luchtschip gaan beschouwen, Rob. Terwijl ik het onaangenaam blijf
vinden, dat ik je van je vrijheid moest berooven, ben ik toch dankbaar
dat we zulk een goeden vriend in je gevonden hebben. En het zou me
moeielijk vallen van je te scheiden. We stellen trouwens allen op je
tegenwoordigheid prijs. Ik heb nooit eenige belofte van je gevergd, en
toch heb je je tegenover ons zoo flink, trouw en eerlijk gedragen alsof
je door je woord en door verplichtingen aan ons gebonden was. Dat heeft
me heel veel genoegen gedaan. En er is nog iets waarvoor je ten zeerste
lof verdient. Toen we in Londen waren, heb ik je geheel vrij gelaten;
je kon in de stad ongehinderd rondloopen en had alle gelegenheid ons
te verraden of te verlaten. Integendeel heb je alles gedaan om onze
plannen te doen slagen. We weten nu, dat we een trouw kameraad in je
hebben gevonden. Als dank wil ik daar iets tegenover stellen."
Li zweeg even, en vervolgde toen:
"Wanneer je wilt, zal ik je binnen acht dagen naar Amsterdam
terugbrengen."
Rob aarzelde geen oogenblik met zijn antwoord.
"Als je er niets tegen hebt, Li, dan zou ik liever nog wat blijven."
Li drukte hem hartelijk de hand, en de glimlach op zijn flink,
mannelijk gezicht bewees duidelijk dat het antwoord van Rob hem goed
deed. Toch vroeg hij nog:
"Maar verlang je dan niet naar je huis terug?"
"Zeker doe ik dat," zei Rob, "ik verlang wel terug, want mijn voogd
was altijd heel goed voor me, en ook zou ik de zusters en broers
graag terugzien. Maar toch zou ik wel hier willen blijven ook..."
"Wanneer je ouders nog leefden, Rob, zou ik er zeker bezwaar tegen
hebben dat je nog bleef. In de bestaande omstandigheden durf ik het
echter wel op me nemen je nog wat hier te houden, te meer daar het in
verband met mijn verdere plannen niet ongewenscht is. Maar we zullen
afspreken, dat je volkomen vrij bent zelf den dag van je vertrek
te bepalen, en dat er iedere vier weken, als de omstandigheden het
toelaten en ik een der vliegtoestellen missen kan, een bericht naar
je voogd gaat."
Rob dankte Li voor zijn welwillende beschikkingen. Hij voelde
inderdaad nu en dan wel een soort van heimwee naar huis, naar zijn
schoolkameraden, naar zijn fiets en zijn voetbal; maar hij merkte
toch ook dat dit gevoel langzamerhand minder werd. Het avontuurlijke
van dit leven in de lucht trok hem sterk aan, en ook had hij zich
langzamerhand zeer aan de goedgehumeurde, vriendelijke en toch zoo
flinke en doortastende Vogel-bewoners gehecht. Bovendien verveelde hij
zich geen oogenblik; voortdurend werd er voor de noodige ontspanning
gezorgd: men maakte muziek aan boord, las elkaar voor, speelde
ping-pong, en zelfs La's aangename en helder-voorgedragen lessen
waren hem een uitspanning. Hij voelde zich goed vorderen, en was zelfs
verder dan hij op dit oogenblik geweest zou zijn wanneer hij nog op de
schoolbanken zat. La legde vooral op algemeene ontwikkeling den nadruk,
hield hem op de hoogte van de nieuwste uitvindingen en ontdekkingen,
en legde hem de politieke gebeurtenissen en verhoudingen in Europa
uit, hoofdzakelijk door middel van de nieuwsbladen, die nu en dan
op voorzichtige wijze aan boord gebracht werden. Daartoe daalde De
Vogel soms des nachts in een bosch of op een bergtop, en een der
"opvarenden" begaf zich naar een nabijliggende stad, uit den rijken
costuumvoorraad de noodige vermomming kiezend.
