet te bewerken, en dat noch U, noch ik eenig ander middel

wisten te vinden--dan meen ik mij als volkomen verantwoord te mogen

beschouwen."

Bij de herinnering aan den schrik van dien morgen, was Elizabeth's

eerste gewaarwording van verbazing in toorn overgegaan; maar bij de

gedachte dat welbeschouwd alles ten beste gekeerd was, keerde haar

kalmte en de vriendelijke uitdrukking op haar gelaat terug.

"Ge speelde een even roekeloos spel met uw levens als met het mijne,"

zei ze tot Katina en haar zuster. "Wanneer de huzaren u geraakt

hadden?"

"Nikita was in het complot, Hoogheid," zei Zabern. "Hij had

hun patronen uitgereikt, die ik voor deze gelegenheid had doen

vervaardigen, en waarvan de kogel na het schot versplintert. Maar ik

beken, dat ik lust had uw Secretaris een sabelhouw te geven toen ik

hem zijn revolver zag aanleggen. Gelukkig struikelde hij juist."

"Ik dacht weinig dat ik op Katina aanlegde," glimlachte Felix,

"en ik ben dankbaar dat ze niet terugschoot. Dus Nikita was in het

complot? En hij beweerde in een van de twee Russakoff te herkennen?"

"Maar u zag hem niet lachen achter uw rug!"

"En die roode muts..."

"Was opzettelijk op den verkeerden weg geworpen."

"En die aanteekeningen op de Kolokol..."

"Waren van mijn hand."

Felix vroeg niet verder. Evenals Rob vervulde hem een gevoel van

treurigheid bij de gedachte, dat door zulke middelen het land gered en

de Vorstin hoog gehouden moesten worden. Waar de macht alleen gesteund

en gevoed kon worden door list en geweld, daar was de grondslag,

waarop die macht beruste, wrak en wankelbaar. Tijdelijk zou zulk

een toestand kunnen behouden worden, maar op den duur beteekende hij

bederf en ondergang. En opnieuw kwam den beiden vrienden een toekomst

voor den geest, waarin dit alles niet meer noodig zou zijn.

Ook Elizabeth voelde de tragische grootheid van een man als Zabern.

"Maar Maarschalk," zei ze ernstig, "u hebt me in een scheeve positie

gebracht, door mij tegenover de Kamer als het ontsnapte slachtoffer

van een moordaanslag voor te stellen. Bovendien hebt u getracht Lipski

in verband te brengen met een daad, waar hij geheel buiten stond. Is

dat te verantwoorden?"

"Prinses," zei Zabern koel, "in gevallen als deze vraagt een staatsman

niet naar verantwoording. _Het moest._ Ik had moreele bezwaren

kunnen hebben--maar dan had ik U en Czernovië opgeofferd. Ik zal hem

bewonderen, die een anderen uitweg wist aan te geven. Het oordeel

over mijn daden laat ik aan de geschiedenis over."

Er was een pijnlijke stilte. Allen begrepen, dat het gemakkelijker

was de daden van dezen man te beoordeelen, dan in zijn plaats te

moeten handelen.

Na eenige oogenblikken vervolgde Zabern, nu op zijn oude, luchtige

manier:

"Wanneer Lipski het niet voor deze maal verdiend heeft, dan heeft

hij het voor een ander maal. Onlangs heb ik een leeg huis door mijn

spionnen doen onderzoeken, dat aan dat van Lipski grenst. Zij braken

eenige steenen uit den tusschenmuur die de kelders scheidt--ik verzeker

u dat er onder Lipski's woning ruim tienduizend klein-kaliber geweren

liggen. Dat is óok verborgen materiaal! Maar voor een verraderlijken en

oneerlijken strijd. Reken er op, dat Russograd zich den 14en September

daarmee wapenen zal."

"Den vooravond van mijn kroning!" riep Elizabeth met een verschrikte

beweging.

"Juist. Ik weet door spionnen dat men een gewapenden opstand tegen

dien datum voorbereidt. Maar ook ditmaal heb ik hoop op een goeden

afloop. Mijn plan is al gemaakt. Op Lipski en zijn geweren houd ik

het oog."

