"Hij keek niet naar me toen ik binnenkwam; zijn heele aandacht

was gevestigd op wat de andere man vertelde. Bovendien is het heel

begrijpelijk, dat die Russakoff--zooals u hem noemt--van de vele

menschen, die hij in zijn leven geknoet heeft, niet al de gezichten

kan onthouden. Ik trachtte den anderen man wat beter in 't oog te

krijgen, maar het lukte me niet zijn gezicht duidelijk te zien, want

zijn hoed was diep over zijn voorhoofd gedrukt, en de kraag van zijn

jas kwam bijna aan z'n mond. Toch maakte hij den indruk--en de toon

van zijn stem bevestigde dat later--van veel voornamer stand te zijn

dan zijn metgezel."

"Waarom riep je niet je vader en je broers te hulp, om den man ook

eens te laten voelen hoe de knoet neerkomt?"

"Dat was ook mijn eerste gedachte. Maar toen ik de kamer uitging,

hoorde ik hem iets zeggen, dat mijn aandacht trok, en waarom ik

't verstandiger vond eerst eens naar hun gesprek te luisteren. Op

afluisteren zijn we hier ingericht; een achter het houtwerk verborgen

buis maakt 't ons gemakkelijk in onze woonkamer alles te hooren wat

men hier spreekt."

"Daarom ga ik altijd zoo ver mogelijk van die buis afzitten," zei

Zabern lachend.

"Russakoff zei, terwijl ik juist de deur achter me wilde sluiten:

"ge krijgt me er niet toe weer naar Slavowitz te gaan; ik heb weinig

lust weer in Zabern's handen te vallen." Op het hooren van uw naam,

Maarschalk, werd mijn nieuwsgierigheid nog grooter, zoodat ik mij

haastte het oor aan de hoorbuis te leggen.

"Ze spraken zacht, maar nu en dan verhieven hun stemmen zich, en kon

ik enkele woorden verstaan.

"Ik begrijp niet, dat Orloff zulk een onhandigen vent als jou

gebruikt," zei Russakoff's metgezel. "Je kan niet van de wodka

afblijven, mengt je in een kroegruzie en laat je arresteeren met

een belangrijk politiek document in je zak! Als de Secretaris van

de Prinses dien brief ontcijfert, wordt het heele plan van Rusland,

om Czernovië zonder geweld, wettig en kalm, in beslag te nemen,

verijdeld."

"Wat?" riep Zabern. "Zeg dat nog eens, Katina!"

Katina herhaalde haar woorden.

"Czernovië zonder geweld in handen krijgen! En hoe zou men dat wel

willen aanleggen?"

Zabern's oogen schoten vonken van onder de overhangende

wenkbrauwen. Zou men in Rusland beschuldigingen tegen de Prinses weten

in te brengen, ernstig genoeg om haar den troon te ontnemen? Zeker,

al was dit tusschen Elizabeth en hem, Zabern, nooit onomwonden

uitgesproken, hij wist dat de Prinses elk middel zou aangrijpen om

haar huwelijk met Bora te verijdelen--maar was men van dat geheime

voornemen in Rusland al zóó overtuigd, dat men 't als een wapen tegen

haar durfde gebruiken?

Felix volgde een dergelijken gedachtengang, met dit verschil alleen

dat hij, zekerder nog dan Zabern, wist dat Elizabeth nooit Bora zou

toebehooren! Overigens verbaasde ook hij zich er over hoe men in

Rusland daaromtrent was ingelicht geworden. Vrees greep hem aan,

toen hij bedacht dat een regeering als de Russische er zelfs niet

voor zou terugdeinzen den dolk van den een of anderen fanaticus te

bezigen, om Elizabeth uit den weg te ruimen, zoodat Bora over haar

lijk den troon zou bereiken! Wanneer het cijferschrift eens zulk een

verschrikkelijk komplot inhield!

"Ga verder, Katina. Wat zeiden ze nog meer?"

"Na eenig gefluister, hoorde ik Russakoff zeggen: "neen, 't is te

gevaarlijk. Bovendien--wat zijn vierhonderd roebels?"--"We zullen

de som verdubbelen als het binnen twaalf uren gebeurt," antwoordde

de ander.