Nadat wederom eenige dagen verloopen waren, had Li opnieuw een ernstig
gesprek met Rob
"Over enkele dagen gaan we zeer belangrijke gebeurtenissen tegemoet,
Rob," sprak Li. "Het oogenblik lijkt me nu gekomen je in een
geschiedenis in te wijden, die ons allen, behalve jou, bekend is. De
geschiedenis namelijk van mij en mijn lotgenooten. Die is de volgende.
"Zooals je uit je geschiedenis zult weten, werd in 1809 door eenige
Nederlandsche uitgewekenen, die deels om politieke redenen door
Napoleon waren verbannen, deels vrijwillig zich aan de Fransche
heerschappij onttrokken, een kolonie gesticht op de Russische
grens, ten noordoosten van het Balkanschiereiland. De grond, een
uitgestrektheid ongeveer met die van Nederland overeenkomende, werd
daartoe van den Russischen Staat gekocht, die zich alleen enkele
schijnbaar onbeteekenende rechten van toezicht op de jonge Republiek
voorbehield. Tot de voornaamste kolonisten behoorde mijn grootvader,
evenals mijn vader en ik Johan Willem van Stralen geheeten. Hij,
een vurig patriot, een verwoed tegenstander van Napoleon, tegen
wien hij in Spanje, Italië en Duitschland in vreemden krijgsdienst
de wapenen had gedragen, werd tot President gekozen. Onder zijn
krachtig beheer geraakte de Republiek binnen weinige jaren tot
ongekenden bloei; zóo sterk ontwikkelde zij zich zelfs, dat Rusland,
wat trouwens te verwachten was, een begeerig oog op den nabuurstaat
begon te slaan. Mijn grootvader deed alles om de onafhankelijkheid der
Republiek te handhaven. Doch dit was verre van gemakkelijk, vooral daar
zijn onvervalscht Hollandsch bloed hem tot geen enkele concessie aan
Russische wenschen of zeden liet verleiden. Hij bleef Nederlander in
merg en been, deed alles om de Nederlandsche taal in de kolonie te doen
voortleven, en bezielde ook zijn zoon met dergelijke gevoelens. Toen
deze, na den dood van mijn grootvader, tot President werd gekozen, werd
de strijd tegen den Russischen invloed onverflauwd voortgezet. Maar
het was mijn vader niet beschoren zijn taak ten einde te brengen. Hij
stierf aan moeraskoortsen, toen ik nog te jong was om naar de hooge
betrekking te dingen die nu open kwam, en zijn dood was oorzaak van
een menigte verwikkelingen. In den loop der jaren hadden zich talrijke
vreemdelingen in de Republiek gevestigd, Turken, Oostenrijkers, maar
vooral Russen. Ondanks de uiterste pogingen om het Hollandsch karakter
van de Republiek te bewaren, wijzigde zich dit hoe langer hoe meer,
en de verkiezingen, die voor de benoeming van een nieuwen President
waren uitgeschreven, gaven aanleiding tot heftige tooneelen. De
Russische Regeering stookte in 't geheim, vermeerderde de oneenigheid,
en trachtte zoodoende een gelegenheid tot interventie in 't leven te
roepen. Toen er ten slotte een botsing tusschen de Nederlandsche en de
Russische partijen plaats had, waarbij enkele schoten werden gewisseld,
mengde Rusland zich in de kwestie. Eenige Russische regimenten bezetten
de hoofdstad; de orde werd met geweerschoten en knoetslagen hersteld,
en een keizerlijke ukaze vermeldde weldra, dat de Czaar goedgevonden
had voor de Republiek, die een gevaar voor de naburige staten begon
te worden, persoonlijk een nieuwen President aan te wijzen, van wien
verwacht kon worden dat hij de orde zou weten te handhaven.