"Ik laat ook dit aan uw zorg over."

"En Uwe Hoogheid vergeeft die kleine aardigheid van den moordaanslag?"

Elizabeth stak den Maarschalk met een glimlach de hand toe.

"Zonder uw zorg, Maarschalk, zouden we niets kunnen."

Het was twee uur in den nacht, en het gezelschap scheidde.

Maar Zabern, de onvermoeibare, zette zich aan zijn

schrijftafel. Wederom was zijn brief aan Boris Ludovski gericht.

"Waarde Boris,

"Ik heb u een verblijdend bericht te melden. Zooeven heeft mijn

agent in Warschau mij bericht, dat het hem na de grootste

moeite gelukt is, van uw in beslag genomen bezittingen

tienduizend roebels vrij te maken. Ik zend ze u hierbij,

hopende de in mijn vorig schrijven bedoelde familiepapieren

spoedig te doen volgen.

"In gedachten drukt u de hand uw toekomstige schoonzoon en

oude vriend

Ladislas Zabern."

Reeds vroeg in den morgen had de Maarschalk Bora's cheque aan de

Czernovische Bank ingewisseld, en een uur daarna had Nikita bovenstaand

schrijven met zijn kostbare bijlage veilig aan Ludovski overgebracht.

VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

EEN RUSSISCH LEGER AAN DE GRENS.

Felix wordt uit Czernovië verbannen.--Hij gaat, maar hij

zal terugkomen!--Zes Turksche krijgsgevangenen in het

studeervertrek van Zabern.--Rob verdwijnt.--Ravenski komt

met nieuwe bedreigingen.--De Czaar staat aan de grens!

Eenige weken na deze gebeurtenissen liep Felix op een laat uur door

de Paleis-tuinen, niet met het doel Elizabeth te ontmoeten, maar

aangetrokken door de schoonheid van het maanlicht.

Hij zat eenzaam aan den oever van een met boomen omzoomden vijver,

peinzend over de eigenaardige, romantische wending die zijn leven

genomen had.

Maar nog iets anders hield zijn gedachten bezig, een raadselachtige

zaak, die 't hem onmogelijk was te ontwarren.

Nog slechts enkele minuten geleden had Rob hem verlaten, na hem een

mededeeling te hebben gedaan, waarvan hij de beteekenis vergeefs

trachtte te vatten.

Rob was bij hem gekomen met een uitdrukking van vreugde op het gelaat.

"Ik heb een plan ontworpen," zei hij, "zóo gewaagd, dat ik zelf aan de

mogelijkheid der uitvoering twijfel. Maar ik zal 't beproeven. Gelukt

het, dan kan de redding van Czernovië er 't gevolg van zijn."

Natuurlijk had Felix op een nadere verklaring aangedrongen, maar Rob

had deze geweigerd.

"Ik wil je mijn plan niet zeggen, omdat ik zeker weet dat je 't me dan

zult afraden, uit vrees dat ik mijn leven te zeer bloot stel. En ook,

omdat je dan zelf deel er aan zult willen nemen. Het is veel beter dat

jij hier blijft, waar je van nut kunt zijn, en dat slechts een van ons

beiden zich in de waagschaal stelt. Ik kan gemist worden--jij niet."

Op alle verdere verzoeken van Felix had hij slechts geantwoord:

"Ontneem me deze gelegenheid niet om je te vergelden wat je voor mij

gedaan hebt. Morgen verdwijn ik uit Slavowitz. Niemand weet van mijn

vertrek, ook Zabern niet. Ik zal hem alleen een schrijven achterlaten,

waarin ik hem verzoek, mijn heengaan den schijn van een diplomatieke

zending op zijn last te geven. Dan zal men zich niet verwonderen,

of argwaan krijgen over mijn vertrek. Geloof me, het is beter dat

niemand mijn geheim weet, dan behoef ik ook niemand teleur te stellen

als het plan mislukt."

Met deze woorden was Rob heengegaan, Felix verbaasd en ongerust

achterlatend.