"Ik begreep duidelijk, dat er een misdaad beraamd werd. Snel liep

ik naar buiten, riep mijn twee broeders, die hier aan het werk

waren. We haalde onze wapens, traden de gelagkamer binnen--maar,

tot onzen schrik--"

"Waren de vogels gevlogen!"

"Ja! Hun glazen waren nog vol; ze hadden dus waarschijnlijk bemerkt

dat ze beluisterd werden, en kozen het hazenpad. We deden alles om ze

te achterhalen, zochten in alle richtingen, maar konden geen spoor

van hen ontdekken. Daar we de zaak van belang oordeelden, zonden we

dadelijk Juliska naar Slavowitz om u in te lichten, maar u hebt haar

natuurlijk niet meer gezien."

"Neen; ik heb de stad klaarblijkelijk verlaten eer ze aankwam. Katina,

je hebt opnieuw bewezen een waardig onderdaan van de Prinses te

zijn. Dus deze spion staat in dienst van Graaf Orloff. We zullen

dien nieuwen gouverneur zeker geen onrecht aandoen wanneer we hem

verdenken van een aanslag op Czernovië's onafhankelijkheid. Welnu,

Katina, het zal nu een dubbele overwinning zijn, die er voor ons op

Orloff te behalen valt! En zooals nu duidelijk is, bestaat er een

betrekking tusschen den Hertog en Orloff, terwijl Russakoff hun agent

is. Ge ziet nu de belangrijkheid van het cijferbericht, Van Stralen,

en de noodzakelijkheid het dadelijk te ontraadselen. Laten we ons dus

niet langer ophouden.--Als Russakoff zich voor tweemaal vierhonderd

roebels heeft laten overhalen naar Slavowitz terug te keeren, dan

moeten mijn spionnen hem in handen hebben eer de nacht verstreken

is. En dus--" besloot hij, plotseling opstaand--"naar Slavowitz."

Katina snelde onmiddellijk heen om den koetsier te waarschuwen van de

troïka, waarin Paul, Felix en Rob de tocht hierheen hadden gemaakt. De

vier mannen traden naar buiten en vonden den soldaat Nikita daar nog

staan met de twee paarden, alsof hij geen duim van de plaats geweken

was. De nacht was gevallen en de sterren flonkerden. Het heldere licht

van uit de herbergdeur stroomde vroolijk over den weg naar de boomen

aan den anderen kant.

"Vergeef mijn haast, heeren," zei Zabern, "maar ik zou verkeerd

doen langer te talmen. De arrestatie van den Hertog, de streken

die Russakoff mogelijk al heeft uitgehaald--daarin ligt voor

het Russisch gedeelte der bevolking genoeg reden om een oproer te

beginnen. Misschien zullen er een paar kanonschoten noodig blijken. Ik

rijd vooruit; de heeren zullen me verplichten met zoo spoedig mogelijk

te volgen; na al wat ze nu weten, kunnen hun diensten me aangenaam

zijn."

Zabern sprong in het zadel, kuste Katina die hem tot afscheid groette,

de hand, en een oogenblik daarna galoppeerde hij naar Slavowitz,

gevolgd door zijn trouwen ordonnans.

Een minuut later verscheen de istvostchik (koetsier) met de troïka.

De vrienden namen plaats, en nauwelijks hadden ze dit gedaan,

toen in het lichtschijnsel van de herberg een man verscheen, die

dadelijk daarop weer door de duisternis was opgeslokt, doch wiens

groote cilindervormige hoed en zwarte soutane hem als een "papa"

of priester van de Oostersche kerk aanduidden.

Toen de istvostchik dezen geestelijke zag, kruiste hij zich naar

Grieksche wijze, en stapte tegelijkertijd uit de troïka, zeggend:

"Het spijt me, vadertjes, maar ik kan u van avond niet rijden."

"Wat beteekent dat nu?" vroeg Felix aan Katina.