Oogenschijnlijk leek de keuze van dien President zeer neutraal, ja
zelfs geheel in den geest van het Nederlandsche deel der bevolking. De
Czaar toch had daartoe den hoogbejaarden jeugdvriend van mijn
grootvader, den vroegeren staatssecretaris Helmont, aangewezen, die de
algemeene achting genoot, bij iedereen, ook bij de vreemdelingen, zeer
goed stond aangeschreven, doch die wegens zijn gevorderden leeftijd
en zijn zeer wankelbare gezondheid in andere opzichten juist niet de
aangewezen man voor een zoo zwaar ambt scheen te zijn. Helmont nam
de betrekking aan, deels uit plichtsgevoel, deels onder den dwang
der Russische Regeering, tegenover wier verpletterende overmacht
de kleine Republiek machteloos was. Hijzelf echter, evenzeer als de
heele bevolking, wist dat hij hoogstens voor enkele jaren tegen zijn
moeielijke taak opgewassen zou zijn.
De Russische Regeering begreep dat natuurlijk ook; in die wetenschap en
in het feit, dat zij de waardigheid van President erfelijk verklaarde
in de Republiek, lag echter haar geheele kracht. Helmont toch bezat
slechts een enkele dochter uit zijn tweede huwelijk, en toen de
oude man stierf, kwam het looden gewicht van de regeeringstaak op
de zwakke schouders van het jonge meisje. Zij bezat de energieke,
taaie natuur van het Hollandsche ras, en zij aanvaardde het bewind
met het volle besef van haar groote verantwoordelijkheid; ja, zij liet
de illusie niet los haar land eenmaal geheel van vreemden invloed te
bevrijden. Het spreekt echter vanzelf, dat de zwaarte van haar taak
haar menigmaal deed wankelen. Het duurde dan ook niet lang, of er
deden zich politieke verwikkelingen voor, die de Russische diplomatie
opnieuw aanleiding gaven zich in de aangelegenheden der Republiek te
mengen. Dat geschiedde in het jaar 1899, juist toen het Europeesch
Congres in St. Petersburg plaats had. De Russische afgevaardigden
wisten hun belangen zoo goed te bepleiten, en den politieken toestand
in de Republiek als zoo gevaarlijk voor de omringende staten voor te
stellen, dat de groote mogendheden terwille van den Europeeschen vrede
een besluit uitvaardigden, waarbij bepaald werd dat Rusland tot lid der
regeering, tevens commandant van het leger, een persoon zou aanwijzen,
die in deze functiën aan de mogendheden verantwoordelijk zou zijn voor
de rust in de Hollandsche Republiek. Hollandsche--dit woord werd wel
is waar in het besluit niet genoemd, want om te meer met elke hoop op
toekomstige zelfstandigheid te breken, werd op het Congres tevens de
naam Oranje-Republiek in Czernovië, die van de hoofdplaats, Willemstad,
in Slavowitz veranderd! En de mogendheden zagen dit schandelijk onrecht
aan zonder een hand uit te steken! Alleen het kleine Nederland zond
protest op protest, Koningin Wilhelmina deed een kostbaar gedenkteeken
plaatsen op het graf van mijn te vroeg gestorven vader, als wilde zij
in zwijgende verontwaardiging de plek aanwijzen, waar de vrijheid der
Oranje-Republiek van nu aan begraven lag... Overigens zweeg Europa;
zwijgend, wreed en koud zag het toe hoe die handvol dappere Hollanders
onderdrukt werd, evenals het toegezien had toen de Finnen, de Boeren,
de Polen, de Denen verdrukt werden.
"Het Congres-besluit was voor de Republiek het teeken van algemeenen
rouw. Toen de eerste vertegenwoordiger der mogendheden--de Russische
Hertog Alexander van Bora, achterneef van den Czaar--zijn intocht deed
in Willemstad, waren alle vensters en luiken gesloten, de gordijnen
neergelaten, de lantarens met krip omwoeld, de vlaggen halfstoks
geheschen. Het was een vreeselijke dag, en vele dappere mannen zwoeren
toen, dat ze hun leven zouden geven voor de vrijheid van Czernovië!