Een plotseling geritsel in de struiken maakte een einde aan Felix'

overpeinzingen, en, opziend, zag hij Elizabeth naast zich staan.

Ze was in een opgewonden stemming, en haar eerste woorden waren:

"Felix--laten we Czernovië verlaten, nog dezen avond, nu dadelijk! Neem

me met je mee."

Een oogenblik twijfelde Felix of hij goed verstaan had; toen vroeg hij:

"Wat is er gebeurd, dat je tot zulk een dwaasheid zou brengen?"

"Er blijft ons niet anders over. Hoor wat er vanavond in den

Ministerraad is besproken. Ravenski deed de vraag, of het waar

was dat ik den Hertog van Bora medegedeeld had hem nooit te zullen

huwen. Natuurlijk diende Ravenski als spreekbuis van den Hertog. Zabern

en ik waren op deze vraag voorbereid, zooals te begrijpen is, en

ik antwoordde dan ook onomwonden, dat het waar was, er bijvoegend

dat dit overigens een zaak was die mij alleen aanging, omdat ik wel

verplicht was Rusland's toestemming voor een huwelijk in te roepen,

doch niet gedwongen kon worden tegen mijn zin te huwen. Daarop volgde

de vraag, waarop we geheel niet voorbereid waren, en die ons dan ook

zeer verraste: of ik me zou willen verklaren omtrent mijn verhouding

tot mijn Particulieren Secretaris. Een oogenblik was ik van zins

de vraag hooghartig af te wijzen, maar nu ze eenmaal gesteld was,

nu ik voelde dat deze vraag door een afwijzend antwoord niet meer

terug te dringen was, integendeel Czernovië als een loopend vuur zou

doorkruisen--nu verklaarde ik, voor ik 't eigenlijk zelf besefte,

dat ik van zins was mijn Secretaris tot Prins-Gemaal te verheffen--met

of zonder toestemming van den Czaar."

"En wat voor indruk maakte dat?" vroeg Felix, in een oogenblik de

talrijke en gewichtige gevolgen overziend die Elizabeth's antwoord

meebracht.

"Radzivil en Dorislas keken elkaar aan alsof ze zeggen wilden, dat ze

dit wel gedacht hadden, de overigen vonden blijkbaar mijn voornemen

zeer bedenkelijk; Zabern zweeg en vond 't dus waarschijnlijk beter

voorloopig zijn persoonlijke opinie ondergeschikt te maken aan de

algemeene."

"En die algemeene opinie was?"

"Dat er van een huwelijk tusschen jou en mij nooit sprake kan

zijn. Meer nog: men drong er op aan dat je onmiddellijk Czernovië

verlaten zou. Ik wilde dit weigeren, maar Zabern gaf me een teeken om

toe te geven. En, als altijd me aan zijn wil onderwerpend, beloofde ik

op mijn woord dat je binnen vier-en-twintig uur vertrekken zou. Maar

toen ik 't gezegd had, schrok ik voor mijn eigen woorden terug. Ik

besloot je te vergezellen als je heen ging--dat kan niemand me

verbieden. Ik zal nooit afstand van je doen. Je bent me meer waard

dan een vorstinnekroon, ja dan mijn leven. Laten we vluchten Felix,

ik smeek het je, laten we Czernovië aan zijn lot overlaten...."

Felix zag, dat ze haar zelfbeheersching geheel verloren had. De

zelfbewuste Prinses, die zooveel gevaren moedig onder de oogen

had gezien, was veranderd in een smeekende, van ontroering en angst

trillende vrouw, wier oogen vol tranen stonden. Hij trachtte haar tot

kalmte te brengen, haar de dwaasheid van haar besluit te doen inzien.

"Als je je woord hebt gegeven dat ik vertrekken zal--dan moet ik gaan,

en... alleen."

"Zonder mij?" riep Elizabeth. "Wil je daarmee zeggen dat we voor

altijd scheiden moeten?"

Van Schooljongen tot Koning Een verhaal samengesteld uit de aanteekeningen van Robert I, koning van Czernovië · 第 21 / 27 段