"De arme kerel is een Rus," zei ze met een medelijdenden glimlach,

"en Russen achten het een slecht voorteeken als ze bij den aanvang

van een reis een priester van hun eigen geloof ontmoeten."

"Dat is een vreemde manier om hun geestelijkheid te eeren," zei Felix,

maar intusschen was met geen mogelijkheid, noch door geld, noch door

woorden, van den ouden koetsier gedaan te krijgen dat hij op zijn

besluit terugkwam.

"Ik heb een troïka," zei Katina, "en daar ik toch over een uurtje

mijn zuster Juliska uit Slavowitz zou gaan halen, kan ik nu wel

vast inspannen. Bovendien is mijn troïka veel ruimer; we kunnen er

gemakkelijk alle vier in."

Dit was een gelukkige uitkomst, en men nam het aanbod gaarne

aan. Katina ging daarop haar orders geven, en kwam weldra terug, met

een zeer mooien bonten mantel om, gereed voor de reis. Tegelijkertijd

werd een sierlijke, met rood leder bekleede troïka voorgebracht,

waarvan de bespanning uit drie prachtige ponies bestond.

"Ze zijn mooi, niet waar?" vroeg Katina, de beide paarden streelend

die onder den duga of houten boog waren aangespannen, en die bij het

trekken het eigenlijke werk doen. Dit is Elizabeth--die heet naar de

Prinses; en dat Stephanie, naar mijn moeder."

"En de derde?" vroeg Felix.

"O, die maakt alleen parade, maar trekt niet. Omdat ze dus van weinig

nut is, heeft mijn zuster haar natuurlijk Katina genoemd. Nu--wanneer

de heeren klaar zijn....?"

Men stapte in, Katina in het midden tusschen Felix en Paul, Rob tegen

over hen, met den rug naar het paard.

"Reis vanavond niet, vadertjes," zei de istvostchik, toen hij ze zag

instappen, "er wachten u booze dingen."

Katina zette de paarden met een ongeduldige beweging aan.

Paul lachte.

Felix keek ernstig: er was voor zijn gevoel iets wonderlijk

indrukwekkends in de rustige waardigheid van den ouden man, zooals

hij daar op de treden van de herbergdeur stond, met z'n muts in de

hand en z'n blikken naar de sterren gericht.

ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.

RUSSAKOFF BEGAAT EEN MOORD.

Hoe Katina een troïka ment.--Het klooster.--De Russische wijk

van Slavowitz.--De troïka komt in het gedrang.--Paul wordt

doodelijk gewond.--Felix, Zabern en het raadselschrift.--Zou

Rob werkelijk de oplossing gevonden hebben?

Ofschoon Katina alle Russen haatte, had zij toch een eigenschap met

hen gemeen--den hartstocht voor wild rijden.

Met voetgetrappel en luide kreten zette zij de paarden steeds tot meer

spoed aan. Ze had een lange zweep met een kort handvat, en daarmee

knalde ze lustig, doch zonder de paarden te raken. Onder het rinkelen

der zilveren bellen, waarmee de duga was behangen, snelden de vurige

dieren voort alsof ze een wedstrijd met elkaar hielden, terwijl Katina

het span mende met een kracht waarover de drie mannen zich verbaasden.

Was de weg breed, dan spreidde ze de galoppeerende paarden uit als

een waaier; en als de weg zoo nauw was, dat men er nauwelijks langs

kon, dan wist ze de dieren bij elkaar te houden alsof ze bijna geen

ruimte innamen, terwijl ze geen oogenblik de snelheid van het voertuig

verminderde.

Nu en dan stond ze op, boog zich voorover als een menner van

een Romeinsche zegekar, en riep den vrienden vroolijk lachend een

"vasthouden!" toe; in het volgend oogenblik vloog de troïka een steile

helling af--plotseling spatte en plaste het water om hen heen, en

eer men begreep dat het voertuig door een riviertje getrokken werd,

beklommen de ponies alweer den tegenover liggenden oever.