"Voor mij--en nu zal ik je vertellen op welke wijze mijn geschiedenis
aan 't zooeven verhaalde verbonden is--was deze ommekeer een dubbel
zware slag. Ik had het land waar ik geboren was innig lief; van mijn
grootvader en mijn vader had ik geleerd voor vrijheid en voor recht
te leven--en desnoods te sterven. De langzame maar zekere ondergang
van mijn land greep me hevig aan. Maar er was meer. Elizabeth
Helmont, die na haar vader's dood de regeering had aanvaard, was
mijn verloofde. Daar ik in dien tijd mijn studiën nog niet geheel
voltooid had, was onze verloving nog niet openlijk bekend; maar wij
hadden elkaar van kind af aan gekend, waren te samen opgegroeid, hadden
elkaar altijd liefgehad. Toen haar zoo onverwacht de eerste plaats in
's lands vergaderzaal werd aangewezen, gaf dat een vreemde wijziging in
onze verhouding, maar wij zagen geenszins in dat die toestand ooit ons
toekomstig geluk in den weg zou kunnen staan. Het Congres-besluit viel
als een donderslag. Want de bepaling, die ons beiden rechtstreeks trof,
was deze: het hoofd van den Czernovischen Staat mocht geen huwelijk
aangaan zonder toestemming van den Russischen Souverein.
"De bedoeling hiervan was duidelijk, en de Russische diplomatie liet
niet na, er nog menigmaal ondubbelzinnig den nadruk op te leggen,
dat alleen een Rus het gouvernementshuis met Elizabeth zou deelen.
"Hoe het kwam, dat ik slechts tweemaal een kort onderhoud met mijn
verloofde had over deze voor ons zoo verschrikkelijke gebeurtenissen,
zal je straks duidelijk worden. In die enkele uren echter werden we
het over twee dingen geheel eens: nooit zouden we een ander dan elkaar
toebehooren--maar niet eer, dan zoodra de belangen van het vaderland
dit toelieten. We hielden onze liefde hoog, maar ook de toekomst
van ons arme land lag ons na aan 't hart, en het op dit oogenblik
lafhartig in den steek te laten om zelfzuchtig eigen verlangens na te
streven--dat zou ons beiden tegen de borst gestuit hebben. Ik behoorde
onder de eersten die Elizabeth tot standhouden aanmoedigden, die de
begaafde, energieke vrouw, in begrippen van eer en zelfverloochening
opgevoed, steunden bij haar onvermoeid streven den Oud-Hollandschen
naam hoog te houden. Wij hadden geduld, wij konden wachten; eerst
ons land, daarna wijzelf.
"Mijn verhaal nadert nu tot de omstandigheden waaronder De Vogel
ontstond. Je moet weten, dat ik aan de universiteit te Willemstad voor
ingenieur studeerde, en wel speciaal op 't gebied van machinebouw. Als
kind was ik al 'n knutselaar geweest, en ik had altijd gedroomd 'n
groot uitvinder te zullen worden. In de electriciteit lag, meende ik,
de toekomst, en daar in de Oranje-Republiek reeds sinds jaren in alle
bedrijven de stoom was afgeschaft, voertuigen, fabrieken, kortom alle
machinale beweging, ook de verlichting, door electriciteit werden
gevoed, had die meening een redelijken grond. Het jaar, waarin het
Congres-besluit werd uitgevaardigd, voltooide ik mijn studies door
een practischen cursus in de werktuigen-fabriek en het laboratorium
van den Staats-Adviseur voor technische zaken, de geleerde professor
Lingmans, een schatrijk man, die zijn vermogen en zijn leven wijdde aan
wetenschappelijke uitvindingen ten bate van den Staat. Het eiland Riva,
aan de Zwarte-Zeekust, dat hem persoonlijk toebehoorde, was geheel
ingericht voor zijn werkzaamheden; daar woonde dagelijks een honderdtal
studeerende jongelui zijn cursussen en proefnemingen bij. Daar werkte
hij ook onvermoeid aan zijn bestuurbaar luchtschip, dat hij reeds
tot een ongekende trap van volmaking had gebracht. Gelukte het hem
zijn theorie geheel in toepassing te brengen, dan zou zijn reeds
in heel Europa gevestigde naam met onvergankelijken roem overladen
worden. Iedereen wist, dat hij onophoudelijk aan zijn groote uitvinding
werkte, maar de details ervan waren een geheim. In een zeer groote
loods, waar trouwens meer proeven genomen en uitvindingen gedaan werden
waarvan niets uitlekte, was de ballon verborgen, en daar kwamen,
behalve Lingmans, slechts enkele ingewijden: de oud-genie-officier
Melling, de directeur van de militaire luchtscheepvaart-compagnie Van
Woelderen, de gouverneur van de Zeevaartschool Halmans, de luitenant
der pantserfort-artillerie Weeningh, de doctor in de chemie Lenthoven
en de ingenieur Van Stralen. Wanneer je die namen hoort, zou je zoo
zeggen, dat 't meerendeels mannen van middelbaren leeftijd waren. Maar
dat is niet zoo. Ze wisselden af tusschen de twintig en de dertig; in
de Oranje-Republiek riep men bij voorkeur de kundigsten tot openbare
ambten, zonder in de eerste plaats naar den leeftijd te vragen;
een naar mijn inzicht zeer juist beginsel. Het kwam zoodoende wel
voor, dat een kapitein van dertig, twee-en-dertig jaar tot militair
adviseur van den Staat werd benoemd, en zoo lang het Hollandsche
element onvervalscht was, en de jeugd in de beginselen van mijn
grootvader werd opgevoed, kwam zooiets iedereen natuurlijk voor en
gaf het nooit aanleiding tot afgunst.
"Om je nu maar dadelijk uit den droom te helpen, wil ik je vertellen,
dat de personen die ik je zooeven opnoemde, in dezelfde volgorde
genomen, met Lingmans te beginnen, tegenwoordig heeten: La, Mu,
Naf, Nef, Nof, Lo--en Li! Ik wil mezelf niet roemen, maar uit de
omstandigheid, dat professor Lingmans onder zijn vele leerlingen
mij het eerst tot ingewijde in zijn uitvinding had gekozen, kun je
opmaken dat ik zijn lessen niet zonder vrucht had gevolgd.
"En nu komt het groote feit, dat de directe aanleiding werd tot onze
tegenwoordige onderneming.
"Eén dag vóor Hertog Alexander zijn intocht deed binnen Slavowitz,
hadden Lingmans en wij de laatste hand gelegd aan De Vogel. De
grendels van het openslaande dak der loods waren losgemaakt; het
luchtschip was geheel gereed om op een wenk van den maker, door het
stuksnijden van een enkel touw, omhoog te stijgen, de vrije lucht
in. Drie dagen later stonden we met ons zevenen op het bovendek van
De Vogel. Niemand wist, hoever het met 't werk stond; het liep tegen
den avond, alle werklieden en studenten hadden het eiland verlaten;
de zon was reeds ondergaan. Het plan van Lingmans was, dien avond op
te stijgen, De Vogel boven de stad te doen stilhouden, en dan opeens
al de electrische lichten aan boord te ontsteken, zoodat de bevolking
verbaasd omhoog zou zien, en weten dat de luchtscheepvaart een nieuw
stadium was ingetreden.
"Alles was gereed; op een wenk van La sneed ik het touw door.... De
Vogel zette zich langzaam en statig in beweging.... reeds waren
we ongeveer vijf-en-twintig meter gestegen.... daar weerklonk een
donderend geraas, alsof orkanen en onweders uit alle hoeken van
het heelal gelijktijdig losbraken! De hemel was rood en zwavelgeel
gekleurd, bliksemflitsen doorsneden het luchtruim, onder ons spatte
en schuimde de zee huizenhoog op, een dichte grijze nevel onttrok de
aarde aan ons gezicht, een hoos van zand en steenen wervelde omhoog
en deed De Vogel hulpeloos ronddraaien....