De verrassende kunststukken waarmee deze stoutmoedige bestuurster

nu eens de troïka langs den rand van een kloof joeg, dan weer een

hinderpaal vermeed die zich plotseling in haar weg stelde, gaan alle

beschrijving te boven, en elk oogenblik meende Rob, die nog nooit van

zulk rijden gehoord had, dat de troïka in splinters zou vliegen. De

snelle, wiegende beweging, die sommigen dezelfde gewaarwording geeft

als zeeziekte, was wel vreemd, maar op De Vogel en op het jacht van

Lane was hij aan zulke ondervindingen gewoon geraakt.

"We zullen met deze snelheid den Maarschalk gauw inhalen," zei Felix.

"We volgen denzelfden weg niet," antwoordde Katina. "Ik rijd gewoonlijk

dezen weg, al loopt hij om. En vanavond was het me er om te doen u

dit klooster te laten zien."

Ze bracht de troïka tot staan, en wees naar een reusachtig gebouw,

dat ongeveer honderd meter van den weg lag, en in middeleeuwsche

statigheid tegen den helderen hemel afstak.

"Dit klooster is tevens een sterke vesting en heeft menigmaal

Turksche en Russische legers tegengehouden," zei Katina. "Hoort ge dat

orgel en die zingende monniken wel? Dat klinkt nu al, dag en nacht,

onafgebroken door sedert het Petersburger Congres. Men bidt er voor

de vrijheid van Czernovië. De bewoners zijn in drie deelen verdeeld;

als het eene werkt, rust het andere en zingt het derde. Zoo is het

er geen oogenblik stil. En het heeft nooit aan stemmen ontbroken;

de bewoners worden steeds aangevuld en bestaan grootendeels uit

ontslagen of ontsnapte staatsgevangenen, die Rusland naar Siberië

zond. Verdienen zij niet, dat hun gebed verhoord wordt?"

Katina nam de teugels weer op, en opnieuw vloog de troïka voort,

zoo snel dat ze nauwelijks den grond scheen te raken. Het majestueuse

klooster en de geheimzinnige stemmen verdwenen in de duisternis.

Onophoudelijk vuurde Katina de paarden aan, en een uur na het vertrek

kwam Slavowitz in het gezicht, dat sedert de Russische bedreigingen

in een sterke vesting was veranderd.

"Zal ik de Troitzka Poort doorrijden?" vroeg Katina.

Paul knikte toestemmend.

"Dat spaart een omweg uit," zei hij, "en dan zien we meteen eens hoe

de stemming in het Russische kwartier is."

Maar al te spoedig kwam men, het Troitzkoi Prospekt doorrijdend,

tot de ontdekking dat die stemming alles behalve rustig was. In

Russograd, het kwartier waar door toedoen van Zabern alle Russen of

Russischgezinde personen verplicht waren te wonen, heerschte groote

opgewondenheid, klaarblijkelijk veroorzaakt door het vernemen van 's

Hertogs arrestatie. Ofschoon het reeds laat was, scheen men nog lang

niet van plan te ruste te gaan; mannen en vrouwen verdrongen elkaar

in de straten en bespraken luid en met heftige gebaren de Czernovische

politiek. Russen, Tartaren, Kozakken en andere vreemdelingen, die men

wijselijk, ten einde ze beter in het oog te houden, gezamenlijk in

Russograd liet wonen, vergaten nu hun onderling getwist en verwenschten

eendrachtelijk de vermetelheid van Prinses Elizabeth.

"Ik wou dat die menschen maar wat op zij gingen," zei Katina, die

groote moeite had om haar drie paarden door het gedrang te sturen,

"zoo zullen we er nooit doorkomen."

Daar de straten opgepakt stonden met menschen, en het asfalt door

een regenbui van dien middag wat glibberig was geworden, kon het

voertuig slechts langzaam voortkomen, en zoo vingen de inzittenden

telkens gesprekken op, die om hen heen gevoerd werden.

"Ik zag den Hertog binnenbrengen door de St.-Florian Poort," zei een

vrouw tot een kring omstanders.

"Ze dorsten hem natuurlijk niet door de Troitzka Poort brengen,"

voegde haar man er aan toe, die naast haar stond. Op zijn wang was

een lange streep opgedroogd bloed te zien.

"Hij reed midden in den troep," vervolgde de vrouw, "en toen mijn man:

"Leve de Hertog" riep, gaf een der ulanen hem een slag met zijn lans."

"Ja," riep de man, "en toen de Prinses daarna in haar droschky

voorbijkwam, scheen ze 't zich heelemaal niet aan te trekken dat de

Hertog de gevangenis inging."

"Niet aantrekken, zeg je?" schreeuwde z'n vrouw. "Ik verzeker je dat

ik nooit iemand er zoo blij zag uitzien als zij vanavond. Verbeeld je,

dat zoo'n meisje zoo maar 'n grooten kerel als de Hertog in de doos

kan stoppen! 't Wordt tijd dat er een soldaat aan de regeering komt,

en niet zoo'n kind."

"Dat wordt 't zeker," zei 'n ander. "Bovendien is de Prinses een

vijand van den Czaar. De schoenen die ze draagt, zijn op de zolen

met het portret van den Czaar bedrukt, dan kan zij bij elken stap op

hem trappen."

Deze anecdote, die natuurlijk niet de minste waarheid bevatte, vond

gretig gehoor.

"Ze ontneemt den Hertog zijn bevel over het leger om Zabern in zijn

plaats aan te stellen. En waarom Zabern? Omdat hij een Pool is,

en de Russen haat!"

Intusschen ging de troïka steeds langzamer voort, totdat ze eindelijk

geheel tot staan werd gebracht, omdat de menschen niet konden of

wilden op zij gaan.

"Na pravo!" (naar rechts) riepen zij die links stonden nijdig,

terwijl zij die rechts stonden even nijdig riepen:

"Na levo!" (naar links.)

Ze konden nu geen enkele richting meer uit, en zoo bleef de troïka

midden in een menigte staan, die blijkbaar kwaad in den zin had,

en grootendeels uit het lagere deel der bevolking bestond, dat de

Russen het "Tshornoi Narod" of "Zwarte Volk" noemen.

Russograd was nooit een veilige plaats voor aanhangers van de Prinses,

maar op het oogenblik was hun verschijning voldoende om het fanatisme

van dit gepeupel tot een gevaarlijke hoogte te brengen, te meer daar

men Paul dadelijk herkende als den Secretaris van Elizabeth. Men was

in de troïka slecht voor een verdediging gewapend--Rob en Felix hadden

een stok, Paul geen ander middel om zich te verweren dan zijn vuisten,

en Katina haar zweep. Toch hield men zich kalm, gereed om zoo noodig

van die gebrekkige wapens gebruik te maken.

Katina beproefde nogmaals voorzichtig, de paarden aan te zetten.

"Pas op, menschen!" riep ze, "ga even wat op zij!"

"Pas jij zelf op!" riep een ruwe stem, en een man in een blauwen

kaftan en met een rooden baard greep de teugels van een der paarden

vast. "Wou je over me heen rijden?"

Katina herkende die stem onmiddellijk. Ze sprong op en riep:

"Arresteer dien man! Hij is een ontsnapte gevangene!"

"Arresteer die vrouw!" riep de man met een grijnslach. "Ze is een

ontsnapte gevangene uit Orenburg; de Russische justitie zoekt haar!"

Bevend van woede lichte Katina den zweep op, en zou er den man als

met een sabelhouw het gezicht mee hebben opengereten wanneer Felix

haar niet wijselijk bij den gordel gegrepen en op haar zitplaats

terug gedrongen had.

"En kennen jullie dien man niet?" ging Russakoff voort, op Paul

wijzend. "Dat is de Secretaris van de Prinses--nu weet je al genoeg."

De menigte begon een steeds dreigender houding aan te nemen, zoodat

Paul om zich heen keek om te zien of geen der patrouilles te zien was,

die 's avonds dit kwartier doorkruisten.

"We _moeten_ er door," zei Felix vastbesloten, "Katina--de zweep

er over!"

Alsof Russakoff deze gefluisterde woorden verstaan had, strekte hij

de hand naar Felix uit.