"Het was een ontzettend geweld. Hooren en zien verging ons, en
gedurende enkele minuten waren we allen onze bezinning kwijt. Mu was
de eerste die zijn tegenwoordigheid van geest herkreeg; hij draaide
den stuurkruk snel en krachtig eenige malen om--als een pijl schoot De
Vogel eenige honderden meters omhoog, buiten het bereik der woedende
elementen.
"Langzamerhand begonnen we den omvang van het gebeurde te overzien. Het
bleek dat een geweldige zeebeving het gansche eiland met al wat er op
was had verwoest, voor honderdduizenden aan waarde, al La's kostbare
bezittingen, vernietigend!
"De kalmte van La was bewonderenswaardig. "Mijn doel is immers
bereikt," zei hij rustig. "De Vogel vliegt--en hoe!" En toen voegde
de even geleerde als edele man er aan toe: "Hoe gelukkig, dat er geen
menschen op het eiland waren! Daarvoor moeten wij in de eerste plaats
dankbaar zijn."
"Daar zweefden wij nu honderden meters boven de aarde. Het was
inmiddels geheel donker geworden, onze lichten, toen nog niet zoo
volmaakt als nu, doorboorden slechts moeielijk den zwaren nevel. We
bezaten ook nog niet die uitstekende middelen om ons te oriënteeren,
en Mu kon in 't minst niet vaststellen waarheen hij ons bracht. Toen
gelastte La, den ballon zwevende te houden, en we kwamen in de
commandantskamer bijeen om te beraadslagen over hetgeen ons te
doen stond.
"Mij, als jongste, werd het eerst mijn meening gevraagd. Ik had die
al gereed. In de beide dagen na den intocht van Hertog Alexander
had ik, in wanhopige gesprekken met Elizabeth, op de onzinnigste
middelen gepeinsd om een uitweg te vinden. Als gevolg daarvan
was een plan in me gerijpt, dat ik niemand, ook Elizabeth niet,
had meegedeeld. Alleen had ik me voorgenomen, het La in vertrouwen
ter beoordeeling voor te leggen. Ik wilde hem, niet minder vurig
patriot dan ikzelf, voorstellen, zijn uitvinding in dienst te brengen
van het vaderland. Wetend, over welke verschrikkelijke wapenen La
beschikken kon, hoe onuitputtelijk zijn geniale hersens waren in
het uitvinden van middelen om de natuurkrachten aan zijn wil te
onderwerpen, had ik ingezien dat niets ter wereld in staat zou zijn
met vrucht een strijd te beginnen tegen den onoverwinnelijken Vogel,
voorzien als deze was van alle denkbare hulpmiddelen om den wil van
een handvol vastberaden mannen tot zelfs den machtigsten potentaten
der aarde op te dringen. Kort en goed: ik stelde de vergadering voor,
reeds nu, op dit oogenblik, La's beginsel in toepassing te brengen:
alles voor het vaderland! Jong en geestdriftig als ik was, hield ik
een gloeiende rede, wees nogmaals op het schandelijk onrecht dat ons
land werd aangedaan en eindigde met te zeggen, dat wij, door ons van
den persoon van Hertog Alexander, ja desnoods van den Czaar zelf,
meester te maken, de toekomst van de Oranje-Republiek in handen
hadden! En wat beteekende het voor ons, zulk een slag te slaan? De
groote snelheid, die De Vogel ontwikkelen kon, stelde ons immers in
staat, plotseling van uit groote hoogte neer te schieten, den Prins
of den Czaar op een wandeling of een rijtoer te verrassen, en ons
dan met onzen kostbaren buit uit de voeten te maken. Als voorwaarde,
waarop we onzen gevangene zouden uitleveren, konden we dan de meest
volkomen waarborgen vragen voor de onafhankelijkheid van ons land!
"Toen ik uitgesproken had, heerschte er eenige seconden diepe
stilte. Mannen als de daar vergaderden waren niet gewend overijlde
besluiten te nemen of in de vervoering van het oogenblik een voorstel
toe te juichen, waarvan zij de degelijkheid nog niet grondig hadden
onderzocht.