"En dat is de man, die met den Hertog gevochten heeft!" riep hij. "Is

dat rechtvaardig menschen, dat de Prinses hem vrij laat, en den Hertog

gevangen neemt?"

"Gooit ze er uit!"

"Sla ze den kop af!"

"Scheur ze in stukken!"

Felix sprong op, den stok boven het hoofd zwaaiend.

"Vooruit, Katina!" riep hij, dol van woede, toen een steen haar aan

't voorhoofd raakte.

Katina boog achterover, en met een kracht die men niet van haar

verwacht zou hebben, trok ze de teugels zoo strak aan, dat de paarden

gedwongen waren de voorbeenen op te heffen. In de lucht trappelend,

beschreven ze zulke gevaarlijke cirkels met hun hoeven, dat de

dichtstbijstaande menschen angstig terugweken.

Toen legde Katina met geweld de zweep over het span, liet plotseling de

teugels schieten, en met een wilden kreet joeg ze de razend geworden

paarden door de menigte, rechts en links slaande met haar weldra rood

gekleurden zweep.

De menigte week uiteen als water voor den boeg van een schip,

en de troïka schoot als een pijl door de opening heen. Vloeken en

verwenschingen, steenen en stukken hout vlogen het voertuig na, dat

met zware schokken over enkele gevallen menschenlichamen reed. Nog

eenige seconden, en de troïka snelde het Troitzkoi Prospekt af,

de woedende menigte ver achter zich latend.

"Bravo, Katina!" riep Felix. "Dat was maar juist op tijd, Secretaris,"

zei hij, zich tot Paul keerend.

Maar deze antwoordde niet. Met een kreet van ontzetting zag Felix

dat hij een diepe wond in de zijde had, waaruit straalsgewijze het

bloed liep.

"O God!" riep Katina verschrikt, de paarden inhoudend, "men heeft

hem vermoord!"

Ze hief zachtjes zijn hoofd op, en liet het in haar schoot rusten;

intusschen trachtte Felix het bloed te stelpen.

Maar het was te laat.

"Het was Russakoff," stamelde de stervende. "Denk er aan, Felix,

de Furiën--de Furiën--van...."

Hij voltooide dezen zonderlingen zin niet. Nog even bewoog hij de

lippen, en zakte toen ineen--dood.

"Russakoff heeft z'n roebels verdiend," zei Katina somber.

De geheele gebeurtenis was zoo snel afgespeeld, dat het bijna

onmogelijk was aan de werkelijkheid ervan te gelooven; maar

het beweginglooze lichaam duidde daar maar al te zeer op. Een

volle halve minuut staarde Felix hulpeloos op zijn ongelukkigen

broeder. Schrik--verbazing--smart--die allen deden hem verstomd en

radeloos staan; toen wekten die gevoelens voor een oogenblik een

wilde begeerte naar wraak in hem op.

"Ik zal den moordenaar vinden," zei hij, uit de troïka springend. "Ik

zal hem op de plaats neerslaan, al zou het mijn dood zijn."

Maar enkele woorden van Katina brachten hem tot bezinning. Ze greep

hem bij de pols en zei:

"Wie zou er gebaat zijn met uw dood? Ge zult niet gaan. Laat den

moordenaar aan Zabern over, die zal hem weten te vinden. De hemel

zij gedankt, daar is de Maarschalk!"

Werkelijk hoorde men het getrappel van hoeven, en in de richting van

het geluid ziend, bespeurde Felix een troep lanciers met Zabern aan

het hoofd.

Toen de Maarschalk de troïka ontwaarde, hield hij zijn paard in,

en zei:

"Hoe hebt ge 't in 's hemels naam gewaagd op een avond als dezen door

Russograd te rijden?"

Toen zag hij het beweginglooze lichaam in de troïka liggen, en met

een kreet van schrik sprong hij van zijn paard.

"Van Stralen dood! Mijn God, dat is verschrikkelijk! Van Stralen--dien

ik onder de banier van de Prinses hoopte te zien strijden! Dood! En

terwijl hij op het punt stond het cijferbericht op te lossen!"

"Ja, het is verschrikkelijk," zei Felix. "Maar het is nu geen tijd

voor woorden. De moordenaar is onder gindsche menigte, en zijn naam

is Ivan Russakoff."

De naam van den spion werkte als een tooverspreuk op Zabern. Hij gaf

eenige orders, en eenige oogenblikken later werd de samengeschoolde

menigte door tien ulanen met gevelde lansen verspreid; hun doel was

de Troitzka Poort te bezetten en zoo den moordenaar het ontsnappen

te beletten. Zoo snel mogelijk werden ook ten opzichte der andere

poorten dergelijke maatregelen genomen, en de geheele Russische wijk

werd vervolgens behendig binnen een cordon ulanen getrokken. Nieuwe

detachementen en een sterke politiemacht rukten op Zabern's bevel aan.

De Maarschalk zag wel in dat het niet gemakkelijk zou vallen de

bewoners van de vreemdelingenwijk tot het uitleveren van den spion

te bewegen, wiens moord op een gouvernements-beambte hem recht gaf op

hun sympathie. Iedereen zou er trotsch op zijn hem een schuilplaats te

verstrekken. Daarom kon Zabern er niet mee volstaan halve maatregelen

te nemen, maar zou Russograd er eenige uren moeten uitzien alsof de

staat van beleg was afgekondigd.

"Denk er aan, Russakoff moet levend gegrepen worden; zijn dood kan

me van geen enkel nut zijn," zei Zabern. "Maar aarzel overigens niet

geweld te bezigen wanneer er weerstand geboden wordt. Nikita, stijg af,

en help het lijk van den Secretaris vervoeren. Meneer Van Heelstra,

het zou me zeer aangenaam zijn als u en uw reisgenoot me naar het

Paleis wilden vergezellen."

Zabern's uitgebreide voorzorgen mochten niet baten.

Ofschoon alle straten van Russograd werden doorkruist, elk verdacht

persoon ondervraagd, ofschoon de politie alle gebouwen onderzocht,

en de Maarschalk onmiddellijk een instructie deed openen, die den

geheelen nacht voortduurde, en door welker leider een groot aantal

getuigen werden gehoord, kwam men niet tot een resultaat.

Daar de spion na het nemen der militaire maatregelen niet ontsnapt

kon zijn, deed Zabern het onderzoek met ijver voortzetten. 's Morgens

om zeven uur ontbood hij Nariskin, het politiehoofd in Russograd,

en deelde hem mede, dat hij het uit vreemdelingen samengesteld

corps politiebeambten, dat in die wijk dienst deed, zou ontbinden,

en voortaan de vreemdelingenwijk onder het directe toezicht van

Slavowitzsche politie zou stellen. Wanneer Nariskin dergelijke wandaden

als die van den vorigen avond niet voorkomen kon, dan moest het met

de voorrechten van Russograd maar gedaan zijn. Tevens overhandigde

de Minister hem een afschrift van een besluit, waarbij bekend werd

gemaakt, dat de vreemdelingenwijk onder militaire bewaking zou blijven

totdat de moordenaar was uitgeleverd.

Tot Felix zei hij:

"Ik vrees dat dit alles niet veel helpen zal. De heele bevolking van

Russograd doet natuurlijk alles om den spion te verbergen."

In het Paleis, in een der vertrekken die Paul het laatst bewoond had,

lag het lijk van den armen, zoo ongelukkig omgekomen Secretaris. Met

sombere gezichten stonden Zabern en Felix naast den doode, beiden

vervuld van hun zoo uiteenloopende en toch in veel opzichten

overeenstemmende gedachten. Felix sprak de zijne niet uit. Hij

wist, dat hij het groote doel, dat hem steeds voor oogen zweefde,

niet zonder opofferingen zou kunnen bereiken; maar dat hier nu, als

eerste slachtoffer der hem vijandige machten, het ontzielde lichaam

lag van zijn eerst kortelings teruggevonden broeder, greep hem meer

aan dan hij Zabern blijken liet.

Van Schooljongen tot Koning Een verhaal samengesteld uit de aanteekeningen van Robert I, koning van Czernovië · 第 14 / 27 段