"La was de eerste die sprak.
"Het voorstel van Van Stralen hangt nog in de lucht," zei hij. "Maar
het komt me voor, dat het zeer goed tot een levensvatbaar plan is
uit te werken. Ja, ik ben daarvan zoo overtuigd, dat ik nu reeds wijs
op de groote voordeelen, welke het zooeven gebeurde ongeluk voor ons
heeft. Riva is verwoest, met al wat er op was. Van het feit, dat wij
ontkomen zijn, is niemand bewust; evenmin zijn er sporen te vinden
die dit feit zouden kunnen uitwijzen. Ieder is ervan overtuigd,
dat wij zijn omgekomen; over acht dagen zijn de opvolgers voor
onze betrekkingen aangewezen. Meer wil ik voorloopig hierover niet
zeggen. Overhaasting is schadelijk. Voor heden breng ik daarom alleen
in rondvraag, of iemand er iets tegen heeft, tot morgenochtend met
De Vogel verborgen te blijven, om daarna tot nadere beraadslagingen
over te gaan. We hebben dan allen tijd tot nadenken gehad." Niemand
had hiertegen bezwaar, en zoo hield Mu dien nacht De Vogel achter
een dikke wolkenlaag drijvende.
"Den volgenden morgen riep La ons opnieuw bijeen en sprak:
"Wat mij betreft, ik ben besloten, evenals Van Stralen, op De Vogel
te blijven en onze aanwezigheid voor ieder verborgen te houden, totdat
we op goede grondslagen een operatieplan hebben gebouwd, in elk geval
niet weer naar de aarde terug te keeren eer we de volkomen zekerheid
hebben dat een onderneming, als door Van Stralen voorgesteld, totaal
onuitvoerbaar is. We zijn allen ongetrouwd; ik geloof niet, dat er
bezwaar is, gezamenlijk die onderneming door te zetten. Natuurlijk
is ieder echter vrij, te doen wat hij wil. Morgenochtend komen we
opnieuw bij elkaar. Wie dan besloten heeft heen te gaan, zal ik op
de aarde terugbrengen; het spreekt vanzelf dat ik van hem volkomen
geheimhouding verwacht."
"Den volgenden morgen vergaderden we wederom, en zooals te verwachten
viel, wenschte niemand zijn vrijheid terug.
"Toen stelden we een uitgebreid programma op, waarvan de hoofdinhoud
hierop neerkwam, dat we Hertog Alexander, een bekend jager, op een
zijner jachtpartijen in de boschrijke streken rond Willemstad zouden
trachten op te lichten. Er werd echter tevens besloten, dat we daartoe
niet zouden overgaan, eer De Vogel, die ondanks zijn hooge mate van
volmaaktheid, nog in zijn kindsheid verkeerde, volkomen voor zijn
taak berekend zou zijn. Daarom zwierven we nog vele maanden rond,
dien tijd gebruikend om de talrijke verbeteringen aan te brengen,
die ons luchtschip tot zijn tegenwoordige ontwikkeling brachten. In
dien tijd stichtten we ook onze nederzetting op Green-Island,
benevens een verborgen schuilplaats in de hoogste toppen van het
Himalaya-gebergte, waar we nu en dan neerdaalden als we--wat in
't begin dikwijls gebeurde--er naar verlangden weer eens vasten
grond onder de voeten te hebben. In die periode verdeelden we ook
onze werkzaamheden zooals die op 't oogenblik verdeeld zijn, en werd
ik op uitdrukkelijk verzoek van La, die zijn tijd geheel aan nieuwe
uitvindingen en verbeteringen wilde blijven wijden, tot commandant
benoemd. We kregen toen ook onze tegenwoordige onpersoonlijke namen,
en kwamen langzamerhand tot de gewoonten en gebruiken, die jij nu
ook hebt leeren aannemen, en die niet anders zijn dan de vervolmaking
van de reeds jaren in de Oranje-Republiek heerschende beginselen.